Verhuizen

img_2816Gisterenochtend wachtte ik bij het Westerdok op een pont naar de NDSM-werf.

Het was koud als in de winters van mijn jeugd. Alle gevoel trok zich uit mijn handen en tenen terug en mijn ogen traanden onophoudelijk. Toen de pont de steiger raakte kwam de zon op, alsof het één het ander veroorzaakte: een oud en roestig mechanisme dat zich onder het IJ bevond.

Ik liep met de fiets aan de hand naar de boeg en trok mijn telefoon uit mijn zak om nog een keer naar de route te kijken. Het ding leek niet meer te werken; ik drukte op alle knopjes, maar het scherm bleef zwart.

‘Komt door de kou,’ zei een Noorderling op een scooter naast me. Noorderlingen herken je aan hun scooters, hun kleding en zilveren sieraden. Noem het racial profiling, maar probeer mijn gelijk niet te ontkennen.

Vanaf de andere oever fietste ik in een zo recht mogelijke lijn naar het Noorden. Door mijn gebrek aan Google maps moest ik meerdere Noorderlingen de weg vragen, en ik kon telkens optekenen dat ze behulpzaam en vriendelijk waren. Slechts een minuut of drie te laat kwam ik bij het kanaal waar ik een woonark zou bekijken. B en ik zijn aftastend op zoek naar een ander huis, en omdat we allebei nogal romantisch zijn denken we aan wonen op het water.

Doel op deze ochtend was een van de mooiste arken die nu te koop staan te bekijken om er daarna zeker van te zijn dat Noord niets voor ons is. Het wilde niet zo lukken. De ark was schitterend, met twee hele verdiepingen boven de waterspiegel, een droge kelder eronder en een flinke tuin aan wal. Er lag een stalen schuitje naast en er was directe doorvaart naar open water.

Na rond te zijn geleid door de vriendelijke makelaar had ik grote moeite nog redenen te bedenken waarom we het niet zouden doen. Pas op weg terug (slechts 8 minuten fietsen naar de pont, die in slechts 5 minuten naar het Westerdok vaart!) werd ik me bewust van één groot en doorslaggevend nadeel.

Nadim is zo blij op zijn school in Westerpark. Hij heeft er vrienden die juichen als ze hem aan zien komen, en over wie hij uren kan vertellen als ik hem ’s middags ophaal. Omdat ik ook vaak met ze hang zijn ze een beetje mijn vrienden aan het worden. Zelf ben ik als kind een aantal keer verhuisd en ik vond het verschrikkelijk.

Ik dacht nog eens aan de ark en schudde mijn hoofd. Bij thuiskomst mikte ik de kleurige brochure van de makelaar tussen de kranten op tafel en bracht B – die achtergebleven was met onze dochter van drie weken – verslag uit.

Vanochtend was Nadim als eerste wakker. Toen ik met een arm vol kleren voor hem in de keuken kwam zat hij in zijn blote kont de brochure te lezen.

‘Wat is dit, papa?’ zei hij. ‘Van wie is dit huis?’

Ik keek over zijn schouder mee; zuchtte bij het zien van de opkomende zon boven al dat water. Fuck die kutmakelaars en hun gelamineerde dromen.

‘Misschien gaan we verhuizen. Ik ben naar een boot wezen kijken.’

Nadim bladerde wat heen en weer. ‘Ik vind dit wel een prachtig indrukwekkend boothuis. En wat is dat kleine scheepje ernaast?’

Dit soort dingen zegt mijn zoon dus echt. Hij is net vijf.

‘Hoort erbij,’ zei ik. ‘Via het kanaal kun je op open water komen. Vandaar vaar je de wijde wereld in. Het was een mooi huis, maar we doen het niet. Je zou van je school af moeten.’

Hij haalde zijn schouders op. Bladerde weer naar de foto van het uitzicht.

‘Ik wil wél naar een andere school.’

‘En je vrienden dan? Je juf?’

‘Maar het lijkt me zo gezellig als we met zijn allen de wijde wereld in kunnen op dat bootje…’

God help me, dacht ik. Nog een romanticus erbij.

__________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Ouders

Ik weet niet hoe vaak ik godverdomme zeg. De Bond tegen vloeken is tegen. Vloeken is het misbruiken van de naam van God of van Jezus, staat er op hun website. Je zou het een omgekeerd gebed kunnen noemen. Bij mij valt het wel mee. Ik vloek niet om grootse dingen. Alleen als het vlees aanbrandt of als ik aan vroeger denk, de Noorse broederschap waartoe mijn ouders zich bekeerden en waar mijn vader werd bevorderd tot ‘profeet’ – een roeping die hij een leven lang heeft uitgezeten.

