Porto

IMG_1988Om kwart voor vier in de ochtend kwam ik bij Arie aan. Ik riep zijn naam vanaf de straat zoals ik altijd doe, en de deur ging open. Boris bleek er al te zijn en droeg een grijze rugtas over beide schouders. Ondanks zijn leeftijd maakte de tas een sterk uitvergrote brugklasser van hem.

Arie belde een taxi. We stapten in en lieten ons naar Schiphol rijden, waar we binnen acht minuten door de douane waren en anderhalf uur lang extreem vieze koffie dronken omdat Arie niet naar Starbucks wilde.

Een stedentrip naar Porto leek me altijd meer iets voor vrouwen van onze leeftijd, maar in het vliegtuig zaten opvallend veel mannen van onze leeftijd. De zon kwam op toen we halverwege Frankrijk waren, en Arie snurkte links van me terwijl Boris om de zoveel tijd gewekt werd door stewardessen die niet langs zijn uitgestrekte benen in het gangpad konden.

Het was warm, in Porto. We liepen uren rond en daalden daarna af naar de rivier, waar we Gin-Tonics bestelden op de kade toen het voelde als een volwassen moment om met een drankje te beginnen. Vlak voordat Arie echt niet meer zou willen eten, sleepten Boris en ik hem mee naar een restaurant. We aten varkenswangen die gegaard leken in boter, maar de kool was heerlijk en de wijn goed.

Ons appartement bleek op het dak van een parkeergarage te liggen, waarvan de bovenste verdieping was omgebouwd tot een van de best bezochte nachtclubs van de stad. We daalden de wenteltrap af, dronken te snel en dansten een tijdje. Om vier uur namen we een bups Spaanse kappers mee naar boven voor koud bier op ons terras, en bleek ik tot mijn verbazing het hele oeuvre van Ketama nog te kunnen zingen.

Bij zonsopkomst mochten we eindelijk naar bed, maar ik kan al jaren niet meer slapen op drank. Een paar uur later zat ik gedoucht en aangekleed op een terrasje om de hoek, met een espresso en twee pasteis de nata voor mijn neusIk besefte dat ik vergeten was hoe fijn Portugal is; hoe vriendelijk de mensen zijn.

Ik verslond mijn tweede custardtaartje en vroeg me af hoeveel dagen ik met die dingen zou kunnen ontbijten voordat ik iets anders zou willen eten; bestelde nog een espresso en genoot van het uitstellen van mijn terugkeer naar het appartement, waar mijn lieve vrienden sliepen. De rijkdom van twee hele dagen strekte zich voor me uit, waarin we samen rond zouden lopen, drankjes zouden drinken en elkaar zouden pesten met al het comfort van een gepensioneerd stel.

Terwijl ik terugliep naar ons appartement dacht ik aan mijn boek, dat in het najaar uitkomt. Ik had me voorgenomen pas over nieuwe verhalen te gaan denken als Het jasje van Luis Martín in de winkels ligt, maar merkte dat mijn blik alweer langs de gevels ging, vensters scannend, speurend naar tekenen van de levens erachter.

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Nieuwe types

Afgelopen zaterdag bezocht ik de afstudeerpresentaties van de tweede lichting ‘nieuwe types’: studenten Creative Writing van ArtEZ. Een boeiende avond, op twee locaties, tussen twee blokken presentaties door moest je van het ene podium naar het andere lopen.

‘Dit zouden ze op alle literaire avonden moeten doen,’ zei mijn gezelschap, en dat kon ik alleen maar beamen.

Er zijn weinig dingen erger dan langzaam verdoofd worden door middel van voordracht; dat je heftige verveling ervaart die op den duur slechts kan resulteren in wild en willekeurig doch luid wenend met armen en benen spartelen, of, als je die neiging kunt onderdrukken, in een totaal ongepaste slappe lach. Uiteraard gebruik ik hier ‘je’ in voetballerszin, ik bedoel er mezelf mee, er schijnen mensen te (hebben) bestaan – vooral in Duitsland en in het oude Griekenland – die uren achtereen in opperste concentratie naar murmelende schrijvers kunnen luisteren.

Enfin. Van gemurmel gelukkig nauwelijks sprake bij deze nieuwe types. Die worden niet alleen als schrijver, maar ook als performer afgeleverd, heel prettig.

