Mislukt! Mislukt!

Ik zag een vader zijn kind kapot maken.

De jongen speelde in de grote speeltuin en zijn vader zat aan de andere kant van het water, aan een terrastafeltje, samen met een dikke vrouw. De man had donker haar in een staart, hij had een snor, hij was heel mager en bleek en droeg een wit shirt en een enorme zilveren ketting. Voor hen op het tafeltje stonden blikken bier. Ze rookten shag. De vader schreeuwde naar zijn zoon: Laat maar zien, laat maar zien dan.

sDe jongen wilde heel graag laten zien wat hij kon. Hij rende tegen het net op, klom over de houten rand en zocht snel de buis op die tevens glijbaan is, dook erin en kwam er beneden weer uit. Een jongen met krullen, een rood shirt, rode schoenen. Een jaar of zeven.

De jongen deed het allemaal heel mooi, maar de vader riep: Fout, fout, dat telt niet.

Wat? vroeg de jongen

Het telt niet, zei de vader. Je liep over die rand. Dat mag niet.

Iedereen kon het horen, iedereen hoorde hem lachen, door zijn lange snorharen heen, en iedereen zag hem roken en drinken, naast zijn dikke vrouw.

De jongen ging opnieuw. De vader schudde zijn hoofd en lachte luid. De vrouw nam een slok bier en gooide haar sjekkie op de grond. Toen de jongen weer uit de glijbaan kwam – voor de zoveelste keer – schreeuwde de vader: En nou wat sneller.

Hoe snel?

Twintig seconden, zei de vader.

De jongen dacht na. Dertig, zei hij.

Goed dan, riep de vader, vijfentwintig.

De jongen ging akkoord. Hij ging bij het begin staan. Hij liet een heleboel kinderen voor gaan en hield op een gegeven moment kinderen tegen om het klimrek op te kunnen rennen zonder dat er kleine kinderen voor hem op het touw stonden. Toen rende hij weg. Hij riep: Begin maar te tellen.

De vader lachte weer. Hij bleef maar lachen. De jongen was heel snel boven, maar er stonden een heleboel kinderen voor de glijbaan te wachten en de jongen vroeg wel of hij er langs mocht, maar ze lieten hem er niet door. Hij stampte op het hout, hij smeekte, maar hij moest wachten, en toen hij eindelijk beneden was, riep zijn vader: Mislukt. Mislukt!

De jongen liep naar de andere kant van de speeltuin, achter de waterbak, en ging daar zitten, uit het zicht.

Jan van Mersbergen


In de Oorshop

Vertalingen

Aansluitend op de blogs die de afgelopen weken op deze site zijn verschenen wil ik mijn Blogger in Residence periode hier beginnen met de ervaringen die ik zelf met vertalingen heb. Ik lees doorgaans vrijwel alleen Nederlandse vertalingen van buitenlandse romans, omdat de enige andere taal die ik voldoende beheers om een boek in te kunnen lezen het Engels is en ik bij bijna alle Engelse en Amerikaanse romans denk dat ik te weinig van het boek meekrijg dan het boek verdient om mij mee te geven. Als lezer doe ik een roman tekort, wanneer ik die roman in het Engels lees.

mToen ik te horen kreeg dat mijn vierde roman (Morgen zijn we in Pamplona) vertaald zou gaan worden in het Duits en Frans was ik erg benieuwd naar het resultaat. Hoe zou het zijn om mijn eigen tekst in een andere taal te lezen? De Duitse versie van de roman verschijnt op 1 september bij Kunstmann Verlag in München. Hij ligt hier voor me, en af en toe lees ik een passage. Ik moet zeggen: Het is bizar.

Dat komt voornamelijk doordat er heel veel woorden in staan, die ik niet ken en doordat het lezen van een verhaal over een bokser in het Duits voelt als het kijken naar een nagesynchroniseerde Rocky, op ZDF of ARD.

Wat niet zo vreemd is, maar wat wel vreemd voelt: uitdrukkingen zijn anders vertaald. ‘Danny’s ogen lichten op’ is in de Duitse versie: ‘Danny’s Lider heben sich’. Voor mijn gevoel is dat iets anders, maar ik weet niet of je in het Duits kunt zeggen dat ‘ogen oplichten’.

