Herstelwerkzaamheid

Mijn kledingkast hangt er rustig bij vandaag (totum pro parte) en er is sprake van mooi licht. Gedane zaken zijn doorgaans gedane zaken, al blijven ze soms lang door etteren – karaktereigenschappen hebben nu eenmaal de vervelende eigenschap dat ze maar moeilijk tot het verleden gaan horen. Als jullie allemaal naar jullie werk zijn heb ik het idee dat de wereld minder leeft, hoewel er per saldo waarschijnlijk meer activiteit plaatsvindt dan ’s avonds. Het lukt mij de laatste tijd niet om over straat te lopen en de dingen te zien als wat ze zijn. Ieder gebouw valt terug in zijn lijnen, elke boom is een blauwdruk van boom, iedere persoon een archetype. Zelf zou ik wel een boegbeeld willen zijn. Maar je moet jezelf belonen als je een beter mens wil worden – voor niets gaat de zon op. Iemand vroeg mij laatst of ik het idee had dat ik de afgelopen jaren sterker was geworden. Nee, dacht ik, niet sterker. Wel vastberadener. Ik kreeg een langere stokkende adem. Ik zal mijzelf belonen tot de herstelwerkzaamheden voltooid zijn. Ik hoef alleen de fundamenten heel te maken, daarna kan ik iemand anders zijn.

 

Zoals in dit gedicht van Dorothea Lasky:

 

The legend of Good John Henry

When my dad got Alzheimer’s all the plants died
In the nursing home there are no plants
There is nothing to live for
Dogs circle the pink painted building
The orderly staff waits with the bleach
Asking me where the diapers are, I do not know
I haven’t had a love in a very long time, a true love
One the makes you feel all jiggly inside
I haven’t felt all jiggly inside since I don’t know when
Still I will not go to work in a factory for machines
Art may want to be mechanized but I am not going to let it Goddamn it
Not gonna let it all be steel driver without my fist
Even the dead plants whisper to feed them
I feed them, the rabbits, and the dogs,
I feed the babies bread toast, they are bald and wild
And strung out on life, the little igloos
Of their heads only cold when you think of all the possiblities of love
like waiting
I am not what I once was, but who would want to be
Who would want to be the same throughout a life, read the same books
Drink the same tea, wear the same dress, go to the same movies
Oh how I would cry at the same man bent over the same actress in the
same dark suit
Someone has died in that movie
O I have seen that one before

(Uit/(c): Dorothea Lasky – Black Life, Wave Books, 2010)

In de Oorshop

Pascal, on va où?’

Film: Hiver Nomade/Winter Nomads (2013).

Genre: documentaire.

Regie: Manuel von Stürler.

Verhaal: Pascal en Carole drijven, samen met hun honden en pakezels, in vier maanden een enorme kudde schapen van a naar b. De tocht beslaat zeshonderd kilometer. De plaats van handeling is Franstalig Zwitserland, de Alpen.

Eindoordeel: mooie natuur- en wildkampeeropnamen die treurig contrasteren met visuele bewijzen van ruilverkaveling, mechanisering, modernisering. Drie rode alpinopetjes (3/5).

In arthouse documentaires die de natuur, de gewone man, eerlijke ambachten tot onderwerp hebben, duiken opvallend vaak mannen en vrouwen op die het soort wijsheden debiteren die je hoofd laten imploderen, zodra  je de moeite neemt er werkelijk over na te denken. Winter Nomads stelt op dit punt niet teleur:

De eigenaar van de schapen die we in Winter Nomads langs de Alpen zien trekken – vroeger zou je over een ‘boer’ spreken, de man (Landrover, smartphone) die in deze film een paar keer opduikt om zijn have te inspecteren, verdient eerder een etiket als ‘agrarisch ondernemer’ – debiteert zo’n gekmakend aforisme tijdens een gesprekje over de opvoeding van een pup. Dat moet je niet uitstellen, zegt hij, dat opvoeden, daar moet je meteen na de geboorte van een hondje mee beginnen, want: ‘Een kromme boom krijg je nooit meer recht.’

Oké. Ja. Prima. Mooi, heel mooi. Wijze woorden!

Kaboem.

Ooit een boom horen blaffen?

