Free speech – Story en Privé heten nu twitter en facebook

In  Free Speech: Ten Principles for a Connected World  toont Timothy Garton Ash heel mooi en overzichtelijk hoe een door de Amerikaanse Defensie gesubsidieerde reeks computers in de jaren ’50 die een netwerk vormen, tot een wereldwijd internet uitgegroeid is en wat dat betekent. Het eerste bericht dat ooit verstuurd werd luidt ‘Lo’ en het had ‘Log’ moeten zijn maar voordat de computers aan de laatste letter aankwam crashten ze.

O zalige tijd. Dat zouden meer computers moeten doen.

Het is wel eens goed met een slimme gids het pad te lopen vanwaar we kwamen. We kwamen hiervandaan: de eerste website ooit zag er zo uit. In deze eerste website uit 1990 toont Tim Berners-Lee wat de uitgangspunten zijn van zijn idee van een wereldwijd web.

Daarna begon het tijdperk van het Vrije Woord. Verbazingwekkend is altijd hoe bladen als Story en Privé hun tijd ver vooruit waren. Hoewel ik zeer welbewust geen Twitter- of Facebookaccount heb spuit de flauwekul toch ook soms mijn kant op. Het verweer van twitteraars is altijd dat de Tunesische Lente niet mogelijk zou zijn geweest zonder Twitter. Dat de beste berichten kort na een ramp via Twitter komen. Ja, en in playboy las je altijd de beste interviews. Twitter en facebook spreken het ‘rel-gen’ in de mens aan. #metoo heeft natuurlijk veel mensen bevrijd, neem ik aan. Toch is de mate waarin hele drommen van mensen zich in allerlei relletjes storten ook echt verbazingwekkend en misselijkmakend. Er branden nu wel vier van die flauwekulvuurtjes.

Op internettijddschrift Tzum wordt een redacteur bij naam genoemd die geslachtofferd werd in het #metoo geweld. Terecht of onterecht lijkt me geen kwestie. Wat hebben we er allemaal mee te maken? Dat lijkt me relevant. En waarom wil zo’n flutblad als Tzum dan zo graag zijn naam noemen? En dan schijnheilig semi-journalistiek na-beargumenteren. Schei toch uit. In de prullenbak met die Privé -Tzum.

De opnames van House of Cards worden stilgelegd omdat men iets verneemt over Kevin Spacey. De hele wereld draait door over Jelle Brandt Corstius die een redelijk goed aan te wijzen persoon beschuldigt, maar niet bij naam noemt. Is dat niet iets tussen die heren? En als het antwoord daarop is ‘Nu durfde ik pas, en ik heb toegang tot de praattafels’, hoe moet dat dan met mensen die dat niet hebben? Is het wel zo emancipatoir?

Seksueel overschrijdend gedraag is laakbaar, zoveel is evident, maar waarom moet iedereen die toegang tot de media heeft, en volgens Garton Ash is dat in de westerse wereld tussen 80-100%, zich daar dan op storten? Of om de rellerigheid nog wat te verbreden: als Charlotte Mutsaers niet goed genoeg naar een mediatrainer heeft geluisterd, moet daar dan een hoeveelheid berichten over rond gaan die makkelijk een telefoonboek vullen. Van mij niet.

Ik probeer de vraag te stellen vanuit je hoofd wanneer je -als god het wilt – 96 jaar bent geworden en terugkijkt op je leven en denkt: deed ik het goed: was het nou zinnig dat ik alle relletjes najoeg op Twitter en Facebook, net als men het bij de kapper in de jaren ’80 deed. Werd ik er een beter mens van? Wat leerde ik? Waarin verschillen deze relletjes van ouderwetse roddel en achterklap? Wat brengt sensatiezucht van dit type me nu eigenlijk? Standrecht. Volksgericht.

Of elementairder: wij richten onze aandacht hierop. Waar zouden we onze aandacht beter op kunnen richten? Is dat een erg idealistische of brave vraag? Ik wil die vraag toch wel stellen. Uit verbazing en verveling. We zijn hier aanbeland. Het is zo oninteressant. Maar willen we dat? Levert het ons genoeg op? Is het interessant genoeg? Is ons brein hiervoor bedoeld? Voedt het zich er voldoende mee?

Tien minuten naar bijvoorbeeld onderstaand gedicht kijken is in eerste instantie minder aantrekkelijk dan een relletje, maar laat je achter met een veel beter gevoel.