Naast alles wat mijn vader me ooit leerde aan schijn en heiligheid, leerde hij me ook konijnen slachten, geiten melken en met een buks schieten. Ik denk soms aan die man, hoe hij na het melken een geitenuier controleerde. Met duim en wijsvinger stripte hij de spenen voor de laatste melk die ik er met mijn kinderhand niet meer uitkreeg.
Door zijn toedoen werd ik een meisje dat zonder angst het mes zette in een konijnenbuik. En door mijn toedoen – ik schreef een boek over de Noorse broederschap – werd hij een man die in het bijzijn van medegelovigen niet meer met zijn dochter gezien wilde worden.

Ik misbruik de naam van God als ik aan mijn vader denk, het feit dat hij net zomin een profeet was als ik koningin Maxima. Ik spreek een omgekeerd gebed uit omdat religie zonder pardon het mes in ons gezin zette. De Bond tegen vloeken is tegen. Maar ik heb de genen van mijn moeder, een eigenwijze vrouw die in de negentig is geworden.
De laatste jaren bleef ik uit haar buurt, uit hun buurt, de profeet en zijn echtgenote. Misschien ben ik de appel die niet ver van de boom valt, godverdomme, en een gewaarschuwd mens telt voor twee.

—

afbeeldingEllen Heijmerikx (1963) won met haar roman Blinde wereld de Academica Debutantenprijs 2010, waarover de jury o.a. schreef: ‘Beklemmend en glashelder proza. Alle pathetiek zorgvuldig vermijdend. Dit boek ademt noodzaak.’ Eerder won zij de eerste Duizend Woorden Prijs voor het beste korte verhaal. Wij dansen niet ishaar tweede roman en in 2015 kwam haar derde roman En nooit was iets gelogen uit.

 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Democratie aan de lijzijde – hoe lang nog?

Onder de doden zijn er enkelen aan wie ik vaak moet denken. August Willemsen is er een. Waarom weet ik eigenlijk niet goed, uit bewondering denk ik. J.L. Heldring is een ander. Met een praktischer uitgangspunt. Vrijwel altijd: Hoe zou Heldring hierover geschreven hebben? Deze fascinerende geest krijgt overigens een biografie: Hugo Arlman werkt daaraan. Het boek verschijnt bij ons.

Maar: Trump… Wat zou Heldring daarvan gedacht hebben? Ik waag me daar niet aan hoor, want het prachtige van Heldring was nu juist dat hij er iets van dacht wat je zelf niet had kunnen bedenken. Daaraan was hij naar mijn smaak ook de veel gemiste Hofland wel de baas, want ik had op zeker moment het idee wel min of meer te kunnen voorspellen wat Hofland ergens van vond. Of Bas Heijne. Van Bas Heijne heb ik de truc afgekeken ergens ongeveer het negatiefste van te veronderstellen, het minst hoopvolle en dan zit je meestal redelijk in de buurt. Ik lees hem overigens nog altijd graag. Vrolijke jongens onder elkaar.

In de herfststorm van berichtgeving na Trump zijn mij drie dingen als waar en helder bijgebleven. Populisten beweren niet alleen namens het volk te spreken, een opvallender kenmerk is dat ze beweren dat anderen dat niet doen. Dat wordt kracht bijgezet door demonisering. Populisten zou niet te verwijten zijn dat ze een stem van de meerderheid representeren, maar dat ze niet voor de minderheid wensen te zorgen. Een goede manier je tegen populisten te weer te stellen is krachtig en overtuigend betogen dat je ook namens het volk spreekt. Dat gebeurt te weinig.

Van verschillende zijden zijn me recentelijk brieven gestuurd of artikelen die aangeven dat deze of gene dit alles al voorzien had. En dat wat er gebeurd is lijkt op iets anders. Plato heeft het al voorspeld, het einde van de democratie. J. de Kadt had het allemaal ook al gezien. In de dertiger jaren was er iets dergelijks aan de hand. Nee zegt een ander weer: de communisten zijn er nu niet bij en alleen daarom al is de zaak onvergelijkbaar.

J.L Hedring zou ongetwijfeld uit zijn archiefkast een minder bekende Amerikaanse politicus uit de naoorlogse jaren hebben geciteerd, en een stukje De Tocqueville.

Uit De Tocqueville citeren kan ik nog steeds niet. Wel kan ik in aansluiting op het stukje hierboven van Roos van Rijswijk iets over de wind citeren, die het gras beroert. Omdat dit beeld van Thomas Hardy in Ver weg van het stadsgewoel (vertaling Marcel Otten) vreemd genoeg niet alleen uit kan beelden hoe de geschiedenis de mensheid beroert, maar ook de droefenis ervan.