Ik heb vrijwel geen commentaar op de vertaling gehad. Niet omdat ik geen commentaar had, maar omdat het erg moeilijk te beoordelen is of mijn commentaar terecht was en ik geen zeikerd wilde zijn bij mijn eerste vertaling. Bij de Franse vertaling, die gepland staat voor 2010 bij Gallimard, zal ik dezelfde houding hebben.

Laatst had ik een gesprek met de vertaalster Frans. Het viel haar op dat ik geen uitroeptekens gebruik. Ze vertelde me dat het in het Frans heel gebruikelijk is uitroeptekens te schrijven. Dat herkende ik, want ik een aantal Franse romans die ik in het Nederlands heb gelezen (bijvoorbeeld Zout op mijn huid van Benoîte Groult) stonden bijzonder veel uitroeptekens, ook als er niets uitgeroepen werd, zeg maar. Waarschijnlijk heeft de vertaalster al die uitroeptekens overgenomen. In het Nederlands is een uitroepteken echter helemaal niet nodig. De context maakt wel duidelijk of iemand iets roept of niet. Als ik straks mijn Pamplona in het Frans lees zullen daar dus uitroeptekens in staan die een Fransman zal lezen zoals wij een punt lezen.

Inmiddels oefen ik mijn Duits, want ik heb begrepen dat ik wellicht die kant op moet om lezingen te geven en een lezing in Duitsland betekent: voorlezen. Wanneer je in Nederland tijdens een literaire bijeenkomst gevraagd wordt voor te lezen kun je volstaan met een minuut of vijf, hooguit tien. In Duitsland gaat een publiek gerust drie kwartier zitten luisteren naar een auteur, ook als deze auteur niet zo goed Duits spreekt.

In mails naar Kunstmann verontschuldig ik me steeds netjes voor mijn fouten in het Duits. Tegelijkertijd heb ik gemeld dat ik zal blijven proberen hun mails in hun taal te beantwoorden, want als Mark van Bommel en Louis van Gaal zich in München kunnen redden, dan kan ik ook een poging wagen.

Jan van Mersbergen


Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Tanka’s

Vu dans le journal:
« Soldat russe en Tchétchénie »,
mitraillette au dos,
debout devant un piano
sans couvercle, échoué là,
au milieu d’un parc,
on ne sait comment, la tête
basse et la main droite
à peine effleurant les touches
Liebestraum ou Träumerei ?

Markus Hediger, Zwitserland
Uit: En deçà de la lumière, Éditions de l’Aire, Vevey 2009

Časopis—slika:
»Rus, vojak, Čečenija«,
mitraljez ima
stoji pred klavirjem brez
pokrova, ki se je tam,
sred’ parka, znašel
kar tako, sklanja glavo,
z desno roko se
narahlo dotika tipk
– Liebestraum
ali Träumerei ?

Vertaald in het Sloveens
door Barbara Juršič

Vist en un diari:
«Un soldat rus a Txetxènia»,
metralleta al llom,
dret al davant d’un piano
sense tap, vingut d’enlloc,
sol enmig d’un parc
ningú no sap com, el cap
cot i la mà dreta
tot just a frec de teclat
Liebestraum o Träumerei?

Vertaald in het Catalaans
door Anna Casassas

Novinska slika:
„Rus u čečenskoj zemlji“
strojnica visi,
stoji, glasovir gleda,
bez poklopca, odbačen
tek tako u park
tko zna zašto, pognute
glave, a rukom
tek pomiluje tipke
Liebestraum il’ Träumerei?

Vertaald in het Kroatisch
door Andy Jelčić

Foto publicada no jornal:

“Soldado russo na Chechénia,”

de pé à frente de um piano

sem cobertura, danificado,

no meio de um parque,

não sabemos como chegou lá, a cabeça

em baixo e a mão direita

tocando levemente nas teclas

Liebestraum ou Träumerei?

Vertaald in het Portugees
door Elizabeth Barreiros

På et bilde som sto i avisa:
«En russisk soldat i Tsjetsjenia»
med maskingeværet på ryggen
stående ved et piano
som var havnet midt i en park,
på en eller annen måte
etterlatt der uten lokk,
med senket hode og hånda
som så vidt så ut til å spille,
Liebestraum eller Träumerei?

