Therapie (4): niets is als in de musicalfilm

Op een maandagavond neem ik een vriend en een vriendin mee naar een sneakpreview. Het is een nieuwe Nederlandse knaller, gonst door de wandelgangen. Het blijkt de twee uur durende musicalfilm De Zevende Hemel. Het verhaal: Italiaans familierestaurant De Zevende Hemel viert over vijf dagen het dertigjarig bestaan, maar de familie ligt half uit elkaar. Zoon Paul en zijn vrouw Silke – Tjitske Reidinga, die ook zingt – zijn jaren terug de laan uit gestuurd door vader Max. Het gezin gaat natuurlijk nooit bij elkaar komen voor zo’n laffe reünie, er moet meer gebeuren en dus krijg Maria – de godmother – in het begin van de film te horen dat ze dood zal gaan. De dood zet in een film alles op scherp.

*

Op mijn oude studie Theaterwetenschappen zat een meisje met een bril waarvan één pootje met alleen plakband aan het montuur vastzat. ‘Vrouwen lossen alles wat stuk is op met duct tape,’ zei ze. Regelmatig zag ik haar in de collegebanken nieuwe duct tape om haar bril binden. Ik wist niet of ze dit nu echt deed om efficiënt gebruik te kunnen blijven maken van haar bril, of omdat ze te lui was om naar de opticien te gaan. Als je iets wat kapot is echt wilt repareren, ben je het vaak een tijd kwijt.

*

duct-tape_moving_van
’Ik weet niet of iemand nu heel diep moet gaan graven,’ fluister ik tijdens de film in het oor van de vriendin. Onze vriend trekt zijn capuchon verder over zijn hoofd, terwijl Halina Reijn huilt in de keuken.
’Ik denk dat je moet kijken wat je van therapie verwacht,’ antwoordt ze, ‘een doel hebben. Dan komt dat van je ouders vanzelf wel boven drijven.’
Jan Kooijman heeft opeens geen shirt meer aan en danst een balletsolo samen met Noortje Herlaar.
’Ik wil onderbuikgevoelens hebben, naar mijn gut luisteren,’ zeg ik.
‘En het daarna ook uiten,’ zegt ze. 
Ik denk aan hoe ik soms liever heb dat mensen met me luisteren naar muziek die me iets doet, dan dat ze me vasthouden, dan dat ik zelf woorden moet geven aan wat me bezighoudt. Het is er al: luister maar, kijk hier in de tekst gebeurt iets en dan wordt alles duidelijk, als vanzelf.

*

duct_tape_wall

In een musicalfilm de ontwikkelingen die je ziet niet ontelbaar. Nergens duct tape, maar dunne lijnen tussen mensen die langzaam naar het plot toe weven. Zo lost het meeste zich vanzelf op: Paul keert terug en vervangt direct de overspelige lul van een kok die al jaren aast op het etablissement, en het juiste kind neemt het familierestaurant over. Moeder Maria sterft, maar met een gerust hart: alles wat gebroken was, is weer heel. Maar stel je nu voor dat je tegen een vriend of familielid op straat ‘Ik leef niet meer voor jou’ begint te zingen. De muziek die achter jouw noten hoort, verschijnt niet zomaar. Naar je toe trekken of wegduwen, open zijn over wat pijnlijk is en dichtbij je gevoel komen, draagt niets pompeus of overdreven hysterisch in zich. En je kunt ook niet steeds doen alsof je stervende bent, om iedereens diepste gevoelens naar boven te halen. Het is eerder alsof je een kitten in handen krijgt om mee naar huis te nemen, maar je moet nog wel even door heel het Amsterdamse centrum fietsen met dat diertje in je handpalm. Driekwart – en dan ben ik nog optimistisch – van de voetgangers, automobilisten, medefietsers zal niet zien wat je bij je draagt. Wat jij van waarde acht is voor een ander verwaarloosbaar, en ja, dus ook weerloos.