Vergelijkingen overtuigen. Maar ze bewijzen niks. En het curieuze: het is bijna ondoenlijk de persuasieve schade die dit soort schijnwijsheden op het eerste gehoor aanricht nadien met het verstand te herstellen. Je weet dat de vergelijking nergens op slaat en toch zul je nooit meer over een pup kunnen praten zonder je gespreksgenoten erop te wijzen hoe belangrijk het is om de opvoeding van een hondje meteen na zijn geboorte ter hand te nemen, want…

Dit bij wijze van waarschuwing/goede raad. Het is weer campagnetijd: schapen, stemhokjes, lijsten met listige herders.

N.B. Tirade redacteur Marko van der Wal publiceerde eerder een langere beschouwing over Winter Nomads.

Titelverklaring van deze blogpost: Carole roept tijdens het hoeden regelmatig naar Pascal… waar moeten we heen?

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Formidable*

Voorin de zaal, vlakbij de spiegelwand, trippelt een oude man met een kalend hoofd over de lopende band. Een vrouw met grote borsten doet achterin de ruimte buikspieroefeningen op een matje. Twee heuvels rijzen, twee dalen. Vanuit een andere zaal komen flarden muziek vermengd met de schelle stem van de spininstructrice. Ik voer een programma in op de crosstrainer. Type: heuvels, tijd: 15 minuten, niveau: 11. Start. Armen en benen gaan in tegengestelde bewegingen. De borstkas gaat op en neer. Luchtlanglaufen.

Boven de wandspiegel hangt een rij televisieschermen. CNN. SBS6. RTL4. MTV. Een nieuwslezer. Een soap. Dr Phil. Een clipje met een lange jongen in een blauw vest. Hij slentert, een leren jack over zijn schouder geslagen, over een verregend plein in een Europese stad. Duidelijk niet Amerika. Daarvoor zijn de wegen te smal, is de lucht te grijs. De jongen zwalkt rond, hangt over een prullenbak, gaat op de stoep bij de tramrails zitten. Een vrouw trekt hem weg. Hij staat op, loopt verder, houdt zijn hand tegen zijn slapen. Alsof hij hoofdpijn heeft. Ik lees de ondertiteling. You were wonderful. I was so pathetic. We were wonderful.

 De jongen zwalkt verder. Het lijkt alsof hij zingt. Een paar agenten spreken hem aan. Een dikke vrouw fotografeert het tafereel met haar mobieltje. Een rood lampje. De crosstrainer waarschuwt. Ik ga de heuvel op. Linkerbeen voor, rechterarm naar achteren. Rechterbeen voor, linkerarm naar achteren. Mijn knokkels wit, mijn kuiten gespannen. Ik sluit mijn ogen en voel de wind, door mijn haar, in mijn gezicht. Ja. Ik genereer energie. Hier, achter gesloten oogleden, zijn de bergen. De velden. Ik ruik het gras. De zon gaat onder en ik tel, gelegen op mijn rug, duizenden sterren.

De tv-schermen flikkeren. De jongen raakt geagiteerd, roept tegen voorbijgangers. What’s up with y’all. Looking at me like a monkey. Hij tolt en draait. Laat zijn leren jas op de straatstenen vallen. Raapt hem op, wandelt weg met gekromde rug. Alleen. Weer het rode lampje. De berg wordt stijl. Mijn ademhaling zwaar. De eerste zweetdruppels vormen zich langs de haarkruin, tussen de schouderbladen. Kijk. Hier ben ik. Met vierkante ogen eindigt deze dag. Straks haal ik in plastic gehuld voedsel uit de schappen, bak anonieme vormen in een pan en spoel al het vergaarde zout van mijn lichaam. Weg van de buitenlucht, met de deuren dicht. Mijn mythische Bensalem. 

 

 

Rosan Hollak (1971) studeerde filosofie en politieke wetenschappen. Ze is journaliste bij het NRC Handelsblad en debuteerde in 2012 met de mozaïekroman Scherptediepte (De Bezige Bij). 

 

*Deze (laatste) blog van Rosan Hollak was afgelopen zondag ook te lezen op Tirade.nu. Wegens het late moment van plaatsing op die dag, nu in de herhaling. 

There is no spoon

Aan snoeren en draden om precies te krijgen wat je nodig hebt, maar is dat leven?

Toen de film The Matrix uitkwam is er nogal veel geschreven over de filosofische implicaties van de block buster.  Het meest in het oog lopende is de platonische ideeënleer: we leven geen echt leven, maar zien een vage afspiegeling ervan. In The Matrix wordt door machines onze beleving gemanipuleerd. In het echt zitten de lichamen in een een bak met gelei energie te leveren voor: The Matrix.

