Anne-Marieke Samson zondagse gastblogger april 2014

Anne-Marieke Samson, die in het jongste nummer van Tirade haar papieren prozadebuut maakt, die vorige week in de Van Oorschot Pop-Up Store haar literaire voorleesdebuut maakte, en die dit najaar als romancière zal debuteren met De val van Jacob Duikelman, debuteert aanstaande zondag als blogster op Tirade.nu.

Gedurende de maand april zal Samson iedere zondag een nieuw stukje voor ons schrijven.

Tirade kijkt ernaar uit!

Anne-Marieke Samson (1981) studeerde Nederlands en taalwetenschap en werkt bij het Ministerie van Justitie.

Tiradethe choice of a new generation.

In de Oorshop

Une journée à Paris

Mijn dochter had één of ander filmpje gezien over een sierraad van Van Cleef & Arpels. Of ze dat via internet mocht bestellen. Anders moest je er helemaal voor naar de Place Vendôme, Parijs. Juwelen via internet? Nee. Dat vond ik te kil.

‘Weet je wat? Papa gaat die glittertjes gewoon even zelf voor jou ophalen.’

‘En mag mama dan mee?,’ zei mijn vrouw.

‘Van mij mag alles, lieve schat, dat weet je.’

Zoals gewoonlijk – comme d’habitude, zou ik haast zeggen – boekten we een suite in het *****.  Van te voren nog even overleg: pakken we de auto? Of nemen we de trein? Maar ik ben gek op rijden. En met mijn weggedrag ligt Parijs om de hoek, dat kan ik je verzekeren.

Eenmaal daar: beetje flaneren in het park en langs de Seine, lekker in de zon zitten. Lichtgele omeletten eten in één of andere brasserie en elkaar ’s nachts, op de hotelkamer, eindeloos voorlezen uit dat heerlijke, Franse deel van Julio Cortázars Rayuela (1963).

Parijs is best een romantische stad – als je er maar oog voor hebt. Én als je bereid bent er zelf ook een beetje je best voor te doen!

Na het ontbijt keken we nog eens naar dat filmpje over die ketting en dat hangertje die de aanleiding vormde voor onze reis. Het gaat om deze zestig seconden: 

 

 

 

Kale bomen, keihard licht, lange schaduwen. Modellen in plaats van acteurs – geen mensen als protagonisten, maar bewegende etalagepoppen. In visueel opzicht is het filmpje weinig geslaagd. Toch fascineert het.

Waarom? Waar gaat het over?

De commercial opent met een camerastandpunt boven de hoofdrolspelertjes, dat geeft meteen het terugblikgevoel van de volwassene. Toepasselijk, want dit filmpje gaat over liefde die bleek voorbestemd.

De manier waarop de jongen en het meisje in het openingsshot vanuit de schaduw het licht in lopen, versterkt de sensatie van een opgeroepen herinnering. Let op de ballonnen: op 0.04 sec, als de tros in de volle zon komt, strijkt het licht er zo snel overheen dat het net is of er in de ballonnen lampjes aangaan.

Vanaf het moment dat het jongetje het meisje aanraakt lijkt hun liefde gepredestineerd. Iedere Freudiaan ziet dat er wel eerst twee blauwe ballonnen moeten rijpen voordat de romance werkelijk opbloeit. Dit alles voltrekt zich tegen de achtergrond van het grootste fallussymbool van Frankrijk.

Mijn vrouw en ik hebben het filmpje (laptop, hotelbed) wel dertig keer bekeken. Op het laatst kregen we er helemaal de slappe lach van – bij die glimlach + kus aan het eind stroomden de tranen over onze wangen. Wat een onhandige pumps draagt dat meisje! Wat een raar sjaaltje heeft die jongen! Wat een mal filmpje! Wat een lieve, dromerige, rare dochter hebben we eigenlijk!

Eenmaal voorbij de lach kwamen we tot de slotsom dat we het slechte filmpje erg goed vinden.