‘Het dunne gras dat min of meer de heuvel bedekte, werd door de wind aangeraakt met windstoten van verschillende sterkte en bijna verschillende aard – de ene wreef grof over de halmen, een ander harkte er priemend doorheen en weer een andere borstelde ze als een zachte bezem. Men bleef instinctief staan om te horen hoe de bomen rechts en links weeklaagden, of in de regelmatige antifonen van een kerkkoor zongen, hoe heggen en heesters aan de lijzijde vervolgens de toon oppakten en deze tot de tederste snik liet dalen, en hoe de gehaaste windvlaag vervolgens naar het zuiden dook om nooit meer gehoord te worden.’

——————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Raadt van harte aan: J.L. Heldring Dezer dagen en Onze eeuw. J.L. Heldring en André Spoor in gesprek.

Is momenteel (niet slecht qualitate qua) zeer enthousiast over: Gilles van der Loo Het jasje van Luis Martín, Joseph Mitchell McSorley’s wonderbaarlijke Saloon (vertaling Dirk-Jan Arensman) en Marijke Schermer Noodweer.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Waar mijn boek over gaat

img_2792Sinds de presentatie van Het jasje van Luis Martín krijg ik bijna elke dag een berichtje van een lezer. In de meeste gevallen zijn het mensen die Gijs en mij gekend hebben.

De berichten zijn enthousiast van toon op een manier die me blijft verbazen. Bij het lezen ervan is meteen duidelijk dat het hier niet gaat om iemand die me een lol wil doen, maar om iemand die iets van het hart moet.

Het meest raakte me het bericht van een horecacollega die nu in het buitenland woont, en met wie Gijs noch ik ooit lang heeft samengewerkt. Ze schreef dat ze de liefde lastig vindt, en in mijn verhaal haar eigen lastigheid herkent; dat ze dat fijn vindt, maar ook een beetje gek.

Haar woorden bleven me nog dagen bij. Ze volgden me in de donkerte van de ochtend als ik Nadim naar school bracht, en hingen rond in mijn hoofd terwijl ik met onze nieuwe dochter op schoot naar de schijnbaar eindeloze regen staarde.

Een recensent van een onlineplatform schreef een ongunstige recensie over mijn boek. Het deed me minder dan ik van mezelf gewend ben. Zijn hoofdbezwaar was dat de figuur van Gijs ongrijpbaar blijft. Dat je na 220 bladzijden nog steeds niet weet wat er in hem omging. Door die recensie besefte ik wat de kern van mijn boek is en daar ben ik dankbaar voor.

Ik keek in de ogen van mijn dochter. Ada is nu twee weken oud, haar oogjes kunnen nog niet scherpstellen op de dingen. Visuele stimuli worden nog niet geordend in haar hoofd; echt contact maken is onmogelijk omdat ze me niet ziet.

Het jasje van Luis Martín stelt de vraag of het mogelijk is van iemand te houden die onkenbaar blijft.

Het antwoord is ja.

__________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Veren

Het land onder de wind schudt z’n veren op. Die wind, waar heel moeilijk over gedaan wordt maar die niets nieuws is, komt haast recht van boven, probeert de bodem om te spitten terwijl in de lucht de losgelaten herfst de mensen afleidt.
‘O, de blaadjes,’ zeggen we, ‘moet je kijken wat een schouwspel, hoeveel auto’s zullen er al onder een boom liggen en straks houden de daken het niet.’

Wat vindt de wind onder het gras van onze binnenplaatsen, onder de wegen en de stoepen?

They were digging a new foundation in Manhattan
And they discovered a slave cemetery there
May their souls rest easy
Now that lynching is frowned upon
And we’ve moved on to the electric chair

Zingt Ani Difranco tegen de wisseling van het millennium. Bestaan hier ook zulke plekken, in Nederland, of ligt de viezigheid voor het oprapen? Van allebei een beetje misschien, er zijn slavengraven en men vermoedt knekels onder de Amsterdam Toren aan het IJ, van toen daar nog mensen opgehangen werden in het zicht van de binnenvarende schepen. Maar dat is iets heel anders. Je kunt een vlak land zeven en dan blijft er vast wel ergens een stel vervloekte botten achter, tussen de petflessen, de pijpenkopjes en de heipalen. Viezigheid wordt niet per se verborgen onder vaderlandse aarde, ze kan ook in archiefkasten, voormalige koloniën, gevelstenen en afspraken zitten.

