Land*

De telefoon is al drie of vier keer overgegaan voordat Hannes het getril in de borstzak van zijn geblokte overhemd kan onderscheiden van het grote schudden en deinen dat het rondrijden in een trekker met zich meebrengt. Hij zet de motor af, hangt zijn gehoorbeschermers aan het grote stuur en springt op het grasland waar hij aan het hooien is. De display van zijn Nokia toont het nummer van de bank. Hannes drukt op de toets met het groene telefoonicoon*.
‘Ja?’

‘Het gaat niet lukken, Hannes.’

Hij staart naar de berken aan de rand van de wei. De zon verwarmt zijn gezicht, de geur van gedroogd, karamelzoet gras prikkelt zijn neus. In de verte de tractor van de oude Elmer* – baantjes trekken noemen de kinderen het heen en weer rijden waarmee het keren van gemaaid gras gepaard gaat sinds ze, jaren geleden, op schoolzwemmen zaten. Het gewemel van spreeuwen, de blauwe hemel. Volgens de radio houdt het stralende weer de hele week aan. Tussen Hannes’ warme oorschelp en het plastic van zijn mobiele telefoon ontstaat een filmpje zweet.

Hannes haalt diep adem. Met zijn vrije hand heeft hij steun gevonden bij het reusachtige achterwiel van zijn trekker (stug rubber, plukken halfdroog gras). Hij laat zijn blik over het land gaan – gras, bomen, lucht; bloeiende vlierstruiken; een berm vol margrieten, lupines, boterbloemen, klaver*, hoge grassen, fluitenkruid; de drukte van mussen bij de schuren; boven het braakland verderop bidt een buizerd; aan de horizon wijst de kerktoren de weg naar god – en begint te praten. Zolang dit gesprek duurt – zolang zijn persoonlijke accountmanager de verbinding niet verbreekt – is dit land, is dit leven, van hem.*

Soundtrack: Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn?

‘Alweer dat liedje?’

‘Pardon?’

Alles kan kapot, pagina 21, regel 35.’

‘Wat wil je dan?’

‘Iets anders, iets populairs.’

‘Klant is koning.’

Soundtrack: The ScriptIf You Could See Me Now.

‘Dat slaat nog minder op het verhaaltje dan de vorige track.’

‘Het is een flash forward, je moet de song betrekken op de kinderen van Hannes.’

‘Je had beter advocaat kunnen worden. Of handelsreiziger.’

‘…’

‘Met je mooie praatjes.’

‘…’

‘Waarom vertel je de lezers van Tirade niet eerlijk dat je fan bent van Mooi Wark? Ik denk dat iedereen dat een – ’

 Volgende week: Groeten uit Harkdorp (II).

Tirade – plankgas.

Noten:

*Of: Groeten uit Harkdorp, een intermezzo.

* Het icoon toont de hoorn van een vast telefoontoestel, zo één als Hannes en Rie nog in de woonkamer hebben staan. Maar dan in de kleur grijs.

* De zoon van Elmer – die de landbouwschool heeft doorlopen en tot twee jaar terug nog de droom koesterde ooit zelf boer te worden – heeft hem verzekerd dat er waarschijnlijk nog wel een plekje voor hem is op de administratieve afdeling van de coöperatie. Hannes’ vrouw probeert hem soms voorzichtig aan de gedachte van een baan op kantoor te laten wennen: ‘Nu zit je toch ook de hele dag, eigenlijk?’.

* Bijen, hommels.

* Zou hij zijn vrije, telefoonloze oor spitsen, dan hoorde hij hoe over het fietspad langs de provinciale weg het hoge, ijle geluid van een tweetakt gestaag naderbij komt: zijn jongste dochter, op weg naar huis.

Dit stukje compenseert – eenmalig – het uitblijven van maandagstukjes op 17 en 10 juni 2013. Het stukje van vandaag, maandag 24 juni 2013, vind je hieronder.

In de Oorshop

‘Van de ene man houden en de vrucht van de ander dragen.’ – Tabu (2013)

‘Tyn!’

‘Lezer!’

‘Ouwe rukker!’

‘Ho, ho, ik ben hier niet – ’

‘Hoe was je vakantie?’

‘Nou, vakantie… ik was op een drieweekse Cursus Bescheidenheid.’

‘En?’

