Dodenakker bij nacht

Dit vriendelijkst baasje woont in Koyasan in een machtige ceder op de grootste begraafplaats van Japan. Tweehonderdduizend graven liggen in avondlijke flarden mist verstrooid over bergen in een bos van mos en onder enorme ceders, op de plaats waar de monnik Gobodashi (弘法大師 The Grand Master Who Propagated the Buddhist Teaching) in het jaar 816 vond dat een tempelcomplex moest verrijzen. De man was op reis naar China geweest en had voornemens een boeddhistische orde te stichten in Japan. In de bergen van Nara, onder Osaka trof hij een hooggelegen dal met toppen eromheen die in de verte een gelijkenis met een lotus opriepen. Dat moest de plek worden.

‘S Avonds wordt de begraafplaats sprookjesachtig verlicht door duizenden lampjes die in stenen graflampen geplaatst zijn. Ik liep op zo’n nacht naar de tempel aan het uiteinde van de begraafplaats, daar namelijk waar ook het mausoleum van Gobodashi is.  Hij is weliswaar niet dood, maar is in gepeins verzonken sedert het jaar 835. De lucht was dreigend.

IMG_3257We zijn in Nederland niet erg gewend ’s nachts over begraafplaatsen te lopen, maar deze tempel moet van de orde  24 uur per dag open zijn. In het dorp waar ik vandaan kom ging ik rond middernacht wel eens op een kerkhof kijken wat er gebeurde. Jeugdige nieuwsgierigheid. Er gebeurde nooit wat. Maar door de weinig  definitieve vorm van doodzijn die in de christelijke wereld gepropageerd wordt, kun je opstanding verwachten en dat maakt kerkhofbezoek wat ongemakkelijk ’s nachts. En daarbij de wetenschap dat sommige doden niet schijnen te accepteren dat ze dood zijn. Wanneer je over een boeddhistisch kerkhof loopt weet je dat de zielen behorende bij de knekels die daar rusten, zich thans in een andere levensvorm ophouden. Dat maakt de knekels bij voorbaat minder boosaardig. Het helpt ook dat op sommige graven een logo van Mitsubishi te zien is, of Toyota, het bedrijf waar de brave afgestorvene arbeidzaam was. Wie vreest nu geesten van zulke keurige werknemers? Al was er ook een zerkje van een 12e eeuwse non waarvan werd beweerd dat je met je oor erop het schreeuwen in de hel kon horen. En elders bevond zich een put waarvan de mare ging dat hij geen weerspiegeling gaf van wie binnen drie jaar sterven zou. Helemaal gezellig was het er dus niet.

En er zijn voldoende ‘geest-verhalen’ in de Japanse cultuur die de kerhofwandelaar toch nog op ongemakkelijke gedachten kon brengen. En het leek ook nog te gaan regenen.

Maar ik had goede zin. Ik ging Gobodashi bemoedigen. Het valt niet mee tenslotte, 12 eeuwen zitten mediteren in afwachting van de boeddha van de toekomst, opdat je kunt bemiddelen tussen hem en de mensen.

IIMG_3260k was helemaal alleen, het was een fraaie tocht, na een hete dag viel opeens toen ik in de tempel aangekomen was een sluier van dichte regen neer, het geluid van regen gecombineerd met krekels die oorverdovend de mis zingen zal ik niet licht vergeten. Honderden bewerkte koperkleurige lampen hingen boven de gaanderij om de tempel heen. Aan de achterzijde was ruimte om wierook te branden en een kaars. Helemaal in het midden van de achterzijde liep een klein paadje naar een wit gebouwtje met een open deur waarin slechts donkerte. De verblijfplaats van Gobodashi. Religieus opgevoed als ik ben komt mij geen neiging tot blasfemie lastig vallen op dat soort momenten. ik boog dus diep en hield die pose even aan, ook omdat ik me afvroeg hoe het zou voelen na dat halfuur terug lopen in de stromende regen. Ik maakt mijn ronde af en verbaasde me over de muziek en vooral intensiteit van deze Japanse bergregen.

Aan de voorzijde van de tempel viel mijn oog op een rek met precies één keurig ingevouwen paraplu. Mitsubishi.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Wat je moet met mensen die huilen in het openbaar

foto: Pascale Maramis

Ik had een keer een discussie met een docent over de functie van literatuur, zoals iedere aan zichzelf twijfelende schrijver dat wel eens heeft. Ik zei dat ik literatuur een behoorlijk nutteloos fenomeen vond- ik was ergens kwaad over denk ik.
‘Maar ik lees boeken als troost,’ zei mijn docent, ‘dan heeft het  toch nut?’
Niemand anders doet zoiets, dacht ik.

