Vliegeniers

De agent schraapte zijn keel.

Vier uur vijftien, bureau Amberlecht, zei de agent tegen het opnameapparaat, dat midden op tafel stond. Verhoring van Helen Nietstemaren en Jan Nietstemaren. Halverwege het verhoor zal Karel Lievemeier uitgenodigd worden om de ruimte te betreden en deel te nemen. Helen Nietstemaren, bent u gereed om uw verklaring af te leggen?

Ja, zei Helen.

Jan Nietstemaren, bent u gereed om uw verklaring af te leggen?

Ja, mompelde Jan.

Dan kunnen we beginnen, zei de agent vrolijk. Mevrouw Nietstemaren, klopt het dat u het vuur aangestoken heeft?

Ja, dat klopt, zei Helen. En het spijt me van de schuur van de buurman.

Meneer Lievemeier, bedoelt u, zei de agent, wijzend naar het opnameapparaat.

Ja, sorry. Maar ik wil graag uitleggen hoe het gebeurd is.

Gaat uw gang.

Ik weet dat er niets meer van te zien is, want het is natuurlijk allemaal verbrand. En Jan liet het aan niemand zien, dus niemand wist het. Maar hij bouwde een vliegtuig in onze schuur.

Klopt dat, meneer Nietstemaren?

Jan knikte.

De agent wees naar het opnameapparaat.

Ja, zei Jan, dat klopt.

Jan was iemand tegengekomen, op het strand, een vliegenier uit Noorwegen. Hij bezat een bos, toch Jan?

Dat had hij geërfd, zei Jan.

Ja, dat had die Noor geërfd. Zijn grootvader had een bosbouwbedrijf opgericht, dat door zijn vader uitgebouwd was, tot een van de grootste houtleveranciers van Noorwegen.

Klopt, zei Jan.

© Mike Sandlin

Maar die Noor, die moest daar niets van hebben, die wilde dat bedrijf niet overnemen. Zijn familie was daar heel boos over, maar hij trok zich er niets van aan. Hij liet een stukje van het bos kappen, en op de open plek die zo ontstond bouwde hij, met het hout dat daar gestaan had, een vliegtuig. Toen dat af was, liet hij een rechte strook kappen in het bos, als landingsbaan, en toen is hij met zijn vliegtuig opgestegen en weggevlogen. Dat was ongeveer een jaar geleden. Hij vloog over de Noordzee en landde op het strandje bij Wendelgum, net toen Jan de hond aan het uitlaten was, toch Jan?

Hij zei dat hij niet van plan was terug te gaan, zei Jan. Hij ging verder, hij zou wel zien. Hij had heel weinig geld.

En toen is het dus allemaal begonnen, zei Helen.

Wat een prachtig verhaal, zei de agent. Iemand die leeft voor schoonheid en vrijheid, hè, en de materiële zaken afwijst.

Jan knikte instemmend.

Goh, zei de agent.

Moet ik het verhaal niet afmaken? vroeg Helen verontwaardigd.

Ja, excuus mevrouw, gaat u door.

Vanaf die dag was Jan helemaal in de ban van die Noor. Ik werd er gek van. Jan is nu woedend op me, hè, maar normaal kan hij lange verhalen houden hoor. Die geschiedenis van die erfenis en de ruzie met de familie heb ik tig keer moeten aanhoren, daarom kan ik het zo precies navertellen. Nou, voordat ik het wist was hij alle troep uit de schuur aan het ruimen en begon hij karrenvol hout en metaal naar binnen te rijden. Ik ga een vliegtuig bouwen, zei hij! We maakten geen wandelingen over het strand meer, we lazen niet meer samen de krant. Soms kwam Jan niet eens mee om te eten. Ik eet wel in de schuur, zei hij dan.

Een stilte.

Ik werd er zo ongelukkig van, zei Helen, met een snik in haar stem. Daarom heb ik het gedaan.

Je had het recht niet, zei Jan nors.