Vertaald in het Noors
door Thomas Lundbo

«Soldato russo»,
foto dalla Cecenia:
in spalla il mitra,
davanti un pianoforte
scoperchiato, finito
in mezzo a un parco,
chissà come, la testa
bassa e la destra
che sfiora appena i tasti
Liebestraum o Träumerei?

Vertaald in het Italiaans
door Laura Santi

Bir gazetede çıkmıştır:
“Çeçenistan’da bir Rus askeri”
Srtında makineli tüfek
Kapaksız bir piyanonun
Önünde, ayakta ve yenik.
Bir parkın ortasında
Bilinmez nasıl, başı eğik
Sağ eli güçlükle dokunuyor tuşlara
Liebestraum mu, Träumerei mı yoksa?

Vertaald in het Turks
door Tozan Alkan

Visto en un diario:
‘Soldado ruso en Chechenia’,
ante un piano, de pie,
la metralleta a la espalda;
el piano no tiene tapa
y está en un parque,
¿por qué? Él agacha la cabeza;
la mano derecha
apenas roza las teclas.
Liebestraum o Träumerei?

Vertaald in het Castiliaans
door María Teresa Gallego Urrutia

Seen in the paper:
“Russian soldier in Chechnya”
Gun slung on his back
standing by a piano
that has no lid, marooned in
a deserted park
How did it get there? His head
is bowed, his right hand
barely skims over the keys
Liebestraum or Träumerei?

Vertaald in het Engels
door Ros Schwartz

Fotka v novinách:
“Ruský voják v Čečensku”
s puškou na zádech
stojící před klavírem,
smutným vrakem bez desky
uprostřed parku.
Pravou rukou lehounce
hladí klávesy,
hlavu chýlí ke straně
Sen lásky zní, či Snění?

Vertaald in het Tsjechisch
door Alena Lhotová

Gezien in de krant:
‘Soldaat in Tsjetsjenië’,
Rus met mitrailleur,
staand achter een piano
zonder klep, daar god weet hoe
beland midden in
een plantsoen, hoofd gebogen,
met de rechterhand
amper de toetsen rakend
Liebestraum of Träumerei?

Vertaald in het Nederlands
door Martin de Haan

P.S. Deze vertalingen zijn met toestemming van de dichter speciaal voor deze gelegenheid gemaakt. Het oorspronkelijke Franse gedicht bestaat uit twee onder elkaar geplaatste tanka’s, dus twee keer 5/7/5/7/7 lettergrepen. Wie zich geroepen voelt, kan zelf ook een poging wagen: ook na ons afscheid (dit was de laatste post) blijft de site open voor reacties, die wij uiteraard met belangstelling zullen volgen.

Meschonnic (3, slot)

Meschonnics keuze voor het vertalen van Bijbelteksten was geen toevallige. Voor Bijbelteksten gaat het hedendaagse onderscheid tussen proza en poëzie maar in beperkte mate op, en dat komt Meschonnic goed uit, want in zijn opvattingen over de poëtica van het vertalen is dat onderscheid irrelevant.

Norse blik.2Bovendien is de westerse beschaving volgens Meschonnic de enige waarvan de fundamentele teksten vertalingen zijn, uit het Hebreeuws voor het Oude Testament, uit het Grieks voor het Nieuwe Testament en voor wetenschap en filosofie. In zekere zin, claimt Mechonnic, is Europa uit en door vertalingen ontstaan. Het (her)vertalen van zulke fundamentele teksten is dan ook een toetssteen voor de in die beschaving gangbare ideeën over vertalen.

Daarbij is het opmerkelijk dat de geschiedenis van westerse vertalingen wordt beheerst door wat hij effacements noemt, de neiging om bij de overgang van een tekst uit de ene taal in de andere het vertrekpunt uit te wissen, anders gezegd: om de ‘leesbaarheid’, ‘soepelheid’ of ‘vlotheid’ van een vertaling als haar belangrijkste kwaliteit te zien. In die houding ziet Meschonnic een logica van de ‘annexatie’. Daar stelt hij een logica van de ‘decentrering’ tegenover, die het anders-zijn van het origineel niet uitwist om zich te beperken tot het ‘geraamte van de betekenis’, maar tracht de vormkracht van dat origineel maximaal voelbaar te maken.