—

lisa-weedaLisa Weeda (1989) schrijft, maakt literair programma bij Mooie Woorden in Utrecht, is co-host bij de literaire podcast Ondercast, geeft les en workshops. Haar werk verscheen onder meer in Das Magazin, De Titaan, op De Optimist en Hard//Hoofd. Lisa is onderdeel van het Slow Writing Lab, het talentenprogramma van het Nederlands Letterenfonds. In november verschijnt haar chapbook ‘De benen van Petrovski’ bij Literair Productiehuis De Wintertuin.

Foto: Masha Bakker

In de Oorshop

You and me, baby

Lieve Gijs,

Je bent de laatste die te horen krijgt dat ik een boek over ons geschreven heb. Sorry, daarvoor. Je had het als eerste moeten weten.

Het is een roman geworden. Fictie is met het toenemen van de hoofdstukken door ons verhaal heen gegroeid en ermee verweven geraakt, maar ik weet zeker dat je jou en mij – de vriendschap – zult herkennen.

Gisteren kon ik mijn exemplaren ophalen bij Van Oorschot. Ze waren lief, op de uitgeverij. Ik mocht meelunchen en kreeg een broodje kroket. De doos met boeken stond naast mijn stoel terwijl ik at en grappen maakte. De tweede keer in vijf jaar dat jij in een doos lag en mijn leven doorging, zo heel vlakbij.

Nu Het jasje van Luis Martín af is en ik geen komma meer verplaatsen kan komt vooral in me op wat er allemaal niet in het boek staat. Wat er nog mist.

Wat ik niet opschreef is dat ik zo van je gehouden heb.

Dat de dingen minder waard lijken sinds ik ze niet meer met je kan delen.

Dat ik nog steeds niet goed weet wie ik ben sinds jij er niet meer bent.

Het staat er wel, maar niet in juist die woorden. Ook dat klopt met de vriendschap: ik heb je dit nooit in het echt gezegd.

En ik merk dat ik bang ben. Voor de reactie, recensies, de aandacht die ons verhaal niet, of juist wel zal krijgen. Alsof mijn binnenwerk buitenstaat en overgeleverd is aan elke gek die er voorbij loopt.

Dit blogje moest een open oproep worden, een uitnodiging aan iedereen die zich betrokken voelt om naar de presentatie te komen. De Kingfisher in de Pijp op zondag 23 oktober om 16:00. Dat is het nu dus ook.

Ik hoop dat iedereen komt. Dat het niet leger lijkt dan het al zal voelen om er zonder je te staan.

Ik mis je nog steeds.

Je vriend,

Gilles

__________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verschijnt zijn nieuwe roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Ons plein

Waar wij wonen worden dingen neergezet voor de mensen. Er wordt op een lege dinsdagmiddag een podium gebouwd op een nat plein, het podium staat snel zodat het ook snel weer mee te nemen is, het is een vloertje op pootjes. Iemand drukt op een knop, iemand zingt op muziek die nergens vandaan komt; dit is een van de neergezette dingen. Niemand zit te wachten op de dingen die neergezet worden – niet op het springkussen waarvan de blaasinstallatie herrie maakt, niet op de All You Need is Love-bus, niet op de kermis en al helemaal niet op de zingende kerstmannen die het winkelend publiek achtervolgen met hun draadloze microfoons.
Wij zijn geen winkelend publiek, we doen boodschappen en dat doen we op een plein vol holle doorgeefzaakjes. ’s Avonds liggen we in bed en horen een plofkraak. ’s Ochtends staan we op, doen we de dag zoals je een dag doet en we kopen eten om de rest van de dagen ook te overleven. De dingen met hun felle kleuren schieten als wijzende vingers de grond uit; we horen lol te hebben, en geld om aan de kerstmannen te geven en we horen niet hard te lachen als de DJ voor de Hunkemöller het knopje voor scratchgeluid indrukt- nee, ze schermafbeelding-2016-10-17-om-09-05-25denken echt dat we het mooi vinden, we moeten ervan genieten. Ze denken dat wij mensen zijn die niet weten dat je scratcht met een langspeelplaat. Heb het in godsnaam leuk, vlaggen de draaimolens, de volksdansers, de steltlopers en de elastieken tuigjes waar je je kind mee tot boven lege warenhuizen kunt laten lanceren; geniet, geniet, klap toch mee, het leven is mooi. We weten heus dat het leven even mooi als rot, even droog als nat, even vol als leeg kan zijn, maar hier even niet. Hier hoeven we de schaduw van de metershoge gemeentehanden die ons het prullerig vertier toeschuiven niet te dulden. Als de fotograaf die ons vast moet leggen terwijl we in een suikerspin happen passeert happen we niet in een suikerspin, we kopen geen suikerspin, we kopen een pak rijst en een zak aardappels en hondenbrokken en sperziebonen, die in de aanbieding zijn.
En we wachten, met de kaken op elkaar, tot ze ons eindelijk begrijpen.

