Carolina Trujillo zondagse gastblogger Tirade augustus 2014

Ze zit nu nog lekker te chillen in haar hangmat. Maar volgende maand gaat Carolina Trujillo je vanaf deze plek iedere zondag een draai – of een aai – om je oren geven.

Nieuwsfeit: Carolina Trujillo is in augustus onze zondagse gastblogster.  Waarschijnlijk gaat Carolina niet alleen voor ons schrijven, maar ook tekenen.

Aanstaande zondag, 27 juli, mogen we nog een post brengen van onze juli-blogster, Shira Keller, en op zondag 3 augustus plaatsen we de eerste gastbijdrage van Carolina.

Carolina Trujillo

Romancière, scenariste en guerilladochter Carolina Trujillo (1970) publiceerde tot nog toe vier romans. Één in het Spaans – De exilios, maremotos y lechuzas (1991) – en drie in het Nederlands: De bastaard van Mal Abrigo (2002),  De terugkeer van Lupe Garcia (2009) en, dit voorjaar, De zangbreker (2014). Carolina Trujillo is afgestudeerd aan de Amsterdamse Filmacademie.

Voor haar Spaanstalige debuut, De exilios, ontving Trujillo de Argentijnse Colihue Romanprijs. Haar Nederlandse debuut, De bastaard van Mal Abrigo, werd bekroond met de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs 2002. En haar roman De terugkeer van Lupe García werd genomineerd voor de Literatuurprijs van een Grote Boekhandelketen en won de BNG Nieuwe Literatuur Prijs 2010.

Meer informatie over Carolina Trujillo’s jongste roman, De zangbreker, vind je hier. 

Achtergrondinterviews met de auteur lees je bij Vrij Nederland en beluister je via de website van de VPRO.

Tirade – relaxed.

In de Oorshop

Achmed

Maryam zit op de bagagedrager van een kinderfiets. Ondanks de warmte draagt ze de donkerblauwe jas van haar grote zus. In haar armen een spinnende lapjeskat.

‘Deze is van mij,’ zegt ze als ik langs de fietsenrekken loop. Met één hand aait ze de kat over de kop.

‘Wauw,’ zeg ik. ‘Wat een mooi dier.’

Maryam knikt.

‘Als katten blij zijn, dan spinnen ze,’ zegt ze.

‘Dan is deze kat vast heel blij.’

We luisteren een tijdje naar het snorren. Maryam kijkt me trots aan. Ik ben natuurlijk niet zo flauw om te zeggen dat ik nog nooit een lapjeskat heb gezien die zo ontzettend op de lapjeskat van buurvrouw Ellen lijkt als de lapjeskat van Maryam.

‘Hoe heet ie eigenlijk?’

‘Wie?’

‘Je kat.’

‘…’

‘Heb je ‘m al een naam gegeven?’

‘Ja.’

‘Hoe heet ie dan?’

‘Achmed.’

Einde.

Tirade – hoe korter, hoe beter.

Soundtrack (uit de openstaande ramen van Maryams oudste zus Hannou): Myriam Fares – Ghmorni. 

Volgende week: ‘Toeristen zijn schooiers.’ – een citaat. Plus: microfictie. En meer.

 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

‘Is ’t eigenlijk autobiografisch?’

Kees ’t Hart snuffelt wat in zijn boekenkast, trekt er het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders uit tevoorschijn en laat de bladzijdes onder zijn duim door schieten tot hij bij de ‘n’ is aangekomen – je weet nooit. Bladert wat terug naar waar het lemma zou – ‘wel pótverdriedubbeltjes!’ ’t Hart huppelt met zijn psychische stoornissenhandboek een rondje door de kamer, werpt een verraste blik in de spiegel. ‘Nou moe, Kees, daar staat het!’ De verrukking neemt toe wanneer hij het lijstje criteria doorneemt. Opgetogen neemt hij plaats aan de werktafel, waar hij triomfantelijk de eerste twee zinnen van zijn artikel typt: ‘Romans zijn selfies. Romanschrijven komt voort uit narcisme.’

Ik ontmoette Kees ’t Hart vlak voor een radio-uitzending waarin we allebei geïnterviewd zouden worden. Hij kwam op me over als een aimabele man; zachte, doorleefde ogen achter een speels, rond brilletje. Hij was zo vriendelijk me op kalme wijze aan de praat te houden om mijn zenuwen te temperen. Reden van mijn nervositeit: die ene vraag, die nooit niet gesteld wordt, waarop ik nog altijd geen eenduidig antwoord weet, ik ga ervan stotteren en stamelen, en op de radio is dat verdomd hinderlijk: ‘is dat boekje van u nu eigenlijk autobiografisch?’ Nee, is het antwoord, dit is niet mijn levensverhaal, maar ook ja: al mijn personages zijn afsplitsingen van mijzelf. Gê-nant! De calvinist in mij woelt en sputtert. Waarom zou men dat willen lezen? Getuigt het niet van ziekelijke ijdelheid zo’n zelfportret de wereld in te sturen, van verwerpelijk narcisme? Nu, laat Kees ’t Hart daar toevallig afgelopen week een artikel over hebben geschreven. Gretig begin ik het te lezen, in de hoop bij een volgend interview net zo kalm en vredig op mijn beurt te zullen wachten als hij.