Hoe er wordt vertaald brengt dus impliciete opvattingen aan het licht over gelijkheid en verschil, identiteit en alteriteit. Vertalen is geen neutrale, zuiver ambachtelijke activiteit, maar heeft een ‘ethische’ en ‘politieke’ kant. Als voorbeeld noemt Meschonnic in Éthique et politique du traduire het contrast tussen Augustinus en Hiëronymus: terwijl Augustinus uitging van de onmogelijkheid van het vertalen en gefocust was op de taal van aankomst, zocht Hiëronymus naar een hebraica veritas, oftewel wat tegenwoordig een brontaalgerichte benadering zou worden genoemd. Ook Meschonnic zou trouwens ontegenzeglijk worden gerekend tot de sourciers, de brontaalgerichte vertalers – al wijst hij dat etiket zelf resoluut af, want ook het onderscheid tussen sourciers en ciblistes moet volgens hem naar de prullenmand worden verwezen.

En dat is een van de punten waarop ik geneigd ben hem gelijk te geven. Tussen ‘brontekstgetrouwheid’ en ‘doeltaalgerichtheid’ bestaat per definitie een spanningsrelatie; niets verplicht mij om een eenzijdige ‘vertaalstrategie’ te volgen waarin ik tussen een van beide moet kiezen. Met Meschonnics ideeën over vormkracht en het belang van het ritme voel ik me gesterkt in mijn pogingen om de spanning tussen brontaal en doeltaal niet te snel te laten vervloeien, niet te snel te berusten in een heldere maar vlakke weergave van betekenissen. Meschonnics werk levert met andere woorden een theoretische onderbouwing voor het streven om ‘op het scherp van de snede’ te vertalen: ‘Een grootse vertaling is een contradictie […] die niet in de ene of andere richting wordt opgelost, maar waarin je pal staat tussen de twee termen van de dualiteit van het teken: tussen taal van aankomst en taal van herkomst, tussen vorm en betekenis, tussen schoonheid en nauwkeurigheid.’

bigot

De Heilige Hiëronymus, vertaler van de Vulgaat, is ons lichtende voorbeeld, schreef Jeanne Holierhoek onlangs, in navolging van Valery Larbaud die hem tot patroonheilige van de vertalers uitriep. Maar Hiëronymus was het tegendeel van een onzichtbare vertaler. En zie: zijn Vulgaat heeft de eeuwen getrotseerd.

Een blog daarentegen is een uitermate etherische tekstvorm, en al helemaal voor wie blogt ‘in residence’. Dit was alweer mijn laatste post, Martin rondt morgen ons verblijf op de Tiradesite af – tijd voor nieuwe trommelaars. Het is trouwens niet onmogelijk dat wij dit geschrijf in de marge van onze vertalerij gaan missen. Wie weet hoort u nog van ons.

Rokus Hofstede

Meer lucht!

De École Normale Supérieure in de Rue d’Ulm te Parijs is het meest prestigieuze onderwijsinstituut op Franse bodem. Elke zichzelf respecterende Franse intellectueel heeft er zijn opleiding genoten, de school telt twaalf Nobelprijswinnaars onder haar alumni, en het was dan ook niet zonder trots dat het driemanschap Marjan Hof (Martin de Haan, Jan Pieter van der Sterre en Rokus Hofstede) er in het academisch jaar 2002-2003 haar opwachting maakte voor een maandelijks séminaire over Prousts Contre Sainte-Beuve, georganiseerd door de befaamde ‘équipe Proust’. Aanleiding: de door ons te vervaardigen Nederlandse editie van genoemd boek, dat overigens geen boek maar een berg losse schetsjes is en dus behalve vertaald ook gecomponeerd diende te worden (want in het Frans bestaat er geen bevredigende editie).

Martin de HaanDe lezingen waren goed maar de lucht was slecht, en zo kon het na 1) een vergeefse waarschuwing aan het adres van Rokus, die naast me onverstoorbaar bleef doorschrijven, en 2) het laten van een enorme boer dus gebeuren dat ik ten overstaan van de internationale elite der Proustianen van mijn stokje ging. Laatste gedachte: meer lucht! Waarna ik pas in de ijskoude gang weer bijkwam. Ambulance erbij, transport naar het ziekenhuis twee straten verderop, eindeloos wachten onder veel te weinig dekens, te horen krijgen dat ik maar goed moest oppassen, met drie winterjassen om me heen bijkomen in een ijskoud café, taxi naar het huis van een vriendin van Rokus om daar onder drie dekbedden verder bij te komen. IJskoud.