Als ik denk aan kunstopleidingen, schrijfopleidingen in het bijzonder, voel ik heel even een stroomschokje spijt door mijn ingewanden gaan. Ik durfde die stap nooit te zetten, onder het mom ‘doe nou maar gewoon zo normaal als binnen je verstandelijke vermogens ligt’ en omdat het nogal wat is, op jezelf gokken. Denken: ik word later kunstenaar, mensen zitten daarop te wachten (denk hier die voetballer weer even bij, overigens). Zelfs toen ik rond m’n vierentwintigste ten langen leste besloot Nederlands te gaan studeren zeurde er iets in mijn achterhoofd dat ik niet zo moeilijk moest doen, helemaal naar de universiteit en alles, ver verwijderd van het normale leven. Maar tenminste was het Een Soort Van Echte Studie, en niet Iets Artistiekerigs.

Er heerst, gelukkig steeds minder maar toch nog altijd, een heel raar idee over schrijfopleidingen. Die zouden helemaal niet nodig zijn. Acteurs moeten geschoold worden, beeldend kunstenaars ook, net als modeontwerpers en illustratoren, maar als je schrijver bent moet de goddelijke inspiratie uit de hemelen nederdalen zonder dat iemand je leert hoe daar vervolgens mee om te gaan. Je wordt geboren met die tochtige zolderkamer om je heen, als het ware.

Maar wat moet het fijn zijn – naast moeilijk en spannend en alles wat bij alle opleidingen komt kijken – om een beetje houvast te hebben, om gewezen te worden op mogelijkheden, om te leren te reflecteren op je eigen (en andermans) werk, alleen al om studiegenoten en docenten om je heen te zien, een netwerk op te bouwen van mensen die met hetzelfde bezig zijn als jij. Nee, niet precies hetzelfde; die nieuwe types bewezen dat ze niet tot het vervaardigen van uniform proza gekneed waren tijdens hun opleiding.

Misschien ben ik al te kritiekloos, misschien worden studenten als ze te weinig woorden schrijven gemarteld met slechte poëzie, van dichtbij voorgedragen door een oude dichter met een rotte adem, tot ze er wél zijn (eigenlijk helemaal geen slecht idee, maar wie ben ik). Het zou me echter niets verbazen als we nog veel van die nieuwe types gaan horen, en lezen uiteraard, en dat we voortaan halverwege literaire avonden even de tent uitgestuurd worden om een blokje om te gaan.

—-

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

 

 

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

De illusies van Meg Ryan

Je geloofde in zielsverwanten. In eeuwige liefdes en het lot. Je was namelijk dertien en het waren de hoogtijdagen van romantische komedies met Meg Ryan. We schrijven 1995 en het subject van je verlangen heette Johnny Depp. Je kende hem natuurlijk van de legendarisch deprimerende film What’s eating Gilbert Grape waarin hij de saaie, verstandige oudere broer van Leonardo DiCaprio speelde, maar gelukkig was hij ook Edward Scissorhands en zijn awkward-heid was stond gelijk aan schattigheid van de bovenste plank. En daarbij was hij gewoon heel knap. De Pirates of the Carribean moesten nog geboren worden (behalve Johnny Depp dan).

Hij mocht dan wel achttien jaar ouder zijn, als je zielsverwanten bent doet dat er niet toe. Ook toen al was je bereid de kracht van het geschreven woord onvoorstelbare proporties toe te dichten. Het is gewoon een kwestie van een hele goede brief, dacht je, om hem in te laten zien dat jullie bij elkaar hoorden. Als die brief maar sterk genoeg was, dan kon Johnny er niet omheen. In je allerbeste dertienjarigen-Engels schreef je een brief die ontsproot uit het diepst van je hart, uit alle fantasieën die je koesterde bij een uit de Hitkrant geknipte foto van hem. Het was een gokje, maar je dacht niet dat je ouders moeilijk zouden doen als hij je zou komen opzoeken en zou blijven logeren. Hij was dan wel dertig, hij was ook Johnny Depp. En je schreef, en schrapte, en schreef en schrapte en na drieëntwintig probeersels was de brief af en lag hij in al zijn perfectie te wachten op je bureautje. Op wat? Een adres? Een rijtje postzegels? Achteraf geloof je dat hij lag te wachten tot je kinderlijke naïviteit terug zou keren. Maar je werd alleen maar ouder.

Je eerste vriendje was geen zielsverwant, in elk geval niet de jouwe. Maar de schooluren werden minder verschrikkelijk omdat je nu een vriendje onder je huid droeg. Op het feestje voor je veertiende verjaardag werd je voor de eerste keer dronken, terwijl jouw paardrijdvriendinnen en zijn punkvrienden zich op anachronistische wijze mengden. Je was geen dertien meer.

En al ging het dan natuurlijk drie maanden later gewoon uit, al stopte je met paardrijden omdat je medelijden kreeg met de dieren, al was de brief aan Johnny Depp ergens onder geschoven of als kladpapiertje gebruikt, het gaf allemaal niet. Je was veertien. En alles was zojuist begonnen.

