Hoe het ook had kunnen zijn 4

Ik fiets aan het einde van de langste dag van het jaar naar huis, eerst over de Amsterdamse brug en dan over de Schellingwouderbrug. De dag leek niet veel langer dan andere dagen. Dat is ‘ie ook niet, hij is lichter. Boven me zit in de zwartblauwe lucht een scheur; blauw, roze, oranje, paars en het fietsen over die bruggen is nog mooier dan anders. Ook omdat het heel rustig is trouwens, er komt maar heel af en toe een auto langs en één keer word ik midden in een refrein (ik zing graag op lange lege stukken asfalt) omver gereden door een bezopen Spanjaard die me puta noemt. Zijn vloek ebt weg en bovenop de tweede brug sta ik stil. Ik kijk over het water (zwart) en hoor een feestje (ver) en herinner me alle keren door elkaar dat ik hier eerder stond. Meestal overdag en meestal met meer verkeer achter me en voorbijflitsende fietsers die even kijken waarom ik van m’n fiets stap. Toeristen die vragen of ik een foto van ze wil maken. Dikke kereltjes in fietspakjes en met van die helmpjes op hun pedante hoofden die iets roepen over m’n fiets of mijn kont. Maar altijd dat fenomenale uitzicht met boten, water, vaak een mistgrijze waas over het IJ.

Dit is veruit de beste tijd om op een brug te staan, bedenk ik me. Even rijdt er niks en is de stilte op dat verre feest na compleet; het voelt zo onwerkelijk dat het lijkt of ik omhoog zal zweven als ik mijn adem in zou houden – als een ballon over het water, stel ik me zo voor. Ik houd mijn adem in. Achter me, op het fietspad aan de andere kant van de weg, klinkt het remmen van een oude fiets. Ik adem uit.

Het is een jongen van mijn leeftijd gok ik (op je negenentwintigste ben je als man nog een jongen, of een kerel, als vrouw ben je dan echt geen meisje meer en alleen voor winkelmedewerkers ‘jongedame’) en hij smijt die oude fiets op de grond. Met zijn rug naar me toe staat hij en hij leunt over de reling en roept iets over het water. Het klinkt of hij antwoord verwacht maar het blijft stil. Hij roept nog eens en nu versta ik hem. God is lijden, God is lijden, God is lijden. Het roepen wordt schreeuwen en daarna janken. Ik ben bang dat hij naar beneden zal springen, dat hij stenen in zijn zakken heeft of gewoon besluit niet meer boven te komen; op wilskracht water in te ademen. God is lijden, brult hij en zijn stem slaat over, God is lijden. Hij zet een been op de reling. Ik durf niet naar hem toe te gaan omdat ik ook bang ben dat ik zelf in het IJ eindig – het is kiezen of delen, op zo’n moment.

God is lijden. Hij probeert op de reling te staan maar hij doet het niet, hij durft alleen te zitten met zijn benen boven het water. God is godverdomme lijden. Het klinkt steeds zachter, wat hij zegt. Ik wacht voor de zekerheid tot hij zich aan de goede kant van de reling laat zakken, zijn fiets voorzichtig van het fietspad haalt en wegfietst, het oosten van de stad in.

 

________________________________________________________________________

 images

Roos van Rijswijk schreef columns, sfeerverslagen en interviews voor Advalvas, toneel voor Theatergroep Thomas en proza voor o.a. Tijdschrift Ei, De Revisor, Slang en Tirade. Ze studeerde Nederlands en literatuurwetenschap aan de VU. Op dit moment werkt zij aan een roman.

Dit was haar laatste gastblog voor Tirade.

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

In de Oorshop

Tirade 455 – de nabije toekomst

Tirade maakt vijf nummers per jaar. In een liefdesrelatie zou het ondenkbaar weinig zijn. Maar voor een literair tijdschrift vinden we het heel respectabel.

Voor 2014 hebben we nog twee nummers in voorbereiding:  Tirade 455 en Tirade 456. 

Tirade 457, het eerste nummer van 2015, wordt, net als het eerste nummer van 2014, een internationaal georiënteerde special – na de zomer zullen we je er nader over berichten.

‘Dus? Wat is nou de boodschap?’

‘Dat we niet uit onze neus zitten te vreten.’

