Pummel

Tegenover ons huis ligt een woonboot. Eigenlijk is het meer een caravan op het water. Hij heeft links en rechts twee kleine raampjes, waarvan het ene zicht geeft op de keuken en het andere op de slaapkamer. In het midden zijn twee deuren die bijna altijd open staan en samen dezelfde breedte hebben als de televisie van de bewoners. Die zitten de hele zomer lang op het drijvende terras voor hun caravan, dat ze hebben versierd met een Bakkums hekje en een heleboel potten geraniums. Op dit terras staan verder een parasol en twee comfortabele Intratuinstoelen.
            Overdag lezen de bewoners De Telegraaf. Rond een uur of vier gaat de televisie aan en die gaat uit op een tijdstip dat ik allang in bed lig. Vanaf ons raam op de derde verdieping kan ik zonder enige moeite meekijken naar 1 tegen 100, zo groot is dat beeldscherm.
            Wij wonen nu vijf jaar tegenover hen en in die periode is er iets merkwaardigs gebeurd. De eerste jaren woonden er namelijk een man en een vrouw in de caravan. Maar vorige zomer is de vrouw ingeruild voor een Filipijnse jongen.
           
Afgezien van deze persoonsverwisseling is er eigenlijk weinig veranderd. De gebruinde zestiger met stekeltjes leest de krant, kijkt tv of geeft zijn plantjes water zoals hij altijd al deed, en de Filippijne jongen (voorheen een oudere vrouw) brengt hapjes en drankjes naar buiten.
            Toch lijkt het alsof deze nieuwe bewoner iets met het humeur van de man met stekeltjes heeft gedaan. Sinds enige tijd horen we hem namelijk een paar keer per dag brullen vanaf zijn terras. Aanvankelijk was het moeilijk te verstaan wat hij riep. Maar inmiddels is duidelijk dat hij erg boos wordt wanneer een voorbijkomende boot te hard vaart. Daar begint zijn terras namelijk van te wiebelen. ‘Klootzakken!’ roept hij meestal. Waarbij hij dan rechtop gaat staan en zijn vuist balt naar de boot die allang weer uit zicht is. Ook ‘pummel’ (bij alleenstaande bootbestuurders) is een woord dat hij graag bezigt. Soms denk ik wel eens dat hij beter af was met zijn vrouw.

In de Oorshop

Van den Berg in Tirade

In februari 2004 waren Niels ’t Hooft, Annelies Verbeke en ik te gast in Boekhandel Kooyker, te Leiden. Maarten Dessing interviewde ons, simultaan, over onze respectievelijke debuten: Toiletten (2003), Slaap! (2003), De duiker (2003). Vrij Nederland schreef een week later dat de drie debutanten opvallend aardig voor elkaar waren.

In het publiek zat Walter van den Berg, een vriend van Niels. Ik schudde Walter de hand, wisselde een paar vrolijke woorden met hem, groette Niels en Walter later nog op station Leiden en werd één van de duizenden lezers van Van den Bergs weblog.

In 2004 genoot ik van Walters papieren debuut De hondenkoning (roman), in 2007 van het vervolg West (roman) en nu verheug ik me, als dat het juiste woord is voor een als ‘schokkend’ aangekondigd boek, op zijn nieuwe roman Van dode mannen win je niet.

In de jongste Tirade vind je een gloednieuw kortverhaal van Van den Berg: Voetbalkantine.

Tirade – verhaalt.

Voor juist teruggekeerde vakantiegangers nog even de inhoud van Tirade 449:  Joost Zwagerman schrijft over Jack Kerouac’s On the road, Wim Brands over Tip Marugg, Sander Kollaard over Illichmann-Rajchl, Ollikainen, Papuzanka en Pilgaard. Van de vier laatstgenoemde auteurs zijn bovendien vertaalde prozafragmenten opgenomen. Lieke Marsman selecteerde en vertaalde vijf gedichten. Er is bovendien poëzie van Leo Vroman, Delphine Lecompte, Niki Dekker en Halbo Kool. Én er  zijn kortverhalen van Lize Spit, Eva Meijer en Auke Hulst. En van bovengenoemde Walter van den Berg. Carel Peeters’ Kroniek van de roman gaat over Vertedering van Jamal Ouariachi.