Na zijn baldadige openingszinnen vervolgt ’t Hart zijn stuk met een joviale opsomming van auteurs die in hun werk ‘zelf prominent aanwezig [zijn]’. Dat het hier autobiografieën betreft is heel vanzelfsprekend: ‘Grote man in Nederland op narcistisch gebied was uiteraard Simon Vestdijk.’ ‘De Tandeloze Tijd van A.F.Th. van der Heijden is uiteraard een nieuwe mijlpaal.’ Mochten de nog levenden onder de opgesomden zich tegen deze betiteling willen weren, kan ook dit ter bevestiging worden aangevoerd, want – ’t Hart wijst tevreden op z’n Manual – ‘narcisten doen graag net of ze het niet zijn.’ Wie hij niet noemt in zijn opsomming is Kees ’t Hart, schrijver van onder meer tien romans, waarvan hij er enkele volledig baseerde op episodes uit zijn eigen leven, waaronder De krokodil van Manhattan, waarin de held luistert naar de naam Kees ’t Hart. Nee, ’t Hart zit hier als essayist en zichzelf als schrijver opvoeren zou maar gaan rieken naar ijdeltuiterij.

Het komt weleens voor, zo piekert ‘t Hart, advocaat van de duivel, dat een hoofdpersonage wel erg weinig gelijkenis met de auteur vertoont… Bezorgd neemt hij de criteria in het handboek nog eens door – geldt de diagnose dan toch niet voor iedere penvoerder? Och, nee, uiteraard! In dat geval is er sprake van een ‘wraakneming: op je vader, je oom, of een vriendin.’ Waarbij ‘je dus toch weer de narcist uithangt.’ ’t Hart is niet voor één gat te vangen.

Criterium drie in de psychische stoornissengids: de narcist ‘believes that he or she is “special”’. Hé, laat dat nu ook gelden voor de hoofdfiguren van die verwaande schrijvertjes! Meneer ’t Hart wordt er een beetje moe van, hij hoeft maar een willekeurig werkje open te slaan of hij slaat al aan het zuchten en geeuwen: ‘Centrum van de plot is de een of andere held, die zich bijzonder voelt.’ We horen zijn verveeld geblaas nog net niet uit het blaadje opklinken. De essayist specificeert: ‘seksueel aantrekkelijk bijvoorbeeld, of juist helemaal niet.’ Nee, doet u ’t Hart maar een personage dat hoogst normaal is en maak hem in godsnaam niet te aantrekkelijk, noch onaantrekkelijk. Pedanterige aanstelleritis, die ‘bijzondere’ personages.

Nog zo’n wijsheid uit ’t afwijkingenboek: de narcist ‘beschikt over een gering scala van emoties’. Nog een hele prestatie dat de auteur er desalniettemin af en toe in slaagt iets los te maken bij zijn lezer. Mócht zo’n kouwe schrijfkikker dan toch eens blijk geven van enig temperament, dan is dat wanneer deze uit de slof schiet, ‘woedend op in [zijn] ogen slechte kritieken’, want als het narcistengebroed érgens allergisch voor is, dan is het kritiek. Zelf kan hij (de recensent) daarover meepraten, want hij heeft ‘nog nooit een brief of e-mail van een schrijver [ontvangen] waarin hij (de schrijver, SK) [hem] (de recensent, SK) gelijk gaf over een [negatieve, SK] recensie.’ Hier steekt de deugniet de hand groothartig in eigen schrijversboezem: ‘Zelf schreef ik zo’n brief trouwens ook nog niet.

De pikante conclusie van het stuk: alle schrijvers zijn narcisten, die hun beroep uitoefenen met geen ander doel dan zichzelf ‘in het centrum van de belangstelling’ te plaatsen. De schrijver: exhibitionist. De lezer: een voyeur, die zich ‘maar al te graag door de belevenissen van de Ander laat meeslepen’.

Gelaten leg ik het blad terzijde. Ik heb er geen moeite mee mezelf als narcist te bestempelen, maar het lukt me niet me te herkennen in de schrijver, noch in de lezer, die ’t Hart portretteert. Wanneer ik een boek goed vind, gaat het niet over de Ander, zoals ’t Hart veronderstelt, niet over de schrijver. Een goed boek gaat, altijd, (oh Vanitas!), over mij. Hoe preciezer en waarachtiger de auteur zijn personages vormgeeft – autobiografisch voor mijn part – hoe helderder de spiegel.

Elders in hetzelfde weekblad lees ik even later een interview van Anne Branbergen met Italiaans filmregisseur Ettore Scola (bekend van o.a. Una giornata particolare). Narcisme is het overkoepelend thema van de uitgave, dus ook Scola wordt met de materie geconfronteerd. ‘Nee,’ zegt deze resoluut, ‘de autobiografie als zodanig interesseert me niet.’ De interviewster doet een poging de man uit de tent te lokken, maar van defensiviteit is in zijn antwoorden geen sprake. ‘Het is in mijn beroep onmogelijk niet autobiografisch te zijn,’ legt hij uit, ‘maar wat mij betreft moet het wel een universele autobiografie zijn.’