‘Mooi.’

Tirade 455 verschijnt half augustus 2014. Tirade 456 in november.

Tirade – intellectueel marktleider.

‘Waar kan ik me abonneren?’

‘Aan dit loket.’

Tirade stapt niet over naar De Weekblad Pers Groep.

Tirade wordt uitgegeven door het zelfstandige Uitgeverij Van Oorschot.

In 2016 bestaat Tirade zestig jaar.

Soundtrack: We are the champions.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Boekenbank

IMG_4051 2Het was niet anders. Er moesten boeken weg. Eigenlijk was het de schuld van mijn vriend Lourens, of eerder van diens knie. 

Dertig jaar lang dreef Lou een meubelbouwwerkplaats onder het spoor aan de Haarlemmerhouttuinen. De laatste zes jaar had ik een eigen sleutel. Door de superdure en laserprecieze Duitse zaag- en freesmachines die er stonden was alles wat ik kon bedenken met gemak te maken. Onze eettafel heb ik er gebouwd, ons bed, de wasemkap en de rest van onze keuken.

Veruit het vaakst maakte ik kasten voor mijn immer uitbreidende verzameling boeken. De boekenkast-to-end-all-kasten was een mastodontisch ding dat ik met veel geduld en meetwerk in trappenhuis paste. Toen het gevaarte stond zei Birre dat er nu geen muur meer over was. Een volgende boekenstelling zou voor een raam of deur komen te staan. 

‘Die tweede plee op zolder is natuurlijk niet echt nodig,’ zei ik.

‘Misschien moet je wat boeken wegdoen,’ zei Birre.

IMG_4052

Daarna praatte ik een tijdje niet met haar. Maar in het door de boekenkast vernauwde trappenhuis moesten we vaak dicht langs elkaar bewegen, en dan ga je op den duur toch dingen als ‘Ik ga wel rechtsom’ of ‘Sorry’ zeggen. 

Uiteindelijk kocht ik taartjes om het goed te maken. Ik zag ook wel in dat ik me rigide had opgesteld. Na wat inleidend gekeuvel en een gemompeld excuus schoof ik een nieuwe bouwtekening naar haar toe.

‘Kijk,’ zei ik, en wees naar de haarfijne potloodlijnen. ‘Als ik de schappen een beetje bij de ramen vandaan houd, hoeven we niet veel daglicht te verliezen.’ 

Ze zuchtte. Schudde haar hoofd en schoof het taartje van zich af. 

‘Afgesproken,’ zei ik. ‘Fijn. Ik bel Lou even of ik in de werkplaats kan.’

Het werd meteen duidelijk dat ik Lourens te lang niet gesproken had. Niet alleen bleek de toestand van zijn knie – die toen we elkaar leerden kennen al versleten was – verergerd, ook om andere redenen had hij besloten de werkplaats te verkopen. Aan het einde van de maand zouden er geen machines meer staan. 

‘Jezus,’ zei ik . ‘Lou. Wat vreselijk voor je.’

‘Vreselijk?’ Hij lachte. ‘Ik wil er al jaren mee kappen en nu  ga ik dat eindelijk doen. Tijd voor andere dingen.’

Ik wapperde mijn plotseling oververhitte hoofd koelte toe met Merijn de Boers De Nacht, waarvoor ik met geen mogelijkheid plaats had kunnen vinden. ‘Tjonge. Wat erg. Echt gruwelijk.’

Zonder Lous Duitse Apparaten was ik een timmerman van niks. Door vaak in de werkplaats te hebben rondgehangen wist ik ongeveer wat een boekenkast op maat kost als je aan de klantkant van het verhaal staat, en ik was niet van plan mijn motor te verkopen om ons overschot te kunnen huisvesten. Tussen de volle boekendozen op de vliering trok ik een ladder vandaan, die ik voor de grootste kast zette. Een voor een ging ik de titels af. Aan mijn voeten wachtte Birre, een banendoos in haar armen.

Na een uur spitten was de doos vol met boeken die ik niet goed gevonden had of waarvan ik me de verhaallijn niet kon herinneren (wat waarschijnlijk betekende dat ik ze niet goed gevonden had). Birre stalde ze uit op ons bankje voor de deur. 

