Soorten geluk

Het was nieuwjaarsdag. Tussen de vuurwerkeilanden door koerste ik met mijn gezin naar het Westerpark om Otis de Hond uit te laten, die Oud en Nieuw bevend onder ons bed had gevierd.

Nadim hield mijn hand vast en B duwde Ada voor zich uit in de extreem dure babywagen die mijn schoonouders voor ons hebben gekocht. Voor het eerst sinds mijn veertiende, besefte ik, begon ik een nieuw jaar zonder kater.

Er was een fantastisch feest in de Amsterdam Toren geweest, maar ik was niet gegaan. Lieve vrienden waren bij ons langs gekomen; we hadden gegeten, wijn gedronken en hen tegen enen uitgezwaaid.

Op de Marnixstraat sjokten groepjes mensen die duidelijk wél van feestjes kwamen. Ik dacht aan mijn negende verjaardag, waarop ik een keus had moeten maken tussen een kindercadeau of iets voor grote jongens. Na lang twijfelden koos ik een cassettedeck.

Het apparaatje glom als science fiction en had blauw gaas voor de speakers. Toen ik het uitpakte moest ik keihard janken omdat ik besefte dat een periode van mijn leven voorbij was. Die middag nam mijn moeder me mee naar de speelgoedwinkel en liet me ook nog iets van Playmobil uitzoeken. Het werd een dubbeldikke verjaardag, maar toch voelde het niet zo.

Otis de Hond hurkte om te kakken en mijn oog viel op een reepje pasfoto’s. Ik pakte het van de stoep en keek naar een viervoud van twee blije gezichten. De foto was nieuw, want ongekreukt. Omdat je al jaren geen zwartwit meer kunt gebruiken voor identiteitsbewijzen, moest er ergens op een feestje een ouderwets pasfotohokje gestaan hebben, waar dit stel een muntje in geworpen had. Het feit dat ze geen jassen droegen bevestigde mijn vermoeden.

Even voelde ik die draaikruk onder mijn billen, haar gewicht op mijn schoot. Ze was te enthousiast, te onrustig om helemaal te zitten en leek daarom vederlicht. De jongen zei iets, het meisje glimlachte, het kastje ging flits.

Ik dacht aan Playmobil en cassettedecks. Aan het soort geluk dat bij elke fase hoort.

__________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Liever strijdend

Iedere keer als ik mezelf of iemand anders hoor zeggen dat het niet erger kan dan 2016, klop ik het snel af. Hoe dramatisch het afgelopen jaar ook was, en verschrikkelijk was het, ik hou er altijd rekening mee dat het nog erger kan. Ik bedoel, had iemand ooit gedacht terug te verlangen naar de jaren Balkenende? Juist.

Dus dit komende jaar gaan we het meemaken. Worden we overgenomen door de non-valeurs, de wachtgeldzoekers, de aspirant-fascisten of blijkt er nog een grote, geestelijk gezonde groep mensen in het land die het tij kan keren? Ik vrees het ergste.

Het zal wel weer een jaar worden met veel nepnieuws, veel door zogenaamde journalisten racistisch gevoede hysterie en leugens en een politieke elite die erachteraan hobbelt.

Als je het als land moet doen met een premier die doodleuk beweert dat kerst onder druk staat, kun je je maar net zo goed gewonnen geven. Dan heb je eigenlijk al verloren.

Maar ja, om nu een zorgvuldig opgebouwde beschaving en rechtstaat zomaar te laten afbreken door piemelroepende hordes die verpest zijn door decennialange vrede en veiligheid en nu hardop fantaseren over oorlogje voeren, is ook zo wat.

De handen gaan daarom maar weer uit de mouwen. De schulp gaat eraf. Als we ten onder gaan, dan liever strijdend, want  in een land waar Wilders, Asscher, Rutte, Baudet, Dijkgraaf, Roos, Seegers of Buma het voor het zeggen hebben, zal er geen licht meer schijnen. Hou aan, dat licht. Zorg dat het niet dooft.

—-

hassnaebouazza-foto-annelies-verhelstHassnae Bouazza is journalist, columnist, vertaler en programmamaker. Ze was regisseur en eindredacteur van de zesdelige documentaireserie Seks en de Zonde en heeft haar eigen online glossy Aicha Qandisha.
Foto: Annelies Verhelst

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Tirade 465 is verschenen!

Aan de vooravond van ons jubileumjaar is Tirade 465 verschenen. Op de valreep, mogen we wel zeggen, nog net binnen de perken van het oudejaar. Die gimmick hadden we vorig jaar ook, toen ons kerstnummer (461) wel heel laat in december verscheen.

