In de Oorshop

Vroeger

IMG_3678‘Gil, weet je nog dat we maar net onze rekeningen konden betalen?’

‘Dat weet ik nog heel goed.’

‘Knuffel me eens.’

‘Zo, ongeveer?’

‘Hm-hm. En weet je nog dat onze vrienden afgedankte kleertjes brachten voor Nadim?’

‘Kleren voor mij, ook.’

‘Bijna vergeten! Die veel te grote jas waar je in rond bleef lopen.’

‘Ik droeg er een dikke trui onder, zodat de schouders niet zo afhingen.’

‘En ik had echt heel weinig schoenen.’

‘Die blauwe waren toch wel mooi?’

‘Een vrouw moet minstens zes paar schoenen hebben. Ze moet haar blik over haar schoeisel kunnen laten glijden.’

‘Wat lijkt dat lang geleden, 2013.’

‘Maar toen waren we wél heel gelukkig.’

‘Toen waren we óók heel gelukkig.’

‘Bedoel ik. Dat bedoel ik toch.’ 

‘Had jij ooit gedacht dat er olie onder ons huis zou zitten?’

‘Ik denk dat niemand dat verwachtte.’

‘Wacht eens…. In 2013 schreef je nog!’

‘Da’s waar ook. Boeken. Daar genoot ik best wel van.’ 

‘Maar nu is alles beter.’

‘Ja, schat. Nu is alles beter.’

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

De zegeningen van onderdrukking

Het is januari 1914, Anna Achmatova schrijft haar gedicht

 

Voor Alexander Blok

Ik bezocht een keer de dichter.
Klokslag twaalf. Op zondagmiddag.
Stil is ’t in de ruime kamer,
Buiten vriest het dat het kraakt,

En de zon, frambozenkleurig,
Boven vlokkig grijze nevel…
En hoe helder kijkt de gastheer,
Zwijgzaam als hij is, mij aan!

Met die ogen die geen mens ooit
Kan vergeten. ’t Ware beter
Om er zelfs niet in te kijken
Voor een waakzaam mens als ik.

Maar ik weet nog wat we zeiden
Op die rokerige middag
In die hoge, grijze woning
Bij de poort van de Neva.

Anna Achmatova (Vertaling Margriet Berg en Marja Wiebes)

Het zwarte vlak hing in een hoek van de zaal waar traditioneel altijd het icoon hing…

In het Stedelijk museum is een grote overzichtstentoonstelling van Kasimir Malevich (1879-1935). In 1914, het jaar van het  gedicht hierboven heeft Malevich een tentoonstelling in Parijs en kort daarna begint een nieuwe fase in zijn werk. Hij is een goede tekenaar en heeft heel wat Franse populaire ‘scholen’ geïncorporeerd voordat hij besluit dat de ultieme abstractie zijn nieuwe doel is. ‘Suprematisme’ doopt hij dit streven, en een zwart vierkant is het iconische keerpunt in zijn oeuvre en in zeker mate in de moderne kunst.

Het wonderlijke van dit gedicht van Achmatova is een extreme vorm van wat in elk gedicht gebeurt: de nadruk op wat er niet gezegd wordt. Een scène waarin twee dichters samenzijn staat of valt toch met wat men bespreekt. Maar de lezer hoort over de zon die frambozenrood is, de ogen van de dichter, die geen mens ooit kan vergeten, dat de middag rokerig is, maar de lezer verneemt niets over wat er gezegd wordt. En dat is het intrigerendste deel van het gedicht. Wat is er gezegd? Waarover spraken Achmatova en Blok?

Malevich_cavalry
De Rode ruiterij

Malevich abstraheert in het navolgend decennium, zijn verzamelingen ‘vormen’ worden  wereldberoemd. Hij geeft les in Duitsland over de nieuwe schilderkunst. Dan, rond 1927 besluiten de communisten dat abstractie bourgeois is. Als veel kunstenaars en schrijvers moet Malevich zich aanpassen aan de wensen van de paranoïde overheerser. Hij gaat weer boeren en boerinnen schilderen en deze bijvoorbeeld, bekend als omslag van een uitgave van Babel’s De Rode Ruiterij.

normal_malevich-carpenter-1928-32Malevich zal gezwegen hebben, maar hij spreekt in wat we zien. Op ‘De Rode ruiterij’ is een sliertje soldaatjes aangebracht die de naam rechtvaardigen, waardoor de communisten het prachtig gevonden zullen hebben, maar Malevich spreekt tot de kijker in het landschap, dat hem alle ruimte tot abstractie geeft.

De boerin hieronder, deze boeren en deze houtbewerker zijn ongetwijfeld bezig met het volbrengen van een 5-jarenplan, ‘maar ik weet wat nog wat we zeiden’ schildert Malevich in de vlakken en de kleuren.

peasants-1.jpg!BlogWat een soevereiniteit dat dichters en schilders datgene wat ze belet wordt te melden luid en duidelijk de eeuwigheid in krijgen, terwijl de contemporaine censors voorgoed de mond gesnoerd is.