DSC_4034 (2)Anne Eekhout (1981) is zondagblogger voor Tirade. Haar debuutromanDogma (2014) werd genomineerd voor de Bronzen Uil en kwam terecht op de longlist van de AKO-literatuurprijs. Haar tweede roman, Op een nacht, is in maart 2016 verschenen. Dit is haar laatste zondagblog voor Tirade.

Het Geluk #8

IMG_1768 (1)Dit is mijn achtste stukje over het geluk. Er zijn me sinds ik voor het eerst over dit onderwerp schreef (10 juli 2014) een aantal dingen duidelijk geworden, waarvan het belangrijkste leek dat geluk niet in het nu bestaat, alleen in een nu waarop wordt teruggekeken.

De momenten van geluk die hier ik beschreven heb waren in werkelijkheid korter dan ik ze deed lijken, en ik beschreef ze natuurlijk naderhand, terugkijkend. Wat die momenten verenigt, lijkt de wens dat wat ik waarneem blijven mag, dat mijn bewustzijn mag worden stilgezet op, en beperkt tot precies dat punt in de tijd, als een eeuwigdurende schitterende feedbackloop.

In het verhaal De wandelaar uit mijn bundel Hier sneeuwt het nooit fantaseert een stervende man vanuit zijn ziekenhuisbed een wandeling van zijn (ex)partner, die op dat moment in Italië is, in een streek waar ze samen heel gelukkig zijn geweest. De wandelaar loopt vroeg in de ochtend zijn hotel uit en beleeft precies zo’n moment.

Op dit uur rijden er weinig auto’s en de automobilisten die hem tegemoet komen groeten hem allemaal. Hij is blij met het vlakke asfalt onder zijn voeten, zo kunnen zijn stramme voeten opwarmen voordat het echte werk begint. Na de eerste bocht loopt hij al in de zon, en de verdampende rijp glittert boven de velden. Dit, denkt hij. Precies dit.

Gisteren had ik voor het eerst sinds mijn pubertijd een déjà vu. Als ik het me goed herinner is de theorie daarover: een waarneming waarvan het bewuste gedeelte door een kleine verstoring in je hersenen vertraagd is ten opzichte van de onbewuste waarneming. Wanneer de bewuste waarneming de onbewuste inhaalt treedt een gevoel van herkenning op.

Ik stelde me zo’n déjà vu-lusje voor, bij bizar toeval samenvallend met een moment waarop je wenst dat alles zo mag blijven.

 

________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Kind-af

Je was dertien en wilde geen kind meer zijn. Sterker nog, je wás geen kind meer. Je was ‘op weg naar de volwassenheid’. Wat klonk dat goed. Tot een jaar geleden was volwassen zijn nog hetzelfde als ‘daar hebben we geen tijd voor’, ‘wandelen voor je plezier’ en gelijk-afwassen-want-dan-is-het-maar-gedaan’. Maar geheel onverwacht was er iets gedraaid, waardoor de volwassenheid hetzelfde was gaan betekenen als ‘ik doe wat ik wil’, ‘het is mijn leven’ en ‘ik ben onsterfelijk’.

Ook vond je – voor je op weg was naar de volwassenheid – iets leuk als anderen het leuk vonden. Nu was het andersom: je vond iets leuk omdat anderen het níét leuk vonden en daar schepte je een eenzaam soort genoegen uit. Zo was je aan je paarse haar gekomen.

Misschien was dit ook wel de reden dat je verliefd was geworden op de Jongen met Het Haar. Hij woonde in jouw straat, een eindje verderop. Eigenlijk kende je hem niet zo goed, maar dat háár. Bloempotten, stekeltjes, dat was gemeengoed. Maar zulk nonchalant loshangend haar als hij had, hadden jongens van jouw leeftijd niet. Na een tijd was je erachter gekomen wat zijn achternaam was. Je zocht zijn nummer op in het telefoonboek. Met enige regelmaat stond je met de huistelefoon in je klamme hand, zijn nummer in hoopvolle cijfers in je Snoopy-schrift, te wachten tot de moed je zou komen overvallen. Je fantaseerde graag en veel over hem; hoe je met jouw handen door zijn blonde haren zou glijden als jullie elkaar kusten. Je zou naast hem lopen door de stad en iedereen zou naar jullie kijken. Hoe kwam zij aan die jongen die aan de goden gelijk leek te zijn? Heb je zijn haar gezien? Zo volwassen!