En wat is dat precies, wat u gedaan heeft? vroeg de agent.

Op een avond was Jan weer de hond aan het uitlaten op het strand. Toen heb ik een zak takken en oude kranten overgegoten met wodka. En die heb ik in het vliegtuig gelegd en in brand gestoken. Ik had er genoeg van. Ik deed het met opzet, dat beken ik. Maar niet dat van de schuur van de buurman…

Ja, zei de agent. Want, even voor de duidelijkheid, zei hij tegen het opnameapparaat, de schuur van buurman Lievemeier is ook tot de grond toe afgebrand, toen het vuur oversloeg. Daar zullen we zo verder over praten. Ik wil eerst van u beiden weten wat er gebeurde toen u thuis kwam, meneer Nietstemaren.

Ik kwam thuis en opeens was het weg, zei Jan. Ik heb het niet eens zien gebeuren. Dat vind ik het ergste. Er ligt nu een groot, stinkend zwart gat naast ons huis. Alsof het vliegtuig er nooit was.

Maar u hield zich verder kalm? vroeg de agent.

Ja. Maar ik ben woedend. Ik moet verdomme kunnen doen wat ik wil. Helen had niet het recht mijn vliegtuig in brand te steken, zei Jan, luider nu.

Ach, ja, alles gaat voorbij, hè? zei de agent.

Wat zegt u nou? zei Jan.

Alles gaat voorbij! Dingen veranderen, vliegtuigen verbranden, zei de agent, en hij ging losjes achterover zitten.

Daar gaat het niet om, zei Jan. Het gaat om wat er hier gebeurd is.

Ach ja, zei de agent, u komt er samen wel uit. Weet u, hij ging voorover zitten en keek Helen en Jan allebei even aan, u zou u eens moeten verdiepen in de oude Japanners. Die hebben hier veel interessants over geschreven. De schoonheid van het leven ligt volgens hen in haar vergankelijkheid. Het afbranden van uw vliegtuig zouden zij als iets waardevols hebben beschouwd.

Jan probeerde te protesteren, maar kwam niet uit zijn woorden.

Maar dan is er nog de kwestie van de heer Lievemeier, zei de agent, want het afbranden van zijn schuur zou volgens het recht toch een misdrijf genoemd kunnen worden waar u, mevrouw Nietstemaren, technisch gezien schuld aan heeft. Ik zal hem even binnenlaten. Hij stond op, liep naar de deur, en riep via een luikje Karel Lievemeier naar binnen.

Een moment later zaten Karel en de agent aan tafel.

Nou, Karel, zei de agent. Het blijft fascinerend, hè?

Ja, zeg dat wel, zei Karel. Je wordt toch weer geconfronteerd met je eigen eindigheid.

En je kersenboom, staat die er eigenlijk nog? vroeg de agent.

Afgebrand, zei Karel.

Goh, zei de agent.

Mag ik u even onderbreken, zei Helen, moeten we niet doorgaan met het verhoor?

Oké, goed, zei de agent, ik vraag dit voor de procedure: meneer Lievemeier, dient u een aanklacht in tegen mevrouw Nietstemaren?

Oh, nee, zei Karel. Dit hoort bij het leven, hè.

Dat maakt het nog niet goed, zei Jan geërgerd.

Ik kan me wel steeds door tegenslagen droevig laten maken, maar waarom zou ik dat doen? vroeg Karel.

Ik heb ze al verteld over de oude Japanners, zei de agent. Als meer mensen zouden beseffen dat vergankelijkheid het leven mooi maakt, zou ik hier minder vaak zitten.

Ik snap niets van dit verhoor, zei Helen.

Uw man twijfelde nog over of hij u zou aanklagen, zei de agent. Vandaar. Het leek me goed dit eerst allemaal even besproken te hebben. Dat ik suggereerde dat Karel u misschien wel wilde aanklagen, is misschien niet zo netjes, maar het maakte dit verhoor mogelijk en dus onze gezamenlijke reflectie. Dus, meneer Nietstemaren, klaagt u uw vrouw aan?

