Wat je moet met mensen die huilen in het openbaar

foto: Pascale Maramis

Ik had een keer een discussie met een docent over de functie van literatuur, zoals iedere aan zichzelf twijfelende schrijver dat wel eens heeft. Ik zei dat ik literatuur een behoorlijk nutteloos fenomeen vond- ik was ergens kwaad over denk ik.
‘Maar ik lees boeken als troost,’ zei mijn docent, ‘dan heeft het  toch nut?’
Niemand anders doet zoiets, dacht ik.

De laatste tijd help ik veel vreemden met dingen sjouwen. Fietsen, tassen, kinderwagens, vuilniszakken. Zolang ik niks hoef te zeggen, doe ik voor iedereen mijn uiterste best. Ben je verward, emotioneel of uitgeput: ik draag je tassen drie trappen omhoog, maar ik ga geen goed gesprek met je voeren. Ik tref ook wel eens mensen die geen praktische hulp nodig hebben, maar om een of andere reden onbedaarlijk zitten te huilen op een treinbankje. Daar doe ik niks voor, al zou ik soms wel willen dat ik dat kon.

Op de middelbare school was ik onderdeel van een behoorlijk hecht vriendengroepje, maar als iemand huilde, hield ik afstand. Er waren mensen in die groep die goed konden omgaan met jankende mensen. Als de persoon in kwestie weer enigszins aanspreekbaar was, kwam ik langs en vertelde ik anekdotes over irrelevante dingen. Mijn ouders kwamen een keer thuis van een vakantie met een design-eier-ontdopper. Er is een straat in Amsterdam-Noord die Melkweg heet en ik ben benieuwd of ik de enige ben die daar ooit van in de war is geraakt. In Denemarken spoelen heel veel kwallen aan. In feite wil ik mensen troosten door ze zomaar wat te vertellen.

Er zijn talloze films en series waarin ook gejankt wordt in het openbaar, maar dat zijn vaak hele subtiele momenten. Een man loopt alleen over straat en realiseert zich dat hij de liefde van zijn leven op een vliegtuig naar Tuvalu heeft laten gaan en dat hij haar nooit meer gaat zien. En dat rolt er één traan over de wang van de geëmotioneerde en daar blijft het bij.

In de film Whiplash zit een scene waarin de hoofdpersoon ten overstaan van een complete jazzband wordt uitgescholden door zijn docent. Hij begint met een subtiele traan, maar dan zegt zijn dirigent: ‘Are you one of those single tear people?’. De traan escaleert tot een huilbui waarbij de hoofdpersoon wordt gedwongen om heel hard te roepen dat hij overstuur is. Het is beschamend, zoals publieke huilbuien vaak beschamend zijn. En dichtbij iemand komen die zich schaamt heeft iets gevaarlijks, net als dichtbij een gewond dier komen. Die geef je geen boek als troost. Daar vertel je niks tegen.

Marjolein TakmanMarjolein Takman (1991) schrijft voornamelijk proza. Ze studeerde onlangs af in Creative Writing met een novelle. In 2014 stond ze in de finale van Write Now, en ze droeg voor op diverse podia. Verder heeft Marjolein de ambitie om een boek te schrijven dat je wervelend zou kunnen noemen.

In de Oorshop

My feet feel good

We reden in de regen over Noorse haarspeldbochten, ik weet niet waarheen. Misschien gingen we naar Bergen of naar Haugesund of was het die ene keer dat we naar een klein dorp wilden omdat we alle grote plaatsen al gezien hadden en die regen maar bleef komen waardoor we tijdens wandelingen van bergen vol gladde stenen en boomwortels af glibberden –  de weg naar dat dorp was afgesloten, de enige manier om er te komen was acht uur omrijden. Om bergen heen, om water heen, dwars door de wolken. We reden niet om. Uit de boxjes van de de Twingo klonk Noorse Radio, iemand die het over het miljø en de økonomi had en toen een popsong. Blues light.