Volgende week: Zomergasten.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Are your underarms beautiful enough to show off?

Ik wist wel dat het moeilijk is om in de zomer een vrouw te zijn. Allereerst zijn er wintervetjes, maar daar wilde ik het niet over hebben, want een beetje vrouw heeft daar in augustus natuurlijk allang geen last meer van. Dan is er de gevreesde bikinilijn die, denk ik, aan de basis ligt van veel vriendschappen tussen vrouwen en wat dat betreft zo slecht nog niet is. Maar sinds gisteren heb ik er een nieuwe zorg bij. Met een paar ongelukkige internetkliks kwam ik plotseling terecht in de wondere wereld van…

Whitening Deodorant.
Deodorant om je okselhuid te bleken. Want die heeft dat nodig. Het schijnt dat veel vrouwen last hebben van een wat donker gekleurde okselhuid en dat ze zich daar voor schamen.

Ik ging meteen kijken.
Het was lastig te zeggen of mijn okselhuid donker was.
Eigenlijk heb ik onder mijn oksels altijd een hele hoop stoppels zitten waardoor je de huid niet goed kunt zien.
Een beetje onderzoek leverde op dat van de celebs in ieder geval Naomi Campbell, Beyoncé en Serena Williams met donkere oksels gespot zijn.
Dat is op zich niet heel gek, zij hebben alledrie een donkere huidskleur.
Maar het is toch vervelend voor ze.
Julia Roberts wordt daarentegen wel eens op de rode loper aangetroffen met ongeschoren oksels.
Hoe durft ze!
Maar goed, dat is een andere kwestie. Terug naar de dark chicken skin worries.
In Azië is whitening Deodorant big business.
Ik kan niet precies verstaan wat de vrouw in deze video zegt, maar ze is overduidelijk heel blij met haar Dove Whitening Deodorant.

En ook Nivea heeft het gat in de markt gevonden. Hun deodorant is zelfs extra whitening. Omdat ik niets beters te doen had besloot ik om een van hun commercials uit te typen:

Are your underarms beautiful enough to show off? Nivea extra whitening deodorant nourishes with natural ingredients, to repair, tighten and whiten underarm pores. In just two weeks! For smoother, whiter underarms – even up close (man kijkt begeerlijk naar oksel van vrouw). Extra whitening deodorant from Nivea. A hundred years of skin care for life!

De natuurlijke ingrediënten waar ze het over hebben zijn dropextracten (wat ik een vreemd bleekmiddel vind), avocado (wat ik ook een vreemd bleekmiddel vind) en Witch hazel. Witch hazel is een plant die in het Nederlands ‘Toverhazelaar’ heet. Dat klinkt dan weer wel veelbelovend.

Er is echter een probleem:

Er is geen probleem. Het kan me geen flikker schelen hoe mijn okselhuid er uit ziet. Totdat ik deze commercials zag had ik nog nooit gehoord van iemand die zich zorgen maakte over haar mogelijk iets donkerdere oksels. Verder onderzoek vertelt me bovendien dat het verkleuren van de okselhuid een resultaat is van deodorantgebruik. Lekker dan. Gebruik je jarenlang de deo’s van Dove en Nivea, blijken die vervelende bijwerkingen te hebben, moet je Dove en Nivea gaan gebruiken – alsof ze je een dienst bewijzen. Zul je zien dat ze in die whitening-shit iets stoppen waardoor je oksels over drie jaar blauw zijn.

Ik heb de hoop dat dit product verder zichzelf wel belachelijk zal maken. Ik wilde maar zeggen, handen de lucht in als je je niet voor je okselhuid schaamt.

Parels

IMG_3352Mijn tweede boek is bijna af. Vorige week ging ik bij redacteur Merijn langs om zijn laatste redactiesuggesties door te nemen. Ik ben altijd te vroeg voor dat soort afspraken. 

Als ik het me kan veroorloven, loop ik er zelfs heen. Dat betekent dat ik vanaf de Jordaan de hele Herengracht af moet, maar het is het meer dan waard. 

Je gaat je bruid ook niet met de brommer bij haar ouders halen.