Jan aarzelde.

Iedereen wachtte op zijn antwoord.

Die Noor is neergestort, flapte Helen eruit.

De drie mannen keken haar verbaasd aan.

© William Hook

Dat denk ik, tenminste, zei Helen. Er was een paar weken geleden een Noor neergestort voor de kust van Frankrijk, in een zelfgebouwd vliegtuig. Jan leest de krant niet meer, dus die heeft dat niet meegekregen, maar het is echt waar.

Jan keek haar aan, hij raakte zichtbaar steeds meer in de war.

Hmm, zei de agent. Ik dacht dat u het vliegtuig in brand stak omdat u de liefde van uw man miste, maar nu is het opeens om hem te behoeden voor een ongeluk?

Nou, ja, allebei, stamelde Helen. Het was misschien een beetje egoïstisch, maar ook een beetje voor hem.

Maar ongelukken gebeuren, hè, zei Karel.

De agent knikte instemmend. Het kan zomaar gebeuren. Daar moet je je bewust van zijn, maar niet door laten tegenhouden. Al had uw man zich te pletter gevlogen tijdens het najagen van zijn vrijheidsdroom, dan was de keus om op te stijgen nog steeds de juiste geweest. Het heeft geen zin om angstvallig in onze huizen te zitten wachten tot iemand ons komt vertellen dat alles veilig is, hè, dat gaat niet gebeuren.

Stel je voor! zei Karel lachend.

Dus, meneer Nietstemaren, vroeg de agent, klaagt u uw vrouw aan?

Hij keek Jan indringend aan.

Nee, zei Jan resoluut. Hij stond op en liep de ruimte uit.

Helen ging achter hem aan. Ze volgde Jan het bureau door, terwijl hij met snelle passen naar de uitgang liep.

Eenmaal buiten stond de lucht in brand met het blauwe vuur van de vroege avond. Het licht leek eerder afkomstig van de hemel dan van de zon, alsof de lucht een groot stuk gekleurd papier was gewikkeld rond een reusachtige lamp. Onder dat licht reden ze over de landweg terug naar huis, in hun eigen gedachten verzonken.

Toen ze het zijweggetje naar hun erf insloegen, zei Helen: Dat van die Noor was niet waar. Ik deed het voor mezelf.

Wist ik wel, zei Jan. Ik heb nog contact met hem.

Hij parkeerde de auto voor het huis. Ze stapten niet uit. Een tijdje keken ze naar het zwarte gat dat naast het huis lag en dat de invallende duisternis van de avond naar zich toe leek te trekken, zwijgend naast elkaar gezeten in de auto, terwijl de grote lamp boven hen zachtjes gedimd werd.

Toen draaide Jan zich om en keek Helen aan.

Zal ik dan maar een nieuwe bouwen? vroeg hij, met het spoor van een glimlach. Voor twee personen?

 

Deze tekst kwam tot stand in het kader van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de stichting Biermans-Lapôtre, en werd ook op de website van deBuren gepubliceerd.

 

Pieter Kranenborg (1994) volgt de masteropleiding Urban Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde verhalen in Tirade en Hollands Maandblad en in 2016 won hij de Hollands Maandblad Aanmoedigingsbeurs. Afgelopen mei verscheen bij Van Oorschot zijn debuut: de verhalenbundel Astronaut. Zie ook https://pieterkranenborg.wordpress.com/

In de Oorshop

In oppositie met de geschiedenis – André Kertész

John Berger schrijft in Understanding a Photograph over bijgaande foto van André Kertész: ’the double meaning of the word missile (signifying both letter and rocket) is revealing. It is no coincedence that among the sixty photographs in the book, no less than twelve show readers on balconies and the roofs of buildings, wich are like launch pads.’