My feet
Feel good, 
My feet
Feel good

Dat was wonderlijk, een liedje over je voeten, zo hartstochtelijk ook, ik kon de tranen in de ogen van de zanger horen opwellen. Al kon ik me direct een hit van jaren geleden herinneren, Paolo Nutini die over z’n nieuwe schoenen zong. Dat alles oké is als je die aantrekt. Inderdaad voelde ik me erg oké die weken in Noorwegen, mede doordat ik me er eindelijk toe gezet had bergschoenen te kopen, ze zien er niet uit maar voelen als grote lieve sokken met veel grip. Schoenen zijn fantastisch.

Maar voeten? In popsongs worden die alleen benoemd omdat erop gedanst wordt, of als onderdeel van wat er allemaal nog meer heel erg goed voelt, misschien komt er zo nu en dan ergens een vrouwenvoet langs omdat alles aan de vrouw immers bezongen moet worden. Feet die on the ground blijven of juist niet, de dingen under your feet.

My feet
Feel good

‘Huh,’ zei I. bij ’t tweede refrein, ‘zingt deze man nu over voeten?’

20160725_174132Het was een makkelijk refrein, steeds die voeten, we zongen mee. Het was belachelijk. Misschien was het lange tijd erg slecht gegaan met de voeten van de zanger. Dan ben je inderdaad blij als je weer kunt lopen, bijvoorbeeld. Terwijl ik meeblèrde dacht ik aan vriendinnen die schoenen probeerden te verkopen op Marktplaats en e-mails ontvingen van mannen die foto’s van hun voeten wilden. Of ze misschien ook gedragen slipjes (dat woord, alsof je er de hele tijd in uitglijdt, dit terzijde) hadden. Dat sommige van de vriendinnen met de gedachte speelden, wat kan het verkopen van een ouwe onderbroek kwaad, er wordt best veel geld voor geboden en ze passen gewoon in een envelop, je zit niet met pakketkosten of zo. Je zou een heel bedrijf kunnen starten, zoals Piper dat doet vanuit de gevangenis, in de serie Orange is the New Black. Of je zou een automaat neer kunnen zetten met vieze onderbroeken, zoals ze volgens internet in Japan bestaan. Ik dacht aan de keer dat ik op Marktplaats een jurk probeerde te verkopen en daardoor aan de keer dat ik op de echte markt een jurk wilde kopen en dat de verkoper tegen me zei dat ik er vast niks onder zou dragen, geen slipje. Als ik iets anders had gekocht, een pepermolen of een hoekbank, had hij er ook wel iets van kunnen maken.

So pop that cork from the bottle babe
We’re gonna drink it down fast and make love slowly
My feet
Feel good

Sommige mensen laten hun voeten schoonvreten door visjes. Ik heb een keer een tv-programma gezien waarin een vrouw bij de bakker haar schoenen uitdeed, de bakker keek heel begripvol, die vrouw had als tiener een half jaar op slechte schoenen gelopen en nu voor het leven verpest, ze huilde. Lotusvoetjes, likdoorns, voetmodellen.

Vroeger had ik altijd een wegwerpcameraatje bij me en de helft van de foto’s die ik liet afdrukken waren van mijn voeten op vakantiegrond, of gewoon in het Gaasperparkse gras, altijd met schoenen aan, kennelijk kon ik naar mijn voeten staren en denken: dit is een mooi moment. Misschien was ik vaak alleen.

My feet…

Ik heb geen rijbewijs en had niet zoveel te doen in die auto. Ik viel in slaap.

20160731_151328Een paar dagen na de bochtige rit miezerde het alleen een beetje. We besloten een wandelroute te volgen die volgens een foldertje ‘moderate’ was, gemiddeld. Steil een berg op, in feite, langs afgronden die je in je ergste nachtmerries nog zullen achtervolgen en met voor de vorm stukjes moeras tussendoor. We waren het brood vergeten. We werden ingehaald door een Noor met maar één been en een oude hond. We kregen haast geen lucht meer. Als we het bijzonder zwaar hadden, of juist heel soepel van de ene rots naar de andere waren gesprongen, zongen we. My feet, feel good. De zin had zich in ons repertoire flauwe grappen genesteld, onder het lemma ‘goed voelen’, zoals daar ook de zin is I’m five years old, I slept in my bathing suit and i feel good, de naam van de comédienne die dit zei ben ik al lang kwijt.