In haar inleiding bij Tirade 465 schreef redacteur Anja Sicking:

Volgend jaar wordt Tirade zestig. Een leeftijd die nog geen van de redactieleden heeft bereikt, maar wel een paar van de schrijvers die voor dit nummer een bijdrage leverden. Zo toont Carel Peeters (’44) met weer een spetterend stuk dat zijn schrijfconditie uitstekend is. Ook Paul Gellings (’53) blijft Tirade (’57) voor. Hij schreef een bijzonder verhaal waarin een houtkacheltje bepaalt wie blijft en wie niet.
Drie lang na de oprichting van Tirade geboren schrijvers, allen uit de jaren tachtig, laten zich van een andere kant zien. De alleskunner Wytske Versteeg debuteert als dichter. De voor haar prozadebuut met de Anton Wachterprijs bekroonde Roos van Rijswijk schreef een essay waarin ze haar pas verworven kennis over schapen die op hun rug liggen in verband brengt met het engagement in de Nederlandse literatuur. En Marko van der Wal schreef dit keer geen redactioneel maar een treurig stemmende tirade over medische adviezen.
Merijn de Boers bijdrage is oud en jong tegelijk, van hem ‘De Jaguar’, een virtuoos geschreven verhaal naar ‘De calèche’ van Gogol.

In Tirade dit keer ook veel en indrukwekkende poëzie, van Gerda Blees, Laura Demelza Bosma, Edwin Fagel en Delphine Lecompte; een vertaling van een verhaal van Aleksandr Skorobogatov en een reportage uit Manilla van Wojciech Tochman. Ten slotte twee verhalen van Hans Depelchin en één van Bram de Ridder. Illustraties door Chantal van Heeswijk.

Mooier kan het jaar niet eindigen, of – al zeggen we het zelf – het nieuwe niet beginnen. Met de wens dat het laatste nummer van de jubileumjaargang hopelijk wel op tijd zal verschijnen, sturen we al onze lezers het nieuwe jaar in. Pas op je vingers (anders bladert het zo lastig), en alle goeds en veel leesplezier in 2017!

Marko van der Wal

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.

Een begin #3: brieven

 

Deze brief zal je overvallen. Alles wat ik van je had was een naam. Ik vond je adres op het internet, zag je straat en huis vanuit de ruimte en wenste dat je gelukkig was onder dat kleine bruine pannendak. Ik zette mijn wijsvinger tegen het scherm, sloot mijn ogen en wenste het hardop. Ben je gelukkig?

Ik ben je nooit vergeten omdat je mijn eerste liefde was. Bizar hoe moeilijk het na al die jaren is dat op te schrijven. Hoe eng het nu nog is te zeggen dat het meisje dat ik ooit was van je hield. Ik herinner me je grote bos blond haar, je zachte ogen en de ruimte tussen je tanden die bij elke glimlach zichtbaar werd. Dat zullen je melktanden zijn geweest, nu ik erover nadenk. Het litteken in je wenkbrauw zal groter zijn geworden.

Ik ben je een uitleg verschuldigd, maar het licht in de kamer lijkt te dimmen en de pijn neemt toe. Naast me op de matras lonkt de bediening van de morfinepomp. Zo gaat het al dagen: ik schrijf tot denken onmogelijk wordt en druk dan op het gele knopje om te kunnen slapen. Tussen de pijnpieken en verdoofde dalen door reik ik ver buiten de muren van de kamer, soms zelfs naar de andere kant van de wereld.

Elias. Geen idee hoe lang ik net geslapen heb. Mijn vingers tintelen en mijn mond is droog als karton. Met details wil ik je niet vermoeien, maar in een geval als het mijne blijken de protocollen een peuleschil. Ze hebben me een datum en – bij benadering – een tijd gegeven.

Over tien dagen zal het zijn alsof ik nooit bestond. Op de ochtend van de elfde dag is dit bed leeg, de apparatuur die over me waakt herbestemd, samen met daadkrachtige Anniek en lieve verstrooide Sadiqa. Al mijn spullen zijn verkocht. Ik dacht dat het op zou luchten, maar met het afvinken van elk losse eindje groeide mijn verlangen naar eindjes die me met de wereld verbinden en het spijt me voor je, maar jij bent er een.

