Ouders

Ik weet niet hoe vaak ik godverdomme zeg. De Bond tegen vloeken is tegen. Vloeken is het misbruiken van de naam van God of van Jezus, staat er op hun website. Je zou het een omgekeerd gebed kunnen noemen. Bij mij valt het wel mee. Ik vloek niet om grootse dingen. Alleen als het vlees aanbrandt of als ik aan vroeger denk, de Noorse broederschap waartoe mijn ouders zich bekeerden en waar mijn vader werd bevorderd tot ‘profeet’ – een roeping die hij een leven lang heeft uitgezeten.

Naast alles wat mijn vader me ooit leerde aan schijn en heiligheid, leerde hij me ook konijnen slachten, geiten melken en met een buks schieten. Ik denk soms aan die man, hoe hij na het melken een geitenuier controleerde. Met duim en wijsvinger stripte hij de spenen voor de laatste melk die ik er met mijn kinderhand niet meer uitkreeg.
Door zijn toedoen werd ik een meisje dat zonder angst het mes zette in een konijnenbuik. En door mijn toedoen – ik schreef een boek over de Noorse broederschap – werd hij een man die in het bijzijn van medegelovigen niet meer met zijn dochter gezien wilde worden.

Ik misbruik de naam van God als ik aan mijn vader denk, het feit dat hij net zomin een profeet was als ik koningin Maxima. Ik spreek een omgekeerd gebed uit omdat religie zonder pardon het mes in ons gezin zette. De Bond tegen vloeken is tegen. Maar ik heb de genen van mijn moeder, een eigenwijze vrouw die in de negentig is geworden.
De laatste jaren bleef ik uit haar buurt, uit hun buurt, de profeet en zijn echtgenote. Misschien ben ik de appel die niet ver van de boom valt, godverdomme, en een gewaarschuwd mens telt voor twee.

afbeeldingEllen Heijmerikx (1963) won met haar roman Blinde wereld de Academica Debutantenprijs 2010, waarover de jury o.a. schreef: ‘Beklemmend en glashelder proza. Alle pathetiek zorgvuldig vermijdend. Dit boek ademt noodzaak.’ Eerder won zij de eerste Duizend Woorden Prijs voor het beste korte verhaal. Wij dansen niet ishaar tweede roman en in 2015 kwam haar derde roman En nooit was iets gelogen uit.

 

In de Oorshop

Democratie aan de lijzijde – hoe lang nog?

Onder de doden zijn er enkelen aan wie ik vaak moet denken. August Willemsen is er een. Waarom weet ik eigenlijk niet goed, uit bewondering denk ik. J.L. Heldring is een ander. Met een praktischer uitgangspunt. Vrijwel altijd: Hoe zou Heldring hierover geschreven hebben? Deze fascinerende geest krijgt overigens een biografie: Hugo Arlman werkt daaraan. Het boek verschijnt bij ons.

Maar: Trump… Wat zou Heldring daarvan gedacht hebben? Ik waag me daar niet aan hoor, want het prachtige van Heldring was nu juist dat hij er iets van dacht wat je zelf niet had kunnen bedenken. Daaraan was hij naar mijn smaak ook de veel gemiste Hofland wel de baas, want ik had op zeker moment het idee wel min of meer te kunnen voorspellen wat Hofland ergens van vond. Of Bas Heijne. Van Bas Heijne heb ik de truc afgekeken ergens ongeveer het negatiefste van te veronderstellen, het minst hoopvolle en dan zit je meestal redelijk in de buurt. Ik lees hem overigens nog altijd graag. Vrolijke jongens onder elkaar.

In de herfststorm van berichtgeving na Trump zijn mij drie dingen als waar en helder bijgebleven. Populisten beweren niet alleen namens het volk te spreken, een opvallender kenmerk is dat ze beweren dat anderen dat niet doen. Dat wordt kracht bijgezet door demonisering. Populisten zou niet te verwijten zijn dat ze een stem van de meerderheid representeren, maar dat ze niet voor de minderheid wensen te zorgen. Een goede manier je tegen populisten te weer te stellen is krachtig en overtuigend betogen dat je ook namens het volk spreekt. Dat gebeurt te weinig.

Van verschillende zijden zijn me recentelijk brieven gestuurd of artikelen die aangeven dat deze of gene dit alles al voorzien had. En dat wat er gebeurd is lijkt op iets anders. Plato heeft het al voorspeld, het einde van de democratie. J. de Kadt had het allemaal ook al gezien. In de dertiger jaren was er iets dergelijks aan de hand. Nee zegt een ander weer: de communisten zijn er nu niet bij en alleen daarom al is de zaak onvergelijkbaar.