Heel À la recherche du temps perdu is doortrokken van het gebrek aan lucht dat Proust een groot deel van zijn leven teisterde. Wat doe je als zwaar astmatisch schrijver die de niet veel goeds voorspellende spreuk ‘Arbeidt zolang gij het licht hebt’ tot motto van zijn schrijfproject heeft verheven? Adem zoeken in je werk: eindeloos lange zinnen maken, je boek tussen twee stevig aangelegde oevers laten zwellen als een rivier, net zo lang tot je Tijd is gekomen. Van 1908 tot aan zijn dood in 1922 werkte Proust onafgebroken aan zijn grote roman, waarvan Contre Sainte-Beuve de oertekst was. Het is ontroerend om de weg die hij heeft afgelegd precies honderd jaar later al vertalend opnieuw te volgen en te voelen waar het krampachtige verhaal (over een bedlegerige jongeman die aan zijn moeder uitlegt waarom Sainte-Beuve geen goede criticus was) omslaat in het meesterwerk dat we nu kennen.

Wat niet wegneemt dat ik het nog altijd ijskoud had. Gelukkig had de zelf afwezige vrouw des huizes een wel aanwezig Afrikaans kindermeisje in dienst, dat over helende gaven zei te beschikken. Zo gezegd, zo gedaan: in de afzondering van een duistere kamer, waar alleen een smal reepje licht te kennen gaf dat het buiten volop dag was, ontblootte ik mijn bovenlijf en ontving de magische kracht van een priemende wijsvinger in mijn sternum. En ging opnieuw van mijn stokje.

Moraal van dit alles: zorg altijd voor frisse lucht en ga nooit met vreemde vrouwen mee.

Martin de Haan

Meschonnic (2)

Henri Meschonnic, zo bleek uit het voorgaande, was een man met een missie. Hij trok met grote felheid ten strijde tegen ingeburgerde opvattingen over taal en vertaling en schroomde niet daarij het gros van de bestaande theorieën dienaangaande naar de schroothoop te verwijzen. Meschonnic, die zichzelf in Éthique et politique du traduire met een tegen molens vechtende Don Quichot vergelijkt, wilde niets meer of minder dan de Griekse ‘traditie van het teken’ vervangen door de Hebreeuwse ‘traditie van het ritme’. Zijn werk is diepzinnig en radicaal – maar ‘radicaal’ en ‘ridicuul’ liggen soms niet ver uiteen. Cioran schreef al dat diepzinnigheid voorbehouden is aan wie er niet voor terugschrikt zich belachelijk te maken.

RH.IDMeschonnic was bij leven hoogleraar taalkunde aan de universiteit van Vincennes-Paris 8 en gold lang als een einzelgänger in de Franse academische wereld. Behalve auteur van een omvangrijk taaltheoretisch oeuvre was hij een uiterst productief dichter en vertaler. Hij legde zich vooral toe op het hervertalen van Bijbelteksten uit het Hebreeuws, vanuit de overtuiging dat die teksten nooit deugdelijk in het Frans zijn omgezet (terwijl de Duitsers de lutherse Bijbel hebben en de Engelsen de King James Version).

Laat ik een klein voorbeeld geven van Meschonnics aanpak. In 1970 publiceerde hij vijf oudtestamentische Bijbelboeken, vertaald uit het Hebreeuws in het Frans, Les Cinq Rouleaux [De vijf Schriftrollen]. Prediker 7:1 is een spreekwoord, waarvan de strekking luidt: ‘Een goede naam is goud waard’. Het origineel bevat een klankspel: tov sjem / misjemen tov (letterlijk: goede naam / beter dan geurige olie goed). Het woord sjem (naam) keert terug in sjemen (geurige olie), een procédé dat in de retoriek paronomasia heet. Meschonnic citeert een tiental Franse vertalingen en concludeert dat ze geen van alle werk maken van het retorische spel. Zijn eigen vertaling: ‘Plus précieux un nom / qu’un onguent précieux.’