De verlosser – Neo, the One in anagram,  – leert langzaamaan om te gaan met de denkbeeldige wereld, door te weten dat deze denkbeeldig is: there is no spoon,  leert een klein ventje hem en buigt de lepel met zijn ogen.

Misschien ben ik laat met mijn inzichten, maar ik verlies me steeds vaker in discussies over Google en hoe goed Google aan  je wensen tegemoet komt. Deze capaciteit te weten wat je wilt ben ik lanzaamaan diep beangstigend gaan vinden:  ik zoek tegenwoordig via duck duck go, een stompzinnige naam voor eerlijker zoekmachine die geen informatie over je opslaat. Dat levert – en dat komt in de discussie telkens terug – ook irritatie op, want inderdaad zijn dus de antwoorden op je vraag minder goed toegesneden op je wensen, en dus is zoeken weer irritanter dan het geworden is, het is een beetje ‘zoeken 2004’, minder fijn dan met  het zeer behulpzame Google. Maar Google is de Matrix: je leeft in een Bubble van zelfbevestiging. (Kijk eens naar wat duckduck hierover zegt, het is heel overtuigend.) Kort samengevat: Google zorgt er wel voor dat je geen tegengeluiden meer hoort. Ben je een Telegraaflezer, en zoek je iets over Obama, dan vind je de Telegraaf, en Fox News en Huffington Post. Ben je een NRC-lezer en zoek je iets over Obama, dan vind je NRC en the Guardian en New York Times. Wat je vindt, zegt tegen je: je hebt gelijk, je hoeft niet meer na te denken. Ik wil als NRC Lezer de Huffington Post een antwoord op mijn vraag laten geven. Een antwoord dat me niet bevalt. 

Op instagram had ik ook zo’n ervaring. Ik ben een beginner en was eerst vooral gefascineerd door de functie: laat mij maar eens zien wat voor een waanzinnige foto’s er allemaal zijn. Daar is een knopje voor en dan vind je tot je verbazing Russische fotomodellen en Haïtiaanse rappers. Toen ik een paar vrienden ging volgen merkte ik dat de fotomodellen en gangsta rappers verdwenen. De knop: ’toon mijn maar wat’ werd gevuld met aan mijn vrienden verwanten. Ik zat weer in een bubble. Het rare is dat niemand die ik daar over spreek hier last van lijkt te hebben: dat is toch juist fijn? Een filter! Ik heb iedereen ontvriend en zie de wereld weer.

Je kunt een app downloaden die iedere foto die een vriend plaatste onmiddellijk like’t. Iedereen ongezien liken levert veel vrienden op.  Amazon – de boekengigant die met boeken begonnen is ‘omdat die dingen tijdens verzending niet stuk kunnen’ werkt aan een algoritme dat weet wat je wilt kopen voordat je het zelf weet.

Vreest met grote vreze het gemak van Google, Amazon en Instagram, Whatsapp, (leuk hè, dat iedereen overstapt op Telegram, omdat men niet aangekocht wenst te worden door een gigant) en eigenlijk alles wat je in de luiers wil leggen. Zoek kou, huivering, ongemak, pijn, en irritatie, want dat is het echte leven. Gemak verpest de mens.

‘Never throughout history has a man who lived a life of ease left a name worth remembering.’

Theodore Roosevelt

 

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

We gaan naar Gouda toe – Pop-up Schrijfwedstrijd

Van Oorschot Pop-up Store, 22 februari – 29 maart, Gouda

Afgelopen zaterdag werd op initiatief van Boekhandel Verkaaik aan de Lange Tiendeweg 23 in hartje Gouda de Van Oorschot pop-up store geopend. Vijf weken lang is het complete boekenaanbod van Uitgeverij Van Oorschot aldaar te zien en te koop. Iedere zaterdagmiddag komen er schrijvers langs voor interviews, voorleesbeurten en signeersessies. Op 22 maart is het de beurt aan Tirade om het programma te verzorgen.

Tirade Pop-up Schrijfwedstrijd

De opening van de pop-up store betekent ook de opening van de Tirade Pop-up Schrijfwedstrijd. Alle Gouwenaren, en ieder ander, zijn bij dezen van harte uitgenodigd een kort verhaal in te sturen. Deelnemers maken kans op een publicatie in Tirade. De spelregels zijn als volgt:

Inzenden is mogelijk tot 15 maart aanstaande. De verhalen moeten minimaal 250 en mogen maximaal 1000 woorden tellen. Zij moeten op papier worden opgestuurd naar Uitgeverij van Oorschot / Herengracht 613 / 1017 CE  Amsterdam, onder vermelding van ‘kort verhaal’ op de envelop. De jury bestaat uit redactieleden van literaire tijdschrift Tirade. Het winnende verhaal wordt in de pop-up winkel bekendgemaakt door de redactie van Tirade op zaterdag 22 maart. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.