J.L Hedring zou ongetwijfeld uit zijn archiefkast een minder bekende Amerikaanse politicus uit de naoorlogse jaren hebben geciteerd, en een stukje De Tocqueville.

Uit De Tocqueville citeren kan ik nog steeds niet. Wel kan ik in aansluiting op het stukje hierboven van Roos van Rijswijk iets over de wind citeren, die het gras beroert. Omdat dit beeld van Thomas Hardy in Ver weg van het stadsgewoel (vertaling Marcel Otten) vreemd genoeg niet alleen uit kan beelden hoe de geschiedenis de mensheid beroert, maar ook de droefenis ervan.

‘Het dunne gras dat min of meer de heuvel bedekte, werd door de wind aangeraakt met windstoten van verschillende sterkte en bijna verschillende aard – de ene wreef grof over de halmen, een ander harkte er priemend doorheen en weer een andere borstelde ze als een zachte bezem. Men bleef instinctief staan om te horen hoe de bomen rechts en links weeklaagden, of in de regelmatige antifonen van een kerkkoor zongen, hoe heggen en heesters aan de lijzijde vervolgens de toon oppakten en deze tot de tederste snik liet dalen, en hoe de gehaaste windvlaag vervolgens naar het zuiden dook om nooit meer gehoord te worden.’

——————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Raadt van harte aan: J.L. Heldring Dezer dagen en Onze eeuw. J.L. Heldring en André Spoor in gesprek.

Is momenteel (niet slecht qualitate qua) zeer enthousiast over: Gilles van der Loo Het jasje van Luis Martín, Joseph Mitchell McSorley’s wonderbaarlijke Saloon (vertaling Dirk-Jan Arensman) en Marijke Schermer Noodweer.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Waar mijn boek over gaat

img_2792Sinds de presentatie van Het jasje van Luis Martín krijg ik bijna elke dag een berichtje van een lezer. In de meeste gevallen zijn het mensen die Gijs en mij gekend hebben.

De berichten zijn enthousiast van toon op een manier die me blijft verbazen. Bij het lezen ervan is meteen duidelijk dat het hier niet gaat om iemand die me een lol wil doen, maar om iemand die iets van het hart moet.

Het meest raakte me het bericht van een horecacollega die nu in het buitenland woont, en met wie Gijs noch ik ooit lang heeft samengewerkt. Ze schreef dat ze de liefde lastig vindt, en in mijn verhaal haar eigen lastigheid herkent; dat ze dat fijn vindt, maar ook een beetje gek.

Haar woorden bleven me nog dagen bij. Ze volgden me in de donkerte van de ochtend als ik Nadim naar school bracht, en hingen rond in mijn hoofd terwijl ik met onze nieuwe dochter op schoot naar de schijnbaar eindeloze regen staarde.

Een recensent van een onlineplatform schreef een ongunstige recensie over mijn boek. Het deed me minder dan ik van mezelf gewend ben. Zijn hoofdbezwaar was dat de figuur van Gijs ongrijpbaar blijft. Dat je na 220 bladzijden nog steeds niet weet wat er in hem omging. Door die recensie besefte ik wat de kern van mijn boek is en daar ben ik dankbaar voor.

Ik keek in de ogen van mijn dochter. Ada is nu twee weken oud, haar oogjes kunnen nog niet scherpstellen op de dingen. Visuele stimuli worden nog niet geordend in haar hoofd; echt contact maken is onmogelijk omdat ze me niet ziet.

Het jasje van Luis Martín stelt de vraag of het mogelijk is van iemand te houden die onkenbaar blijft.

Het antwoord is ja.

__________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Veren

Het land onder de wind schudt z’n veren op. Die wind, waar heel moeilijk over gedaan wordt maar die niets nieuws is, komt haast recht van boven, probeert de bodem om te spitten terwijl in de lucht de losgelaten herfst de mensen afleidt.
‘O, de blaadjes,’ zeggen we, ‘moet je kijken wat een schouwspel, hoeveel auto’s zullen er al onder een boom liggen en straks houden de daken het niet.’

Wat vindt de wind onder het gras van onze binnenplaatsen, onder de wegen en de stoepen?