Het wordt gemaakt – of gered – door de onderliggende waarheid: iedereen is voorbestemd zijn oudere zelf te worden. Je hele leven verander je en tegelijk blijf je je oude zelf – die verwarrende, universele metamorfose hebben de makers gevangen in een piepklein verhaal. De relatie die de protagonisten met zichzelf hebben is eigenlijk belangrijker dan de relatie met de ander. Opeens voel je de spanning tussen het relatief onvergankelijke (gebouwen, conservatieve mode, menselijke drijfveren en dromen) en de sterfelijkheid van het individu.

Mijn vrouw en ik zijn ons hier natuurlijk zo goed van bewust omdat we dit proces van opgroeien en veranderen – van aankondigen en inlossen – zelf van dag tot dag volgen bij onze eigen dochter.

Het beste moment in dit filmpje: het meisje dat de jonge vrouw die zij zelf geworden is passeert. Allebei in regenjas, allebei in panty. Het meisje op platte schoenen, de vrouw op hakken. In deze sequentie wordt opeens wél goed geacteerd, vooral door de aarzeling die uit de lichaamstaal van beiden spreekt. Wil ik jou wel worden? Wil ik jou wel geweest zijn? Kun je je voorstellen dat ik ooit jou was? Kun jij je voorstellen dat je op weg bent mij te zijn? Dacht jij dat ik jóu wilde worden? Dramatisch: de regie volgt de jonge vrouw, voor het meisje zijn the fifteen seconds of fame voorbij.

Nou ja, kijk zelf nog maar een keer:

 

 

Het afstandelijke en statische camerawerk, de bleke art direction en de houterige montage – we krijgen in één minuut 23 knips en, aan het eind, één overvloeier te verwerken –  worden opgepept door de soundtrack van The Chase (Marseille). Meisjesstemmen, gitaren, handengeklap, het ruisen van de maracas. Een vervormd kopstemmetje en natuurlijk het elektronische orgel dat aan het einde bijna als een accordeon klinkt.

Lekker. Maar ook interessant. De tweede stem die er vanaf 0.31 bijkomt, lijkt namelijk een elektronisch bewerkte afsplitsing van de stem van leadzangeres. Zoals kind/puber en puber/jongvolwassene steeds samen in beeld verschijnen en één personage vertolken, zo is ook het zingen een gespleten eenheid. Als dat geen diepere waarheid uitdrukt, dan weten mijn vrouw en ik het ook niet meer!

Nog één keer kijken dan.

Hé… wat een raar einde eigenlijk… zo met die paraplu! Wat moeten we daar nou weer van denken? Dichtgeklapt is het een fallussymbool, uitgeklapt een regenscherm… Waarom heeft die keurige jongen op een mooie dag een paraplu bij zich? Is hij een meteorologisch genie? Of gewoon een zware pessimist?

De paraplu is hier een symbool van bescherming, exclusiviteit en intimiteit. En van controle. Want een vrouw mag natuurlijk best nat worden – graag zelfs! – maar liever niet door factoren van buitenaf. En bovendien graag op het moment dat het de man het best schikt. Samen onder een symbool van vochtigheid naar het grootste fallussymbool van Europa staren. Ik vind het romantisch.

‘En die ballonnen met die draadjes eraan zijn net zaadcellen,’ zei mijn vrouw.

‘Als in sperma?’

Uiteindelijk hebben we maar een ander sierraad meegenomen. De subtekst van dit werkje werd ons een beetje te goor voor een schoolmeisje!

Zo, nu ga ik snel weer verder met mijn liefdesgedicht voor Birre van der Loo.

‘Hahaha, schitterend!’

Tirade – oog voor schoonheid.

Soundtrack: Patricia Fromage – Mon mec à moi.

Volgende week: ‘Che sorpresa!’ – Francesco Lucarotti in de bocht.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Het opgroeien van de schrijver (V, slot)

Vorige week zondag maakte ik een aantekening – “De noodzaak!!” omdat mijn vriendin het daar over had. 

Ik heb er een week over na kunnen denken, maar ik kwam er niet uit. De noodzaak. Ik weet nog niet hoe ik dat voor mezelf toe moet passen, dat begrip.

