Die Blende vom Gesicht!

Peter Rühmkorf  Ich butter meinen Toast von beiden Seiten

Schön, wenn einer mit Sprüchen vor euch hintritt, nichtwahr,
wo ihr bloss noch mit’m Kopf nicken braucht?!

Hier zum Beispiel haben wir unser PROGRESSIVES
THEATER ZUM MITSPIELEN, (wo die Selbstdarstellung
der Menschen wieder einmal voll greift –
Wäre das nicht ein echtes Freizeitangebot an Dich?)

Hier, gleich nebenan, entsteht ein INDIVIDUELL GEPLANTES
FERTIGHAUS,
(Kommunikationszentrum für alternative Lebensformen –
Sie müssen natürlich Ihre ganze Persönlichkeit mit einbringen!)

– Zu unserm Konzert für schöne Stimmen begrüssen wir heute ausserdem:
UDO JÜRGENS!
Udo, der bei uns so viel Erfolg hat wie in der DDR,
fasst auch heisse Eisen an, –

Manchmal glaube ich allerdings, diesen Schleim
kann die Menschheit auf Dauer gar nicht einschlürfen,
ohne dass sich ihr das Bewusstsein umdreht.
Deine Augen haben schon gar keinen Inhalt mehr,
so seh ich das. 

Manchmal dagegen scheint mir die Welt auch wieder ganz wirklich.
HIN! HIN! kuck doch hin, der Tag:
wie geht er so schön und flüssig über in andere
Zustände, während du ihm gesammelt aufs Blattgrün blickst –
Wie so gewaltig
schäumt ein Morgen an die Brüstung.

Auf die Knie vor diesem Augenblick!

Die Blende vom Gesicht!

Nicht, dass du erst auf grosse Gedanken kommst,
wenn deine Zeit schon vorüber ist –
Ideen rauschen so ran und fliegen vorbei, es stehn
aber gar keine richtigen Menschen mehr dahinter,
nur noch Betriebstankwarte,
nur Petroleumschwengel.

Was du machst, ist nicht jedermanns Sache, dies unter uns.

Und du hast irgendwie eine Meise, die keiner hat,
für die suchst du ein Weibchen.
In einer bekannten Gaststätte für Geistesgestörte
hältst du um Klartext an –
Ich aber sage dir: in einem Kopf passen viele Widersprüche.
Der verrückte ist immer im Dienst.
Ein Tragöde steht mitten im Leben.
Anders gesagt, ich persönlich butter meinen Toast
am liebsten von beiden Seiten.

Klar bin ich Kommunist bei diesem meinem Berufsrisiko.
Ich will das Glück für alle Anwesenden.
Bloss immer nur pfennigweise kommt die Arbeiterklasse
ganz bestimmt nicht vom Fleck!
Aber diese Flügelkämpfe im sozialistischen Lager
schau ich mir nicht länger mit an.
Über den Gram wird gelacht.
Melancholie erleidet Verfolgung.


— —

Het is heel lastig om rust in je hoofd te krijgen wanneer je structuur in je leven probeert te krijgen om rust in je hoofd te krijgen. Waar ik aan denk: of ik ontbijt in huis heb, of ik iedereen terug heb gebeld, of ik op tijd ga komen bij afspraken. Waar ik aan denk wanneer ik een kwartier te vroeg ben: of ik fruit heb gegeten, of er een kans bestaat dat ik op tijd op zal staan, morgen, de dag daarna – of ik de dag daarna nog iets te doen heb. Of ik genoeg boeken lees, en wanneer ik een boek lees, of ik het al terug moet brengen naar de bibliotheek, en wanneer ik het op tijd terug breng naar de bibliotheek: of het erg is dat ik het niet uit heb gekregen, welke niet erg is, want als ik het uit had gekregen, dan las ik vast tot vier uur door, in de ochtend, en als ik tot vier uur door las, kon ik in de ochtend niet op tijd het ontbijt, dat er was, opeten. En als ik het op tijd opat, had ik geen tijd om op te zoeken of op eten aan elkaar wordt geschreven, maar als zo ik aardig ben voor mezelf dat ik het niet erg vond als ik iets niet af of uit kreeg, dan kwam er vast niets uit mijn handen. Maar ik zal zo aardig zijn voor mezelf: als er van alles uit mijn handen kwam, dan waren ze vast ruw en eeltig. Was ich mache, ist nicht jedermanns Sache, dies unter uns.

In de Oorshop

Atmosfeer en Deur

Atmosfeer en Deur
Naar: Anne Heide – Atmosphere and Door

Sta me toe te lijden. Sta me toe mijn huis te bouwen van verbrande bakstenen en
dan. Sta me een weide van Hier toe.