De laatste tijd help ik veel vreemden met dingen sjouwen. Fietsen, tassen, kinderwagens, vuilniszakken. Zolang ik niks hoef te zeggen, doe ik voor iedereen mijn uiterste best. Ben je verward, emotioneel of uitgeput: ik draag je tassen drie trappen omhoog, maar ik ga geen goed gesprek met je voeren. Ik tref ook wel eens mensen die geen praktische hulp nodig hebben, maar om een of andere reden onbedaarlijk zitten te huilen op een treinbankje. Daar doe ik niks voor, al zou ik soms wel willen dat ik dat kon.

Op de middelbare school was ik onderdeel van een behoorlijk hecht vriendengroepje, maar als iemand huilde, hield ik afstand. Er waren mensen in die groep die goed konden omgaan met jankende mensen. Als de persoon in kwestie weer enigszins aanspreekbaar was, kwam ik langs en vertelde ik anekdotes over irrelevante dingen. Mijn ouders kwamen een keer thuis van een vakantie met een design-eier-ontdopper. Er is een straat in Amsterdam-Noord die Melkweg heet en ik ben benieuwd of ik de enige ben die daar ooit van in de war is geraakt. In Denemarken spoelen heel veel kwallen aan. In feite wil ik mensen troosten door ze zomaar wat te vertellen.

Er zijn talloze films en series waarin ook gejankt wordt in het openbaar, maar dat zijn vaak hele subtiele momenten. Een man loopt alleen over straat en realiseert zich dat hij de liefde van zijn leven op een vliegtuig naar Tuvalu heeft laten gaan en dat hij haar nooit meer gaat zien. En dat rolt er één traan over de wang van de geëmotioneerde en daar blijft het bij.

In de film Whiplash zit een scene waarin de hoofdpersoon ten overstaan van een complete jazzband wordt uitgescholden door zijn docent. Hij begint met een subtiele traan, maar dan zegt zijn dirigent: ‘Are you one of those single tear people?’. De traan escaleert tot een huilbui waarbij de hoofdpersoon wordt gedwongen om heel hard te roepen dat hij overstuur is. Het is beschamend, zoals publieke huilbuien vaak beschamend zijn. En dichtbij iemand komen die zich schaamt heeft iets gevaarlijks, net als dichtbij een gewond dier komen. Die geef je geen boek als troost. Daar vertel je niks tegen.

Marjolein TakmanMarjolein Takman (1991) schrijft voornamelijk proza. Ze studeerde onlangs af in Creative Writing met een novelle. In 2014 stond ze in de finale van Write Now, en ze droeg voor op diverse podia. Verder heeft Marjolein de ambitie om een boek te schrijven dat je wervelend zou kunnen noemen.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

My feet feel good

We reden in de regen over Noorse haarspeldbochten, ik weet niet waarheen. Misschien gingen we naar Bergen of naar Haugesund of was het die ene keer dat we naar een klein dorp wilden omdat we alle grote plaatsen al gezien hadden en die regen maar bleef komen waardoor we tijdens wandelingen van bergen vol gladde stenen en boomwortels af glibberden –  de weg naar dat dorp was afgesloten, de enige manier om er te komen was acht uur omrijden. Om bergen heen, om water heen, dwars door de wolken. We reden niet om. Uit de boxjes van de de Twingo klonk Noorse Radio, iemand die het over het miljø en de økonomi had en toen een popsong. Blues light.

My feet
Feel good, 
My feet
Feel good

Dat was wonderlijk, een liedje over je voeten, zo hartstochtelijk ook, ik kon de tranen in de ogen van de zanger horen opwellen. Al kon ik me direct een hit van jaren geleden herinneren, Paolo Nutini die over z’n nieuwe schoenen zong. Dat alles oké is als je die aantrekt. Inderdaad voelde ik me erg oké die weken in Noorwegen, mede doordat ik me er eindelijk toe gezet had bergschoenen te kopen, ze zien er niet uit maar voelen als grote lieve sokken met veel grip. Schoenen zijn fantastisch.

Maar voeten? In popsongs worden die alleen benoemd omdat erop gedanst wordt, of als onderdeel van wat er allemaal nog meer heel erg goed voelt, misschien komt er zo nu en dan ergens een vrouwenvoet langs omdat alles aan de vrouw immers bezongen moet worden. Feet die on the ground blijven of juist niet, de dingen under your feet.