Ettore Scola heeft één zin nodig om het stuk van ’t Hart te ontzenuwen. Want dit is waar het om draait. Ik, narcist, wens niet te lezen over een ijdele schrijver, en nee, ik wens ook niet te schrijven over mijzelf. Maar door afsplitsingen van mijzelf te portretteren (of van mijn vader, of mijn oom, of een vriendin), en er is geen andere methode!, poog ik iets te fabriceren dat ‘echt’ is, zo waarachtig dat het de potentie heeft te raken aan het universele.

‘Ik wilde altijd,’ zegt Scola, en dankbaar prent ik de quote in mijn geheugen voor een volgend interview, ‘de autobiografie van de toeschouwer maken.’

‘Een keihard boek’

VPRO Radio – nooit meer slapen.

Karen de Bok in gesprek met romancière en scenariste Carolina Trujillo. Over De Zangbreker (2014).

 

Afscheid

Als ik de wijk in fiets, de geur van ’t vuur nog in m’n haar, is de zon al uren onder. Ik ben later terug van de tuin dan gedacht. Maar nog wel vroeg genoeg om mijn Turkse overburen uit te zwaaien. Met de volgepakte, opgeknapte Space Wagon vertrekken ze richting Istanbul. Omdat de hele straat al slaapt, claxonneren ze niet. Vanmiddag heb ik het jongste meisje, Özgür, afscheid horen nemen van haar allerbeste vriendin, mijn Marokkaanse buurmeisje Maryam. Ze zaten naast elkaar op een muurtje. Terwijl ik mijn fiets van het slot haalde, hoorde ik Maryam zeggen: ‘Als je doodgaat zien we elkaar nooit meer terug.’

Einde.

‘Wat een kort stukje.’

‘Microfictie. ’t Hipste van ’t hipste.’

‘Kom op.’

‘Sorry… ik heb geen tijd voor iets langers… M’n dochter is op schoolkamp, dus ik eet zo een bordje Brinta met rozijnen en dan sprint ik ’t huis uit om d’r krantenwijkje te lopen.’

‘Dat meen je niet?’

‘Echt wel.’

‘Jezus, wat een ontzettend lieve, toegewijde, onvermoeibare vader ben je toch.’

‘Jij zegt ’t.’

Tirade – daddy dedicated.

‘Want nederigheid is de eerste stap naar geluk!’

Soundtrack: ‘Was mich nicht umbringt, macht mich stärker.’

‘?’

‘What doesn’t kill you makes you stronger. Kelly Clarkson: Stronger. Met dank aan Friedrich Nietschze: Götzen-Dämmerung, oder Wie man mit dem Hammer philosophiert.’

‘…’

‘Dat lied zing ik altijd als ik ontbijt sta te maken voor m’n dochter en zij geen zin heeft om de regen of de kou in te gaan om d’r krantjes te gaan bezorgen.’

‘Clarkson is uit.’

‘Weet ik. En terecht. Maar kinderen vinden ’t vervelend als je laat merken dat je op de hoogte bent van de laatste trends. Al is Nietschze altijd wreed, natuurlijk.’

Volgende week: Kort proza. Een bemoediging voor ‘vakantiegangers’. En meer.

N.B. Ben alweer terug van ’t krantenwijkje! Echt leuk! Kan ’t iedereen aanbevelen… wat een heerlijke manier om je dag te beginnen!

P.S. Lees om de wachttijd tot aan ’t verschijnen van Tirade 455 te doden vooral het nieuwe nummer van nY, nY 22. Interessante stukken van Saskia Pieterse, Christophe Van Gerrewey en vele, vele anderen. Merk op hoe Frank Keizer in elk van de vijf gedichten uit zijn geestige en kritische cyclus onder normale omstandigheden het woord ‘gewoon’ gebruikt, erg grappig.

Disclaimer: alles wat op deze blog onder de naam ‘Martijn Knol’ wordt gepubliceerd is fictie. Martijn Knol is het pseudoniem van een schrijverscollectief dat bestaat uit vijf lekkere wijven  en een atletische man. We hebben alle zes een hekel aan kinderen.

Beeld: Arsenale, Venetië – de muurtekening maakt geen deel uit van de (officiële) expositie.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Plonia Westendorp"
    Plonia Westendorp

    Plonia Westendorp (1998) is verpleegkundige en student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

  • "Foto van Menno van der Veen"
    Menno van der Veen

    Menno van der Veen studeerde filosofie en wijsbegeerte. In 2019 publiceerde hij zijn tweede roman Ontweten bij Van Oorschot. Menno werkt ook als onderzoeker, consultant en trainer op het gebied van democratie, participatie en mensenrechten. Momenteel werkt hij aan zijn derde roman (werktitel Het profetenverbod). Die is naar verwachting klaar in 2022.

  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?