Ik ben niet een enorm goede kaartlezer. Bovendien – maar het heeft misschien met elkaar te maken – heb ik volstrekt geen richtinggevoel. Zie ter illustratie bijgaande afbeelding. Blauw is de snelste route van IJmuiden naar Zandvoort en rood geeft onze dwaaltocht door de Kennemerduinen weer.
Ik heb het altijd wel zo charmant gevonden om grote maar ook kleine reizen zonder enige voorbereiding te ondernemen. Maar het levert vaak wel gedoe op. Een paar zondagen geleden bedachten mijn vriendin en ik dat het een leuk idee zou zijn om met de draagvleugelboot naar IJmuiden te varen, vandaar naar Zandvoort te wandelen en vervolgens de trein terug te nemen naar Amsterdam. Kwestie van naar het strand lopen en vervolgens de kustlijn volgen, dacht ik. Hoe moeilijk kan zoiets zijn? Heel moeilijk blijkbaar.
Het beginstuk van de wandeling blonk niet uit in schoonheid. Het voordeel van wonen in IJmuiden is dat de zee dichtbij is maar je wilt er niet dood gevonden worden. Een half uur lang liepen we door de schaduw van troosteloze flatgebouwen met plastic kozijnen. Zo nu en dan passeerden we agressieve hangjeugd of een te zwaarlijvige bejaarde in een rolstoel. Alle neringdoenden bewaakten het principe van de zondagsrust, met uitzondering van de snackbarhouders. Voor de frikadellenautomatiek was het een drukte van belang. Wij volgden ondertussen de bordjes ‘IJmuiden aan zee’.
‘Ik zie geen bordjes meer,’ zei ze op een gegeven moment.
‘Als we alleen maar rechtdoor lopen moeten we vanzelf bij de zee uitkomen,’ zei ik.
Toen we dan eindelijk de laatste zelfmoordflats achter ons hadden gelaten, en we de duinen aan onze linkerhand hadden, waren we zo stom om de weg te vragen aan een lokale inwoonster. Ze stuurde ons het duingebied in – en naar later bleek heeft ze ons toen compleet de verkeerde kant op gedirigeerd.
Ik moest denken aan De heksen van eergisteren, waarin Douwe Dabbert door drie heksen steeds de verkeerde kant uit wordt gestuurd om vervolgens hopeloos te verdwalen in de duinen. Voor wie Douwe Dabbert niet kent: het is een oubollige strip over een bedaarde dwerg met een knapzak. Een oude basisschoolgenoot klaagt nog steeds wel eens dat ze bij mij thuis altijd deze, volgens haar erg saaie, strip moest lezen.
Na een kwartier in de verkeerde richting te hebben gelopen, pakte ik mijn iPhone erbij. ‘Volgens google maps lopen we nu in de richting van Appelscha,’ zei ik.
‘Ik vertrouw jou en je iPhone niet meer zo,’ zei ze, ‘toen we over de Veluwe liepen heb je ons ook verkeerd laten lopen, toen kwamen we midden in de nacht eindelijk het bos uit.’ Ik moest toegeven dat ik in dit opzicht niet de beste credentials had opgebouwd.
Niet veel later kwamen we twee robuuste vrouwen tegen, met stevige wandelschoenen aan, die de indruk wekten samen al heel Nederland te hebben doorkruist. We vroegen ze de weg naar de zee. Volgens hen liepen we goed, in weerwil van wat er op google maps te zien was. Mijn vriendin zei dat we die mensen maar moesten vertrouwen. Ze zagen er immers heel professioneel uit.
Een paar uur later verdween de zon, werd het koud, begon het te schemeren, hadden we allebei last van onze voeten en zwierven we nog steeds op volkomen verkeerde schoenen door de duinen. Wat ik tot op de dag van vandaag niet begrijp is dat we die twee mannelijke vrouwen op een gegeven moment weer vóór ons zagen lopen. Terwijl we ze hadden ingehaald nadat we ze de weg hadden gevraagd. Bij Douwe Dabbert ging het precies zo. Ik vreesde dat we, misleid door drie heksen, voorgoed door de duinen zouden moeten dwalen.
Maar aan het begin van de avond, nadat we al zo’n 10 kilometer gelopen hadden, kwamen we volkomen onverwacht toch eindelijk aan op het strand. Het was bij IJmuiden aan Zee, onder de rook van de hoogovens, daar waar onze wandeling had moeten beginnen.
Terwijl we door de branding naar Zandvoort wandelden, voelden we ons allebei nogal gelukkig. Misschien ook omdat we nu moeilijk nog konden verdwalen.
Something that could be discerned by a better brain
‘Perhaps if the future existed, concretely and individually, as something that could be discerned by a better brain, the past would not be so seductive: its demands would be balanced by those of the future. Persons might then straddle the middle stretch of the seesaw when considering this or that object. It might be fun. But the future has no such reality (as the pictured past and the perceived present possess); the future is but a figure of speech, a specter of thought.’