Je wilt de Raadhuisstraat oversteken met de gedachte: Hier loop ik dan, op weg om mijn tweede boek te bespreken bij de uitgever. Je wilt jezelf ter hoogte van de Leidsestraat nog eens in je arm knijpen, en er op de Vijzelgracht bij stilstaan dat je hiervan al droomde toen je bij Panini werkte. 

Het stemmetje dat zich bij het voorbijlopen van het Thorbeckeplein opdringt om te miepen dat je straks weer gerecenseerd gaat worden, trap je aan de kant. ‘Rot op,’ zeg je. ‘Dit is mijn moment.’

Je wilt de tijd hebben om een haring te eten op de Utrechtsestraat en even in de boekhandel te kijken of je eerste boek er nog staat. (En ja: ze hebben het op voorraad. Of dat ene exemplaar is nog altijd niet verkocht). 

De deur van mijn uitgeverij kan sinds jaren niet op slot, wat het mogelijk maakt je redacteur te besluipen.

Merijns werkkamer is precies wat je ervan verwacht. 

Ja, zijn antieke tafel staat op een Perzisch tapijt. Er is een kast met eerste drukken.

Een verouderde computer staat op – inderdaad – een Gispenbureau. 

Natuurlijk heeft Merijn een hoornen bril. 

Ik zei toch: precies wat je verwacht. 

Nog een paar dagen om een en ander bij te schaven, dan kan Het laatste kind naar corrector Jaap.

Vanochtend trof ik, “Tjonge wat een mooi beeld. Allemachtig.” aan in de kantlijn. Ik ben meteen even een haring wezen eten. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Erop of eronder, het stierengevecht revisited

Dat waar stierenvechten over gaat: Het intieme moment dat steeds terugkeert: onderwerping en vernedering van de toreador.

Het zeldzame geval dat ik het oneens blijk te zijn met  Rudy Kousbroek moet ik met beide handen aangrijpen. Omdat er helaas geen Verzameld werk van Kousbroek is kan ik het niet goed nazoeken maar in 1 van zijn fotosyntheseboeken staat een foto van een toreador, met een akelig mondje. Kousbroek kaffert de man uit: het is een verwende bek van een slecht mens: stierenvechten is zeer verwerpelijk.  Een pruillipje van een dreinkind, zoiets vindt Kousbroek ervan.

Ik reisde deze zomer naar Noord Spanje, waar ik nog nooit geweest was. In Villasante de Montija, een mooi stoffig dorpje in Noord Spanje aten we tapas en dronken  ijskoude vino rosado in El Crucero tot om 22 uur eindelijk de keuken openging. Het zat er stampvol met vooral mannen. De tv stond aan, het is het seizoen, stierenvechten op het scherm. Ik had nog nooit een heel gevecht gezien, maar heb ik dat café over verschillende avonden verspreid een tiental gevechten gezien.  Ik ben vooral gefascineerd geraakt door twee zaken: de stilering van het gevecht en het algemeen gevoeld hoogtepunt: het falen  van de toreador.

De Spaanse bevolking in het café zal de stilering al te goed kennen om er voortdurend veel aandacht voor te hebben, maar de falende toreador kon altijd rekenen op het neerleggen van kaarten, het wegzetten van glazen en naar de tv lopen: hoewel de uitkomst altijd vaststaat: de stier sterft, is het hoogtepunt  van het gevecht de pijn van de toreador.

Mijn opa was een boer, ik had veel huisdieren vroeger, wilde van mijn 6e tot mijn 16e  bioloog worden en houd van dieren en bestudeerde ze zeer intensief, maar mis inmiddels vrijwel elke sentimentaliteit aangaande dieren.  Ik heb voldoende merels, vinken, Turkse tortels , pimpelmeesbaby’s  getracht op te voeden als ze uit hun nest gelazerd waren om te weten dat de 5% die het haalt evenzo goed straks door de kat gepakt wordt.  En al deze vogels vind ik nog steeds schitterend. Ik kan niet om een vogel heen kijken.  Intussen is het zien afmaken van een stier meestal niet zo plezierig. De anderhalf miljoen runderen die wij jaarlijks wegkauwen laten we dan ook achter gesloten deuren afmaken en verwerken tot bitterballetjes en haasbiefstukjes en gehakt voor in de lasagne.  Ik zie zelf geen verschil tussen de ene dode stier en de andere, en ik ben van mening dat wie een kip kan eten, haar ook moet kunnen doden. (Ik heb eens in Zweden uit honger iets moeten doden om te eten.)