Terug in Nederland zoek ik het liedje op. Natuurlijk zingt een zekere Foy Vance niet dat zijn voeten goed voelen. Was het maar waar, dan had ik ook z’n ouwelullenkrulsnor begrepen en z’n zelfingenomen petje en die bloedserieuze blik, dat was allemaal ironie geweest, hij parodieert een blueszanger die probeert gelukkig te zijn, of hij is gewoon niet helemaal goed en oprecht intens blij met z’n voeten, hij wordt er helemaal hitsig van zo goed voelen ze. Maar Vance is bloedserieus. En upbeat. Onttoverd klap ik de laptop dicht. Daar is ’t echte leven weer.

(My feet…)

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze schreef ook een roman: Onheilig (Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Waarom je niet altijd door een deur moet lopen

We wonen in een hoekhuis en ik sta in de tuin. Naast de tuin ligt een straat waar geen auto’s doorheen kunnen. Alleen fietsers en wandelaars lopen door de straat vanuit de wijk naar het station en andersom. ‘Ik ben een goed mens,’ hoor ik iemand zeggen. Ik kan niet horen of het een mannen- of vrouwenstem is. Er staat een kamerplant tegen mijn raam die niet van mij is en ik schenk er twee glazen water in leeg omdat dat de eigenaar van de plant er niet meer aan denkt. ‘Ik ben een goed mens,’ hoor ik nog een keer. De stem klinkt wat verder weg dan de eerste keer.

Als de voetstappen wegsterven trek ik me op aan de muur die onze tuin van de straat scheidt. Het kost me meer moeite dan ik verwacht had, ik kan net lang genoeg op de muur steunen om een kleine voorovergebogen gestalte te zien die arm in arm loopt met een tweede persoon. Ik denk dat het een man is, maar ik weet het nog steeds niet zeker.

Onze tuin heeft ook gewoon een deur naar de straat, maar ik ervaar soms een al te grote drang om over de muur te klimmen in plaats van door de deur te lopen. Ik had het idee dat ik eindelijk een goede reden had om toe te geven aan die neiging. Iemand die zegt dat hij of zij een goed mens is, daar wilde ik een beeld bij hebben. Als ik door de deur was gegaan, was het mogelijk opgevallen.

Toen ik klein was, was ik bevriend met een jongen die op daken klom, en ik was altijd een beetje jaloers op hem. Tot hij door het dak van een schoolgebouw zakte en een week lang een schoolplein moest vegen. Er stond een berichtje over hem in de lokale krant. Ik voelde me schuldig omdat ik er alleen maar bij was geweest en met mijn onhandige ledematen niet in staat was geweest om met mijn maten op dat dak te staan.

Het uitzicht vanaf onze tuin is behoorlijk slecht. Je ziet een fabriekspijp van een fabriek die niet meer in gebruik is en een lantaarnpaal die ik een tijd heb aangezien voor de maan. Het voornaamste wat er te zien is zijn schuttingen en muren, deuren en plantenbakken, tuinstoelen en tegels. Je ziet pas meer als je er moeite voor doet. Dat had mijn vriend van vijftien jaar geleden al door.

