Zonder kloppen

RJ

Er zijn tijden geweest dat er binnen en buiten de poëzie wat gebeurde.

De Nieuw-Zeelandse dichter Wystan Curnow laat in ‘Knocking on Khlebnikovs Door’ een piepjonge Roman Jakobson in 1913 bij de oerfuturist een zelfgemaakte bloemlezing Zaoum-poëzie aanbieden. Zonder de hand te hebben kunnen leggen op een exemplaar van My Futurist Years, Jakobsons memoires, lijkt mij zo’n geloofsbrievenscenario geloofwaardig. Niet eens omdat de stamvader van de literatuurwetenschap Velimir Chlebnikov de belangrijkste dichter ter wereld vond.

In 1913 had Jakobson, naast futuristische gedichten onder de naam Aljagrov, al manifesten opgesteld en kreeg hij daarom op zijn beurt bezoek van een nieuwsgierige Malevitsj. In 1914 zat hij OPOJAZ (de bij echt papier al eschatologisch getinte Vereniging voor het Onderzoek van de Poëtische Taal) voor en hij verkeerde in kringen van Majakovski die samen met VC en nog twee kubo-futuristen in 1912 Een klap in het gezicht van de publieke smaak had uitgedeeld.

Bij Curnow getuigt Jakobson over zijn idool: ‘Some of my/ excerpts he excerpted/ straight into the mouths of/ memaids [sic] in “The Night in/ Galicia” for example.’ Dag originaliteit! Ze sluit mooi aan bij Jakobsons theorieën en genoemd lang gedicht is sowieso een collage uit volksverhalen. Te verstaan is het niet, te horen wel.

Ik zou Curnows gedicht best eens willen vertalen, maar blijf reeds steken bij de titel die zo duidelijk alludeert op de beroemde Dylansong. Wat moet het Nederlands daarmee? ‘Bij Chlebnikov: binnen zonder kloppen’? Nu ja, Huub van der Lubbe is ook een zanger-dichter (die in Solomon Burke een leidsman had).

In de Oorshop

What candles you light after the show

 rlj-1978

Het recente bericht dat de Zangeres zonder Naam, toen ze nog een Meisje was, een abortus moest ondergaan waarna ze geen kinderen meer kon krijgen, geloof ik onmiddellijk. Net als dat Billy Bragg, zeker volgens Google Translate, een punt heeft als hij stelt: ‘“Feral”” is a word that is virtually interchangeable with “vermin””.’

Dat Rickie Lee Jones niet al haar hele leven alleen op de wereld is, gaat er bij mij echter wat lastiger in. Ze zingt hartverscheurend, als een straatkat. Als een tussenzin van de Marseillaise Florence Pazzottu: ‘sans rames ni étendard, sans/ le soutien de la communauté dont le dégoût/ de soi de bon ton est le signe, sans même le/ secours d’un renoncement tranquille’. Ik was dus domweg verrast door een extraverte foto van Rickie Lee uit de tijd dat ze verkering had met Tom Waits (op de achterkant van Blue Valentine schonden ze al enige openbare zeden tegen een auto, maar dat was voor de vorm).

Wat maakt haar stem zo bijzonder? Het schrijnende liedje ‘Altar boy’ heeft een melodie die piepjonge kindjes onwillekeurig produceren als ze in pogingen piano te spelen meer toetsen tegelijk indrukken die naast elkaar liggen. Het leren kennismaken. Misschien het moment dat Dubravka Ugresic beschreef vanuit het standpunt van een allochtoon: het kunnen identificeren en lezen van afval (‘Mars’, ‘Melk’, ‘Spa’), als inleiding op een ware doop in het nieuwe land, en uiteindelijk op intimiteit.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Syndroom

PC

‘Paul Chambers, Paul Chambers!’ Dat kreeg Ron Carter uit het publiek te horen, toen hij als pas aangenomen bassist bij Miles Davis een solo op touw zette. Ik moest eraan denken toen ik uit een bundel vertalingen van de Spaans-Catalaan Joan Margarit een gedicht las over wat daar ‘noise’ heet bij jazz, omgevingsgeluid uit een club als de opname feitelijk en juridisch live is. Inderdaad een cruciaal bestanddeel van deze kunst, waar de ontvanger evenveel praatjes kan hebben als de zender. Helaas ging de tekst voor mij alsnog de mist in doordat de vergelijking volgde met ‘life after death’.

Misschien boterde het al niet tussen Margarit en mij, nog nagrommend van een voorwoord waarin hij klaarblijkelijk Diderot instemmend citeert: ‘Mediocrity is characterised by a taste for the extraordinary’ (levenswijsheid die pontificaal rijp is!). Ook een bundel gewijd aan het overlijden van zijn dochter Joana, die leed aan het syndroom van Rubinstein-Taybi, gaat, voor zover haar voornaam het al niet verried, vooral over Margarit zelf. Maar dat ze voor een laatste operatie tegen de chirurg van dienst ‘I love you’ gezegd heeft, te quiero dus vermoedelijk, greep aan.

A solar thread

Hoe komt het toch dat de banden tussen jazzpoëzie en rap altijd wat low profile blijven? Het bestaan van die familie heeft iemand als Amiri Baraka, wellicht beter bekend als LeRoi Jones, eenvoudig kunnen aanwijzen, inclusief het besef dat de jongere loot veel populairder is dan de oudere.

Het zou me niet verbazen dat die ontkenning een politiek-poëticale – voor zover deze twee etiketten elkaar niet overlappen – achtergrond heeft. In het artistieke Westen hebben zowel jazz als poëzie iets verhevens. Daarom schijnen ze de werkelijkheid bij voorkeur niet te recht in de ogen te mogen kijken. Geducht worden mediocre producten of ‘dogmatisch engagement à la de jaren zeventig’. Afstand is de panacee. Wordt dat geografisch bepaald? Eens even een M-testje doen.