 

Lied van de zee

Capri, Piccola Marina

Oeroud waaien uit zee,
zeewind bij nacht:
jij slaat op niemand acht;
als iemand waakt,
moet hij maar zien waarmee
hij jou doorstaat
oeroud waaien uit zee,
wind die alleen
waait als voor oeroude steen,
die wijd en zijd
louter ruimte doorsnijdt…

O hoe voelt jou die ene
bottende vijgeboom
waarover maanlicht stroomt.

(R.M. Rilke, vertaling Peter Verstegen)

 

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Dat

Mijn dochter begint later met praten dan mijn zoon. Nadim zei op haar leeftijd papa, mama, paard en molen, maar in haar bijna twaalf maanden heeft Ada alleen het woordje dat gezegd.

Ze wijst erbij, en haar woord drukt altijd een wens uit. Het bedoelde ding, dier of mens wil ze vastpakken, voor zover het gaat in haar mond stoppen.

Als je het geliefde object vervolgens bij haar weghaalt wordt Ada enorm kwaad. Ze schreeuwt harder dan je van zo’n klein mens zou verwachten.

Wat bij baby’s verdriet genoemd wordt is in mijn ogen vooral boosheid, frustratie. Verdriet lijkt iets van een andere orde, iets wat later komt.

Voor verdriet heb je de interpretatie van een verlies nodig, het vermogen te wanhopen omdat je weet dat een geliefde misschien wel wegblijft.

Misschien is alle taal een poging om een afstand tot iets wat we wensen te dichten. Zo ja: wat zijn die verhalen van me dan?

Wat is mijn dat, hetgeen ik hoop te krijgen en waarvoor ik al mijn woorden inzet?

Net als Ada laad ik mijn mandje vol met waar ik graag naar kijk. Ik kies beelden, plekken, personen. Dat, zeg ik. Dat. En dat ook.

Als iemand me een personage afnam zou ik krijsen net als zij. Of ik ook verdriet zou voelen weet ik niet. Misschien gaat dat te ver voor fictie.

Misschien is de wereld van mijn dochter nu nog fictie; wordt het allemaal pas echt als ze leert dat dingen en personen voor altijd weg kunnen blijven.

Is het vermogen verdriet te voelen een gevolg van het besef van tijd?

____________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Old Filth – Failed in London Try Hong Kong

Jane Gardam is een oudere Engelse dame. Geboren in 1928 wordt ze algemeen gezien als de onbegrijpelijkerwijs niet veel beroemdere grand old lady van de Engelse literatuur. De trilogie over Old Filth waarvan Cossee de eerste twee delen in vertaling heeft uitgegeven* is werkelijk geweldig. Het is lang geleden dat ik drie delen van een serie achter mekaar uitlees. Het moet die andere grootheid die wat te onbekend is gebleven zijn: Edward StAubyn.

Old Filth, The Man in the Wooden Hat en Last Friends, zijn opgebouwd zoals een evangelie is opgebouwd. Het eerste deel is ‘wat er gebeurde’ vanuit het perspectief van de man uit het huwelijk, Edward Feathers, het tweede deel is het evangelie volgens de vrouw uit het huwelijk, Elisabeth Macintosh en het laatste is de het deel vanuit het perspectief van haar minnaar en zijn -ook zakelijke -rivaal Sir Terence Veneering.

Perspectief is niet helemaal juist gekozen. De perspectieven wisselen in de boeken nogal. Je zou kunnen zeggen dat elk boek de kant van het verhaal van het hoofdpersonage is, maar het blijft meerstemmig.

Wat is er nu zo goed aan deze drie boeken? Niet uitsluitend de mogelijkheid een verhaal, drie levens heel goed te leren kennen door elk van de betrokkenen als het ware haar eigen kant te doen belichten. Dat is wel iets verslavends moet ik zeggen, ik zou het verhaal nog rustig vijf keer verteld kunnen krijgen indien geschreven door Jane Gardam. Binnen de boeken een veelheid aan personages vanuit wier hoofden wij lezers soms meekijken. Gardam heeft op een heel natuurlijke wijze de capaciteit van hoofd naar hoofd te springen van haar voorbeeld Virginia Woolf overgenomen. En net als in Woolfs briljante The Years gaan we  vele decennia mee in de levens van de hoofdpersonen, vormt intercontinentaal leven een grote rol, bevinden we ons in de upper class.

Maar het is lichter, iets vrolijker, en geestiger. En de veelkantigheid van dit verhaal in drieën is onvergetelijk.

De grootste kracht zit natuurlijk in de taal, die licht en afgemeten is, Brits geestig en understated en de personages zijn heel mooi, beschadigd en fier toch maar doorgaand. De geheimen die gaandeweg onthuld worden zij  dramatisch maar niet te groot.