‘Ik was de beste van de groep.’

‘Haha!’

‘Hahaha!’

‘Hahaha!, schitterend!’

‘Je haalt me de woorden uit de mond.’

‘Martijn, wat ga je vandaag voor ons maken?’

‘Nou, lezer, het was me opgevallen dat in A.F.Th.’s Tonio (2011;p.48) een passage voorkomt met kratten levende piepkuikens, terwijl in De helleveeg (2013;p.126/128) een zielloos suikerkuikentje voorbijkomt dat wordt vermalen tussen de kiezen van Albert Egberts tante Tiny… ik zou daar van alles over kunnen intikken, maar a) redt het oeuvre van A.F.Th. het ook wel zonder dat ik het hier pousseer en b) ben ik helemaal vol van de film die ik gisteren heb gezien.’

‘Te weten?’

Film: Tabu (2013)Tabu

Genre: weet niet. Romantische tragedie?

Regie: Miguel Gomes.

‘Je kan niet ontkomen aan je hart,’ zegt een geestverschijning in de als mise en abyme op te vatten proloog van Tabu. De kleine twee uur die volgen weerleggen die stelling: je kunt je door maatschappelijke conventies en je eigen bangigheid prima tot ongeluk/liefdesverdriet laten dwingen, zolang je de pijn maar kunt verdragen/weet te verbijten. Wel zonde van je leven, natuurlijk.

Het verhaal: de oude Aurora vraagt op haar sterfbed naar ene Gian Luca Ventura (inderdaad: iets anders spatiëren en je krijgt… Aventura). Haar buurvrouw, Pilar, spoort de man op en brengt hem naar het ziekenhuis – maar voor Pilar en Gian Luca Ventura daar aankomen is Aurora al dood.

Dat laatste geeft wat mij betreft weinig aanleiding tot melancholie: zou één finale blikwisseling kunnen goedmaken dat je elkaar decaden hebt ontlopen? Voor die twee rozijnen had er echt geen swingende toekomst meer in het verschiet gelegen.

Ventura, die in Portugal/Lissabon, waar Aurora wordt begraven, dezelfde leren hoed draagt als die hij, zoals we later leren, vroeger in Afrika droeg, blijkt, inderdaad, Lang Geleden Aurora’s Grote Geheime Liefde te zijn geweest. In het tweede ‘luik’ van de film, dat begint na de begrafenis van Aurora, zien we Ventura, Pilar en Santa, Aurora’s huishoudster, door een soort winkelcentrum lopen – let op het automatische speeltoestel in de vorm van een krokodil dat in een wandelgang op de achtergrond staat – waar ze plaatsnemen aan een tafeltje tussen tropische planten en Ventura begint te vertellen over de tijd dat de getrouwde Aurora en hij een verhouding hadden.

Dat tweede luik is fenomenaal/briljant/groots: een uur lang zien we de verwikkelingen uit Aurora’s en Ventura’s Afrikaanse leven, dat ons auditief wordt onthouden, terwijl we de oude Ventura over de voice-over zijn verhaal horen doen* (sterretje: noot!).

De geschiedenis van Aurora en Ventura is schrijnend en schaamteloos romantisch (en een tikje clichématig). Doordat de voice-over ons scheidt van het stomme verleden schreeuwt iedere seconde van het tweede luik van Tabu dat ‘vroeger’ voorgoed voorbij en voor eeuwig ontoegankelijk is. Je leeft echt maar één keer… wie de verkeerde keuzes maakt, krijgt nooit de kans zijn (m/v) leven over te doen.

Ja, dat wist je al, maar je was even vergeten dat de ondraaglijke lichtheid van het bestaan zo fokking pijn kan doen. Ga zelf maar kijken. Einmal ist keinmal.

‘De handen zijn ruw, maar de ziel is gevoelig,’ zegt de ongetalenteerde schildervriend van Pilar tegen het einde van het eerste deel van de film ter verontschuldiging van de lage artistieke kwaliteit van zijn werk. Zijn onhandige schilderijen vormen een grappig contrast met de knapgemaakte film waarin ze opduiken.

Regisseur Gomes heeft een gevoelige ziel én een gevoelige camera.