De lezer is volgens Berger in beweging, elk lezen houdt een verplaatsing in. In de schitterende overzichtstentoonstelling van het werk van André Kertész in het FOAM, te zien tot 10 januari 2018) volgen we zijn fotografie biografisch, van toen hij nog in Hongarije woonde, via zijn eerste exile-bestemming waar hij heel gelukkig was: Parijs, naar zijn langste ‘buitenland’, waar hij maar met moeite wende: New York.

Berger heeft veel over André Kertész geschreven. In een essay ‘a popular use of photograpy’ gaat hij in op de foto ‘A Red Hussar Leaving, june 1919, Budapest’.

Hij schrijft: ‘The opposition exists in the parting look between the man and the woman. This look is not directed towards the viewer. We witness0140_1_lg it as the older soldier with the moustache and the woman with the shawl do. The exclusivety of this look is further emphasized by the boy in mothers arms; he is watching his father, and yet he is excluded from their look.

De fotografie van Kertész leent zich goed voor nadenken over waarom de foto werkt. In beide bijgaande foto’s is dat dus een opening naar een verte die op de foto zelf niet zichtbaar is. Het boek en de vervoering die het boek teweegbrengt in de ‘On reading’ foto, en de gedachten die met het afscheid gepaard gaan en de onzekerheid over de toekomst aan de ene kant, en het denkelijk minder bezwaarde verleden aan de andere zijde van dit moment op de foto uit juni 1919.

Berger zegt dat we naar een oppositie kijken, niet die van deze mensen onderling, maar naar hun wederzijdse oppositie tegen de geschiedenis, ze zijn tegen wat hen uiteen zal drijven, en deze blik bevestigt dat ze het daar over eens zijn. Veel van Kertész’ werk is te zien als een oppositie tegen de geschiedenis. Misschien is veel grote fotografie wel al zodanig te benaderen. Voor een omslag voor onze vertaling van Uwe Johnson’s Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl zocht ik gisteren naar foto’s uit de Praagse Lente, 1968. Deze reeks van de Magnum fotograaf Joseph Koudelka toont precies hetzelfde: oppositie tegen de geschiedenis. En deze foto’s gemaakt tijdens het neerslaan van het referendum in Catalonië tonen ook weer hetzelfde. Ongeloof en onwil te moeten accepteren wat de geschiedenis met je doet, vastgelegd in een blik.

Het hangen aan het moment, in oppositie met de geschiedenis die een ongewenste kant opgaat.

 

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Zie hier heel veel lezende mensen van Kertész uit On Reading.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Merel

Ik bracht mijn zoon naar school. We sloegen af ter hoogte van het Van Oldenbarneveltplein en ik zag een merel zitten aan de voet van een boom.

Het beestje zat daar zo stil vlakbij de drukke weg. Iets in zijn houding deed me stoppen. Nadim bokte op de stang, wilde vooruit, naar school, rondrennen.

‘Waarom stop je?’

‘Die merel,’ zei ik. ‘Ik denk dat hij is aangereden.’

De vogel liet zich oppakken – dan weet je al dat ze het niet lang gaan maken – en nu zag ik dat zijn rechteroog verdikt was, zijn koppie vreemd afgekant.

Een klein overspannen hart roffelde in mijn hand en een rilling trok over zijn veren. Ik houd van merels, hoor geen vogel liever fluiten. Hun lied is melancholisch, droef en warm tegelijk zoals de loopjes in de nocturnes van Chopin.

‘Lief,’ zei ik tegen Nadim, en besefte hoe paradoxaal dit was. ‘Kijk maar even niet.’

Ik klemde het koppie in mijn ene hand en het dunne nekje in mijn andere, voelde het hartje versnellen. ‘Hij is gewond. Ik moet hem dood maken.’

Voor ik het niet meer zou kunnen gaf ik een ruk aan de iele wervels tot er iets knakte. Het trillen in de veren werd heviger en verstilde heel geleidelijk. Toen ik de vogel neerlegde bewoog hij licht.