Hoe dan ook, het is niet de wind tegen de mensheid, die wind wil niets en heeft geen doel. Alleen wat verwaaide resultaten. Zoals ik, moe, achter m’n raam, ik denk terug aan muziek die ik luisterde toen ik nog niet zo moe kon zijn als nu, alleen maar omdat tussen toen en nu meer dan een decennium ligt waarin ik verschillende zaken achterliet, zoals de eindeloze energie van een kind, enkele al dan niet beantwoorde liefdes en wat een ‘rotsvast geloof in de toekomst’ genoemd wordt (‘Is there anything I can do about/Anything at all?’).

Iemand zei laatst treffend dat ze allergisch voor herfst was en ik heb besloten dat ik dat ook ben. Het is allemaal oké, murmel ik in mezelf, ik ben alleen allergisch voor een jaargetijde, en die allergie voor drie maanden culmineert in een allergie voor alles en een pijnlijke keel – het gaat wel weer over.
Bovendien is niet alles verloren. Een land heeft geen veren, dat weet ik ook wel, maar je moet niet alles kapotschreeuwen.

—

roos-van-rijswijk-foto-irwan-droog-kleinRoos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Stralend gelukkig

Toen ik zes jaar oud was, had ik een roeping. Ik was uitverkoren om volmaakt te worden. Mijn moeder hield me weg van school en wereldse mensen, maar ik verveelde me geen moment. Op een slepende bandrecorder luisterde ik naar Noorse toespraken. Met opgeheven armen dirigeerde ik Noors gezongen liederen en met de bijbel in de hand sprak ik de geiten toe in de schuur achter ons huis. Ongehoorzame konijnen werden met de pollepel getuchtigd. Overwinning van zonden was belangrijk, ook al begreep ik nog niet helemaal wat daarmee werd bedoeld. Maar het altijd verblijden en eeuwigdurend geluk leek me haalbaar. Mijn roeping was mijn redding.

Inmiddels zijn de geiten en konijnen allang opgegeten. De bandrecorder is ingewisseld voor een computer. De toespraken en liederen van de Noorse Broeders worden op hun websites begeleid door beeld. Stralend gelukkige mensen lachen in de camera en vrolijk ogende kinderen vouwen doosjes voor de Postcode Loterij.
Mijn roeping daarentegen is gestrand. Het altijd verblijd zijn bleek een vermoeiend streven. Dat eeuwige geluk. Gerbrand Bakker zou zeggen: ‘Houd daar nou eens mee op!’ Maar dat terzijde.

Voor mijn vierde roman bestudeer ik de ontwikkeling van sektes, kenmerken die zo’n gemeenschap verleidelijk en verslavend maken. Een hoogleraar spreekt van kwaadaardig als geld een belangrijke rol gaat spelen. Ergens anders lees ik dat de volgende stap geweld zal zijn.
Ondertussen komen er op mijn computerscherm berichten voorbij. Een Noorse-broeder-topman zegt te worden bedreigd. Een voormalig financieel brein zit ondergedoken. Leiders en stromannen schrijven strijdlustig blogs om zichzelf vrij te pleiten. Leden wijzen naar de buitenwereld en vergelijken zichzelf met slachtoffers van de holocaust.

Als kind met een roeping zou ik zeggen: ‘Houd daar nou eens mee op!’ Maar dat terzijde.
Om met de woorden van een ex-lid te spreken: ‘Er is een nieuw treurig dieptepunt bereikt.’

—

afbeeldingEllen Heijmerikx (1963) won met haar roman Blinde wereld de Academica Debutantenprijs 2010, waarover de jury o.a. schreef: ‘Beklemmend en glashelder proza. Alle pathetiek zorgvuldig vermijdend. Dit boek ademt noodzaak.’ Eerder won zij de eerste Duizend Woorden Prijs voor het beste korte verhaal. Wij dansen niet ishaar tweede roman en in 2015 kwam haar derde roman En nooit was iets gelogen uit.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Dünya Calikci"
    Dünya Calikci

    Dünya Calikci (28) is een echte Amsterdammer en schrijver pur sang. Als student aan de opleiding Writing for Performance aan de HKU schrijft ze rauw, eerlijk en realistisch – altijd dicht op de huid. Haar werk draait om echte mensen en hun verhalen, zonder opsmuk of filter. Dünya zoekt de kwetsbaarheid op en vangt het alledaagse in woorden die blijven hangen.

  • "Foto van Ida Blom"
    Ida Blom

    Ida Blom schrijft proza en essays. Haar werk verscheen op papieren helden.

  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?