Ik ben gaan schrijven omdat ik als kind tekende. Poppetjes op grote vellen papier, en terwijl ik tekende, beleefden die poppetjes avonturen in mijn hoofd. Ik ontdekte dat je die poppetjes nog een keer kon tekenen in een andere situatie en dat je dan een strip had. Toen ik vijftien, zestien was, liep ik vast met strips, omdat de poppetjes niet beter werden, maar de verhalen in m’n hoofd vroegen om betere poppetjes. Ik ben toen de verhalen in m’n hoofd op gaan schrijven. Veel science fiction, grote gebeurtenissen. 

Na dat tekenen was het schrijven een noodzaak, kan je zeggen. Ik had verhalen in mijn hoofd die eruit moesten. 

Pas later ben ik van de SF afgestapt en ben ik gaan schrijven wat ik ken, en daar werden de verhalen een stuk beter van. Wat ik ken is Amsterdam Nieuw-West, grauwheid, geweld. Ik ken nog veel meer, natuurlijk, ik heb liefde, geluk en schoonheid leren kennen. Maar liefde en geluk, dat schrijft niet, en ik heb niet de aandrang daarover te schrijven, niet de noodzaak. Ik wil over die wereld schrijven omdat die wereld me fascineert. Maar als je het over deze noodzaak hebt, heb je het al over een noodzaak die binnen in de grotere container van het moeten schrijven zit. 

In de papieren Tirade die nu in de winkel ligt, staat een artikel van Martijn Knol over Infinite Jest van David Foster Wallace, en Martijn zegt in dat stuk: “Wallace was ervan overtuigd dat geen kunstvorm je indringender kan laten ervaren hoe rijk de innerlijke wereld van andere mensen is dan de roman.” Dat vond ik wel mooi: misschien heb ik de maatschappelijke noodzaak om met mijn laatste roman (Van dode mannen win je niet) de lezer indringend te laten ervaren hoe een vrouwenmepper in elkaar zit. 

Misschien word ik ongelukkig als ik niet schrijf. Dat zou kunnen; ik heb vaak sterke behoefte te schrijven en ik weet niet precies wat er gebeurt als het schrijven me om de een of andere reden onmogelijk wordt gemaakt. Het zou aan alle ideeën en verwachtingen over de romantiek van het schrijven voldoen als dat mijn noodzaak blijkt te zijn.

Bij het opgroeien van de schrijver hoort het ontdekken van je eigen noodzaak, denk ik. Maar wat is nu mijn noodzaak? En als nu blijkt dat ik geen behoorlijke noodzaak heb, kan ik dan niet beter stoppen?

Ik ben er nog niet uit. Ik ben nog aan het opgroeien.

———————-

Walter van den Berg (1970) is deze maand Tirade’s zondagse gastblogger. Van den Berg publiceerde tot op heden – behalve vele kortverhalen, columns en reportages – drie romans: De hondenkoning (2004), West (2007) en Van dode mannen win je niet (2013). In Tirade 449 vind je zijn prachtige kortverhaal Voetbalkantine, in Tirade 450 een heftige ‘tirade’.

Dit was de laatste zondagse gastblog van Walter van den Berg. Later deze week maken we bekend wie onze ‘aprilse’ gastblogger wordt.

Een gedicht over de liefde

Op dit moment – terwijl u nog vol bent van nummer 453 – wordt er door de redactie gewerkt aan het volgende Tiradenummer. 454 zal voor een groot deel gewijd worden aan het in mei in Amsterdam te houden Amsterdams Poëziefestival. Ik als poëzie-analfabeet bewaar respectvol afstand bij de inrichting van het nummer, en probeer me van de kleine taak die ik heb zo goed mogelijk te kwijten. 

Van ieder van de redactieleden zal een gedicht worden opgenomen, en aangezien mei de maand van de liefde is… Nou ja.

Ik weet niet hoe Marko zich erover voelt, maar voor Lieke is dichten aangetoond geen probleem. Martijn maakt nergens een probleem van, hij zal deze uitdaging aangaan met hetzelfde enthousiasme waarmee hij dagelijks zijn veters strikt, zijn tanden poetst en zijn vaste drie bladzijden Nietzsche uit het hoofd leert* nog voordat de rest van Nederland de ogen opent.  