‘Hij leeft nog!’ riep Nadim, en ik dacht: Lieve jongen. Nee.

Het laatste stukje fietsen was hij stil en zwaar als zand. Ik parkeerde, tilde Nadim van de stang en vroeg of hij over de merel wilde praten. Hij wilde niet. In de klas, wachtend op de bel, zat hij landerig bij me op schoot. Ik mompelde nog in zijn oor dat het soms beter is een diertje uit zijn lijden te verlossen, en vroeg me af of dat wel waar was.

Wanneer het moeilijk wordt leggen we onze kinderen de dingen uit zoals ze ooit aan óns zijn uitgelegd. We pakken terug op oude woorden als we geen eigen woorden te bieden hebben.

____________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Archieven

In ‘De bouwers van het rijk of de Schmürz’1) verschijnt, zoals men zich herinnert, een familie ten tonele die op de vlucht slaat voor een zenuwslopend geluid en steeds hoger en benarder komt te wonen, tot ieder leven onmogelijk is geworden. ‘Les bâtisseurs d’Empire’ is het stuk van de leugens die men zichzelf verkoopt teneinde optimistisch te kunnen blijven.

1964
90/91
Opnieuw Boris Vian
Omslag Tirade nr. 90

De fenomenen – Jean Dubuffet

Je hoeft niet eens knetterbezopen te zijn om te denken dat het oppervlak van een muur je van alles te vertellen heeft. Het helpt natuurlijk wel. Op een zonovergoten dag staar je naar tien vierkante centimeter zand naast je badlaken, peinzend volg je de nerf van het hout van je tafel naast je laptop, je verdiept je in twintig centimeter van zijn of haar huid, na een val kom je bij op bosgrond waar je eerst aandachtig minutenlang de humuslaag monstert.

 

vrijwel) niets -. Weinig

doet er toe. Het voorwerp
dat ik fixeer, is op zoek
naar zijn woorden en hun

cercle. Ik schenk een glas

bier in; open de portable:
2, 3 absences zullen bekend

raken; een voorwerp raken;

er vrijwel nooit geweest zijn.

              (Hans Faverey, Gedichten, 1968)

 

Ik werd opeens gegrepen door ‘de fenomenen’ van Jean Dubuffet. In het Stedelijk Museum is een vleugel ingeruimd met zijn werk. Daaronder 18 lithografieën zoals opgenomen in zijn serie Le Preneur d’empreintes. Dat is een publicatie uit een groter geheel, 324 litho’s die hij maakte tussen 1958 en 1962, op zoek naar ‘de fenomenen’.

dubuffet_pagina_interna_0De serie in het Stedelijk is een heel mooi tussenvorm van abstract en heel concreet. Het zijn litho’s die tot stand kwamen door gedeeltelijk natuurlijke processen. ‘In deze werken, verzamelt Dubuffet afdrukken van verschillende oppervlakken die halverwege een proces zijn gefixeerd,  Dubuffet past procedures toe als verpulveren, samenvloeiing en gedeeltelijke vermenging van vloeistoffen op steen, met als doel visuele analogieën te bereiken met fenomenen die verband houden met natuur en in het bijzonder de aarde. Het resultaat, nog steeds een unicum in lithografie, is een spectaculaire ‘atlas’ van kleur- en zwart-witbeelden, ogenschijnlijk abstract en toch realistisch; een precieze en poëtische indeling van grote en onmerkbare, zichtbare en onzichtbare gebeurtenissen waarin de kunstenaar de wereld door de ogen van de geoloog, de botanicus, de landmeter en de kunstenaar lijkt te observeren en opnieuw te creëren,’ vertaal ik (herschrijvend waar ik het niet begreep)  een enthousiaste Engelstalige website uit Padua maar even, waar de volledige collectie ooit vertoond is.