 

 

 

—

roos-van-rijswijk-foto-irwan-droog-kleinRoos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Therapie (3) – I SAID I don’t want to talk about it

Als driejarig kind heb ik een grote lappenpop, Josefien, en een imaginary friend, Tamara. Op de momenten dat ik iets sloop – regelmatig – of me eigenwijs gedraag – zeer regelmatig – geef ik Tamara de schuld. Vanaf september 1992, ik ben dan drie en een half, wordt Tamara vervangen door de Paashaas. Die doet vanaf dat moment alles fout. Ik weet niet hoe ik dit – totaal niet seizoensgebonden – beslis. Wel weet ik dat ik mijn broer, die pas vijf maanden oud is, voorlopig onmogelijk ergens de schuld van kan geven. Dat zou opvallen.

*
‘Boy, did I get in trouble at school today,’ zegt Calvin. Hij loopt met Hobbes, zijn tijgerknuffel die tot leven komt als er niemand in de buurt is, door de sneeuw.
‘What happened?’ vraagt Hobbes.
‘I don’t even want to talk about it,’ antwoordt Calvin. Hij steekt zijn handen in zijn broekzakken en kijkt boos naar de grond.
Een tijd lopen de tijger en het jongetje zwijgzaam naast elkaar. Dan vraagt Hobbes: ‘Did it have anything to do with all those sirens around noon?’
Calvin trekt zijn cartoonmond wijd open tot een zwart gat en schreeuwt ‘I SAID I don’t want to talk about it.’

*

235112299_ec87d248c3_oMijn oud docent zegt dat ik naar familieopstelling-therapie kan. Hij heeft me net begroet door me warm te omhelzen.
‘Wat een gedoe en een zooi, Lisa,’ zegt hij. Ik zeg niks. Ik voel me een blok cement tussen zijn armen.
‘Familieopstellingen, ik raad het meerdere mensen aan. Ik ken twee hele goede therapeuten. ****** ****** -Nederlandse celebrity van formaat, van wie ik niet weet of iedereen dit mag weten- komt daar ook.’
Ik denk aan de celebrity. Aan de mensen die om deze BN’er heen staan tijdens de sessies en helemaal niet meer aan hun onevenwichtige familiebalans of werkvloersituatie denken. Ik vraag me af of iedereen zich groot zal proberen te houden tegenover diegene en denk daarna meteen: nee, ik zou dat misschien nog proberen, de eerste keer.
‘Niet dat het daar om gaat,’ zegt hij snel, ‘maar zo goed zijn die mensen dus.’

*

Calvin ziet de dingen zo: school is verschrikkelijk, huiswerk een marteling, in bad gaan niet goed voor zijn toekomstige sterrenstatus, zijn klasgenootje Susie is alleen leuk om sneeuwballen tegenaan te gooien. Er gaat veel te veel tijd verloren aan serieuze dingen. Met Hobbes bespreekt hij filosofische first-world-problems, bouwt hij kastelen, sleet hij van dodelijk lijkende heuvels af. De opstelling is simpel: zijn ouders zijn gewoon de baas, zijn vader is softer dan zijn moeder, meestal krijgt hij zijn zin niet. En als er iets heel erg mis gaat, geeft hij Hobbes de schuld. Zoals ik eerst Tamara en daarna de paashaas de schuld gaf.

