Olifanten

Charles Bukowski is de schrijver van een aantal prachtige pagina’s over een verschrikkelijke jeugd en de schrijver van veel verschrikkelijk gootproza. Toch citeer ik hem vaak, dat wil zeggen: een regel van hem. Deze: ‘It’s easy to be a poet, it’s hard to be a man.’
In de boekhandel lag een nieuwe editie van zijn gedichten.Ik had het omslag niet bekeken, zijn naam niet gezien.
Ik sloeg het boek open en las een beeld dat me toch weer voor hem innam:

‘In de namiddag kruipen de olifanten
tegen elkaar en kun je zien hoeveel
ze van de zon houden.’

Ooit zal ik een circusolifant toespreken.  Dat gebeurt trouwens in een dompteurstaal die is samengesteld uit woorden uit verschillende talen.

In de Oorshop

De laatste reis

Ik lees in de krant dat een student van de Utrechtse hogeschool voor de kunsten een prijs heeft gewonnen met zijn ontwerp De laatste reis. Hij bedacht een doos waarin overleden kleine dieren kunnen worden begraven. Mooi, eenvoudig idee.

En ik dacht aan onze gezamenlijke  Amsterdamse binnentuin. Mijn dochter Nikki had vroeger twee ratjes. Knabbel en Stuart.  Ze liepen op haar armen, ze droeg ze in haar handpalmen als ze door de tuin liep. Groot was haar verdriet toen de ratjes doodgingen. Ze heeft ze in die binnentuin begraven in diepvriesdoosjes.

Ze heeft samen met haar vriendin Marieke ook een doos begraven waarin ze spullen hadden gestopt die betrekking hadden op hun toenmalige levens. Foto’s van zichzelf. Uitgeknipte muizen. Kralen. Briefjes. Met het idee dat ze later, als ze vijftien waren, die doos weer zouden opgraven.

Mijn dochter heeft haar eerste belangrijke schooldiploma nu op zak en opeens hadden we het er over. Dat nu misschien het moment is aangebroken om de schop in de grond te zetten. Maar is er ook sprake van aarzeling, want wat nu als de laatste reis van Knabbel en Stuart wordt verstoord.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Het recht op kiespijn

Ik geloof in engelen.

Dat heb ik gemeen met een van mijn beste vrienden die een mooi verhaal heeft geschreven over hoe hij in Amsterdam een engel ontmoette. Filmer Wim Wenders gelooft ook in engelen. De vraag is intussen: hebben engelen tanden? Die vraag komt aan de orde in een boek van de kunstenaar Q.S. Serafijn. Hij heeft dat boek gemaakt voor zijn Rotterdamse tandarts, als betaling voor de controle van het gebit en het noodzakelijke trekken. Zo heet het werk dan ook: Trekken.

Vraag: hoe komt het toch dat tandartsen zich vaak op deze manier laten betalen door kunstenaars, vaker dan bankdirecteuren, of autodealers.
Is daar iemand die het antwoord heeft?

Nu een fragment uit het boek van Serafijn: In 1987 draait de Duitse filmregisseur Wim Wenders de speelfilm Der Himmel uber Berlin. Een van de serafijnen laat zich vanuit de hemel op aarde vallen. Hij verlangt naar een vrouw, haar geur. Hij wil gezien worden. Hij wil bloeden als hij zich snijdt. Hij eist het recht op kiespijn op. Na zijn val heeft zich een jong gebit in zijn mondholte gevormd. Tweemaal per jaar bezoekt hij een tandarts. De arts verbaast zich over het melkgebit.

De voormalige engel zegt:
– Zolang er albino-negers bestaan, kunnen engelen met een melkgebit niet worden buitengesloten. Een gevallen engel keert nooit terug naar God.

Pasta

Ko Sliggers, die op een Italiaans eiland woont, ontwerpt letters. Daarnaast is hij een zeer goede kok.
En hij kan helder schrijven over wat hij doet.
Hij liet me weten dat in 827 het recept is ontstaan van hét nationale Siciliaanse pastagerecht.

‘Ook vandaag nog is er geen enkel gerecht dat aan de populariteit kan tippen van de ‘Pasta con le sarde’. De Arabieren kwamen in 827 vanuit Tunesië bij Marzara del Valle op Sicilië aan land en de koks verzamelden alles wat ze vinden konden om de hongerige troepen te voeden. Bij de haven waren er sardienen in overvloed die ze bereidden met de wilde venkel die ze op de heuvels plukten. Ze brachten het geheel verder op smaak met gedroogde druiven uit de wijngaarden en op de markt verzamelde saffraan en pijnboompitten’.

Ko wijdde een aflevering van zijn culinaire rubriek op de radio aan het recept.
En sprak toen deze tekst uit:

‘Als je na de bereiding naar de pasta met sardienen
op je bord kijkt ga je 1200 jaar terug in de tijd.’

Het zou een gedicht kunnen zijn van de Duitse grootmeester Sebald.