IMG_6150Dan begrijp ik het ook beter. Dubuffet bestudeert de natuur, en dat is wat ik blijkbaar mooi vind. Ik fotografeer al jaren korstmossen op stenen zonder dat ik weet waarom. In welke film wordt van dit geniale idee nou ook weer gebruik gemaakt: de hoofdpersoon droomt of ziet voortdurend een patroon dat hij niet begrijpt maar dat iets voor hem betekent, hem iets lijkt te willen zeggen.  Aan het einde van de film, als de hoofdpersoon sterft zien we vanuit zijn stervend oog een patroon in het vloerkleed waarop hij ligt: het patroon.

Huiveringwekkend. De litho’s van Dubuffet raken aan een heel elementair zien, aan het willen ontwaren van betekenis in een grillig oppervlak, maar tegelijkertijd de geruststellende aanwezigheid van zo maar een oppervlak, een natuurlijk oppervlak waar we in de uiterlijk wereld altijd door omgeven zijn. Het betekent

vrijwel) niets. Weinig

 

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

 

Hier nog een fraaie van Dubuffet in het MoMa.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Over angst

IMG_5260

Angst heeft altijd een grote rol gespeeld in mijn leven. Hoewel het moeilijk is jezelf te vergelijken met anderen en er natuurlijk ook mensen zijn die de straat helemaal niet op durven, ervaar ik (op een niveau dat mijn normale functioneren niet extreem belemmert) elke dag wel een vorm van angst.

Waar ik als kind doodsbang was voor geesten is mijn angst zich met de tijd – een jaar therapie ten spijt – steeds meer gaan uiten als een soort algehele zorgelijkheid. Als mijn hoofd even niks te doen heeft maak ik me druk over allerhande shit.

Zelfde angst, ander jasje. Met mijn zoon door de stad fietsen en een vrachtwagen passeren bezorgt me standaard opdringerige beelden van uitglijden, mijn evenwicht verliezen, zijn hoofdje onder een van die dikke harde banden zien verdwijnen. Hier kun je veel over zeggen, maar dat hoeft niet*.

In het boek dat ik nu schrijf speelt angst een grote rol. Het is een gothic novel aan het worden, met een kleine dorpsgemeenschap als decor. Omdat ik niet zeker wist of de dreiging wel over zou komen heb ik ter lering het scariest novel of the year 2016 gedownload. Stranded, van Bracken MacLeod**.

Wanneer de Hollywoodfilmversie van een verhaal zich onder het lezen al aan je opdringt weet je dat een boek geen literatuur is, maar laat ik het daar niet over hebben. De effectiviteit van een boek als Stranded is onmiskenbaar, ook voor mij, die dit genre altijd links liet liggen: ik lees in elk vrij ogenblik en denk gedurende de dag meerdere keren aan het verhaal. Wat Stranded óók doet is me een goed gevoel geven over mijn eigen werk.

Kleine groep mensen: check

Geïsoleerd van de buitenwereld: check

Een hoofdpersoon die zich buiten die groep voelt staan: check

Dreiging die zich indirect meldt, maar steeds zichtbaarder wordt: check

Het geleidelijk veranderen van de niet-hoofdpersonen van de groep, een subtiele verschuiving waardoor ook zij deel gaan uitmaken van de dreiging en de hoofdpersoon hen begint te vrezen: check

Op het internet – zoals bekend de enige bron van betrouwbare informatie – vond ik onderstaand lijstje van de verschillende mogelijke vormen van angst:

  1. Extinction—the fear of annihilation, of ceasing to exist.
  2. Mutilation—the fear of losing any part of our precious bodily structure; the thought of having our body’s boundaries invaded, or of losing the integrity of any organ, body part, or natural function.
  3. Loss of Autonomy—the fear of being immobilized, paralyzed, restricted, enveloped, overwhelmed, entrapped, imprisoned, smothered, or otherwise controlled by circumstances beyond our control.
  4. Separation—the fear of abandonment, rejection, and loss of connectedness; of becoming a non-person—not wanted, respected, or valued by anyone else.
  5. Ego-death—the fear of humiliation, shame, or any other mechanism of profound self-disapproval that threatens the loss of integrity of the Self; the fear of the shattering or disintegration of one’s constructed sense of lovability, capability, and worthiness.