Wat betreft die krokodil op het affiche… De pasgetrouwde Aurora krijgt een kleine krokodil van haar echtgenoot… het gevaarlijke dier is niet alleen een symbool voor Ventura, die een bedreiging voor Aurora’s huwelijk vormt, maar misschien ook voor de baby (een meisje) die (dat) Aurora later baart en die (dat) de relatie met Gian Luca Ventura voorgoed doodbijt.

Een artikel in De Harkbode leert me dat Gomes zich heeft laten inspireren door Murnau’s Tabu (1931) en dat de liefde tussen Aurora en Ventura (ook) voor de onmogelijke ‘liefde’ tussen Portugal en haar koloniën staat. Ik was er zelf niet opgekomen, maar ik tik het graag voor je over.

Eindoordeel: Miguel Gomes’ Tabu is de beste film die ik de afgelopen maanden heb gezien. Drie met struisvogelveren gevulde kussens (3/5).

De titel van dit stukje is ontleend aan een regel die we Aurora, in de film, in één van haar brieven aan Ventura ‘horen’ schrijven – het is een adequate verwoording van haar situatie.

De voednood voetnoot:

*Het verhevigt de sensatie die al inherent is aan cinema. De hier eerder geciteerde Stanley Cavell*: ‘Film’s presenting of the world by absenting us from it appears as confirmation of something already true of our stage of existence. Its displacement of the world confirms, even explains, our prior estrangement from it. The ‘sense of reality’ provided on film is the sense of thát reality, one from which we already sense a distance. Otherwise the thing it provides a sense of would not, for us, count as reality.’ Hier dus, nogmaals: een verhevigde reality, een sterkere sense of distance. Cinema is  heavy stuff, mensen. (noot binnen noot: Stanley Cavell, The World Viewed, reflections on the ontology of film, Harvard University Press, Cambridge (VS)/London (GB), 1979/1971; p. 226)).

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

lief lief dagboek,

Vergelijk:

21 juni 2013

Mijn verlangens zijn relatief simpel vandaag:

– nog een liedje horen
– gewoon de tuin
– een nieuwe versterker kopen
– dat niet symbolisch maken
– de planten levend houden
– een berenparaplu met oren
– het cadeautje geven dat je niet verwachtte
– het sorbetijs ongesmolten uit de vriezer halen
– een korte wandeling met jou
– deze kleren netjes opvouwen
– drie avonden op rij couscous-salade eten
– een panamahoedje
– nieuwe sokken
– voelen hoe zacht die zijn
– frietjes eten met de kinderen
– vragen of ze een leuke dag hebben gehad

 

21 juni 2011

Soms zie ik niet scherp. Soms denk ik dat mijn bloeddruk te hoog is. Soms denk ik dat ik uit het niets wakker zal worden. Soms denk ik dat alles om me heen niet echt is, hoewel ik bij alles herinneringen heb. Soms denk ik dat mijn ledematen niet van mij zijn, vervolgens beweeg ik ze. Vaak denk ik dat ik drie gedachten verwijderd ben van een paniekaanval. Soms denk ik dat ik nog niet naar de deur kan lopen. Soms denk ik dat iemand me opeens van achter zal laten schrikken. Soms ben ik bang dat ik opeens ga denken dat alles op mij betrekking heeft. Soms heeft alles op mij betrekking. Soms denk ik dat de nieuwslezers op tv het tegen mij hebben omdat ik weet dat dat is wat gekke mensen denken. Soms denk ik dat alles wat ik zeg het voorlezen van een afscheidsbrief is, daar word ik bang van. Soms denk ik dat ik nooit meer bang zal zijn, wat evenzogoed een irrationele gedachte is. Soms denk ik dat ik een hersentumor heb. Soms hoop ik dat het zoiets fysieks is. Soms denk ik dat er iets beweegt in mijn ooghoek, maar het is altijd een bestaande boom. Soms denk ik dat ik geen adem meer haal. Ik kan wel een kwartier lang denken dat ik geen adem meer haal. Soms denk ik dat ik te hoge verwachtingen heb van mezelf, vervolgens noem ik dit een goede eigenschap. Vaak is het alsof mijn lichaam een trechter is en alles wat ik zeg is van vloeistof. Als ik rustig lig voel ik allerlei elektrische sensaties door mijn hoofd gaan, alsof iemand een batterij in me kwijt wil. Als dat zo is, zou ik me opgeladen in plaats van opgelaten of afgeschreven moeten voelen. Soms denk ik dat het zich steeds verplaatst en dat ik altijd achter de feiten aanloop. Banger ben ik dat de feiten niet bestaan. Mijn therapeut spreekt in op mijn antwoordapparaat en zegt dat dit inderdaad de hel is, maar dat het onderdeel is van het proces. Dat wil ik weten. Ik wil weer onderdeel van het proces zijn. Ik hoop dat er over schrijven helpt het een herinnering te laten zijn. En dat het geen refrein wordt dat zich in me vast zingt. Ik denk dat ik zoveel mogelijk moet proberen dingen te doen. Ik denk dat ik heel bang zal zijn voor helemaal niets.