Ik ga me in retrospectief maar een weg door dit oeuvre graven. Never a dull moment.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

*Cossee gaf de eerste twee boeken uit onder discutabele titels Een onberispelijke man en een Een trouwe vrouw. De verder heel fraaie vertaling is van Gerda Baardman en Kitty Pouwels.

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

De mooiste meter

Stukken die je fietst, wandelt of terwijl je in een auto of trein zit passeert, vormen voor mij een vreemde afwisseling van emoties. Het lijkt wel of per zeg vijftig meter je geheugen, je brein een andere kleur aan een stuk straat toekent. Een traject dat ik regelmatig afleg bestaat dus uit een veelheid, een lappendeken van stukken van vijftig meter die steeds een net andere mate van aangenaamheid bezitten. Hoe komt zoiets? Hoe kan het dat je een bepaalde bocht plezieriger vindt dan een andere, en dat dezelfde plek eigenlijk altijd ongeveer hetzelfde gevoel oproept? Mijn Wibautstraat vanaf het Amstelstation ziet er bijvoorbeeld zo uit: positief-negatief-positief-positief negatief – negatief- positief-positief- negatief -positief. Nu ben ik bij het Jonas Daniel Meijerplein aanbeland. Hoe kan het dat er onaangename stukken straat zijn waarvan je niet weet waarom ze dat zijn?

Ik denk dat de wereld waarin je je vaak begeeft, je stad een mentale kaart wordt. Eenmaal een heel vreselijk rotdag versterkt voelen worden door een rottige situatie in het verkeer op een bepaalde plek bijvoorbeeld,  zorgt ervoor dat je je misschien niet het onbeduidende voorval  herinnert, maar wel het gevoel dat daarbij hoorde. En dat gevoel blijft aan die plek hangen. Elk traject dat je zo aflegt is een veruitwendigd geheugen van gevoelens. Het kan een gedachte zijn, mooi of lelijk die een plaats is gaan kleuren, een voorval, een herinnering, een blik van iemand, een lied dat door je hoofd speelt, een schittering in een raam, de lichtval, een schaduw van de zon.  Maar het staat betrekkelijk vast daarna.

Zoals Dick Hillenius planten op reis meenam, in zijn tuin plantte en zo zijn tuin als een uitwendig geheugen kon zien – hij herinnerde zich immers bij het zien van een bepaalde plant de tocht die hij vier jaar terug in Spanje maakte –  zo wandelt iedereen ongemerkt door een wereld die hem door een verleden van kleine gevoelswisselingen dingen meedeelt die niet daarbuiten bestaan, maar slechts aangezet worden door het beeld van de buitenwereld.

Het is zoals Tijs Goldschmidt in De bijenchoreograaf schreef mogelijk een bij een dansje naar believen te laten doen door de strategische aanplant van bloemenvelden in de buurt – de bij geeft immers met zijn bewegingen aan zijn korfgenoten door waar de juiste honing te halen valt.

Zo zou een tocht door de stad denkbaar zijn met maximale positieve gevoelens, en een tocht met maximale negatieve gevoelens. Een hersenscan met oplichtende gebieden op afroep door een wandeling door je stad of dorp. En over de schoonheid van de tocht hoeft dat niets te zeggen.

Onderzoek naar hoe je omgeving inwerkt op je hersenen staat naar ik geloof nog in de kinderschoenen.

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Zie vooral deze pagina van tekenaar Stefan Bleekrode voor informatie over de intrigerende afbeelding bij dit stukje.

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Vrienden

IMG_5375Boris was jarig. Aan een tafeltje bij het raam in Hoi Tin op de Zeedijk wachtten Arie en ik op de lange man met de rugtas. Boris is altijd laat, en na twintig gedeelde jaren kunnen we het nog steeds niet laten de vriendschap per sms op te zeggen als we weer eens op hem moeten wachten.

Hij reageert hier nooit op. We bestelden. Boris kwam binnen, zette zijn rugtas neer en veegde zijn haar uit zijn gezicht. Arie en hij zouden straks naar de film gaan, naar Blade Runner, en ik vroeg me af waarom ik daarvoor geen vrij genomen had.

Dat is mijn rol: degene die moet werken en grote delen van het feestje mist.

We worden ouder. Ik bedacht voor de zoveelste keer dat ik later niet mijn werk zou missen, maar juist dit soort dingen: samen naar de film.

Na meer dan vijf jaar is onze vriend Gijs er nog steeds heel erg niet als we samen een feestje hebben. Voor zijn dood waren we altijd met zijn vieren. Er zat een evenwicht in de relatie. We zijn een tafel met drie poten, nu.