Sta me de eens in twijfel getrokken Gratie toe. Want als het ooit het antwoord is
dat ik zou willen, zou ik nooit.

Sta me Goed Nieuws toe.


— —


Atmosfeer

Een grijze eend duikt met zijn hoofd het water in en zijn staartveren lijken op een scène uit Jaws. Een drietal koeien rent in draf door de weide en lijkt op een drietal Mustangs. Ik zeg Mustangs, omdat ik niet op een ander paardenras kan komen. Ik heb geprobeerd deze dingen zinloos te krijgen, maar het lukt me niet.


Deur

Ik wil niet dat er iemand aan het hardlopen is om 23.37 aan de overkant van mijn straat. Ik wil niet dat er iemand wegfietst van mijn huis. Ik wil niet steeds hetzelfde liedje luisteren, ook al klinkt het steeds anders. Ik wil alleen kunnen zijn. Ik wil sbs6 kijken. Ik wil hamburgers eten, en hotdogs, en heel lang heel hard bellen, maar niet in de trein. Ik wil naar de supermarkt. Ik wil alleen kunnen zijn, en een hotdog, en steeds een ander liedje luisteren, maar steeds hetzelfde voelen. Ik wil hardlopen, maar niet weg van iets, thuiskomen, maar steeds op de fiets van iemand anders, ook al is iedereen hetzelfde. Ik wil de telefoon ophangen, heel hard, omdat ik sbs6 kijk. Ik wil mijn mening verkondigen, maar niet op een website, en dat ik steeds iets anders voel, bij steeds dezelfde persoon. Ik wil naar Alaska, maar niet omdat het er koud is, omdat ik er warm genoeg voor ben. En als ik zeg dat ik de deur voor je ga sluiten, dan wil ik dat beamen, en blijven beamen, en dat de muziek hard staat, want alles is hard en op de televisie, waar ik niet ben, omdat ik er te warm voor ben, maar niet van het hardlopen. Ik wil niet vluchtig zijn.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Een dichters gedicht

Naar: A poet’s poem – Brenda Shaughnessy

Als het de hele dag gaat duren,
haal ik het woord opgefrist uit dit gedicht.

Ik heb het al in de eerste regel gezet, verplaatste het toen naar de tweede,
en nu komt het niet uit.

Het zit vast. Ik ben zo gefrustreerd,
dus ik ging naar buiten, mijn kleine ondergesneeuwde veranda op

en keek naar de druipende ijspegels, terwijl ik
een sigaret rookte.

Uiteindelijk rekte ik me uit en brak met blote handen een grote,
heldere punt van het dak.

En gebruikte het om een woord in de sneeuw te schrijven.
Ik schreef het woord sneeuw.

Ik kan mezelf niet uitstaan.


Heerlijk, een gedicht over niet goed uit je woorden komen. Daar heb ik niets aan toe te voegen.

Wat we als menselijke tederheid definiëren zit ieder van ons op een andere manier dwars


Ada Limón | Vijftien verenballen 9

Naar: Ada Limón | Fifteen balls of feathers

9.

De Azteken geloofden dat de vader
            van Huitzilopochtli een bal van veren was.

Dit is waar: een verenbal kwam uit de lucht gevlogen en maakte zijn moeder,
            Coatlicue, zwanger.

Hij werd een zonnegod. Een trotse god van oorlog. Mesvechter van obsidiaan.
            Zijn broers en zussen: de maan en de sterren.

Er was eens een bal van veren…

Misschien is dat hoe alle liefde komt,
            onverwacht en op een stoot van gemetamorfoseerde lucht.

Wat we als menselijke tederheid definiëren zit ieder van ons
            op een andere manier dwars.

Legendes spartelen wat na en wij gaan door ons aan te bieden
            aan de gewoontes van iedere dag.

Hier is mijn offer: mijn zangvogel in de handpalm van een vreemde.

 

Volgens Hannah Arendt is dat wat de mens bij uitstek tot mens maakt het vermogen om steeds opnieuw te kunnen beginnen. Zelfs wanneer we door een totalitair regime zoals dat van het nationaalsocialisme met de grond gelijk zijn gemaakt, kunnen we volgens haar onze restanten bijeenrapen en ze een andere ingeslagen weg op dragen. Door te beginnen met handelen, worden we opnieuw geboren en omdat de mens in staat is tot spontaan handelen, mogen we van mensen het onverwachte verwachten. Misschien is dat hoe alle liefde komt, onverwacht en op een stoot van gemetamorfoseerde lucht.