 

21 juni 2009

Maandag ga ik naar de dokter (gynaecoloog, gespecificeerd) – doodeng. Moet ik daar met mijn benen wijd mijn binnenste prijs gaan geven? Ik heb ernstig het vermoeden dat ik hormonaal zwakbegaafd ben. Ik heb nu simpelweg helemaal geen seksuele aandrangen meer wanneer het andere mensen betreft (don’t worry, het bestiale trekt me ook niet) – alles wat ik zou doen (doe) is puur mechanisch. Het zou kunnen dat ik tot een nieuw soort mens behoor, waar tot nu toe nog niet over gedocumenteerd is, een soort nieuw stadium in de evolutie, fin, het is mogelijk – immers, eerlijk gezegd geloof ik wel dat we over een jaartje of 500 allemaal in een reageerbuis onder een tl lamp het leven ingetechniekt worden, maar ik weet niet of ik tot een nieuw soort mens behoor. Want: ik ben in veel dingen conservatief. Ik loop niet in een leren jackie de student uit te hangen – ik zou mezelf liever het leven uitdirigeren dan een bierbuik of grote ‘hoodie’-trui te dragen, maar ja. Het is jedenfalls moeilijk te beslissen of anderen het allerbelangrijkste, of vrij triviaal zijn. Combinatie? Een ding is zeker: ik moet ophouden overal een middenweg te zoeken. Weg met dat hele grijze gebied, grijs wil zeggen: mist. In welke vorm dan ook. Op de kleuterschool leerden we al dat je, als je alle kleuren mengt, altijd op poepbruin uitkomt. Ik wil helder zien. Ik beloof mijzelf: vanaf nu ga ik niet zozeer dingen weten, maar wel dingen menen en uitdragen dat ik het een en ander weet. Ik raak mijn rug aan waar het jeukt. Het jeukt.

 

21 juni 2007

Alles wat ik weet valt in stukjes, alles, wat, weet, ik? Alleen het decor staat stil in mijn leven, ik ben zestien en de wereld is zoveel groter dan mijn borsten – waar ga ik beginnen? Vandaag bij verliefd zijn. Wakkerworden en tevreden ademhalen, angstig ademhalen, maar ademhalen. In slaap vallen en weten wie er is. Ik kan het niet hebben dat ik opeens rekening moet houden met zoveel hoeveelheden: hoeveel minuten heb ik aan andere dingen gedacht, in hoeveel liedjes heb ik mezelf herkend, hoeveel dagen heb ik deze BH nu al aan… Het is een zwaar gevoel, dit opstijgen, maar bovenal voor herhaling vatbaar. Ik weet het niet, wat, weet, ik, alles? Ik ben niet meer ongelukkig, wat een opluchting, maar word iedere dag opnieuw geconfronteerd met de miezerig-pathetische persoonlijkheid die ik me in de loop der jaren eigen heb gemaakt. God, ik voel me zo puber in hart en nieren: radeloos en raadselachtig, de wereld is mijn masochistische trekpop. Misschien is het de hooiberg zelf die prikt, niet zozeer de verdwaalde naald. 

 

 

Over lezers

Gisteren gebeurde er iets eigenaardigs, op mijn werk. Collega Giel, die de binnengekomen slagersbestelling controleerde door met een duim in het vlees te porren, vroeg me naar de titel van mijn eerste boek.

Hier sneeuwt het nooit,’ antwoordde ik op de automatische piloot. ‘Hoezo dan, lees jij?’

‘Zeker,’ zei Giel, en trok een vies gezicht naar een runderribstuk. ‘Deze gaat terug. Veel te mager.’