Buiten het raam van klas 1B begon de zon door de mist te dringen. De eerste stralen betastten het koude glas en maakten condens van onze adem waarvan de druppels een plasje vormden op de vensterbank. Ik doopte er mijn vinger in en stak hem in mijn mond. Zoet en helder water was het, zonder een hintje pindakaas of Colgate of een van de andere dingen waar kinderadem naar kon ruiken. Juf Kerstens had ons die week uitgelegd waarom onze adem in de winter wolkjes vormde en wat wolken waren en ik zag de klas als zee; de ruit als het gebergte dat de wolken dwingt te stijgen tot ze afkoelen en regen worden.

De deur van het klaslokaal ging open en je kwam binnen met het schoolhoofd zo dicht achter je dat je op zijn tenen leek te staan.

‘Dit is Elias Bruinsma,’ zei de directeur. ‘Hij is nieuw.’

 

Ik werk toe naar een nieuwe roman. Op woensdagen publiceer ik hier af en toe een mogelijke bladzijde. 

__________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Mijn eerste ku(n)s(t)

afb: Google Streetview

Het is heel makkelijk op te wekken; onderbuikwoede. Iedereen die zegt dat-ie het niet kent liegt, of geeft er een andere naam aan – en terecht, want dat hele ‘onderbuik’ klinkt zo organerig en menstruatie-ish. Pop-up-verontwaardiging, machteloosheid als een niesbui, het gevoel tijdens een wandeling onverwacht over een plasje ijs uit te glijden en goddomme op je hoofd terecht te komen (kwaad kijken naar eventuele onschuldige omstanders en het bewuste plasje is onvermijdelijk).

Nieuws lezen en je handen omhoog willen gooien en ‘naaaaah!’ willen roepen omdat – en dan moet je dus eigenlijk na gaan denken over andere dingen dan je eigen reptielensentiment – ze X van je af willen nemen, of Y over je uit willen storten.

Zelf ben ik gevoelig voor de nostalgische variant van instantkift, het afnemen van iets wat altijd (dat wil in mijn geval zeggen: eenendertig jaar) bestaan heeft. En hoe ouder je wordt (moment, ik doe even mijn kunstgebit in), hoe meer er bij je is gaan horen. Mensen, ja, maar ook gebouwen ook al zijn ze lelijk en onveilig, zwarte pieten ook al zijn die dom en kwetsend, bermkunst, winkels die niet meer lopen, grachten die gedempt worden, klimrekken waar je nooit meer een voet op zou zetten omdat je alleen al bij het idee een heup breekt. Tv-programma’s, parfums, frisdrank, candybars.

Ik zeg niet dat je alle verandering alleen maar omdat je tegen je innerlijke bekrompen holenmens wilt vechten maar toe moet juichen. Je moet ’t per geval beoordelen en dan ook nog in acht nemen dat je niet de navel van het universum bent. Is lastig, ja, kost tijd, en vereist vooral dat je je emotionele F-sider kunt herkennen. Neemt niet weg dat je op zwakke momenten nog grienend door de buurten uit Je Jeugd kunt lopen en die snackbar die achteraf een drugshol vol illegale prostitutie bleek hartstochtelijk kunt missen. Ja, dat hol staat symbool voor een tijd waarin Paars regeerde en je knieën nog niet kraakten, maar misschien hadden ze ook wel de beste bananenmilkshake van het land, en jij kan het weten, je hebt ze allemaal geprobeerd en zal na je dood terugkeren als klopgeest omdat je nooit meer diezelfde bevrediging hebt kunnen ervaren na het drinken van zo’n kartonnen beker nepijs met nepbanaan.

Enfin, dit allemaal ter verdediging van mijn eigen oergehuil; ZE GAAN DE KUS WEGHALEN!!1!één!!1

De Kus is een beeld van Jeroen Henneman, wat ik niet wist, ik kende alleen De Kus. Het was, durf ik met enige zekerheid te zeggen, het eerste kunstwerk waarvan ik wist dat het een kunstwerk was. Als iemand in mijn buurt ‘kunst’ zei, zag ik De Kus voor me. Als we erlangs kwamen in de auto van bekenden (de eerste auto in ons huishouden kwam geloof ik toen ik een jaar of negen was, of misschien haal ik nu mijn jongere broer en onze eerste auto door elkaar) moest mijn moeder uitleggen waarom iets ook kunst is als het niet precies lijkt, geen fotorealistische weergave is. En we bleven naar buiten kijken tot De Kus een kus werd. Ik denk dat De Kus simpelweg het dichtstbijzijnde kunstwerk was, overigens, net als dat het ING-kantoor in De Amsterdamse Poort het dichtstbijzijnde bijzondere gebouw was. Volgens internet wordt dat gebouw in de volksmond ‘het zandkasteel’ genoemd, maar ik herinner me ‘de rots’. Ik vind het nog steeds prachtig, het is mijn lievelingsgebouw.