Tirade heeft door de jaren heen verschillende wedstrijden georganiseerd en haalde op die manier nieuw schrijftalent boven. Een van de laatste successen is de ontdekking van Pauline Genee. Zij won een voorgaande schrijfwedstrijd, kwam in Tirade en debuteerde onlangs met de succesvolle roman Duel met paard.

 

Tirade – Jong, belegen en komijn.

Dochter

‘Kom, ik wil je iets laten zien.’

De Staart komt overeind. Ik volg hem naar buiten, de sneeuw in. De kou snijdt meteen door m’n pak heen.

In het licht van de buitenlamp een witte Jeep, ernaast een grote, legergroene afvalbak.

‘Ga d’r maar in staan,’ zegt De Staart. Hij gebaart naar De Kliko. Ik vind het een raar plan, maar De Staart trekt de bak al scheef, dus ik klim er, zonder mijn pak te beschadigen, voorzichtig in. De Staart sjort de Kliko recht, drukt mijn hoofd naar beneden en sluit het deksel.

Donker!

Opeens realiseer ik me wat een merkwaardige situatie dit is! Dit deugt natuurlijk niet! Hoog tijd om het opschorten van mijn ongeloof te staken. Een paar uur geleden heb ik met eigen ogen gezien hoe De Staart een hele eetzaal kort en klein sloeg – en het lijkt me sterk dat die knaap nu ineens veranderd is in een servicegerichte reisleider.

‘Nu stevig met je hoofd tegen het deksel duwen,’ roept De Staart.

 Ja… buongiorno! Ik mag dan een wetenschapper zijn, ik ben niet gek!

In plaats van met mijn hoofd duw ik met mijn linkervuist tegen de binnenkant van het deksel. Mijn gezicht en mijn lijf druk ik zo stevig mogelijk tegen de wand van de Kliko. Drie, vier harde knallen – de schreeuwende pijn waarmee duizenden glassplinters zich in mijn vuist boren. Ik zak in elkaar, bijt op mijn lip om het niet uit te gillen van pijn.

Een meter van me vandaan staat De Staart te praten en te grinniken met de Nederlandse. Ik ben bang dat hij zo nog een paar keer door de Kliko gaat schieten. Om het af te maken. Maar hij lijkt me vergeten. Hij haalt de Nederlandse over om nog een ommetje te gaan maken door de sneeuw. Ik hoor de voordeur open- en weer dichtgaan. Lachend, pratend verwijderen de twee zich. Als het helemaal stil is, sla ik de Kliko-klep open. Hijgend worstel ik me eruit, val met Kliko en al eerst tegen de Jeep aan, dan in de sneeuw. In het licht van de buitenlamp zet ik de afvalbak weer recht.

De voordeur is gewoon open. Binnen branden alle lichten nog. Eerst bind ik met een theedoek mijn bloedende hand af, dan doorzoek ik het hele huis op wapens. De opbrengst valt tegen. Behalve een paar doosjes patronen vind ik alleen een harpoengeweer. Wat moet je in de bergen nou met een harpoengeweer? Gelukkig ziet het er wel levensgevaarlijk uit.

Ik verschuil me achter één van de dikke gordijnen in de woonkamer, haal diep adem en wacht, met bonzend hart, tot De Staart en de Nederlandse weer terugkomen.

Ze zijn er sneller dan ik had gedacht. De Staart begint in de hal al tegen me te praten: ‘Hé, professor? Met vier kogels in je bol gaat het denken toch een stuk minder hè? Of zou je zonder die bullets ook op ’t idee gekomen zijn de weg te markeren met een royaal bloedspoor?’

Potverdorie!

Met het harpoengeweer duw ik het gordijn opzij – ik doe een pas naar voren. De Staart staat recht tegenover me. De afstand: een meter of vijf, zes. De Staart grijnst. Maar ik laat me niet intimideren. Ik richt, haal de trekker over en daar suist de harpoen door de huiskamer, het lichte touw snort erachteraan, linea recta richting De Staart – met een soppend geluid boort de harpoen zich tot in de vierde of vijfde weerhaak in zijn borstkas.