200505malevich16Een verontrustend bijeffect is wel dat in onderdrukking zulk goed werk tot stand gebracht lijkt te kunnen worden. De oekaze jegens Malevich heeft hem beslist tot zijn beste werk gebracht.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Jan Mesdag en Godfried Bomans

Afgelopen weekend las ik Jeroen Brouwers’ opnieuw uitgegeven monografie over Godfried Bomans. Brouwers’ hoofdgedachte van dat boek is dat Bomans nooit een écht grote schrijver werd, vanwege zijn angst voor – zoals Bomans zelf ergens schreef – ‘exhibitionisme van mijn diepere gevoelens’.
            Zo populair als Bomans bij zijn leven was, zo compleet vergeten was hij tot voor kort. De CPNB wilde daar verandering in brengen en maakte zijn klassieker Erik of het klein insectenboek het Nederland Leest-boek van 2013. Het is wonderlijk dat een boek dat decennialang gigantisch populair was, tegenwoordig nauwelijks nog waardering krijgt. ‘De diepe laag in het boek is doorgaans niet dieper dan de vage spreuken in de Happinez-kalender die bij mijn moeder op het toilet hangt,’ schreef Toine Donk in De Volkskrant. En Daniël van der Meer ‘vond het werkelijk niet om door te komen zo belegen’. Daan Stoffelsen schreef op Recensieweb: ‘Bomans’ taal heeft de tand des tijds niet doorstaan.’
           
Brouwers’ boek verscheen voor het eerst in 1981, als bijlage bij Vrij Nederland. Toen wist nog nagenoeg heel Nederland wie Godfried Bomans was en werden zijn boeken nog altijd gelezen. Bomans is een voorbeeld van hoe snel een oeuvre kan verstoffen en in de vergetelheid belanden.
           
Bomans werd belemmerd door angst voor exhibitionisme van zijn diepere gevoelens – een echo daarvan kwam ik tegen in de documentaire Jan Mesdag zingt Brel, van Emma Westermann. Mesdag was een zanger en kleinkunstenaar die op zijn vierendertigste stierf aan aids. Vlak voor zijn dood maakte hij een album met Brel-vertolkingen. Hoogtepunt van de documentaire is wanneer je hem ‘Verlaat me niet’ hoort zingen, terwijl je beelden ziet uit Een fotograaf filmt Amsterdam van Ed van der Elsken.
           
Mesdag (1953–1988) heette eigenlijk Jan Henry de Vey Mestdagh. Aan Hans Vogel van Het Parool vertelde hij vlak voor zijn dood: ‘Brel is altijd honderd procent trouw gebleven aan zichzelf. In elk woord dat hij heeft geschreven en gezongen. Ikzelf heb dat heel vaak niet gedaan. Daardoor ben ik nooit boven een bepaalde middelmaat uitgegroeid. Het is vreselijk om 34 jaar lang met veel meer diepgang in je lijf te worstelen en dat nooit vorm te kunnen geven.’
           
Door dit citaat moest ik aan Bomans denken, die – en dan baseer ik me op het boek van Brouwers – ook niet honderd procent trouw bleef aan zichzelf. Hij bleef ‘stukjes’ maken en op televisie verschijnen. Mesdag en Bomans slaagden er allebei niet in om hun ‘diepere gevoelens’ vorm te geven. Bomans omdat hij niet durfde. Misschien was het Mesdag wel gelukt als hij niet zo jong was overleden.

Nu te koop: Tirade 451

Je lange winterjas. Sjaal, wanten. Gewatteerde laarzen. En natuurlijk die gekke berenmuts die je grootvader altijd droeg als ie tijdens de Hongerwinter op z’n zwarte, zware herenfiets (nul versnellingen, houten banden) aardappelen ging halen in de Noordoostpolder.

‘Hè?’

‘Je moet je hut uit!… De winter-Tirade is verschenen!’

Tirade 451, het allerlaatste nummer van het prachtjaar 2013, bevat bijdragen van de volgende, hier alfabetisch gerangschikte, auteurs:  Álvaro Enrigue, Jaap Ferwerda, Harrie Geelen,  Detlev van Heest, Heinrich Heine, D. Hooijer, A.E. Housman,  Rebecca Makkai, Lieke Marsman, Jan van Mersbergen, Charlotte Mutsaers, Arjaan van Nimwegen, Elisabeth van Nimwegen, Wouter van Oorschot, Carel Peeters, Eugenia Rico, Stevie Smith, Leo Vroman en Hannah van Wieringen.

Het nummer is te koop in de echtere boekhandel én kan worden besteld via deze website.

‘Ik heb al een abonnement… mag ik dan nog losse nummers bijbestellen om cadeau te doen aan familie, vrienden en bekenden?’

‘Maar natúúrlijk! Bestel er zoveel je maar wilt!’

Tirade 451 – verlicht.

Tirade 451 – pakt je helemaal in.

In long-shot life is a comedy’ – Sez Ner

We aten wat in De Jaren. Daarna liepen we naar Perdu waar het literaire seizoen zou worden afgesloten met een feest. Volgens Lieke een mooie gelegenheid om eens te laten zien of ik inderdaad zo goed kan dansen als overal wordt beweerd.