Mij staan over presidentskandidate Michele Bachmann diverse teksten en analyses bij, die erg schrander waren. Toch ontbrak er iets aan, vooral vanwege een amper bedekte satirische laag. Die is dan weer volledig opgelost bij een hoopvol en identificerend gedicht van de Chileense Cecilia Vicuña ten gunste van Michelle Bachelets verkiezing.

Terug naar jazzpoëzie. Adriaan de Roover in Enkelvoudig blauw (2011) over Charlie Parker: ‘die abel babel bijbel bla bla/ in één ademstoot de blinde/ achterbuurten schoonblaast’. Het slotwoord reinigt, iets wat specifiek aan dit genre toegeschreven wordt. Improviserend op de letter b brengt De Roover ook een eigen formele logica aan, plus hetgeen jazz door de bank wenst te bereiken. In ‘abel’ de aandacht voor het slachtoffer, in ‘babel’ de bedrieglijkheid van taal als communicatiemiddel, in ‘bijbel’ de universele pretentie en in ‘bla bla’ terstond de relativering daarvan.

Maar het is wel gezegd.

Mehr Licht

 esdoorn_zaad_vleugel

John Burnside memoreerde een tip van zijn vader: ‘Wees snel met het aandoen van het licht/ dan zul je het duister zien/ […]/ vang/ het schaduwleven van dingen op/ voordat ze opgaan/ in een blik’ (vert. Kees Klok). Die frasen plaatste de dichter op diverse verticale lijnen, alsof ze onafhankelijk toch verband hielden, omvat door een universeel schijnsel.

De milieuvriendelijke liquidatie door de EU van lampen groter dan 40 watt heet bar en boos. In Zweden zag men geen hand meer voor ogen en in de Lage Landen wist men, voorbij het tot aan Marktplaats reikende sentiment over peertjes van 60 watt, dat spaarlampen slecht zijn voor milieu en mens, dat ze ‘onnatuurlijk licht’ geven en een ‘kapitaalvernietiging’ teweegbrengen omdat ze niet in elke ouderwetse fitting passen (onze Nietzsche heeft nu een brief naar Goethe geschreven).

De kroon spande een wetenschappelijke studie als weergegeven door een krant die wanhopig op zoek is naar lezers, meer lezers, die kennelijk beboemerangde kritische consumenten zijn. Inefficiënte lampen zouden allerminst nutteloze warmte produceren, die vanwege het akkoord – met meer energiegebruik ‘en de bijbehorende broeikasgasuitstoot’ – gecompenseerd blijkt te worden, of beter ‘opgesoupeerd’, door uw eigen verwarmingsketel.

Kijk het gerust zelf allemaal maar eens na, liefst met één zoekopdracht die evenveel stroom vergt als een spaarlamp. Gelukkig plaatst Bob de Bouwer, internationaal beter bekend als Bob The Builder, tegenwoordig ook zonnepanelen.

Zekerheidshalve leen ik van de Duitstalige Italiaan Oswald Egger de ogen van een esdoorn.

De toekomst

Vanochtend weer op de Adelaarskalender gekeken. Piet Kleine staat nog in de top 1000, op plaats 959. Dit vanwege een laatst gereden persoonlijk record in 1981. Een prestatie? Dertig jaar geleden waren er geen binnenbanen, aerodynamische pakken of klapschaatsen, en kenden Davos en Inzell het geheim van de snelste tijd. Ook mokte men afgunstig – de Koude Oorlog speelde nog – over Alma Ata, waar de Russen de wind zo hadden geprogrammeerd dat hij altijd in de rug stond.

‘De toekomst is het verleden dat je in zwermen/ zoemend achternazit’ (Wim Hofman). Goh, de informatie uit de tijdentabel wordt dagelijks bijgewerkt, uiteraard op het internet. Dat bestond dertig jaar terug al wel, maar zeker niet voor een publiek. Laat staan dat computers dagelijkse kost voor een consument waren; De Witte Raaf nr. 153 bevat aandoenlijke notities van Daniël Robberechts over zijn in 1986 aangeschafte ‘MAChine’ die hij gebruikt én beschouwt als tekstverwerker.

Wat fascineert mij toch aan zoiets als een schaatstabel? Een link naar een Amerikaans filosoof bracht uitkomst: bij het turen realiseer ik het onmogelijke want bestudeer de tijd zelf. Zoals sprekend over het weer wel valt te debatteren over de uitwerking, maar niet over het feit dat de zon schijnt of dat het regent.

O ja, pleeg ik met specifieke aandacht voor Kleine een verstrooid of ironisch nationalisme, een beetje zoals Carla Bley op Looking For America?

Meer blogs

  • Afbeelding bij Lezers

    Lezers

    ‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
    Lees verder
  • tirade blog Menno Hartman

    Blauwbehoefte

    Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Humor

    Humor

    Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Menno Hartman
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

  • Foto van Sybren Sybesma
    Sybren Sybesma

    Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna studeerde hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. Ander werk verscheen op De optimistOp ruwe planken, De Parelduiker en in het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Momenteel studeert hij in Utrecht. Hij speelt nog veel piano.

  • Foto van Greet Kuipers
    Greet Kuipers

    Greet Kuipers (1962) is psychiater. Onder het pseudoniem Minke Douwesz publiceerde zij bij uitgeverij Van Oorschot twee romans, Strikt en Weg. Voor de laatste ontving zij de Opzij Literatuurprijs 2009 en de Anna Bijns Prijs 2012.