My feet
Feel good

‘Huh,’ zei I. bij ’t tweede refrein, ‘zingt deze man nu over voeten?’

20160725_174132Het was een makkelijk refrein, steeds die voeten, we zongen mee. Het was belachelijk. Misschien was het lange tijd erg slecht gegaan met de voeten van de zanger. Dan ben je inderdaad blij als je weer kunt lopen, bijvoorbeeld. Terwijl ik meeblèrde dacht ik aan vriendinnen die schoenen probeerden te verkopen op Marktplaats en e-mails ontvingen van mannen die foto’s van hun voeten wilden. Of ze misschien ook gedragen slipjes (dat woord, alsof je er de hele tijd in uitglijdt, dit terzijde) hadden. Dat sommige van de vriendinnen met de gedachte speelden, wat kan het verkopen van een ouwe onderbroek kwaad, er wordt best veel geld voor geboden en ze passen gewoon in een envelop, je zit niet met pakketkosten of zo. Je zou een heel bedrijf kunnen starten, zoals Piper dat doet vanuit de gevangenis, in de serie Orange is the New Black. Of je zou een automaat neer kunnen zetten met vieze onderbroeken, zoals ze volgens internet in Japan bestaan. Ik dacht aan de keer dat ik op Marktplaats een jurk probeerde te verkopen en daardoor aan de keer dat ik op de echte markt een jurk wilde kopen en dat de verkoper tegen me zei dat ik er vast niks onder zou dragen, geen slipje. Als ik iets anders had gekocht, een pepermolen of een hoekbank, had hij er ook wel iets van kunnen maken.

So pop that cork from the bottle babe
We’re gonna drink it down fast and make love slowly
My feet
Feel good

Sommige mensen laten hun voeten schoonvreten door visjes. Ik heb een keer een tv-programma gezien waarin een vrouw bij de bakker haar schoenen uitdeed, de bakker keek heel begripvol, die vrouw had als tiener een half jaar op slechte schoenen gelopen en nu voor het leven verpest, ze huilde. Lotusvoetjes, likdoorns, voetmodellen.

Vroeger had ik altijd een wegwerpcameraatje bij me en de helft van de foto’s die ik liet afdrukken waren van mijn voeten op vakantiegrond, of gewoon in het Gaasperparkse gras, altijd met schoenen aan, kennelijk kon ik naar mijn voeten staren en denken: dit is een mooi moment. Misschien was ik vaak alleen.

My feet…

Ik heb geen rijbewijs en had niet zoveel te doen in die auto. Ik viel in slaap.

20160731_151328Een paar dagen na de bochtige rit miezerde het alleen een beetje. We besloten een wandelroute te volgen die volgens een foldertje ‘moderate’ was, gemiddeld. Steil een berg op, in feite, langs afgronden die je in je ergste nachtmerries nog zullen achtervolgen en met voor de vorm stukjes moeras tussendoor. We waren het brood vergeten. We werden ingehaald door een Noor met maar één been en een oude hond. We kregen haast geen lucht meer. Als we het bijzonder zwaar hadden, of juist heel soepel van de ene rots naar de andere waren gesprongen, zongen we. My feet, feel good. De zin had zich in ons repertoire flauwe grappen genesteld, onder het lemma ‘goed voelen’, zoals daar ook de zin is I’m five years old, I slept in my bathing suit and i feel good, de naam van de comédienne die dit zei ben ik al lang kwijt.

Terug in Nederland zoek ik het liedje op. Natuurlijk zingt een zekere Foy Vance niet dat zijn voeten goed voelen. Was het maar waar, dan had ik ook z’n ouwelullenkrulsnor begrepen en z’n zelfingenomen petje en die bloedserieuze blik, dat was allemaal ironie geweest, hij parodieert een blueszanger die probeert gelukkig te zijn, of hij is gewoon niet helemaal goed en oprecht intens blij met z’n voeten, hij wordt er helemaal hitsig van zo goed voelen ze. Maar Vance is bloedserieus. En upbeat. Onttoverd klap ik de laptop dicht. Daar is ’t echte leven weer.

(My feet…)

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze schreef ook een roman: Onheilig (Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Waarom je niet altijd door een deur moet lopen

We wonen in een hoekhuis en ik sta in de tuin. Naast de tuin ligt een straat waar geen auto’s doorheen kunnen. Alleen fietsers en wandelaars lopen door de straat vanuit de wijk naar het station en andersom. ‘Ik ben een goed mens,’ hoor ik iemand zeggen. Ik kan niet horen of het een mannen- of vrouwenstem is. Er staat een kamerplant tegen mijn raam die niet van mij is en ik schenk er twee glazen water in leeg omdat dat de eigenaar van de plant er niet meer aan denkt. ‘Ik ben een goed mens,’ hoor ik nog een keer. De stem klinkt wat verder weg dan de eerste keer.