‘Ik ben een goed mens,’ hoor ik voor de derde keer als ik weer op de grond sta. Ik weet niet of ik een goed mens ben, maar ik hou er wel van om mijn gebreken te compenseren door fysiek bezig te zijn. De tuin moet worden opgeruimd. Terwijl ik een soort modderige schimmel uit een vuilnisbak spoel, besef ik dat ik er vanuit ga dat die persoon die zichzelf aanduidde als “goed mens” niet helemaal goed bij zijn of haar hoofd moet zijn. Niemand zegt zoiets over zichzelf. Ik zweet en probeer er niet meer aan te denken. Ik trek een vuilnisbak van de voortuin naar de achtertuin en probeer zoveel mogelijk geluid te horen. De wortels van het onkruid kraken. Ik veeg zand hardhandig van de ene naar de andere tegel. De zon gaat onder en het enige wat ik wil is op de garage klimmen om het beter te kunnen zien.

—-

Marjolein TakmanMarjolein Takman (1991) schrijft voornamelijk proza. Ze studeerde onlangs af in Creative Writing met een novelle. In 2014 stond ze in de finale van Write Now, en ze droeg voor op diverse podia. Verder heeft Marjolein de ambitie om een boek te schrijven dat je wervelend zou kunnen noemen.

Mama

 

 

 

 

 

 

Een herinnering aan vallen

in slaap misschien, naast mijn moeder in een trein

in 1978, de kleuren die daarbij horen

Mijn ribfluwelen broek

mijn sandalen

mijn blote voeten plakten aan het leer

Mijn moeders schoot; mijn hoofd zwaar

een kleine maan, neerstortend

in het meer van spijkerstof

dat naast me lag

ze droeg nog spijkerbroeken, toen

de stof was ruw en heel erg zacht

haar buik een plek om heen te gaan

haar stem als zachte wallen

als armen voor een angstig dier

er moeten honderd mensen in die trein gezeten hebben

mijn herinnering biedt plek voor twee

en vallen, vallen, vallen

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Het Lange Afscheid van de Oude Schipper

Als het jongste en het oudste lid van de vloot hadden de oude Schipper en ik een band gevormd. Als de rest eropuit trok onder leiding van de jonge Schipper (die helemaal niet zo jong was, maar wel jonger dan de oude) sleepte de oude Schipper mijn kleine oefenscheepje naar rustige lagunes waar ik in het water kon duiken en hij me wat knopen voordeed. Op een mooie dag liet hij me zien hoe je, als je voor de wind voer, de touwen van fok en grootzeil om je mast kon binden en jij dan van het achterdek kon springen met de landvast in je handen en zo achter je eigen boot op je buik door het water kon scheren, terwijl je boot een scherpe lijn door het water trok. Hoewel dat eigenlijk niet mocht, het roer loslaten.

‘Ach,’ zei de oude Schipper daarover.

’s Avonds aten we op zijn voordek de sardientjes die we die dag gevangen hadden en terwijl ik de ingewanden er uit peuterde lag hij met zijn rug tegen de netten en keek naar de lucht. Soms hoorden we schepen vechten in de verte, de doffe knallen van geweren, maar we negeerden het. Ik keek hoe de meeuwen in het water doken naar de resten van de sardientjes die ik erin gegooid had, en de wolken kleurden langzaam geel in het licht van de maan. ‘Als ik mijn eigen boot heb ga ik elke dag naar de lagunes,’ zei ik dan.

*

Toen ik mijn eigen boot kreeg werd het natuurlijk anders. Ik trok eropuit met de vloot, deed mee aan de visvangst, zag het belang van het plaatsen en onderhouden van de netten, het handhaven van ons territorium, zelfs van het lossen van schoten als het moest. Ik was plan om zo snel mogelijk eerste Stuurman te worden. Tijd voor de lagune was er niet, en het idee om de touwen van fok en grootzeil aan de mast te binden en om met de landvast in mijn handen uit mijn boot te springen om door het water heen gesleurd te worden leek nu absurd.

Ik bezocht de oude Schipper wel nog steeds. In de avond legde ik mijn boot langszij en klom ik aan boord. Ik vond hem meestal in de stuurhut. Op de vloer wat touwen die hij in het vet wilde zetten maar nooit deed. Ik vertelde hem over de vangst die week, een luchtige anekdote over iemand die door een kabeljauw in zijn teen gebeten was. Toen we tijdens een van mijn bezoeken het ruim in gingen, om de door mij meegebrachte sardientjes klaar te maken, zag ik dat door de hele boot een laagje water stond. De oude Schipper leek het niet te merken, hij liep rustig door het ruim zonder acht te slaan op het water dat opspatte bij elke stap. We aten met onze voeten in het water, ik schoof mijn sardientjes heen en weer over mijn bord.