They were digging a new foundation in Manhattan
And they discovered a slave cemetery there
May their souls rest easy
Now that lynching is frowned upon
And we’ve moved on to the electric chair

Zingt Ani Difranco tegen de wisseling van het millennium. Bestaan hier ook zulke plekken, in Nederland, of ligt de viezigheid voor het oprapen? Van allebei een beetje misschien, er zijn slavengraven en men vermoedt knekels onder de Amsterdam Toren aan het IJ, van toen daar nog mensen opgehangen werden in het zicht van de binnenvarende schepen. Maar dat is iets heel anders. Je kunt een vlak land zeven en dan blijft er vast wel ergens een stel vervloekte botten achter, tussen de petflessen, de pijpenkopjes en de heipalen. Viezigheid wordt niet per se verborgen onder vaderlandse aarde, ze kan ook in archiefkasten, voormalige koloniën, gevelstenen en afspraken zitten.

Hoe dan ook, het is niet de wind tegen de mensheid, die wind wil niets en heeft geen doel. Alleen wat verwaaide resultaten. Zoals ik, moe, achter m’n raam, ik denk terug aan muziek die ik luisterde toen ik nog niet zo moe kon zijn als nu, alleen maar omdat tussen toen en nu meer dan een decennium ligt waarin ik verschillende zaken achterliet, zoals de eindeloze energie van een kind, enkele al dan niet beantwoorde liefdes en wat een ‘rotsvast geloof in de toekomst’ genoemd wordt (‘Is there anything I can do about/Anything at all?’).

Iemand zei laatst treffend dat ze allergisch voor herfst was en ik heb besloten dat ik dat ook ben. Het is allemaal oké, murmel ik in mezelf, ik ben alleen allergisch voor een jaargetijde, en die allergie voor drie maanden culmineert in een allergie voor alles en een pijnlijke keel – het gaat wel weer over.
Bovendien is niet alles verloren. Een land heeft geen veren, dat weet ik ook wel, maar je moet niet alles kapotschreeuwen.

roos-van-rijswijk-foto-irwan-droog-kleinRoos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Stralend gelukkig

Toen ik zes jaar oud was, had ik een roeping. Ik was uitverkoren om volmaakt te worden. Mijn moeder hield me weg van school en wereldse mensen, maar ik verveelde me geen moment. Op een slepende bandrecorder luisterde ik naar Noorse toespraken. Met opgeheven armen dirigeerde ik Noors gezongen liederen en met de bijbel in de hand sprak ik de geiten toe in de schuur achter ons huis. Ongehoorzame konijnen werden met de pollepel getuchtigd. Overwinning van zonden was belangrijk, ook al begreep ik nog niet helemaal wat daarmee werd bedoeld. Maar het altijd verblijden en eeuwigdurend geluk leek me haalbaar. Mijn roeping was mijn redding.

Inmiddels zijn de geiten en konijnen allang opgegeten. De bandrecorder is ingewisseld voor een computer. De toespraken en liederen van de Noorse Broeders worden op hun websites begeleid door beeld. Stralend gelukkige mensen lachen in de camera en vrolijk ogende kinderen vouwen doosjes voor de Postcode Loterij.
Mijn roeping daarentegen is gestrand. Het altijd verblijd zijn bleek een vermoeiend streven. Dat eeuwige geluk. Gerbrand Bakker zou zeggen: ‘Houd daar nou eens mee op!’ Maar dat terzijde.

Voor mijn vierde roman bestudeer ik de ontwikkeling van sektes, kenmerken die zo’n gemeenschap verleidelijk en verslavend maken. Een hoogleraar spreekt van kwaadaardig als geld een belangrijke rol gaat spelen. Ergens anders lees ik dat de volgende stap geweld zal zijn.
Ondertussen komen er op mijn computerscherm berichten voorbij. Een Noorse-broeder-topman zegt te worden bedreigd. Een voormalig financieel brein zit ondergedoken. Leiders en stromannen schrijven strijdlustig blogs om zichzelf vrij te pleiten. Leden wijzen naar de buitenwereld en vergelijken zichzelf met slachtoffers van de holocaust.

Als kind met een roeping zou ik zeggen: ‘Houd daar nou eens mee op!’ Maar dat terzijde.
Om met de woorden van een ex-lid te spreken: ‘Er is een nieuw treurig dieptepunt bereikt.’

afbeeldingEllen Heijmerikx (1963) won met haar roman Blinde wereld de Academica Debutantenprijs 2010, waarover de jury o.a. schreef: ‘Beklemmend en glashelder proza. Alle pathetiek zorgvuldig vermijdend. Dit boek ademt noodzaak.’ Eerder won zij de eerste Duizend Woorden Prijs voor het beste korte verhaal. Wij dansen niet ishaar tweede roman en in 2015 kwam haar derde roman En nooit was iets gelogen uit.