Ik borg de doppers en tuinbonen in de groentenkoeling en probeerde de vraagtekens te negeren die in het nauwe magazijn rond mijn hoofd plopten. Waarom had ik nou gevraagd of hij las? Hoezo zou hij niet lezen?

In de hoop een mogelijke belediging terug te kunnen draaien besloot ik Giel op te zoeken bij de koeling waarin hij het vlees aan het schikken was en hem de stukken rund en varken uit het slagerskrat aan te geven.

‘Mijn eigen vrienden lezen ook nauwelijks,’ zei ik. ‘Vandaar. Nee, leuk dat je leest. Goh.’

Het hielp allemaal niet erg. Samen stapelden we de lege kratten op. 

‘Denk je,’ zei ik toen we klaar waren, ‘dat je mijn boek zou willen lezen? Ik bedoel: je kunt er best eentje van me krijgen.’

‘Morgen heb ik vrij,’ zei Giel. ‘Dan ga ik wel even langs de boekhandel. Lijkt me leuk.’

De rest van de dag was er geen tijd om na te denken. Het restaurant waar we werken voedt zo’n 130 mensen op een avond. Daarna was het opruimen geblazen en daarna moest er heel veel bier gedronken (vanwege de warmte). Pas toen ik – rond een uur of drie – in bed lag, kwam mijn gesprek met Giel weer terug. Het was een zonde, dat ik als schrijver, afkomstig uit een lezend gezin en stichter van een zo mogelijk nog lezender gezin, zulke lage verwachtingen had van mijn medemensen. 

Waarom zou een kok niet lezen?

Ik was zelf een kok die schreef en las.

Wat zei dit over mij, en over wat ik – subliminaal en expliciet – doorgaf aan mijn omgeving en nakomeling?

Ik kon er niet van slapen, sloeg het laken van me af en ging naar beneden om een glas water te drinken. Daar borrelde de gedachte aan een oude Postbus 51-reclame bij me op. Eind jaren ’80 was er een spotje op tv dat begon met een shot van de handen van een zwarte man, die een wit poeder op een papiertje schraapten. Waarschijnlijk moest de kijker denken: cocaïne. De camera zoomde uit en nu zagen we dat het hier om een ‘allochtone’ apotheker ging, die het medicijn in een gelabeld potje schudde en met een stralende (!) glimlach aan zijn blanke (!) klant overhandigde. Pay off: Als je wat beter kijkt, zie je gewoon een apotheker. 

Kennelijk had die campagne – in ieder geval op mij, die toen toch van een gevoelige leeftijd was – geen enkel effect gehad. Je kon het ook niet aan de overheid overlaten om voor daadwerkelijke verandering in het denken van de burger te zorgen. Nee, besloot ik, een beter milieu begon bij jezelf. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

One man standing

Erdem Gunduz, de choreograaf, kijkt naar de beeltenis van Atatürk

 Het ‘Museum van de Anatolische beschavingen’ in Ankara herbergt een ongelofelijke hoeveelheid culturen.  Als je op de juiste plekken in Turkije zou gaan graven tref je artefacten aan uit de paleolithische periode, de neolithische, de Koper-steentijd, de vroeg Bronstijd, de periode van de Assyrische kolonisatie, de Hittieten,  de Phrygiërs, dan krijg je nog de Hellenen, de Grieken en de Romeinen. Niet in het museum aanwezig zijn dan nog de vroege christenen, uiteindelijk de Byzantijnen en vervolgens de Islam als culturen die met hun sporen landschap en cultuur van het huidige Turkije mede bepalen.

Als je er rondloopt krijg je vanzelf ideeën voor een heel nieuw museum waarin je de grondlagen verbeeldt: alsof je met een lift door aardlagen heengaat, en zo aanschouwelijk maakt wat er precies na wat kwam, overlap zichtbaar maakt, op het straatniveau vind je dan: Turkije nu.  In Istanbul zijn zoveel Byzantijnse resten, zoveel Romeinse resten dat het niet eens goed mogelijk is ze allemaal goed te bewaren. Nabij de Hypodrome in Istanbul, waar ooit wagenrennen gehouden werden, steken stukken klassiek bouwwerk uit latere gebouwen naar buiten, als doorgroeiende historie.