Ik nam Otis de Hond mee naar bet park omdat ik het niet kon aanzien, en toen ik terugkwam lagen er nog drie titels. Will Selfs Grea Area en Great Apes (waarvan ik me niets herinner), en Teju Coles pedante Open City. Als je haast maakt kun je ze nog oppikken.

 

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Wat wil ISIS?

95% van radicale groeperingen maakt gebruik van sociale media, daarop ook veel tegenstanders. Oorlog online.

Wat is de ideologie van ISIS? Het voordeel van een programmatische naam dringt onmiddellijk op de voorgrond. ISIS is de ideologie: Islamic State of Iraq and al-Sham, of de islamitische staat van Irak en al Sham, of de Levant. En wat is de Levant?

Ruwweg het gebied ten oosten van de Middellandse zee, ten westen West van de Euphraat, ten noorden van de Arabische woestijnen en ten zuiden van het Taurus gebergte.  De klassieke Arabische naam voor Syrië is  Sham (Arabisch : الشام‎ ash-Shām of  al-Shām, ook wel  Cham onder Franse invloed.

En wat moet er in dat gebied gebeuren? In een baaierd van ook heel akelige websites vond ik er een Arabisch ogende in het Engels schrijvende tegenstander die dit zegt:

‘De groep in kwestie is onderdeel van wat je de “global jihad” zou kunnen noemen. Deze beweging is een niet een samenhangend geheel,  niet georganiseerd in een strikt centrale hiërarchie, maar eerder gedefinieerd door een gedeelde ideologie. Deze ideologie heeft als doel een ​​systeem van bestuur dat  bekend staat als ‘het Kalifaat’ – een islamitische staatsvorm die tot stand kwam na de dood van Mohammed onder Aboe Bakr en die het laatst gerealiseerd werd in het Ottomaanse Rijk in de moslimwereld te herstellen. Daarna  is het de bedoeling om het kalifaat over de hele wereld te verspreiden.

Dit wereldbeeld is een van de vele antwoorden die geformuleerd is op een vraag die in de hele moslimwereld leeft: namelijk, wat is de oorzaak van de neergang van de islamitische wereld en de Arabische wereld in het bijzonder in tegenstelling tot het schijnbare succes van het Westen sinds de negentiende eeuw? Het antwoord van  ideologen van de ‘mondiale jihad’ beweging is dat de oorzaak van deze kentering is geworteld in het gegeven dat islamitische wereld afgeweken is van het pad van de islam door het niet uitvoeren van de islamitische wet en bovengenoemde bestuursvorm.’ Het is dus een restoratieve beweging.

Op een filmpje werd ik mijns ondanks nogal geraakt door een Engelssprekende jihadist die zegt dat als je in het Westen woont en een gevoel van depressie gewaar wordt, dat hij dat begrijpt, en dat aansluiten bij de strijd die depressie wegneemt. Begrijp ik waarover hij het heeft? Ja. Moeten we daar tegen strijden. Ja.

95% van de radicale islamistische groeperingen maakt gebruik van sociale media, op die sites naast voorstanders ook heel erg veel islamistische tegenstanders. Ik ben vergeten wie mij in de jaren ’90 meldde dat voordat de jihad naar het westen zou komen, ze het eerste nog heel druk zouden krijgen met elkaar, de sjiieten en soennieten onderling. Q.E.D.

Dat de ‘Islamitische Gouden Eeuw’ van  de eerste vijf eeuwen al heel sterk beïnvloed was door het kopiëren of overnemen van westerse, vooral Griekse  invloeden onder de Abbasiden telt natuurlijk niet voor deze strevers, zo zien zij dat niet.

Dit beetje informatie had ik even nodig want ISIS was een week of wat terug volledig nieuw voor mij en ik miste de aansluiting met wat de club wilde. Wel zag ik heel veel nieuws langskomen. Sinds ik twee dagen terug begon met Alain de Botton Nieuws een gebruiksaanwijzing, ben me  ik sterker dan ooit bewust van de eigen verantwoordelijkheid van de nieuwsconsument. Ik neem me dus voor minder reactief maar meer zelf zoekend aan informatie te komen. Alain de Botton wordt vast her en der als te makkelijk en de populariserend gezien, maar voor mij is hij toch steeds vaker koning Midas: wat hij aanraakt wordt goud. Hij is niet de eerste die deze dingen meldt, wel de helderste.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Het diner

‘Nee, nee… weg met die camera… niet weer makkelijk scoren met een poezenfoto…’

‘Hè, Poes… doe niet zo kattig!’