Maar waar Hannah Arendt hiermee de pluraliteit onder mensen grondt in het onvoorspelbare dus verschillend handelen van individuen, denk ik dat Limóns ‘wat we als menselijke tederheid definiëren, zit ieder van ons op een andere manier dwars’ misschien wel een nog definitiever verschil maakt. Hier zijn wij het niet die onszelf onderscheiden door actief te handelen, maar wordt er onderscheid gemaakt tussen ons op basis van hoe we behandeld zijn. Ik durf geen vergelijking met totalitaire regimes te maken.

Ondertussen spartelen de legendes van Huitzilopochtli wat na en gaan wij door ons aan te bieden aan de gewoontes van iedere dag. Dit is waar: we beginnen iedere dag opnieuw – met hetzelfde.

Als je wist

Naar: If you knew – Ellen Bass

Wat als je wist dat je de laatste zou zijn
die iemand aanraakte?
Als je in het theater kaartjes controleerde,
bijvoorbeeld, ze afscheurde, zou je misschien,
terwijl je de gehavende stukjes teruggaf
voorzichtig een handpalm raken,
je vingertoppen rakelings langs de plooi
van een levenslijn strijken.

Wanneer een man zijn rolkoffer
te langzaam door de vertrekhal rijdt, wanneer
de auto voor me geen richting aangeeft,
wanneer de winkelbediende in de apotheek
geen Dankuwel wil zeggen, vergeet ik
dat ze allemaal dood zullen gaan.

Een vriendin vertelde me over een afspraak met haar tante.
Ze hadden net geluncht en de ober, een jonge
vrolijke man met rozijnzwarte ogen,
maakte grappen terwijl hij de koffie serveerde,
kuste haar tantes gepoederde wang
bij vertrek. Ze wandelden twee straten
en haar tante viel dood op de stoep.

Hoe na moet het schuim van de draak
ons komen? Hoe ver moet de scheur
in de hemel opensplijten?
Hoe zouden mensen eruitzien
als we ze zagen zoals ze zijn, doordrenkt
met honing, gestoken en gezwollen,
roekeloos, tegen de tijd genageld?


 —

Ik hou van dit gedicht, omdat het mijn gedicht had kunnen zijn – mijn handpalm, mijn vingertoppen, mijn tante, mijn gekuste wang – als het dat alleen maar geprobeerd had te zijn. Zie je, wij hadden allemaal de uitvinders van de bijbel of van de telescoop kunnen zijn, van zelfs nog grotere dingen misschien, omdat onze ideeën al bestonden voordat we geboren waren, en zullen blijven bestaan na onze dood. Ik weet niet zeker of dit waar is, maar wel dat ons geluk/ongeluk ligt in de tijdspanne van jaren waarin het ons toegestaan is te leven en hun positie in de geschiedenis, en dat dit de reden is dat, jammergenoeg, de meesten van ons lijden aan dat klassieke ‘verkeerde plaats, verkeerde tijd’ (syndroom). De wereldzeeën worden niet vandaag de dag door ons veroverd, omdat je Amerika niet kunt ontdekken als Amerika al het gemak van 24/7 Drive-In Hamburger Paleizen en Borstmelk Die Niet Van Borsten Komt Maar Van Voorverpakt Wit Poeder En Een 1 op 6 Mengverhouding heeft ontdekt. Dit is positief nieuws, maar tegelijkertijd zijn we zo verloren, want gedurende al deze jaren van ongelofelijke ontdekkingen, hebben we de omvang van onze eigen geest ontkend en beperkt: we zullen altijd, meer dan met al het andere in de wereld, bezig zijn met bedekkingen – bedenkingen. Hoe na moet het schuim van de draak ons komen?


Weet je dat je niemand van de dood kunt redden?


Ik denk dat dit het tentamen is dat Tom Wayman de studenten uit het vorige gedicht zou hebben voorgelegd.


Please Answer All Three Of The Following Essay Questions 
– Jennifer Michael Hecht

I
Wat zou het kosten om je te laten zijn
wat je werkelijk wil zijn en waarom is er niemand
die wil meewerken aan de ideeën die je hebt
over jezelf, terwijl het erg makkelijk zou zijn
om eindelijk te erkennen dat jij de duivelse heerser
van deze eilandwereld bent en dat alles wat we hier eten
zure haring is dat we oogsten van vijgenbomen
tijdens de overvloedige zomer en weckflessen
vullen voor de magere maanden
van kou? Voelen deze mannen en vrouwen,
jouw subjecten, meer angst voor je dan liefde?
En waar zijn ze dan bang voor? Gebruik logisch
bewijsmateriaal; toon je werk.