Een liefdesgedicht schrijven als je gelukkig getrouwd bent met degene waarvan je houdt  is vreselijk lastig. Mocht een belangrijke ander nog niet weten van je gevoelens of er niet van willen weten, blij zijn met je gevoelens maar een terminale ziekte hebben, blij zijn geweest met je gevoelens maar liever met een ander verdergaan of overleden zijn, dan is het makkelijk. 

Aangezien de deadline voor 454 voor de deur staat, heb ik me er de laatste dagen – Kom op Gil! Denk als Martijn Knol! Schouders naar achter! Grrrr! – aan gezet. Het pijltje is al bijna van mijn backspaceknop gesleten. Tot dusver heb ik dit:

 

Op onze eerste ochtend zei ik nooit naar het examen 

van een gezamenlijk kind te zullen gaan

 

je antwoord, wat je verder zei,

niets wilde irriteren

gekmakend hoe je niet

voorspelbaar werd

 

je rolde naar me toe

als jonge lijven na het buitenzwemmen

waardoor opeens ook: zon en touw en natte planken

warme cassis, zonnebrand

een harde baddoek,

rimpelhanden… 

 

soms vroeg je me

waarheen ik dwaalde

en ik haatte je dan niet

 

zoveel geduld, wilde ik weten,

wil ik nog steeds: waarom je bleef

 

 

Om wanhopig van te worden. Op het moment van schrijven doet het al geen recht meer aan mijn relatie of zelfs maar het begin ervan. Ik maak de dingen zowel te klein als te groot, en het einde is een inkopper. Ik weet ook dat Birre er meer van verwacht. In die zin is zo’n gedicht als het vinden van het perfecte cadeau voor iemands laatste verjaardag**. 

Gelukkig heb ik één ding mee: ik heb het telefoonnummer van Lieke Marsman. En daarna bel ik Martijn Knol, om me moed in te laten spreken. 

 

 

 *Als u hem tegenkomt: vraag het eens. Ik geloof dat hij nu halverwege  Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben is. 

** Onmogelijk.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Waarom ben je boos op mij, liefste?

Leigh Fermor op Ithaka in 1946

Patrick Leigh Fermor rookte 80 tot 100 sigaretten op een dag en was befaamd om zijn sterk gestel. Op zijn 96ste overleed hij, de avond dat hij overleed had hij eerst nog aan tafel gedineerd. In 1933, op 18-jarige leeftijd besloot jij van Hoek van Holland naar Constantinopel te lopen. Leigh Fermor publiceerde daar twee boeken over, recentelijk verscheen postuum het derde Broken Road. From the Iron Gates to mount Athos. Het is samengesteld uit aantekeningen en korte stukken die hij schreef, het is hem bij leven nooit gelukt het af te maken. De eerste twee boeken, A Time of Gifts (1977) en Between the Woods and the Water (1986), waren een groot succes. Dit derde boek is ook erg goed. Leigh Fermor beschrijft in zijn reis door Bulgarije een van de zalige reismomenten dat hij na dagenlange ontberingen onderdak komt bij een Brits diplomaat, en daar tot grote begeestering een Encyclopedia Brittanica aantreft: ‘What miracles such things appear after a primitive life!’ Dit reis boek bestaat uit encyclopedische informatie over de geschiedenis van de bewoners van de gebieden die hij bezoekt. En uit prachtige ontmoetingen, en droevig afscheid nemen.