‘Je bent een parasiet! Een oplichter! Een dief! Je probeert mijn schattigheid te gebruiken om je eigen lelijke, domme menselijkheid een beetje te verzachten… innocent by association, mmm?… Daar doe ik mooi niet aan mee… Dat zou je wel willen hè? Een foto van een poes en hup… iedereen in katzwijm… hè shit, nou begin ik zelf ook al met die flauwe woordspelingen.’

‘Nou Remco Campert, Willem Frederik Hermans en Rudy Kousbroek hebben – ’

‘Dacht jij dat Ilja Leeuwenkat Pfeijffer de Whiskas Literatuurprijs 2014 zou hebben gewonnen als ie kattenplaatjes in z’n dikke leesboek had gezet? Nee. Daar trappen echte intellectuelen niet in jongen, knoop dat maar in die grote, kale oren van je… Hup, en… actie!’

Venetië

Mijn vriendin leest een stuk van Bernard Hulsman over de door Rem Koolhaas gecureerde architectuurbiënnale in Venetië waar we binnenkort naartoe gaan. Voor deze blogpost/mijn imago/het merk Tirade zou het sterk zijn als ik nu een boek over, bijvoorbeeld, het kleurgebruik bij Tintoretto zou bestuderen. Maar de waarheid is dat ik op de bank lig. Met mijn rechterhand aai ik Poes, die op mijn buik ligt. Met mijn linkerhand verplaats ik chips van de grote, open zak Lays Naturel naar mijn mond. Krak, krak.

‘Hé, morgen is ’t alweer maandag… weet je eigenlijk al waar je je blog over gaat schrijven?’

‘Nou… ik was van plan om ’n stukje te maken over een fax die Foster Wallace ooit heeft verstuurd aan een tijdschrift, maar eigenlijk ben ik wel een beetje uitgeschreven over DFW.’

‘…’

‘…’

‘Dus?’

‘Dus ga ik een ander stukje schrijven. Denk ik.’

    Ik rek me uit en kijk naar de lucht. Mooi tennisweer.

‘Ik zou iets over Wimbledon kunnen tikken, maar dan moet ik me nog een beetje inlezen… Iets over The Wes Anderson Collection zou ook wel sympathiek zijn, maar iedere Anderson bewonderaar heeft dat boek allang ingekeken en iedere Anderson bewonderaar die ’t heeft ingekeken, heeft het allang gekocht en verslonden. Een stukje over die nieuwe film van de gebroeders Dardenne zou ook wel interessant kunnen zijn… Deux jours, une nuit, maar ik vrees dat ie veel zwakker is dan Le gamin au vélo… bovendien vind ik ’t zonde om met deze lange avonden in de bios te gaan zitten.’

‘…’

‘Eigenlijk is mijn vakantie dus al begonnen.’

‘Die indruk maak je ook wel, eerlijk gezegd.’

      We lachen.

‘Nou ja, ik zie wel… alles beter dan een stukje over een stukje schrijven, daar heb ik altijd zo’n pesthekel aan.’

Poes kan gedachten lezen. Ze springt van mijn buik op de vloer. Ik kom overeind. Een paar weken geleden heeft Gilles voor de Tirade redactie gekookt, heel erg goed gekookt. Ik heb mijn vriendin beloofd om twee van de vijf gerechten die Gilles bereidde vandaag voor haar te maken. Lamsbouten. En vijgen onder een dak van crumbs, uit de oven. Erg verstandig dat ik die zak chips heb leeggegeten – dat maakt ’t makkelijker om m’n kop erbij te houden achter het aanrecht. Poes volgt me naar de keuken.

Wes AndersonTiradeciao.

Soundtrack: Glenn Gould – Bach, Italian Concerto.

Volgende week: Groetjes uit Harkdorp Venetië.

Hoe het was

(Omdat je sommige dingen niet kunt verzinnen. Of wel, en dat je erdoor ingehaald wordt.) 