‘Godverdómme,’ schreeuwt De Staart. Met twee handen grijpt hij de harpoen vast, trekt het bloederige stuk staal trillend en grommend uit zijn lijf, glijdt dan langs de muur op de grond.

Iemand neerknallen is een stuk makkelijker dan een dissertatie schrijven – dat lijkt me met dit experiment wel bewezen!

‘Exit Tyn,’ zegt de Nederlandse. Ze heeft een roomkleurig mutsje in haar hand. Ze hurkt bij De Staart, streelt zijn voorhoofd en gaat dan weer rechtop staan. ‘Onhandelbare eikel.’ Ze schiet in de lach. ‘Weet je dat hij een kind van me wilde? Nou ja, een kind… een dochter.’

‘Hij!? Een kind?’

‘Een dochter. En per se van mij. Omdat min keer min plus is – wat dat ook voor belediging mag behelzen. Maar het was helemaal zijn idee hè? Hij zag haar al zo precies voor zich dat hij haar zou herkennen als ze op straat voorbij zou huppelen. Ik heb ’t nooit zo hard tegen hem gezegd, maar geen haar op mijn hoofd die met zo’n eppo een kind zou nemen. Een beetje meedromen oké, maar een meisje van vlees en bloed kan je niet zomaar weer wegtoveren als ze je niet meer bevalt, hè? Hé, ik ga een glas witte wijn inschenken, wil jij ook? Dan zal ik meteen een pleister voor je pakken, want het bloedt maar door die stomp van je. Ziet er eerlijk gezegd best onsmakelijk uit.’

‘Pam?,’ zegt De Staart, wang op de vloer, blik in het niets, ‘zou je voor mij alsjeblieft een cassis willen inschenken?’

‘O, leef je nog? Nou, ik ren al, collega, die cassis komt eraan.’

Terwijl de Nederlandse de kamer uitloopt, komt De Staart kreunend overeind, hij struikelt half over de harpoen en sleept zich dan naar de bank. Daar schiet hij in de lach: ‘Jezus Christus, achterlijke spaghettivreter, dat was close, man.’ Hij staart me grijnzend aan. Ik grijns terug.

De Staart trekt een naaigarnituur in handige reisverpakking uit zijn achterzak, scheurt de stof van zijn overhemd stuk en begint de harpoenwond dicht te naaien – het is een onwerkelijk gezicht. Nadat hij z’n borstkas heeft dichtgenaaid, wist De Staart het zweet van zijn voorhoofd. Hij haalt diep adem, is even stil. In de keuken wordt een kurk uit een flessenhals getrokken, plop.  De geur van ragout.

‘Francesco?’

‘…’

‘Een dochter op de wereld zetten en haar dan beschermen, dat was het idee. Begrijp je wat ik bedoel?’

‘Zeker. Ik begrijp het. Helemaal.’

De Staart trekt een sleutel uit zijn broekzak, werpt me die toe. ‘Op de parkeerplaats tussen het hotel en het gemeentehuis staat een Toyota, die hebben we nog over van een ouwe show. Jij haalt straks je bagage uit het hotel of waar je ook logeert en dan rijd je als de brandweer deze blogpost uit, oké?’

‘Oké.’

——————

Tirade – tijdloos.

Outtake (helikoptershot):  vanuit de hemel zien we de Toyota door het Europese ochtendlicht rijden.  Francesco neuriet mee met de soundtrack.

Soundtrack – Francesco, won’t you come on homeFine Young Cannibals.

Volgende week:  Opoe’s Eethuys.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Nicole Montagne"
    Nicole Montagne

    Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.

  • "Foto van Ida Hondelink"
    Ida Hondelink

    Ida Hondelink is schrijver en performer. Ze studeert momenteel af aan de studie Writing For Performance aan de HKU. Reeds is ze actief als dichter en essayist op verschillende platforms en podia, waaronder Notulen van het Onzichtbare, Hard//hoofd, Dichters in de Prinsentuin, de U-Slam en de Nacht van de Literatuur. Haar werk is fantasierijk, maatschappijkritisch en heeft doorgaans een poëtische ondertoon.
    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Dünya Calikci"
    Dünya Calikci

    Dünya Calikci (28) is een echte Amsterdammer en schrijver pur sang. Als student aan de opleiding Writing for Performance aan de HKU schrijft ze rauw, eerlijk en realistisch – altijd dicht op de huid. Haar werk draait om echte mensen en hun verhalen, zonder opsmuk of filter. Dünya zoekt de kwetsbaarheid op en vangt het alledaagse in woorden die blijven hangen.