Het leek mij dan ook een bijna ongelooflijke waardige ingreep dat Atatürk  in 1935 besloot dat de prachtige Aya Sophia geen vroegchristelijke kerk was noch een moskee, maar een museum. Het scheen mij toen een elegante oplossing toe om conflicten uit de wereld te helpen. Geen strijd, maar historie zichtbaar maken voor alle gezindten.

De Turkse choreograaf Erdem Gunduz heeft een plaats veroverd in de lijst van indrukwekkende iconische eenlingen door acht uur op het Taksimplein te staan, eerst in zijn eentje, en alleen naar het portret van Atatürk  te kijken.  Hij wijst ermee op een diepe dichotomie in de Turkse samenleving die vorm kreeg in de figuur van Atatürk.  Turkije zweeft altijd op de grens van culturen, heden het meest manifest de Islamitische, vertegenwoordigd door de huidige regering – en de seculiere, gerepresenteerd door de Vader der Turken Atatürk.

Stephan Sanders schrijft in twee opeenvolgende columns in Vrij Nederland heel fraai hoe een protest dat begon voor het behoud van een park, in zichzelf al symbolisch is: een lege, niet ingevulde plek behouden. Waar Erdogan in naam van een meerderheid lege plekken wenst in te vullen.  Hij citeert André Rouvoet: ‘De essentie van de democratie is niet dat de meerderheid beslist. (…) Het hart van de democratie klopt in het besef dat de meerderheid bij besluiten zoveel mogelijk ruimte laat aan minderheden en hun opvattingen en gedragingen.’ Rouvoet  weet in dit enkele citaat mooi de aardlagen van zijn eigen politieke geschiedenis  zichtbaar te maken, als oud RPF-er (Reformatorische Politieke Federatie)  wortelt hij in de ARP (Anti Revolutionaire Partij), de partij die uit de Schoolstrijd ontstond: onze eigen worsteling tussen overheid en  religie. Rouvoet stamt uit een religieuze minderheid die zich tegen een seculiere wetgever te weer stelde. 

Hoewel de religieuzen ten tijde van de Schoolstrijd – anders dan Erdogan nu – zich in de minderheid wisten, zijn hun rechten nu in de grondwet verankerd.

Erdem Gunduz heeft met zijn solo-actie Erdogan pijnlijk en indringend gewezen op het gegeven dat in een democratie de minderheid ertoe doet.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Kavel 668

Vorige week was ik voor het eerst op een veiling. Ik had opdracht om te bieden op aquarellen van de schilder Melle, die vooral bekend is om zijn afbeeldingen van fallussen. Je vindt ze in allerlei soorten en maten in zijn werk terug. Meestal zijn ze niet te missen maar soms kun je een tijdje naar een schilderij staren om ineens te constateren: ‘Verdomd, er zit een fallus in dat huis verstopt.’ In die zin lijkt het werk van Melle op de Where’s Wally?-reeks van Martin Handford. Met dit verschil dat in de tekeningen van Handford Wally altijd maar één keer voorkomt. Terwijl het aantal fallussen in een schilderij van Melle over het algemeen niet op twee handen te tellen zijn.
            Tot vorige week was ik alleen nog maar bekend met de back office van het veilingwezen. Tijdens mijn studententijd werkte ik af en toe voor veilinghuis Bubb Kuyper in Haarlem. Ik moest dan etsen, foto’s en omslagen van boeken fotograferen voor de catalogus. Ook moest ik tijdens de kijkdagen de kostbare stukken bewaken, die alleen onder toezicht bekeken mochten worden. Over het algemeen ging het om Japanse porno die onder de dekmantel ‘kunst’ het meeste geld opbracht van de complete collectie. Brieven van Reve, een typemachine van Hermans, een manuscript van Jeroen Brouwers – allemaal heel aardig maar die leverden lang niet zoveel op als een blote geisha met een Mellesiaanse fallus in haar mond. Deze kunstzinnige kavels vielen onder de noemer ‘erotica’.
            Ook vorige week viel mij op dat erotische ansichtkaarten en jaargangen van historische seksbladen verreweg het meest in de belangstelling stonden. Dat had mogelijk te maken met het overwegend mannelijke publiek. Of liever gezegd: ik ben geen vrouw tegengekomen.
           