1024px-ing_bank_headquarters_at_amsterdamse_poort_02Wrang genoeg moet De Kus weg omdat ING – ze verlaten die rots namelijk in 2019 – er een kantorencomplex gaat bouwen dat geen kus voor z’n deur duldt. Het beeld zal, volgens een nieuwsbericht op de site van Het Parool, opgeslagen worden tot er een nieuwe eigenaar gevonden wordt, en dan ook nog een geschikte locatie.

‘Naaaah!’ gilde ik, met mijn handen omhoog, toen ik het las. En toen ik ging nadenken besefte ik waarom ik het riep, namelijk omdat mijn simpele ziel er nostalgische waarde aan toekent, en ik bedacht me dat de ING misschien wel een heel goede reden heeft ’t kunstwerk weg te halen, maar eigenlijk kan me dat niet zoveel schelen want – o, instantkift – zij zijn groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk. Vanuit de grond van mijn onderbuik (gatverdamme, mensen): ik wil m’n Kus houden. Moge de weldoener met veel te veel geld en een bovenmaatse, aan een autoweg gelegen tuin zich vlug melden. Ondertussen hoop ik dat het waar is wat ik las; dat de rots, of het zandkasteel, een appartementencomplex zal worden. En dat het dan heel betaalbare huizen worden of ik onverhoeds heel rijk word, zodat ik, ondanks het feit dat mijn eerste kunstwerk niet meer in de buurt staat, op een goede dag midden in mijn eigen nostalgie zal kunnen wonen.

*Afbeelding De Kus: Google Streetview

roos-van-rijswijk-foto-irwan-droog-kleinRoos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Kaders

Zomerhitte drukt zwaar op de lucht en de bloedsomloop, maar desalniettemin snellen de mensen door de straten. Men zwaait en lacht naar elkaar of dribbelt op de plaats van ingehouden opwinding. Mannen slepen met dozen limoenfrisse champagne, vrouwen grissen feestjurken van de rekken en CEO’s strooien presentjes op de bureaus van hun werkbijen. Terwijl kranten de laatste duo-interviews vol bezinning voorbereiden, geeft de Kamer spontaan een klap op het kinderpardon.

‘Is de duizend euro van Rutte uitgekeerd?’ snuift Peter van Straaten onderuitgezakt op een bankje naast God, ‘of heeft Wilders zich voorgoed in een kibboets teruggetrokken?’
‘Nee’, lacht God, ‘ik heb kerst vervroegd. Nog een jaar zo’n grafstemming trek ik niet. Steve heeft met een zero-day aanval alle kalenders gemanipuleerd, en nu denkt iedereen dat het dit weekend kerst is.’

Doden voegen zich op de bankjes om hen heen en genieten van het schouwspel dat zich op de grond voltrekt. Er staat een file voor het verzorgingstehuis; oudjes worden in rijen naar buiten gereden en ingeladen, hun ogen dichtgeknepen tegen het plotselinge zonlicht. Bij het asiel wordt gevochten wie de laatste valse pitbull mag adopteren en zwervers laten zich vrolijk meenemen voor etentjes bij wildvreemden thuis. In de achtertuinen van vinexwijken begint zich een gekaveld patroon van feesttafels en lampionnen af te tekenen, terwijl vervreemde families hun harnas op een kier zetten.

Petrus komt aanlopen en ploft neer. ‘Dat wordt een rustig weekend, baas.’
God lacht. ‘Ken je het verhaal van de mier en de cirkel?’
‘Nee.’
‘Als je een mier op een wit vel papier zet en je tekent een cirkel om hem heen, blijft hij binnen de lijnen.’
‘Weet je’, zegt Johan Cruijff terwijl hij een wolk rook uitblaast, ‘je gaat het pas zien als je het doorhebt.’

roxane-van-iperenRoxane van Iperen is jurist en schrijver. Afgelopen jaar was ze gastcorrespondent Brazilië voor De Correspondent en verscheen haar debuutroman Schuim der Aarde (Lebowski). http://depleitschrijver.blogspot.nl

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Ida Blom"
    Ida Blom

    Ida Blom schrijft proza en essays. Haar werk verscheen op papieren helden.

  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.

     

  • "Foto van Gilles van der Loo"
    Gilles van der Loo

    Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.