*

fullsizerenderIn 1992 is er een middag, waarop mijn moeder het al enige tijd verdacht stil vindt. Ik ben een kind dat zich uren alleen kan vermaken, maar meestal maak ik dan wel geluid. Ik praat bijvoorbeeld tegen Josefien of schuif heen en weer met potloden of blokken. Mijn moeder loopt naar de woonkamer, kijkt de hoek om en ziet me zitten in een zee van witte bolletjes piepschuim. Ik heb een gat dat in de leren poef zit kundig open gefriemeld en de bolletjes er secuur en gefascineerd uitgehaald. Tot ik gretig word en het gat groter wil hebben, dan spuit er plots een tsunami van witte zooi uit. Ik kan het onmogelijk met mijn eigen handen terug stoppen, de bolletjes blijven er tot mijn frustratie ook telkens weer uit vallen. Mijn moeder loopt naar de slaapkamer, pakt haar camera en maakt een foto. Daarna krijg ik straf. ‘Dat is niet de bedoeling, Lisa,’ zegt ze.

*

Als ik thuis ben bij mijn moeder, zoek ik de foto op in het album van het jaar 1992-1993. Ik zit in een roze indianentrui, bloemenbroek en konijnenpantoffels in een zee van wit, mijn armen paniekerig en verslagen in de lucht. Ik kan niemand de schuld geven, ik ben alleen. Tamara of de Paashaas staan niet op de foto. Ik ben vierentwintig jaar ouder. Als ik twee jaar terug naar familieopstelling therapie zou zijn gegaan, had ik mijn ouders of anderen de schuld gegeven van alle fouten die ik maakte, van de keren dat ik niet naar de academie ging, mijn werk afbelde, te veel lanterfantte, tegen meisjes loog, zei dat ik films had gezien die ik niet had gezien. Ik zou proberen nieuwe Tamara’s en Paashazen, minder grappige versies van Hobbes te maken. Mijn woede zou zo groot zijn geweest als die van Calvin en ik zou – net als hij – niet naar mijzelf hebben gewezen. Ik kijk naar de foto. Iedereen wordt een keer te oud.

—
lisa-weedaLisa Weeda (1989) schrijft, maakt literair programma bij Mooie Woorden in Utrecht, is co-host bij de literaire podcast Ondercast, geeft les en workshops. Haar werk verscheen onder meer in Das Magazin, De Titaan, op De Optimist en Hard//Hoofd. Lisa is onderdeel van het Slow Writing Lab, het talentenprogramma van het Nederlands Letterenfonds. In november verschijnt haar chapbook ‘De benen van Petrovski’ bij Literair Productiehuis De Wintertuin.

Foto: Masha Bakker

Bevroren verlangen, de gevangenis van het koningshuis

Het terugkerende Oranje-bashen, een fenomeen uit de media waarin met de regelmaat van eens per 7 maanden een ongerechtigheid in het Koninklijk huis wordt geopenbaard, is een boeiend fenomeen. Om te beginnen heeft niet iedereen door dat er vanuit de wat serieuzere media ook soms op onderbuikgevoelens moet worden ingespeeld. En wat is er dan lekkerder dan dat rijke mensen zich verrijken. Schande! Terwijl dat toch niet echt nieuws is.

Recentelijk ging het om de verkoop van kunst uit de kelders van de Oranjes en een belastingmaatregel die het koninklijk huis compenseerde voor belasting op rente op kapitaal.

Ik voel altijd voornamelijk medelijden wanneer ik aan het koninklijk huis denk. In paleisjes opgesloten en eigenlijk het bezit van de bevolking. Denk aan de droeve ogen van wijlen Claus en je weet hoe het voelt.

In het onnavolgbaar sprankelend, intelligente boek Bevroren verlangen van de Britse historicus James Buchan doet deze een fascinerend onderzoek naar de betekenis van geld.