Het kavel waar het mij om ging was nummer 668. Toen ik binnenkwam hamerde de veilingmeester net nummer 155 af, met als gevolg dat ik anderhalf uur lang werkloos in de zaal zat te wachten. Het was nogal warm in die zaal in het Bethaniënklooster. Bovendien had ik die avond al een paar keer last van steken in mijn borst, waardoor ik serieus rekening begon te houden met een naderend hartinfarct. Wat ook niet hielp voor mijn gemoedsrust was dat ik doodsbenauwd was om per ongeluk aan mijn hoofd te krabben of mijn bril te verschuiven – want voor ik het wist zou ik dan opgezadeld raken met bijvoorbeeld kavel 278: De Vogelwereld. Handboek voor liefhebbers. Richtprijs 300 euro.
          
Hoe langer ik moest wachten, hoe neurotischer ik werd. Toen de veilingmeester aankwam bij een collectie Provopamfletten ontstond een ware biedingsstrijd. Men had de waarde geschat op 200 à 400 euro maar twee handelaren boden net zo lang tegen elkaar op tot een van hen er met de buit vandoor mocht gaan tegen betaling van 3400 euro.
          
Hier werd ik bloednerveus van. De fallussen van Melle waren geschat op 1200 en van mijn opdrachtgever had ik toestemming om tot 2000 door te bieden. Wie weet zat er wel iemand in de zaal met wie ik de strijd aan zou moeten gaan.
          
650, 651, 652… naarmate mijn kavel dichterbij kwam, begon ik steeds meer te trillen en te zweten. Mijn gedachten gingen terug naar de steken in mijn borst van eerder op de avond. Gestorven tijdens een veiling – dat leek me niet iets nastrevenswaardigs. Toen het moment bijna daar was, toen ik het papiertje waarop mijn biedingsnummer was geschreven al bijna in de lucht hield, toen er nog maar twee kavels te gaan waren, op dat moment, mijn moment, het moment waardoor ik mijn lievelingsprogramma Het familiediner moest missen, op dat moment laste de veilingmeester met een ferme klap van de hamer een pauze in.
          
Ik zuchtte diep. Volkomen onrustig liep ik de zaal uit om wat te gaan drinken aan de bar. Ik hoopte op bier of wijn maar ze hadden alleen maar koffie of water. Toen ik een paar uur eerder dit klooster was binnengegaan, zag ik er nog blakend en zelfverzekerd uit. Nu keek ik in de spiegel langs de muur en zag een lijkbleek hoofd met twee paniekerige ogen. Mijn haar zat bijzonder lullig. In ieder geval weet ik nu dat een veiling voor mij gewoon te spannend is.
          
Veel te vroeg, lang voordat de pauze was afgelopen, ging ik weer in de zaal zitten. Het duurde en duurde maar. Om me heen zaten mensen die dit zagen als een ontspannen avondje uit. Toen de veilingmeester eindelijk weer plaatsnam achter het katheder ging ik rechtop zitten. De zaal was nog maar een fractie verwijderd van de fallussen van Melle. In een poging om mijn potentiële tegenstanders te ontdekken keek ik snel om me heen. Louter bejaarde mannen, de meeste met een verveelde uitdrukking op hun gezicht. ‘1200 voor de aquarellen van de schilder Melle, wie biedt er 1200, nummer 668…’ – van een kenner had ik begrepen dat je beter niet te snel kon bieden, want dan wist iemand dat je heel erg geïnteresseerd was en dan ging diegene, waarschijnlijk een hulpje van de ongetwijfeld malafide veilingeigenaar, misschien de prijs opvoeren. Ik speelde dus hard to get. Toen het een paar seconden stil bleef in de zaal, niemand blijkbaar geïnteresseerd was in dit kavel en er al bijna door werd gegaan naar het volgende nummer, stak ik mijn hand in de lucht. ‘Meneer in het midden voor 1200,’ riep de veilingmeester. ‘Niemand meer en beter dan 1200?’ Niemand reageerde. De hamer viel. Ik had gewonnen. En er was niets spannends gebeurd.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Gilles van der Loo"
    Gilles van der Loo

    Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

  • "Foto van Anja Sicking"
    Anja Sicking

    Anja Sicking schrijft romans en essays. In haar laatste boek, De visionair, onderzoekt ze via de verbeelding
    hoe de toekomst eruit zou kunnen zien.

  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.