II
Als iemand zou willen dat je
hem sloeg, hard, zou het beter zijn voor hem
te zeggen dat je vader er niet van hield om je
te horen zingen, of te zeggen dat je moeder met opzet
in haar vinger prikte en in de koolsla bloedde, die ze
ieder jaar meebracht naar picknicks van de natuurkundeafdeling
omdat ze er, ondanks haar lach en gala rangschikking
helemaal geen zin in had, niet in je vader,
niet in jou, noch in de logica van tijd en ruimte
en er zodoende voor zorgde dat men haar smart
met de kool naar binnen dronk? Leg je antwoord uit.
Weet je dat je niemand van de dood kunt redden?

III
Waarom verspil je zoveel tijd met nadenken
over de juxtapositie van de waargenomen eindeloosheid
van een moment en het microverloop van een jaar?
Er is overduidelijk niets wat je hier aan kunt doen en toch,
overvallen door liefde voor je vrienden en familie
ren je noch constant naar ze toe en huilt voor hen,
kust hun afgedankte hardloopschoenen als een mindere apostel,
noch weiger je de vraag “hoe gaat het” ooit ook nog maar eens
te beantwoorden, terwijl je er zeker van bent dat je niet weet wat hij betekent?
Je moet zo onderhand toch wel inzien dat
rationele waarheid ondraaglijk is en onmogelijk na te leven
en dat al het mogelijke en draaglijke noodzakelijkerwijs
een logische rotzooi is die leugens belichaamt evenals
contradictoire waarheden. En toch ga je maar door met telefoontjes
plegen, gordijnen ophangen, de overhellende zon vlak voor zonsondergang
je gedachten laten verdrijven,
de snelweg berijden, de hal schoon vegen,
en je kijkt TV, nietwaar, en gaat naar de bank, eet
ijsjes, belt de jongen van de kabelmaatschappij, waarom doe je het
als je je zo zeer bewust bent van de onmogelijkheid
van je doelen gegeven de onvermurwbare
weerstand van de stof? Probeer
zo volledig mogelijk antwoord te geven; tijd is om.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Een vroege sigaret

    Een vroege sigaret

    Dat mijn oudoom Sybe Sybesma (1924-1986) in zijn tijd een bekende Friese dichter was, wist ik. Op de middelbare school heb ik zelfs een keer een presentatie over hem gehouden. Maar dat hij nog steeds een zekere bekendheid genoot, had ik niet verwacht. De afgelopen maanden ben ik voor archiefonderzoek vrij vaak in Friesland geweest,...
    Lees verder
  • Afbeelding bij DE MENS ALS BIOPIC 9 Mama Wilders

    DE MENS ALS BIOPIC 9 Mama Wilders

    Op 6 september is Geert Wilders jarig. Dat is altijd een sacraal gebeuren, want op die dag komt hij langs bij zijn moeder Maria Ording Wilders in Grubbenvorst. Maar vandaag niet. Vandaag moet hij in verband met een kabinetsformatie – alweer – op bezoek bij koningin Beatrix. Dat vindt zijn moeder onbegrijpelijk, verdrietig en schandalig....
    Lees verder
  • Afbeelding bij Hoe ik een paardenmeisje werd

    Hoe ik een paardenmeisje werd

    Larousse 21 Er verbergen zich veel verschillende mensen in onze inborst. Je zult er op zeker moment achter komen dat je iemand geworden bent die je niet wist dat je in je had. Ik ben de afgelopen jaren veel mensen geweest, en de afgelopen maanden weer heel veel anderen. Maar nu ben ik een paardenmeisje...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Julien Ignacio
    Julien Ignacio

    De Nederlands-Arubaanse schrijver Julien Ignacio (1969) studeerde af als literatuurwetenschapper. Hij publiceerde theaterteksten, blogs en korte verhalen. In 2008 ontving hij de El Hizjraliteratuurprijs voor zijn toneelstuk Hotel Atlantis. Hij was redacteur van literair tijdschrift Tirade en is bestuurslid van de Werkgroep Caraïbische Letteren. In 2018 verscheen zijn debuutroman Kus (nominatie Bronzen Uil). Met collega-schrijvers Michiel van Kempen en Raoul de Jong stelde hij Dat wij zongen samen, een bloemlezing Caraïbische literatuur die in 2022 uitkwam bij uitgeverij Das Mag. In september 2023 verscheen zijn tweede roman Goudjakhals, een kralenketting van historische en futuristische migrantenverhalen, die zich afspelen in onder meer Amsterdam en Aruba, Beiroet en Lesbos.

  • Foto van Mira Aluç
    Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

  • Foto van Alexander Baneman
    Alexander Baneman

    Alexander Baneman (Amsterdam, 1986) publiceerde in o.m. Tirade, De Revisor en De Parelduiker. In november verschijnt zijn debuutroman De schim van Raamswolde bij Van Oorschot.