Aan het eind van de zomer was je het zat. Volwassen zijn is een keuze, dacht je en je deed het volwassen ding: je duwde een briefje in zijn brievenbus. Er stond iets op als: Ik woon bij je in de straat. Zullen we een keer naar de film. Telefoonnummer.

En hij belde. Hij zei dat hij geen geld had voor de film, omdat hij spaarde voor een brommer. Maar je mocht best langskomen.

Na een halfuur van buikpijn, kledingroulette en het proberen aan te brengen van een bibberloos streepje eyeliner, toog je naar zijn huis. Met een maag propvol krijsende hormonen drukte je op de bel. Hij opende de deur en de hormonen verstomden. Voor de vorm ging je mee naar binnen, dronk je cola en rookte samen met hem een sigaret, want dat is nou eenmaal wat een volwassene zou doen. En als hij niet keek staarde je naar hem, verbijsterd. Volwassen als je was vroeg je er niet naar, maar na een tijdje vertelde hij het zelf: hij was net terug van de kapper. Het was heel lekker koel, dat korte haar.

—-

DSC_4034 (2)Anne Eekhout (1981) is zondagblogger voor Tirade. Haar debuutromanDogma (2014) werd genomineerd voor de Bronzen Uil en kwam terecht op de longlist van de AKO-literatuurprijs. Haar tweede roman, Op een nacht, is in maart 2016 verschenen.

Row, row, row the boat

Life is but a dream: de poster van een verloren gegane film. Een belofte die niet kan worden ingelost.

In mijn methode Engels op de middelbare school Over there zaten nogal wat lesjes met liedjes die aan het waterleven ontleend waren.

Row, row, row your boat,
Gently down the stream.
Merrily, merrily, merrily, merrily,
Life is but a dream.

En spreekwoorden: ‘ They’re al rats leaving the sinking ship’  herinner ik me en ‘ You have to paddle your own canoe’, ‘Each man makes his own shipwreck’ . ‘Smooth seas do not make skilful sailors’, nogal een tongbreker, deze laatste.

Na kanoën, roeien in glad materiaal, romantische roeiboten heb ik nu mijn ware bestemming bereikt: sloeproeien.  Een sloep is een klein scheepstype doorgaans meegevoerd op een grotere boot. Het heeft meestal een rechte kielbak en de meeste zijn overnaads gebouwd. De roeiers zitten in twee rijen, voor bakboord en stuurboord elk 4 of 5 roeiers.

En je bent een galeislaaf. Een bruller achterop voert het roer en geeft het ritme aan (en wanneer een van de boorden de riemen moet strijken omdat er een brug aankomt.)

Een uur of twee buffelen onder het al dan niet bewust sadistisch ritme is een zeer louterende tijdspassering.

Een van de redenen dat ik de film The Galley Slave van William Fox met Theda Bara wel wil zien. Maar de film is verloren gegaan! Life is but a dream. Niets zo aantrekkelijk als een verloren gegane film: de wens om ze te vinden groeit met elk feit dat je ervan achterhaalt. Je komt er wel achter dat er geen galeislaaf in voorkwam, en dat het de eerste film was die goed afliep, maar verder is er veel te raden over deze film.

En er zijn  nogal wat films verloren gegaan zie deze: list of lost films, veel ervan verdwenen in ‘The 1937 Fox vault fire’  een ‘major fire in a 20th Century Fox film storage facility in Little Ferry, New Jersey on 9 July 1937. It was caused by the spontaneous combustion of nitrate film stored in inadequately-ventilated vaults. The fire resulted in one death and two injuries, and destroyed all of the film present.)

Hele gaten zijn geslagen in het bestand van stomme films door deze brand. Paul Auster schreef met Book of illusions overigens een schitterende ode aan de stomme film (en ook een sterke roman over verlies.)

Vanavond zal ik zuchtend en steunend het verhaal van The Galley Slave gaan terugvinden, terwijl ik aan de riemen hang. En nu een versie waar wel een galeislaaf in voorkomt, en die niet goed afloopt.

 

(om het ‘bewust sadistisch ritme’ is deze scene uit Ben Hur befaamd)

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Milo van Bokkum"
    Milo van Bokkum

    Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994)  is economieverslaggever bij NRC.

  • "Foto van Ida Hondelink"
    Ida Hondelink

    Ida Hondelink is schrijver en performer. Ze studeert momenteel af aan de studie Writing For Performance aan de HKU. Reeds is ze actief als dichter en essayist op verschillende platforms en podia, waaronder Notulen van het Onzichtbare, Hard//hoofd, Dichters in de Prinsentuin, de U-Slam en de Nacht van de Literatuur. Haar werk is fantasierijk, maatschappijkritisch en heeft doorgaans een poëtische ondertoon.
    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).