Als een toreador tot zijn verbazing geraakt is, zo zag ik een keer, neemt hij zijn schoenen af, zet ze naast elkaar en vecht op sokken verder, uit respect voor de stier, of om hem te vernederen? Hoe zou Theseus de Minotaurus verslagen hebben en betekent die woldraad eigenlijk nog wat in het bestaan van die rode lap?

Ik was verbaasd het pruillipje en de houding van Kousbroeks toreador verschillende malen exact zo te zien in Spanje, het is niet iets persoonlijks  maar behoort bij de conventies die ik nog niet goed begrijp.  Heeft Kousbroek dat niet gezien: hij maakt het persoonlijk waar het al na een paar gevechten iets algemeens blijkt.

Ik geniet niet van het doden van de stier, maar ik geniet met de Spanjaarden van het falen van de toreador, één moment in de zoveel wedstrijden is zo’n stoere knaap volledig de speelbal van iets woedends dat vele malen sterker is dan hij, en dat hem dood wil. Regelmatig komt zo iemand er dan ook heel beschadigd uit. En waarom vinden we dat nou allemaal zo plezierig om naar te kijken? Ik geniet van de woedende stier, zijn kracht en energie. En ik zou willen streven naar een gelijkwaardiger kans voor de stier,  meer een een op een gevecht.  Ik lees dat heel soms een stier van de voorzitter zijn leven terugkrijgt: bij uitzonderlijke gevallen mag de stier niet gedood. Dat is dan toch wel weer het allermooist.

Uit overwegingen van diversiteit van cultuur denk ik dat we stierenvechten beter kunnen laten voortbestaan, al begrijpen we het niet helemaal. De McDonaldisering van de cultuur wenst eenvormigheid en smaakslapte. En dat we dieren eten maar in het geniep doden. En dan die lachende clown erbij.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

De verleider

De afgelopen tijd hebben maar liefst drie vrienden of kennissen van mij opgebiecht dat ze ooit The Game hebben gelezen. En dat terwijl ik altijd dacht geen The Game-lezers te kennen. The Game-lezers zijn namelijk nogal zielig.
         
Kort samengevat is The Game een handboek voor het versieren van vrouwen. Er wordt een stappenplan in uitgelegd en als je al die stappen maar nauwgezet volgt dan bereik je als aspirant-vrouwenversierder je doel. Een van de lessen van de schrijver is dat je je tijdens een van deze stappen als een eikel moet gedragen. De meeste mannen gaat dit van nature al goed af, voor alle andere mannen is er The Game. Dat zijn de zachtaardige, vriendelijke jongens die plotseling geforceerd bijdehand gaan doen. Voor hen – ik denk zo’n 20% van de hoger opgeleide mannelijke bevolking tussen de 15 en de 25 – is The Game niets anders dan hun bijbel.
          
Kortgeleden kwam ik erachter dat er in de Nederlandse literatuur een vergelijkbaar boek bestaat. Bij tweedehandsboekhandel JOOT vond ik in hun één euro-kast de roman De verleider van Theo Kars. Net als in The Game wordt erin beschreven hoe een man ‘volkomen nuchter en berekenend te werk kan gaan bij het veroveren van vrouwen’, zoals op de achterflap staat. Daar staat ook dat De verleider, wederom net als The Game, ‘een koele ontleding van de verleidingsmethoden’ is.
          
Het exemplaar van De verleider dat ik nu in huis heb, was vroeger van Thomas Verbogt. Zijn naam heeft hij op de titelpagina geschreven, met daaronder: ‘29-XI-72’. Bij het snelle doorbladeren vond ik geen aantekeningen of uitroeptekens bij bepaalde veroveringstechnieken.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Lodewijk Verduin"
    Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

  • "Foto van Alexander Baneman"
    Alexander Baneman

    Alexander Baneman (Amsterdam, 1986) publiceerde in o.m. Tirade, De Revisor en De Parelduiker. In november verschijnt zijn debuutroman De schim van Raamswolde bij Van Oorschot.

  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.