Die avond vertelde ik de jonge Schipper dat de boot van de oude water maakte.

‘Het zinken is begonnen,’ zei ik.

*

Weken en maanden gingen voorbij zonder zichtbaar verschil aan de boot van de oude Schipper. Het was alleen het streepje dat ik binnen op de wand van het ruim getekend had dat aangaf dat het erger werd. De oude Schipper wilde het niet weten. Hij sprak over het repareren van het trapje naar het ruim, over de touwen die hij in het vet ging zetten. Op een nacht dat de sterren niet goed zichtbaar waren raakten we hem kwijt. In kleine groepjes zochten we door de zwarte nacht het water af. Hij was tegen de rotsen aan gedreven en hij kwam er niet meer weg. Toen we hem vonden besloten we dat hij voor anker moest. De jonge Schipper keerde zich af toen de oude Schipper schreeuwend het verzwaarde anker weer omhoog probeerde te trekken.

*

We bezochten hem in de steeds verder wegzakkende boot, brachten hem de beste vis uit onze vangst, namen zijn hand tussen de onze, aten zonder smaak de vis en zeiden tien keer ‘lekker hè’, omdat we ook niet wisten wat je moest zeggen als je tot je knieën in het water zat, de touwen die dreven door het ruim. Het zinken duurde normaal dagen, weken, maar nooit zo lang. De jonge schipper voerde reparaties uit aan de delen van de boot die boven het water uitstaken. Hij gaf het dak van de stuurhut een nieuwe laklaag, verving alle zeilen door gloednieuwe.

‘Maar hij zinkt,’ zei ik.

Op zijn verjaardag zongen we voor hem en tilde we hem op onze schouders op, wat in de vloot gewoonte was. We probeerden niet naar het rottende vlees van zijn hielen te kijken, die permanent in het water stonden.

Een nacht richtte ik mijn geweer op zijn halfgezonken boot, maar ik schoot niet. Ik zag hem voor het raam van de scheefgezakte stuurhut staan. Hij keek mij aan. Ik draaide me om en deed de lamp uit in mijn kajuit.

*

Het zinken duurde veel te lang, we waren al bijna gewend om de punt van zijn voorsteven boven het watervlak uit te zien steken, de pijn die het deed om zijn silhouet achter het half weggezonken raam van de stuurhut te zien werd doffer.

Het SOS-signaal kwam ’s ochtends vroeg. Een lichtkogel trok een rode streep door de lucht. Zijn gezicht tegen het raam gedrukt.

Het water raakte aan het plafond van de stuurhut. We verzamelden ons op het voordek van de jonge Schipper en keken toe terwijl hij zonk. Dat was onze plicht.

Toen de boot onder de oppervlakte verdwenen was voerden we de rituelen uit die hoorden bij zo’n moment. Het zingen, het gooien van het zout. Sommigen dachten aan hun eigen boot, de stevigheid van hun eigen romp. De jonkies, zoals ik, nog niet.

‘Waarschijnlijk heeft hij de bodem nu wel geraakt,’ zei ik na een tijd, maar dat was onzin want ik wist niet hoe diep het was. Iedereen ging zijn eigen boot weer in. Ik keek uit over het wateroppervlak. Even overwoog ik om naar de lagune te gaan, fok en grootzeil aan de mast te binden en me achter de boot door het water te laten slepen, maar ik deed het niet. In plaats daarvan repareerde ik de netten, zoals ik elke avond deed.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Lodewijk Verduin"
    Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

  • "Foto van Eline Helmer"
    Eline Helmer

    Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

  • "Foto van Fannah Palmer"
    Fannah Palmer

    Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.