Het feest begon met de presentatie van het Berlijn nummer van Tijdschrift Terras. Een prachtig, sterk nummer overigens.

Na afloop van de lezingen en performances was er tijd om te kletsen en te dansen.

Buiten – op de rookstrook achter Perdu, zicht op de bloeiende boerenjasmijn – raakte ik in gesprek met Miek Zwamborn. Ik was haar al vaker tegengekomen – bij de presentatie van Tirade 438 bijvoorbeeld, in het orgelpark (Amsterdam) – maar we hadden elkaar nooit eerder gesproken.

Miek vertelde over De duimsprong, die in de herfst zou verschijnen bij de uitgever van Tirade – het boek is inmiddels gedrukt, ik ben van plan het rond kerst te gaan lezen – en ook over Arno Camenisch’ Sez Ner-trilogie die zij had vertaald en die op verschijnen stond.

Die trilogie leek me vanwege thema (leven op het platteland) en situering (Zwitserland) sowieso al wel interessant, maar de gedrevenheid waarmee Zwamborn op Camenisch’ werk inging, haalde me over haar vertaling van de Sez Ner-trilogie zo kort mogelijk na verschijning te gaan lezen.

Vorige week las ik het eerste deeltje: Sez Ner (2009).

Vanwege de portretfoto van Camenisch op het achterplat van de Nederlandse uitgave begon ik toch nog vol scepsis. Godsamme, Camenisch, dacht ik, wat ben je nou? Een serieuze schrijver? Of de ijdele hartenbreker uit een boyband? Met je stoere jack. En je olijke gezicht en je piekende gel-haar.

Het is vast een testosterondingetje maar opeens voelde ik de behoefte opkomen een kleine correctie te gaan aanbrengen op de Koers van het aandeel Camenisch.

Maar/echter/desalniettemin: Camenisch’ proza wist mijn scepsis/opgekomen vooringenomenheid in een paar pagina’s te slopen.

Het is een geweldig boekje dat Sez Ner. Het verhaal: een varkenshoeder, een koeherder en een kaasmaker & knecht brengen een zomer door in de Alpen. In gemiddeld drie, vier blokjes tekst per pagina – steeds van elkaar gescheiden door witregels – zijn we deelgenoot van hun levens.

Het verhaal is gemonteerd als een documentaire: iedere witregel vormt de harde overgang naar een nieuwe sequentie. De afstand die de verteller bewaart tot de personages werkt sterk depersonaliserend – dat maakt Sez Ner, bij vlagen, net zo grappig als ouderwetse slapstick. ‘Life is a tragedy when seen in close-up, but a comedy in long-shot,’ zei Chaplin.

Wat me erg voor Sez Ner inneemt: er gaan voortdurend dingen stuk. ‘De rechterhoren van de koe van Toni Liung, de lichte, is afgescheurd.’ (p.14). ‘Lappi springt op en bijt Köbi in zijn wijsvinger’ (p.37). ‘De koeherder tilt het dode kalf op en laat het kadaver in de plastic zak glijden.’ (p.42). ‘De kaasmaker ligt met koppijn en wangen vol schrammen naast de varkens.’ (p.47). ‘De zijspiegel van de Justy is afgebroken (p.52). , ‘De eerste houtstapel is ingestort’ (p.64). ‘De steel van de mestschep is afgebroken.’ (p.77).

Het allerbeste tekstblokje in de categorie dood & destructie vind je op pagina 70:

‘De blauwe gasfles hangt in de kamer aan de koeketting aan het plafond. Plotsklaps valt ze naar beneden, terwijl Georg onder de lamp staat. De onderkant van de gasfles heeft Georgs sigaar uit zijn mond gerukt en zijn mok heel precies doormidden gebroken. Georg staat bleekjes in de kamer met zijn vinger in het oor van de halve mok. Voor hem op de grond de blauwe gasfles in de plas koffie, daarvoor de schare boeren, onbeweeglijk op hun dijbeenbotten, hun hooiklepmond wijd open, alsof het God persoonlijk was die achter het complot zat.’

Sez Ner is – omdat Camenisch’ teksten zo helder en beschrijvend zijn en omdat je bijna alle tekstblokjes als op zichzelf staande Ultra Korte Verhaaltjes kunt beschouwen – eigenlijk een ideaal voorleesboek voor volwassenen. Dat geldt trouwens ook voor het vervolg, Achter het station, dat ik nu aan het lezen ben en waarmee je ook steeds derden wilt lastigvallen: ‘Hé, haha, moet je horen.’

Alle citaten hierboven zijn overgetikt uit Miek Zwamborns vertaling van Sez Ner (2009 geschreven, 2013 vertaald).

De Nederlandse vertaling van de Sez Ner trilogie is verschenen bij De Weekblad Pers groep.

Tijdschrift Terras wordt uitgegeven door Stichting Perdu.

Tirade – leest.

Volgende week: Writers Unlimited 2014. En meer.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Julia Buijs"
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.

  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.