Vladimir Nabokov, Transparent Things (1972;p.7)
Over 10 dagen verschijnt: Tirade 449.
Tirade – vijf keer per jaar tijdloos.
ik ben een paar weken op vakantie, volgende week een update met wat hier gedaan en of gedacht wordt.
Tirade 449
Op woensdag 24 juli aanstaande verschijnt Tirade 449. Het nummer – meer dan honderd pagina’s gedichten, verhalen, fragmenten, verslagen en essays – bevat bijdragen van:
Heather Bell, Walter van den Berg, Wim Brands, Nikki Dekker, Mathhew Dickman, Auke Hulst, Florian Illichmann-Rajchl, Sander Kollaard, Halbo Kool, Delphine Lecompte, Eva Meijer, Aki Ollikainen, Zoska Papuzanka, Carel Peeters, Stine Pilgaard, Liz Rosenberg, Brenda Shaughnessy, Richard Siken, Lize Spit, Leo Vroman en Joost Zwagerman.
Heb je een abonnement op Tirade, dan krijg je het nummer vanzelf thuisgestuurd. Losse nummers zijn, vanaf de genoemde datum, te koop in de boekwinkel en te bestellen via deze site.
Woensdag 24 juli 2013: Tirade 449.
Tirade – maakt het vijf keer per jaar: waar.
‘Zoals de meeste mannen heb ik iets met kakken.’
Het is interessant hoe inventief het geheugen te werk kan gaan. Of eigenlijk: hoe volkomen verkeerd je je sommige dingen kunt herinneren.
In 2005 las ik de briefwisseling tussen A.F.Th. van der Heijden en Jean-Paul Franssens, Ik heb je nog veel te melden. Ik herinnerde me een fascinerende poepscène uit een brief van Franssens. Toen ik die naar aanleiding van mijn blog van vorige week probeerde op te zoeken, kon ik hem niet terugvinden. Wel trof ik twee passages aan die er blijkbaar samen voor hebben gezorgd dat ikzelf een compleet andere scène verzonnen heb.
De scène die ik me dacht te herinneren maar die nergens in Ik heb je nog veel te melden is terug te vinden, komt ongeveer hierop neer: Franssens zit in een trein die door Frankrijk rijdt. Op de bank tegenover hem zit zo’n beetje de mooiste vrouw die hij ooit is tegengekomen. Hij beschrijft uitgebreid hoe mooi en volmaakt ze is.
Vervolgens moet Franssens naar de wc. Hij staat op, loopt door de gang en kan vervolgens de wc-deur niet dicht krijgen. Hij gaat op de pot zitten, de trein schommelt nogal en een volgend moment ligt hij op de wc-vloer van de trein, in zijn eigen poep waarmee hij zich al vallende min of meer compleet heeft ondergesmeerd.
De deur gaat open en op dat moment verschijnt in de deuropening die verschrikkelijk mooie vrouw.
Zo had ik het me herinnerd. Compleet door mijzelf verzonnen blijkbaar.
De twee scènes die samen mijn fantasie op hol hebben gebracht zijn te vinden op pagina 140 en 207-208. Op die eerste pagina staat de volgende passage: ‘In het buitenland heb ik behoorlijk veel overvloedige stoelgang. Waarschijnlijk door al dat vele eten. Ik heb ook altijd wc-papier op zak voor noodgevallen voor in berg, bos, heide of veld. Zoals de meeste mannen heb ik iets met kakken. Winden en ruften is mijn lust en mijn leven. Erfelijk? Je moet Henk Hofland eens een strontverhaal vertellen, hoe die daarvan opgloort.’ Vervolgens beschrijft hij hoe hij nogal dringend naar de wc moest maar dat niet kon duidelijk maken aan een Franse winkelier.
Het ‘strontverhaal’ speelde zich dus af in Frankrijk, in die zin zat mijn geheugen goed. Ook dat Franssens blijkbaar gefascineerd was door poep heb ik mij goed herinnerd. Maar die trein heb ik zelf verzonnen en ook dat hij al poepende op de wc-vloer belandde. De bloedmooie vrouw komt uit de pagina’s 207-208.