Nieuwe vrienden hebben we, sterke banden met recentere mensen, maar het gemak waarmee wij samen kunnen zijn ken ik bij niemand anders.

De laatste tijd kijk ik op een andere manier naar ons. Alsof ik oud ben en terugdenk aan deze momenten. Zo waren weDit waren we voordat al die andere dingen ook nog gebeurden. 

“Have I ever told you how precariously balanced I feel?” schreef A.M. Homes. “As though my existence can be revoked at any moment.”

Hoe ouder ik word, hoe meer die woorden kloppen. De blijdschap van nu is vooral een blij zijn dat het er allemaal nog is. Dat klinkt droevig, maar het gevoel wordt er ook dieper van.

Na de lunch keek ik ze na, mijn vrienden. Halverwege de middag kwamen de appjes binnen: Boris en Arie met cognac. Boris en Arie met popcorn en een 3-D bril.

Vandaag viert mijn zoon Nadim zijn zesde verjaardag. Er komen klasgenootjes naar ons huis en een paar uur lang zal de eerste vorm van vriendschap om me heen razen. Het soort vriendschap dat oneindig lijkt, waar nog geen afscheid in besloten ligt.

Hoe mooi ik dat ook vind: ik ben meer gaan houden van het soort vriendschap dat me blij, maar ook verdrietig maakt.

____________________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Een eigen leven

Vorig jaar verscheen mijn eerste en hopelijk enige autobiografische roman Het Jasje van Luis Martín. Luis, een van de hoofdpersonen, was een grote inspirator voor mijn overleden vriend Gijs Thio en daardoor ook voor mij.

Ik heb Luis nooit ontmoet en beschikte over geen enkel hard feit toen ik begon te schrijven, maar bouwde mijn personage op uit alles wat Gijs me met de jaren over hem heeft verteld. Toen ik in Madrid was om Martíns dochter toestemming te vragen voor het gebruik van haar vaders naam en mijn versie van hem beschreef, bleek die heel aardig te kloppen met de echte Luis Martín Murillo.

Maar mijn Luis was van een andere soort: hij was niet echt.

Kunstenaar Floris Tilanus maakte voor Van Oorschot het mooie boekje Zoals het is, en is deze dagen bezig met een enorme tekening op de afgetimmerde gevel van een winkelpand in de Utrechtsestraat. Gisterenavond aten Elena en hij bij ons. Toen we hun natte jassen hadden aangenomen zei Floris dat hij nog een immaterieel cadeautje voor me had.

Met een lange wijsvinger bladerde hij door zijn telefoon en liet me zien hoe ver hij met het schuttingproject was. Een aantal panden en een stoep stonden er al, de trambaan liep nog een witte leegte in. Het deed iets met me om een deel van mijn stad door Floris getekend te zien. De straat was dezelfde, maar díeper, ergens. Floris had aan het beeld een eigen warmte toegevoegd.

Ik dacht aan echte plekken en personen; aan wat een schrijver of tekenaar van ze maakt. Minder dan echt, maar ook méér dan dat.

‘Kijk eens naar dat bordje,’ zei Floris, en zette zijn nagel op het scherm.

Luis Martín, stond er. Spaanse delicatessen.

Laura’s Martín was die van Gijs geworden, die van Gijs werd de mijne en nu had Floris hem een winkeltje in Amsterdam gegeven. Soms moet je mensen even knuffelen.

Zie je wel, dacht ik, Luis Martín Murillo, dat je bestaat.

____________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Aska Hayakawa"
    Aska Hayakawa

    Aska Hayakawa groeide op als third-culture kid in Leiden. Haar verhalen gaan over eenzaamheid in het kapitalisme en de hedendaagse zoektocht naar geluk. Deze zomer studeert ze af van de studie Writing for Performance aan de HKU met het avondvullend toneelstuk Pièce de Résistance! en een scriptieonderzoek naar werkbare kwetsbaarheid. Eerder schreef ze theaterteksten voor Cecilia Moisio Company, Club Guy & Roni, Maas Theater en Dans en Bosfest. Haar kortverhalen werden gepubliceerd bij DIG, De Gids, Tirade Blog en De Revisor. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman bij Uitgeverij Pluim.

    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Milo van Bokkum"
    Milo van Bokkum

    Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994)  is economieverslaggever bij NRC.

  • "Foto van Anja Sicking"
    Anja Sicking

    Anja Sicking schrijft romans en essays. In haar laatste boek, De visionair, onderzoekt ze via de verbeelding
    hoe de toekomst eruit zou kunnen zien.