I. en ik zitten in de Duitse stad in de kroeg waar iedereen zit. Dat wil zeggen: twaalf van de zesduizend inwoners. Iedereen kent elkaar en achter de bar staan twee meisjes van een jaar of twintig waar iedereen naar luistert. Tegenover ons, onder een scherm met Uruguay – Costa Rica, zitten twee kerels in carnavalskledij. Stomdronken, de één iets erger dan de ander, ze krijgen ruzie in slowmotion. Hun decoraties rinkelen op hun borst (medailles, emaille zwarte katten). Hun steken met de belletjes erop hebben ze op tafel gezet. 

Eén van die kerels hebben we eerder gezien, toen zijn tred nog trefzeker was en we hadden ons afgevraagd waar hij heen ging omdat het geen carnaval kon zijn. Het antwoord kwam in de vorm van alom aanwezige aanplakbiljetten: in alle dorpen in de omgeving worden rond deze tijd Schützenfesten gehouden, schuttersfeesten waarbij het niet zo ontzettend meer om het geschut gaat. 

De Schützenfesters graaien onvast naar elkaars koppen en schelden elkaar uit voor Arsloch en Weib. I. duwt tegen me aan omdat ik hardop lach dus neem ik een slok bier, waarna ik in mijn glas pruttel. Het is in deze stad wel vaker alsof we opeens in een Monty Python sketch terechtkomen. Het schrille contrast tussen het absolute niks (wuivend graan, rijpende kersen, druipende fonteinen, luie katten, een bemost beeld van Sint Nicolaas) en de totale willekeur aan bizarriteiten (met stip op één het zakkenmuseum) maakt me intens melig. 

‘Maak je aantekeningen?’ fluistert I. terwijl ik het bier uit mijn neus snuit. 

We zijn hier omdat ik schrijf over iemand die hier woont. Een personage dat ik helemaal zelf verzonnen heb en dat toevallig heel goed past bij de stad waar we vorige zomer via een hotelaanbieding (‘het is in het buitenland, we doen het!’) terechtkwamen. Eerder op de dag wandelden we naar de plek waar zijn huis zou kunnen staan en bijna waren we er zelf een hut gaan bouwen, zo mooi was het daar. 

Als de meest dronken Schützenfester probeert uit te halen roept iemand de naam van mijn personage. We zetten gelijktijdig ons biertje neer en staren nu ongegeneerd naar het tafereel dat zich voor ons afspeelt. Alsof het afgesproken is komt er een man op (op ja, het lijkt wel een slecht toneelstuk) die er, hoewel een paar jaar ouder, precies zo uitziet als de man die ik al een halfjaar beschrijf. Hij sust rustig de vete tussen zijn vrienden, klopt ze op de schouders, draait zich om naar ons. 

‘Het zijn Hollanders,’ roept een van zijn vrienden met dubbele tong, ‘ze hebben van Spanje gewonnen.’

‘Hablo Español?’ vraagt het personage en begint in het Spaans tegen ons te praten. Hij spreekt het slecht, het wil er niet bij hem in dat we Duits verstaan. Hij blijft de hele avond oeverloos ouwehoeren, zegt wel honderd keer dat ik een interessante jongedame ben (I. wordt steeds breder en ik steeds minder interessant, althans, dat probeer ik) en vertelt over zijn beroep, dat in dezelfde lijn ligt als het beroep dat de man in mijn verhaal heeft. Net als zijn moeizame band met de Spaanse taal, overigens. 

We weten ons los te rukken van de carnavalsvereniging. Op weg naar buiten krijg ik het adres van mijn personage dat zegt: je moet me eens schrijven. 

 

 

________________________________________________________________________

 images

Roos van Rijswijk schreef columns, sfeerverslagen en interviews voor Advalvas, toneel voor Theatergroep Thomas en proza voor o.a. Tijdschrift Ei, De Revisor, Slang en Tirade. Ze studeerde Nederlands en literatuurwetenschap aan de VU. Op dit moment werkt zij aan een roman.  

 

 

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Ida Blom"
    Ida Blom

    Ida Blom schrijft proza en essays. Haar werk verscheen op papieren helden.

  • "Foto van Nicole Montagne"
    Nicole Montagne

    Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.

  • "Foto van Menno Hartman"
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.