Ik heb de scène in mijn vorige blog al kort beschreven: Franssens zit te eten in een hotel in Italië. Hij wordt bediend door een meisje dat hij als volgt beschrijft: ‘Adri, zoiets ben jij in je hele leven niet tegengekomen. En mooi dat dat meisje was. Een schitterend, klassiek Italiaans gezicht.’ Na het eten ging hij naar zijn kamer. De wc was op het balkon: er was een gat en er lag een wc-rol. ‘Dat kwam goed uit,’ schrijft Franssens, ‘want ik moest verschrikkelijk nodig. Kledderdeklets ruist de verwerkte pasta naar omlaag en kledderdeklets word ik van boven tot onder volgescheten. Maar dan ook helemaal. Ik schreeuw het uit en kijk vanaf het balkon naar boven, waar nog een balkon is, met precies zo’n gat als waardoor ik mijn boodschap had gedaan. Wie had mij zo ferm en zonder omhaal volgekakt? Precies, de […] mooiste Italiaanse van het westelijk halfrond’, het meisje dat hem eerder bediend had.
Bij nader inzien heeft die eerste passage er eigenlijk niet zoveel mee te maken en is het vooral de tweede waarmee mijn creatieve geheugen aan de haal is gegaan. Uit pagina 140 blijkt hooguit dat Franssens het verhaal over de zelfbevlekking in de trein had kúnnen vertellen.
Forellen met een buik vol tijm – vierluik
1) Zaterdag
Wegens een wat hoog oplaaiend vlammenspel in de huiselijke haard moet het stukje dat ik hier vorige week aankondigde helaas komen te vervallen. Het tekstje zou verhalen over de Rome-reis die mijn dochter onlangs in schoolverband maakte en zou handelen over haar ‘liefde’ voor de Italiaanse Young Adult auteur Niccolò Ammaniti – door mij, met vaderlijke flauwheid, graag Nikolaas Ammenooitniet genoemd.
‘Als je dat verhaal opschrijft, zet ik het duet dat mama en jij vorig jaar op de bonte avond zongen op YouTube.’
‘Welke bonte avond?’
‘Die van de manege,’ ze begon al te swipen, ‘moet ik je geheugen even opfrissen?’
Nee, haha, opeens herinnerde ik me die avond weer haarscherp… Wat grappig dat ze dat had gefilmd! En ja: bij nader inzien zag ook ik de lol van die Romeinse Ammaniti anekdote niet meer… wat een onzin om over die onbeantwoorde kalverliefde een stukje te schrijven!… wat flauw van mij!… oké… mijn vrouw en ik hadden er smakelijk en vertederd om gelachen, maar om er nou over te blóggen… hoe had ik het in m’n hoofd gehaald?… dat is voor andere mensen helemaal niet interessant om te lezen zo’n geschiedenis…
Ik gaf mijn dochter geld – een briefje van zevenentwintig euro – om met een vriendin, een vriendin van háár om precies te zijn, naar Richard Linklaters Before Midnight te gaan (‘WhatsApp je eindoordeel maar’) en hees me – m’n vrouw zat een stukje verderop met een belangstellende glimlach contemporaine Franse poëzie te lezen, dus ik kon moeilijk een beetje gaan liggen chatten of gamen – met m’n drieënnegentig kilo in de hangmat om wat in de nieuwe Rudi Fuchs te bladeren.
2) Film: ‘Snoozers are losers’ – Before Midnight (2013)
Film: Before Midnight (2013).
Regie: Richard Linklater.
Genre: relatiefilm/praatfilm.
Verhaal: getrouwd stel heeft opeens een avond voor zichzelf. Beetje lopen, beetje lachen, beetje lullen. In de gesofisticeerde termen van het julinummer van het Britse filmmagazine Sight & Sound gaat BM over: ‘The quest for true communication, real intimacy between people – and the obstacles to sustaining it, above all the passage of time.’
Flauwe grap: wanneer de vrouw van het stel, Celine, zich over haar schrijvende man beklaagt, zegt ze wanhopig: ‘Nu begrijp ik waarom Sylvia Plath haar hoofd in een broodrooster stopte.’
Leuke grap: wanneer vader Jesse tijdens een autorit de appel van één van zijn slapende dochtertjes opeet, doet hij dat onder het motto ‘snoozers are losers’.
Eindoordeel: zwakker dan Linklaters Before Sunrise (1995) en Before Sunset (2004), eigenlijk alleen de moeite waard als je die vorige delen ook hebt gezien. Twee opblaasbare zwembadkrokodillen (2/5). Maar wat ons betreft wel: op naar deel vier.
3) Zondag
Ik had mijn dochter drie keer beloofd & gezworen, op het graf van haar hond, dat ik oprecht niet over Ammenooitniet zou schrijven en dat ik het stukje dat ik nu in zit te tikken zondagavond even zou voorlezen, bij het eten.
Ik hield woord, als altijd.
We aten buiten, in de tuin, onder de grote hazelaar. Lathyrus, kamperfoelie, lindebloesem. Ik had twee vaasjes gevuld met havikskruid. Mijn vrouw zorgde voor de drankjes. Op het rooster boven de gloeiende houtskool lagen met tijm gevulde forellen te garen en groentespiesen die ik had gemaakt door paprika, courgette, witte ui aan kweepeertwijgen te rijgen. In een pan op tafel: gekookte rijst.