Als de voetstappen wegsterven trek ik me op aan de muur die onze tuin van de straat scheidt. Het kost me meer moeite dan ik verwacht had, ik kan net lang genoeg op de muur steunen om een kleine voorovergebogen gestalte te zien die arm in arm loopt met een tweede persoon. Ik denk dat het een man is, maar ik weet het nog steeds niet zeker.

Onze tuin heeft ook gewoon een deur naar de straat, maar ik ervaar soms een al te grote drang om over de muur te klimmen in plaats van door de deur te lopen. Ik had het idee dat ik eindelijk een goede reden had om toe te geven aan die neiging. Iemand die zegt dat hij of zij een goed mens is, daar wilde ik een beeld bij hebben. Als ik door de deur was gegaan, was het mogelijk opgevallen.

Toen ik klein was, was ik bevriend met een jongen die op daken klom, en ik was altijd een beetje jaloers op hem. Tot hij door het dak van een schoolgebouw zakte en een week lang een schoolplein moest vegen. Er stond een berichtje over hem in de lokale krant. Ik voelde me schuldig omdat ik er alleen maar bij was geweest en met mijn onhandige ledematen niet in staat was geweest om met mijn maten op dat dak te staan.

Het uitzicht vanaf onze tuin is behoorlijk slecht. Je ziet een fabriekspijp van een fabriek die niet meer in gebruik is en een lantaarnpaal die ik een tijd heb aangezien voor de maan. Het voornaamste wat er te zien is zijn schuttingen en muren, deuren en plantenbakken, tuinstoelen en tegels. Je ziet pas meer als je er moeite voor doet. Dat had mijn vriend van vijftien jaar geleden al door.

‘Ik ben een goed mens,’ hoor ik voor de derde keer als ik weer op de grond sta. Ik weet niet of ik een goed mens ben, maar ik hou er wel van om mijn gebreken te compenseren door fysiek bezig te zijn. De tuin moet worden opgeruimd. Terwijl ik een soort modderige schimmel uit een vuilnisbak spoel, besef ik dat ik er vanuit ga dat die persoon die zichzelf aanduidde als “goed mens” niet helemaal goed bij zijn of haar hoofd moet zijn. Niemand zegt zoiets over zichzelf. Ik zweet en probeer er niet meer aan te denken. Ik trek een vuilnisbak van de voortuin naar de achtertuin en probeer zoveel mogelijk geluid te horen. De wortels van het onkruid kraken. Ik veeg zand hardhandig van de ene naar de andere tegel. De zon gaat onder en het enige wat ik wil is op de garage klimmen om het beter te kunnen zien.

—-

Marjolein TakmanMarjolein Takman (1991) schrijft voornamelijk proza. Ze studeerde onlangs af in Creative Writing met een novelle. In 2014 stond ze in de finale van Write Now, en ze droeg voor op diverse podia. Verder heeft Marjolein de ambitie om een boek te schrijven dat je wervelend zou kunnen noemen.

Mama

 

 

 

 

 

 

Een herinnering aan vallen

in slaap misschien, naast mijn moeder in een trein

in 1978, de kleuren die daarbij horen

Mijn ribfluwelen broek

mijn sandalen

mijn blote voeten plakten aan het leer

Mijn moeders schoot; mijn hoofd zwaar

een kleine maan, neerstortend

in het meer van spijkerstof

dat naast me lag

ze droeg nog spijkerbroeken, toen

de stof was ruw en heel erg zacht

haar buik een plek om heen te gaan

haar stem als zachte wallen

als armen voor een angstig dier

er moeten honderd mensen in die trein gezeten hebben

mijn herinnering biedt plek voor twee

en vallen, vallen, vallen

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Mira Aluç"
    Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

  • "Foto van Thom Wijenberg"
    Thom Wijenberg

    Thom Wijenberg (1996) schrijft poëzie en proza. Hij werkt als redacteur en programmamaker en studeert aan de Schrijversvakschool. Zijn werk verscheen onder andere op Notulen van het Onzichtbare, Tijdschrift Ei en in de Seizoenszine.

    Auteursfoto: Gaby Jongenelen

  • "Foto van Jente Jong"
    Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.