Truman & Marlon

‘Most Japanese girls giggle. The little maid on the fourth floor of the Miyako Hotel, in Kyoto, was no exception. Hilarity, and attempts to suppress it, pinked her cheeks (unlike the Chinese, the Japanese complexion more often than not has considerable color), shook her plump peony-and-pansy-kimonoed figure. There seemed to be no particular reason for this merriment; the Japanese giggle operates without apparent motivation. I’d merely asked to be directed toward a certain room. “You come see Marron?” she gasped, showing, like so many of her fellow-countrymen, an array of gold teeth. Then, with the tiny, pigeon-toed skating steps that the wearing of a kimono necessitates, she led me through a labyrinth of corridors, promising, “I knock you Marron.”‘

Zo begint The duke in his domain. Een verhaal van Truman Capote over Marlon Brando, verschenen in The New Yorker. Capote sprak de acteur in Japan waar hij was voor een filmopname. Het is een prachtig portret, omdat Capote journalistiek ernstig nam: een geschreven portret was geen bijzaak, een interview voor het tijdschrift van Andy Warhol ook niet. Capote heeft eens gezegd dat hij het vormgeven van een gesprek, een interview, een literaire uitdaging vond.

Aan het gesprek met Brando ging overigens een truc vooraf.
De binnenkomer.

Wie is die dwerg, moet Brando hebben gedacht nadat de schrijver was binnengelaten, wat wil hij van me?
Capote kakelde er op los, zo wil de overlevering, over zijn mooie moeder uit het zuiden van Amerika die niet goed voor hem zorgde… en zo verder, niet te stuiten.
Waarna Brando van de weeromstuit ook maar openhartig werd.

Vaders

Boeken zijn mensen. Deze week zat ik ergens te eten en er werd me toch een drukte gemaakt aan tafel door een vrouw die over werkelijk alles een mening had, vooral over boeken die ze volgens mij niet gelezen had. Er zat ook een zwijgzame man aan tafel die af en toe iets mompelde dat verloren dreigde te gaan in mevrouws kabaal. Maar wie goed luisterde hoorde dat hij behartenswaardige dingen zei.

‘Echte vaders’ van Gerard Janssen is een boek dat je makkelijk verkeerd inschat. Het ziet er mooi uit maar als je niet goed kijkt en leest is het mogelijk dat je denkt weer zo’n ideeboekje in handen te hebben. Gerard Janssen schrijft zoals hij praat. Ik weet dat, want ik ken hem inmiddels een beetje. Samen met zijn vriend Bas Albers verzorgt hij de muziek voor mijn radioprogramma op de zaterdagochtend. De Easy Aloha’s noemen ze zich. Misschien dat er nu een belletje gaat rinkelen?

Gerard studeerde natuurkunde. Hij praat met een mooi Zuid-Hollands accent heel terloops over ingewikkelde kwesties. Hij kan ze eenvoudig uitleggen zonder op z’n hurken te gaan zitten.  Z’n boek over vaders is net zo. Hij sprak ervoor ook met beroemde wetenschappers, waaronder een Amerikaanse cultureel antropoloog. Maar de beroemde wetenschappers staan rustig aan de zijlijn van z’n boek.

Een van de mooiste verhalen komt van de Griekse historicus Strabo die rond het begin van onze jaartelling schreef over het vreemde gedrag van Baskische vaders. ‘Een aanstaande vader ging in foetushouding op een bed liggen kreunen en jammeren als zijn vrouw op het punt stond te bevallen. Vrienden en familie vonden dat volstrekt normaal en fluisterden hem bemoedigende woordjes toe. Ze gaven hem schouderklopjes en cadeautjes, terwijl ze de jonge moeder en het pasgeboren kind aan hun lot overlieten.

Later in het boek legt hij uit dat de hormonale huishouding van mannen verandert als hun vrouw bijna gaat bevallen.
Mooi boek. Het toverde ook een verhaal tevoorschijn dat ik was vergeten. Lang geleden was ik rechtbankverslaggever. Op een maandagochtend verscheen er een man voor de kantonrechter die een boete kreeg omdat hij zijn kind te laat had aangegeven bij de burgerlijke stand. Waarom, wilde de rechter weten. De man vertelde dat hij kort na de geboorte tot niets meer in staat was geweest. Hoezo, wilde de rechter weten, en wat had hij dan gedaan? Nou, zei de man, ik heb dagen op de bank gelegen, volgens mij had ik een postnatale depressie.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Lezers

    Lezers

    ‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
    Lees verder
  • tirade blog Menno Hartman

    Blauwbehoefte

    Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Humor

    Humor

    Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Willemijn Kranendonk
    Willemijn Kranendonk

    Willemijn Kranendonk (1994) is schrijver en dichter, voor zowel kinderen als volwassenen. Haar werk verscheen o.a. in Tirade, DW B, Liegend Konijn en op Lilith Magazine, Revisor, De Internet Gids, Hard//Hoofd en De Optimist. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman die dit jaar nog uit zal komen bij Uitgeverij Van Oorschot en volgt ze de master Jeugdliteratuur aan de Universiteit van Tilburg. Mei 2022 verschijnt haar eerste kinderboek bij Uitgeverij Billy Bones.

  • Foto van Hans van Pinxteren
    Hans van Pinxteren

    Hans van Pinxteren is dichter en vertaler

  • Foto van Lodewijk Verduin
    Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.