De zon was zacht en warm.
Tussen de happen door las ik dit tekstje. Toen ik klaar was zei mijn dochter:
‘Dat was ’t?’
‘Ja.’
‘Gaat. Maar sterk is anders.’
‘Ik mis ook iets,’ zei mijn vrouw.
‘Wat dan? Humor?’
‘Nee,’ mijn dochter schoot in de lach, ‘daar zit echt niemand op te wachten… zeker niet op die ‘humor’ van jou… Iedereen kijkt altijd meteen weg als jij een grapje hebt gemaakt.’
‘Is dat waar?,’ vroeg ik aan mijn vrouw.
‘Soms,’ zei ze.
‘Godverdomme.’
‘Laten we nou eerst je stukje even fiksen,’ zei mijn dochter, ‘dan kun je de rest van de avond weer gezellig vloeken… Volgens mij is je tekst gewoon nog een beetje te soft… Wat voor films heb jíj de laatste tijd gezien?’
‘Chan-Wook Park: Stoker (2013). Michel Gondry, L’écume des jours (2013).’
‘Mmm… nee, dat wordt ’m niet… Je moet je blogje wat meer kloten geven… Tommy en jij zijn van de week toch ook nog naar die knokfilm geweest? Daar moet je iets over schrijven.’
‘Only God Forgives. Dat is niks voor de Tirade-blog. Veel te hard.’
‘Nee, moet je kijken wat je d’r zelf voor zieke kutstukken opzet.’
‘Watch your language, lady,’ zei mijn vrouw.
‘Yes,’ viel ik haar bij, ’listen to your mother. Maar misschien heb je gelijk.’
Mijn vrouw maakte espresso en gedrieën keken we naar de zon, zwijgend, nippend. Het Hawaï shirt dat ik altijd aantrek als we gaan BBQ-en detoneerde enigszins met de smaakvolle, vrolijke zomerjurken die mijn vrouw en dochter droegen, maar verder was het, alles bij elkaar, een behoorlijk perfect avondje.
‘Pap?’
‘Ja, lieverd.’
‘Heeft Gilles zijn vrouw echt oorbellen gegeven?’
‘Ik denk ’t wel.’
‘Jij geeft mama nooit oorbellen.’
‘Wat? Wat krijgen we nou? Mama heeft vorige week nog een cabriolet van papa gekregen.’
‘Ja, duh, een tweedehands,’ zei mijn vrouw.
‘O, maar als ik ’t me goed herinner was ik ook niet bepaald jouw eerste vriendje, hè?’
‘O, dat is vals,’ zei m’n dochter waarna ze helemaal dubbel lag. ‘De vergelijking gaat mank, maar hij is toch raak.’
‘Hoezo gaat die vergelijking mank?’
Ik kreeg al geen antwoord meer. Mijn dochter was mijn vrouw aan het ondervragen over alle knappe, interessante, sexy, succesvolle, hoogbegaafde, grappige, charmante, zoet- en goedgevooisde vriendjes die ze in haar leven heeft gehad.
‘Ik zou eigenlijk geen woord willen missen van deze boeiende conversatie,’ zei ik, ‘maar ik moet echt nog iets over die knokfilm intikken.’
4) Film (II): ‘I apologize for my behavior’ – Only God Forgives (2013)
Film: Only God Forgives (2013).
Regie: Nicolas Winding Refn.
Genre: knokporno.
Verhaal: wraak gewroken, gewroken wraak bestraft.
Eindoordeel: aangenaam statisch, prettig kunstmatig/gestileerd, prima muziek. Maar ook – zoals het genre vraagt/voorschrijft – sentimenteel, vooral waar het geweld wordt gerechtvaardigd door het verlangen naar een betere wereld die dan natuurlijk wordt gesymboliseerd door de ‘onschuld’ en ‘puurheid’ van een kind.
Geweld als entertainment – met de suggestie dat wraak de weg is naar een betere wereld – blijft akelig. Only God Forgives is wel minder naar dan Drive (2011), het vorige project van dezelfde combi van regisseur Nicolas Winding Refn + steracteur Ryan Gosling.
Laten we maar in onze oortjes knopen wat de politieagent in de film tegen zijn dochtertje zegt als zij zich zorgen maakt over het gedrag van één van haar knuffelbeesten: ‘Hoe zorgen we ervoor dat hij geen streken meer uithaalt? Lief zijn voor elkaar.’
Volgende week: zie vorige week.
Tirade – één woord zegt meer dan duizend beelden.
Meer blogs

Mij is de wrake – over vechtfilms
Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
Lees verder
Onder de moede blaren - over het bos
De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
Lees verder
Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder




