In Stranded zitten ze alle vijf. In mijn boek, geloof ik, ook. Eén ding minder om me zorgen over te maken.

* Vrij naar P.A. van den Heuvel 

** Kan natuurlijk niet de echte naam van de auteur zijn

____________________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

We want plates!

Een maal per week speel ik ‘On-cannery-rowtje‘ bij het distributiecentrum van de Voedselbank in Amsterdam West. Aan een lange dubbele roltafel waar tweeënveertig kratten op passen, vullen we kratten voor enkele van de 18 uitgiftepunten in Amsterdam. Een goede plek om mensen te leren kennen overigens, ik sprak er al bankiers, secretaresses, studenten uit Japan, China, Zwitserland, Denemarken en Duitsland, herintreders, opgebrandenen, in-between-jobbers etc. De vaste krachten zijn een mooi soort no nonsense Amsterdammers.

Je komt in aanmerking voor een voedselpakket als je onder een bepaald bedrag besteedbaar hebt per week voor boodschappen. Blikken pastasaus, pasta, rijst, frisdrank, candybars, bonen, chips, crackers gaan er in. Wat er maar beschikbaar is. Twintig artikelen voor een gezin, ongeveer de helft voor alleenstaanden. De kwaliteit van het materiaal wisselt nogal. Het distributiecentrum is afhankelijk van wat het toegeschoven krijgt door supermarkten, producenten en particulieren, soms is er een pallet met potten bonen teveel dat naar ons toekomt, soms zit er een drukfout op een doos Kelloggs en ontvangen we die. Soms heeft een boer meer yoghurt gemaakt dan hij verkopen kan.

Er is een grondige administratie van wat er is, wat er ten laatste wanneer uit moet omdat de houdbaarheidsdatum dringt. De samenstelling is dus steeds verrassend. De inhoud soms goed soms heel matig. Er zijn met name momenten dat ik teveel vet en teveel suiker zo’n krat zie ingaan. Drie potten mayonaise voor een alleenstaande? Het heeft iets pijnlijks dat dat wat de supermarkten het best kunnen missen ook vaak de ongezondste dingen zijn. En automatisch zie je dan inkomensongelijkheid leiden tot welvaartsziekten.

DKHJwFpX0AEYkt8Speaking of which… Aan de andere kant van het spectrum staat de ziekelijke neiging liflafjes en hippe hapjes op curieuze wijze op te dienen.

Grondig geridiculiseerd door het hilarisch twitter account ‘We want plates!’ ‘The global crusade against serving food on bits of wood and roof slates, chips in mugs and jam-jar drinks’. Nooit meer een amuse op een lepeltje, een frietje in een miniatuur winkelwagentje of een biefstuk op een wijndoos. Borden! Willen!  We!

Ja…, en een beetje gezond eten.

 

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Ging voor de Voedselbank werken toen hij deze documentaire zag.

Doneer!

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.

     

  • "Foto van Sybren Sybesma"
    Sybren Sybesma

    Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna studeerde hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. Ander werk verscheen op De optimistOp ruwe planken, De Parelduiker en in het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Momenteel studeert hij in Utrecht. Hij speelt nog veel piano.

  • "Foto van Ida Hondelink"
    Ida Hondelink

    Ida Hondelink is schrijver en performer. Ze studeert momenteel af aan de studie Writing For Performance aan de HKU. Reeds is ze actief als dichter en essayist op verschillende platforms en podia, waaronder Notulen van het Onzichtbare, Hard//hoofd, Dichters in de Prinsentuin, de U-Slam en de Nacht van de Literatuur. Haar werk is fantasierijk, maatschappijkritisch en heeft doorgaans een poëtische ondertoon.
    (portret: Lin Woldendorp)