Parel

In haar familiekroniek The Three of Us schrijft Julia Blackburn dat ze als puber een citaat vindt dat ze in keurige letters op het kastje naast haar bed schrijft. De regel spookt al dagen door mijn hoofd: De ziekte van de oester is de parel.

In de Oorshop

Borst

Er verschijnt dezer dagen een kleine keuze uit de poezie van Adriaan Morrien. Of de bundel geslaagd is, kan ik binnen vijf minuten vaststellen. Er is namelijk een eenvoudige lakmoesproef. Adriaan Morrien schreef ooit een gedicht over een vrouw die een kind de borst geeft. Veel meer dan deze mededeling bevat het gedicht niet, het gedicht is minimaler dan minimaal. En blijft fier overeind, als een trotse halm in een storm. Waarom heb je dat opgeschreven, vroeg ik Adriaan ooit. Omdat niemand het doet, zei hij, en omdat ik wilde kijken hoe ver je kunt gaan als je het hebt over less is more. Ver. De vraag is dus: staat dit gedicht in de bloemlezing of niet?

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Idee voor een film

Twee bejaarde vrouwen wonen al tientallen jaren aan de rand van een Gelders dorp. De vriendinnen worden ze genoemd. Een passerende bezoeker van het dorpscafé heeft wel eens geopperd dat het lesbo-vrouwen zijn maar zijn opmerking werd door de eigenaar de hoek ingeveegd met een knik van het hoofd. Ze komen trouwens niet vaak in het dorp, ze hebben eigenlijk alleen contact met een twintigjarige jongen die na het verlaten van het ouderlijke huis in de naburige stad is gaan wonen. Een keer peer week haalt hij de vriendinnen op, ze rijden dan naar de rivier, een kilometer of twintig stroomopwaarts. Ze kijken naar de schepen, lezen de opschriften en varen in gedachten mee naar Duitsland, naar Frankrijk. Op een ochtend dat ze weer een tochtje zullen gaan maken staat alleen de oudste van de vriendinnen op het tuinpad. Ze zegt tegen de jongen dat haar vriendin ziek in bed ligt. Hij knikt, samen gaan ze naar de bocht in de rivier die de zieke vriendin de mooiste plek vindt. Na een uur rijden ze terug. Wens haar beterschap, zegt de jongen. Hij is nog niet lang thuis als de telefoon gaat, de oudste belt om te vertellen dat tijdens hun tocht naar de rivier haar vriendin is overleden. Ze hangt op. De jongen, hoorn nog in de hand, kijkt naar buiten en ziet zichzelf weer aan het water staan, samen met haar, zonder zieke vriendin, en weet opeens dat zij ’s ochtends al was overleden en dat haar levensgezellin heeft gekeken naar de schepen, naar de opschriften, alsof ze er nog was.

Voor Jeroen

De rand van de oceaan, de kust, het gazon van iemand.

(vrij naar George Oppen)

Gebed van een zoon

De bronzen man staat op een ladder, armen geheven. How to meet an angel heet het kunstwerk dat de Russische kunstenaar Kabakov maakte in opdracht van een Amsterdamse psychiatrische kliniek. Eerst waren er natuurlijk protesten. Leek het niet alsof die man zelfmoord wilde plegen. En was het dan niet ongepast, zo’n beeld. Toen drong het tot de sputteraars door dat hij zich niet van het leven wil benemen, maar een engel wil ontmoeten. Net als jij. Net als ik. Toen ik onlangs de opdracht kreeg om een tekst te maken over een kunstwerk dat grote indruk op mij maakte – en maakt, moest ik direct aan het beeld van Kabakov denken. En er schoot mij een dichtregel van de Engelse dichter Auden te binnen. De Russische dichter Brodsky schreef ooit dat hij die regel als fundament van een religie zou willen gebruiken. Ik gebruik Audens regel ook vaak, zoals nu, nu ik die opdracht kreeg en het kunstwerk van Kabakov en Audens poezie elkaar liet ontmoeten in een gedicht.



Gebed van een zoon

Ik kijk naar Kabakovs man. Staand
op een ladder, zijn armen ten hemel.

En ik denk dat ben ik.
Reikend naar mijn verre vader.

Laat dit dan mijn gebed zijn:

If equal affection cannot be,
Let the more loving one be me.

Gevangenis

9789025367343Theo Kars – de schrijver die er begin jaren zestig in slaagde de PTT op te lichten – is bezig met zijn memoires. Het eerste deel is nu verschenen. Waarin beschreven wordt hoe hij al op jonge leeftijd besluit om zijn eigen versie van het Wetboek van Strafrecht samen te stellen. In elk geval niet de uitgesleten paden van zijn vader te volgen, die hij een zielige sukkel vindt en zijn moeder die volgens hem een domme huisvrouw is. Dat eerste deel eindigt met het oplichten van de PTT. Van het buitgemaakte geld zette Kars – samen met Boudewijn van Houten – het literaire blad Tegenstroom op. In deel twee zal ongetwijfeld uit de doeken worden gedaan hoe hij opgepakt werd en in de gevangenis terecht kwam. Drie delen moeten het worden. Het laatste zal na zijn dood verschijnen, vertelde Kars me. Waarom? Kars antwoordde dat hij geen zin heeft om nog een keer in de gevangenis terecht te komen.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Zoeken

    Zoeken

    ’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Roeien – een liefdesverklaring

    Roeien – een liefdesverklaring

    De encyclopedie van het geluk 30 Ik heb veel nagedacht over de activiteit van het roeien. Gewoon omdat ik veel geroeid heb. En als de mederoeiers de bovenmenselijke goedheid hebben even te zwijgen is er ruimte voor denken. Laatst vertelde ik er iemand over.  Ik roeide op een sloep uit het begin van de eeuw....
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jos Versteegen"
    Jos Versteegen

    Jos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.

  • "Foto van Kees Snoek"
    Kees Snoek

    Kees Snoek (1952) doceerde Nederlandse taal en letterkunde aan universiteiten in Michigan, Indonesië, Nieuw-Zeeland en Frankrijk (Straatsburg en Parijs). Hij publiceerde onder meer de biografie van E. du Perron (2005) en vertaalde poëzie van Sitor Situmorang en Rendra. In augustus verscheen bij Van Oorschot Wissel op de toekomst, zijn keuze uit de brieven van Sjahrir (de eerste premier van Indonesië) aan zijn Hollandse geliefde.

     

  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.