Hella S. Haasse, meester van de lichte toon

illustraties in Irundina zijn van Sylvia Weve

Irundina is een Portugees meisje dat in Frankrijk werkt om het geld te verdienen waarmee haar zieke zusje naar een kuuroord kan om van haar longziekte te genezen. In de tachtiger jaren, wanneer Hella S. Haasse in Frankrijk woont, maakt Irundina ook bij hen schoon, zo leren ze elkaar kennen.

Richard Curtis is een Nieuw-Zeelandse scenarioschrijver die klassieke feel good movies op zijn naam heeft als Four Weddings and a Funeral, Bridget Jones’s Diary, Notting Hill, en Love Actually. Bepaald de minste niet, ik heb ze gemiddeld 4 keer gezien, denk ik. (Want een zwak voor het genre en als een ceterum censeo probeer ik al jaren iedereen na een gesprek over film About time aan te bevelen, die niemand kent vreemd genoeg.)

In de schitterende documentaire Eight Days a Week, the Touring Years over The Beatles, is Curtis een van de talking heads. Hij vertelde erin dat de films die hij maakt (die las ik net ensemble films worden genoemd) ontstaan zijn vanuit Curtis bewondering voor hoe de Beatles met elkaar omgingen. Hij wilde films maken met vriendengroepen die voor elkaar zorgden en om elkaars grapjes lachten. Zo bezien zie je in elk van deze films precies wat hij bedoelde. De grappige vriendenclubs die veel ruimte aan elkaars afwijkendheid geven, en ook voor elkaar zorgen, iets wat echt duidelijk in de documentarie naar voren kwam. Mooi om te zien en blijkbaar een succesvolle formule. Binnen de Beatles, maar ook in de films van Curtis. (En bij uitbreiding veel succes-tv: Friends, Sex in the City, How I met your Mother, etc.)  We willen zo’n vriendengroep.

In Love Acually, betreft een van de verhaallijnen een meisje dat schoonmaakt in Frankrijk en uit Portugal afkomstig is. Er zijn er blijkbaar nogal wat. In Irundina moeten we het zonder de romantiek doen. Hella S. Haasse doet dat ook heel mooi: aan het einde van het toch betrekkelijk droevige verhaal, van armoede, uitbuiting, niet aan een echt leven kunnen beginnen, schrijft ze: ‘Als dit een verzonnen verhaal was, zou ik wel een goede afloop kunnen bedenken.’ En daar gaat ze, ze arrangeert een ‘Richard Curtis apotheose’, de Engelse vrouw die haar naam suggereerde aan het begin van het boekje komt haar weer tegen en helpt haar bijvoorbeeld eigenaar te worden van het restaurant waar ze werkt .(We zien in Love Actually Colin Firth door Lissabon lopen om zijn Portugese werkster een aanzoek te doen, in het restaurant waar zij dan werkt). Zo’n einde.

Maar het is geen verzonnen verhaal… we weten niet hoe het met Irundina afloopt, maar erg gelukkig is haar leven niet begonnen. Het is Haasse’s scherp gevoel voor empathie, haar heel lichte toon – waardoor het bijna een kinderboek zou kunnen zijn – die zo’n indruk maakt.  Naast Sylvia Weve’s mooie illustraties. Ontheemdheid en illegaliteit, werken voor te weinig geld, de dromen uit je leven zien verdwijnen. Irundina is een schrijnend altijd actueel en prachtig vormgegeven en geschreven boekje.

 

Overigens ben ik van mening dat iedereen About Time zou moeten zien, het vergeten meesterwerk in het feel good genre van Richard Curtis…

 

Hella S. Haasse Irundina, met tekeningen van Sylvia Weve. Uitgeverij Querido, 2016

——————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Schreef al eens een stukje over Haasse.

Is momenteel (niet slecht qualitate qua) zeer enthousiast over: Gilles van der Loo Het jasje van Luis Martín, Joseph Mitchell McSorley’s wonderbaarlijke Saloon (vertaling Dirk-Jan Arensman) en Marijke Schermer Noodweer.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jan Lodewijckx"
    Jan Lodewijckx

    Jan Lodewijckx (1990) had het wel even gehad op kantoor. Hij kocht een zware fiets en een kleine tent en zegde zijn werk op en zijn appartement.

  • "Foto van Mira Aluç"
    Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

  • "Foto van Marian van der Pluijm"
    Marian van der Pluijm

    Marian van der Pluijm (1997) is historica. Momenteel woont ze in Boedapest, waar ze Hongaarse Taal en Cultuur studeert. Voor VPRO-radioprogramma OVT maakte zij een documentaire over de Hongaarse dichter Miklós Radnóti. Zondag 7 november werd de documentaire uitgezonden op NPO Radio 1.