Hoe brengen Nederlandse Bijbelvertalers het ervan af? ‘Beter is een goede naam, dan goede olie’ (Statenvertaling); ‘Een goede naam is beter dan goed parfum’ (Willibrord); ‘Je kunt beter een goede naam hebben dan er alleen maar goed uitzien’ (GNB); ‘Beter een goede naam dan een kostbare geur’ (NBV). Iets van het klankspel is in die laatste vertaling misschien gered in de allitererende ‘g’, maar ontegenzeglijk wordt in alle geciteerde Nederlandstalige versies hoofdzakelijk op betekenisniveau vertaald (Is er een Nederlandse vertaling van de spreuk denkbaar waarin de lekkere geur behouden blijft zonder dat het klankspel teloorgaat? Ik heb even gezocht naar iets met ‘faam’ en ‘parfum’, maar veel leverde dat niet op. Iemand een beter idee?).

Toegegeven, met dit voorbeeld ga ik voorbij aan het al eerder genoemde, voor Meschonnic doorslaggevende punt van de ritmische accenten in het Hebreeuws, de te‘amim. Die kwestie is vanuit zowel historisch als taalkundig oogpunt van een extreme, voor mij niet te behappen complexiteit. Maar uit het voorbeeld blijkt ten overvloede dat ‘ritme’ voor Meschonnic een breder begrip is dan wat er meestal onder wordt verstaan; in navolging van de 19e-eeuwse taalfilosoof Wilhelm von Humboldt spreekt hij vaak ook van ‘energie’. Daaronder valt in zijn ogen vrijwel alles wat we doorgaans rangschikken onder de ‘vormeffecten’, alle structurele eigenschappen van een tekst die bepalend zijn voor tempo, toon, modulatie enzovoort.

Het lijkt erop dat de naam en faam van Meschonnic buiten Frankrijk nog nauwelijks is doorgedrongen, al bestaat er wel een Engelstalig, aan hem gewijd blog, met onder meer een nuttige algemene inleiding op zijn werk. Misschien kan, nu Meschonnic dood is, de receptie van dat werk buiten Frankrijk echt beginnen. Want de spreuk uit Prediker gaat verder: ‘Beter een goede naam dan een kostbare geur, de dag waarop je sterft is beter dan de dag waarop je wordt geboren.’

(Wordt vervolgd.)

Rokus Hofstede

Meer blogs

  • Afbeelding bij Telefoon van school

    Telefoon van school

    Toen ik in de pauze van mijn les gehaast naar buiten ging om mijn voicemail af te luisteren bleek het bericht dat ik gekregen had niet van de school van mijn zoon. Het kwam van de speciaalzaak die mijn rijbewijsfoto had gemaakt; het bestand bleek beschadigd – of ik deze week nog langs kon komen....
    Lees verder
  • Afbeelding bij Winterslaap

    Winterslaap

    Ik heb nog nooit zo uitgezien naar de lente. Elke ochtend is als opstaan uit het graf – alsof ik me diep onder de grond bevind en me aan de randen van een koude kuil moet ophijsen. Dit mag geen gotische vertelling worden; wat ik bedoel is dat ik de hele tijd moe ben. Ook...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Ballen

    Ballen

    Dit is de eerste keer in vijftien jaar dat ik ga zeuren in een column, maar als een grote groep mensen in deze samenleving zich chronisch misdraagt, dan moeten we daar toch echt iets mee. Ik zeg dit niet om mijn gram te halen of anderen te kwetsen; ik zeg het omdat het gedrag van...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Sem van de Graaf
    Sem van de Graaf

    Sem van de Graaf (2002) schrijft absurde verhalen die uit de bocht vliegen en toch een sterke moraal communiceren. Zijn werk is komisch, vervreemdend en oprecht.Hij studeert af van Writing for Performance aan de HKU met het lange filmscenario ‘Een stoel, de dief en Elske’ en zijn onderzoek ‘Handen’. Verder schrijft hij toneel voor verschillende groepen, waaronder zijn eigen collectief ‘bröd’ waarmee hij met de gelijknamige voorstelling in Zaal 3 stond. Zijn VHS-korte films stonden op het Rotterdams Open Doek en het Gouds Filmfestival, waar hij de prijs won voor Beste Film Jong Talent.

  • Foto van Lodewijk Verduin
    Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

  • Foto van Jasmijn Kenselaar
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.