De monarchie heeft een feodale oorsprong, bezitters van land organiseerden in een wereld waarin geld geen rol speelde de ruil van land met opbrengst. De kolossale banketten van koningen in deze feodale tijd vinden hun oorsprong in de afwezigheid van geld: de opbrengst van wild in het najaar kon niet verkocht, maar moest gewoon geconsumeerd. Tot kotsens toe je opbrengst opeten voordat het verrot. De heer, de bezitter van het land is even als de boer een gevangene van dat land. Geld heeft hen beiden uit die gevangenis bevrijd: de landbezitter kon door de geldeconomie een pachter op zijn land zetten die hem betaalde zodat hij in een stadpaleisje van de luxe kon gaan genieten. De boer hoefde niet meer 10 liter honing, 70 liter melkt etc, maar kon zich specialiseren.

schermafbeelding-2016-10-13-om-09-43-36Geld is ook nu voor het koningshuis een ontsnapping aan hun gebondenheid aan het land. De veertiende eeuwse Engelse dichter William Langland dichtte

Relatifs indirect recceth thei neuere
Of the course of the case so they cacche suluer

(Indirecte verwanten laten zich niets aan de zaak zelf gelegen liggen, zolang ze maar geld kunnen krijgen.)

Zo bezien is het verkopen van kunst, inderdaad zonder veel kennis, een symbolische handeling, is het de schreeuw waarmee deze royalties zich uit de verstikkende bezittingen trachten te bevrijden. Geld het voertuig naar vrijheid.

Het onderwerp van het schilderij is dan wel weer mooi. Waar zie je de intense zich naar vrijheid kerende blik, de wil onder de verscheurende klauwen van predatoren uit te komen sterker vastgelegd dan in de oogopslag van dit benarde dier. Hebben de Oranjes een gecodeerd bericht afgegeven?

‘Bevrijd ons , bevrijd ons toch!’

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Dunning-Kruger

Wanneer je je lange tijd toelegt op het leren van iets moeilijks – zoals het schrijven van romans, het leren van een vreemde taal of de beginselen van Aikido – dan zijn er momenten in je leerproces waarop je heel even voelt dat je het allemaal begint te begrijpen. Nu, denk je dan, sta ik boven de stof. 

Zo’n moment wordt in mijn ervaring altijd en vrijwel onmiddellijk gevolgd door een bijna verlammend besef van hoe weinig je eigenlijk weet en kunt. De zestien jaren die ik nu in het Aikido geinvesteerd heb leerden me dat dit besef het gevolg is van het voorlopen van je vermogen je eigen functioneren te bekijken op het feitelijke niveau van je vaardigheden.

Het leek me een voorwaarde voor groei: als je niet weet wat je nog fout doet dan kun je ook niet beter worden.

Door een Youtubefilmpje van John Cleese kwam ik erachter dat dit principe een omgekeerd dunning-krugereffect is. Het effect zelf is volgens Wikipedia: “…een psychisch verschijnsel. Het treedt op bij incompetente mensen die juist door hun incompetentie het metacognitieve vermogen missen om in te zien dat hun keuzes en conclusies […] verkeerd zijn.”

Hoewel Cleese het effect aanhaalt om te laten zien hoe oenen niet doorhebben dat ze oenen zijn, zou ik er een andere boodschap uit willen distilleren. Soms kom je ze namelijk tegen: de gelukkigen die kennelijk niet aangeslagen zijn door dat steeds terugkerende gevoel van het – nog lang niet – kunnen. Gelukkigen die in principe dezelfde vaardigheden hebben als anderen, maar door een soort spontane mutatie niet gehinderd zijn door, of blijven hangen in ervaren ontoereikendheid. In frustratie.

Dat zijn de hoogvliegers. Ze zullen sneller beter zijn in alles wat ze ondernemen omdat ze frustratie kunnen verdragen. __________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verschijnt zijn nieuwe roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.

  • "Foto van Plonia Westendorp"
    Plonia Westendorp

    Plonia Westendorp (1998) is verpleegkundige en student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

  • "Foto van Mira Aluç"
    Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.