‘I went to say goodbye to Nadejdas grandfather next day. He had insisted that I should do so although it was hardly dawn (I had been to see him often during my three days’ stay). He gave me an old leather-bound copy of Fauriels Chants populaires de la Grèce and asked me to greet the Parthenon for him when I reached Athens. He had never been there, ‘et maintenant je ne le verrai jamais…’ He uttered this with the sadness of a Muslim speaking of Mecca. Nadejda kept me company as far as a little wood about three miles to the north of the town, walking arm in arm. Here she gave me a parcel of bread, halva, cheese, boiled eggs, apple, a circular wooden flask full of slivo and, as a parting present, some six packets of English cigarettes which she must have slipped out and bought in secret. The bearded bluejacket’s head on the packet was hidden under band upon band of import- duty stamps: she could no more afford them than I could. I was deeply  moved. We were both overcome by emotion; we parted only after many long and only half twin-like hugs. Slowly and very reluctantly we turned away at last to our opposite directions, feeling suddenly forlorn, and looking round to wave: hoping that, from a distance at any rate, these flourished arms looked more cheerfull than their owners felt.’

In de bus iets eerder hort hij de boeren een liedje zingen waarvan hij de woorden Зашто Ми Се Срдиш Либе (Waarom ben je boos op mij, liefste?) en de melodie onthoudt om het later na te zingen, en zingen kon hij, zie P.S. Onze eigen Encyclopedia Brittanica stelt mij  makkelijk in staat het gewoon te horen. Mooi! Dit reis boek van Leigh Fermor is rijk van taal en biedt ongelofelijk veel informatie over de achtergronden van de gebieden die hij bezoekt. Leigh Fermor schrijft niet te persoonlijk, blijft in zekere zin zelfs weg uit zijn boek,  maar weet zich slechts oor en oog te maken voor zijn lezers.

Het boek verschijnt in vertaling deze zomer bij Atlas/Contact.

 

ps: ‘After a splendid dinner by the fire he starts singing, songs of Crete, Athens, Macedonia. When I go out to refill the ouzo bottle…I find the street completely filled with people listening in utter silence and darkness. Everyone seems struck dumb. ‘What is it?’ I say, catching sight of Frangos. ‘Never have I heard of Englishmen singing Greek songs like this!’ Their reverent amazement is touching; it is as if they want to embrace Paddy wherever he goes.” Lawrence Durrell in Bitter Lemons

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Nu te koop: Tirade 453

Tirade 453 Omslag Plano-1Lente. Narcissen, check. Lammetjes, paashazen, kastanjeknoppen. Check, check, check. Nieuw blad, check.

Vanaf vandaag te koop: Tirade 453

De volgende auteurs hebben een bijdrage geleverd aan ons lentenummer: Hassnae Bouazza, Piet Gerbrandy, Kerim Göçmen, Michiel Heijungs, Martijn Knol, Arjen van Lith, Gilles van der Loo, Friederike Mayröcker, Carel Peeters, Daniël Rovers, Anne-Marieke Samson, Astrid Staartjes, Iván Thays, Milou Voskuilen en Joost Zwagerman.

De tekeningen in, op en achterop Tirade 453 zijn van de hand van kunstenares en illustratrice Lotte Klaver.

Losse nummers van Tirade zijn te koop in iedere serieuze boekwinkel en in De Oorshop.

Een abonnement op Tirade bekom je hier.

Tirade – floreert.

Soundtrack: ‘Spring maar achterop’ – Gers Pardoel.

Tirade wordt uitgegeven door het zelfstandige Uitgeverij Van Oorschot.

P.S. Op vrijdag 9 mei 2014 verschijnt Tirade 454, een themanummer vol Nieuwe Liefdespoëzie. Volgende maand vertellen we wie er allemaal aan het nummer meewerken.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Menno Hartman"
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

  • "Foto van Hans van Pinxteren"
    Hans van Pinxteren

    Hans van Pinxteren is dichter en vertaler

  • "Foto van Ida Hondelink"
    Ida Hondelink

    Ida Hondelink is schrijver en performer. Ze studeert momenteel af aan de studie Writing For Performance aan de HKU. Reeds is ze actief als dichter en essayist op verschillende platforms en podia, waaronder Notulen van het Onzichtbare, Hard//hoofd, Dichters in de Prinsentuin, de U-Slam en de Nacht van de Literatuur. Haar werk is fantasierijk, maatschappijkritisch en heeft doorgaans een poëtische ondertoon.
    (portret: Lin Woldendorp)