Baardenmanieren

marx

Myanmar, het voormalige Burma, is een jonge republiek met een gewelddadig verleden dat we neigen te projecteren op Aung San Suu Kyi. Schijnbaar onvermijdelijke economische contacten met China heeft het land ook. En onlangs was er natuurlijk het tragische voorval van olifant Pa Hae Po die er met zijn linkervoorpoot op een landmijn was gestapt.

Zelf moet ik in verband met deze natie denken aan een ander dier, een kat, die bij het ouderlijk huis aan was komen lopen. Dat hij volgens de vakliteratuur een Blauwe Burmees zou wezen, legitimeerde zijn hoger verblijf in onze vitrages en gordijnen. Buitentekstuele informatie leerde dan weer dat hij uit een nest even verderop stamde, van de snackbar – feitelijk ontsnapt aan een metamorfose tot iets dat recht uit het vriesvak maar drie minuten in heet water hoefde te liggen: ‘saté van Ad van Geloven’.

Maar, over tot het zo ongeveer bijna allerbelangrijkste na echte vrijheid, hoe staat het met de poëzie in Myanmar? In Poetry Review trof mij om duistere redenen een door ko ko thett vertaald gedicht van Zeyar Lynn. Burmees was Engels geworden, en van dat tussenstation heb ik geprobeerd Nederlands te maken (met dank voor de tip aan James Blythe):



Baardenmanieren


In Marx’ baard ‘Rijmlozen aller landen, verenigt u’ zit een haar

Geen baard laten staan is existentialisme, zegt Sartre

Helena’s baard die wel duizend schepen te water heeft gelaten

Baarden die naar een kin zoeken als woorden naar een gedicht

Baard is de door oorlog verscheurde stad van de kin bij een burgeroorlog

In de geschiedenis van de kin is baard de verslagen waarheid

De wereld brandde af bij Marilyns baard

Middelmatigheden ogen bevallig bij mediabaarden

Met op maat gesneden prijzen bekroond

De baard van de hoofdstad met elektrische lampjes versierd

O… de baard der dromen aan gene zijde van de vorm

De baard van de woestijn die voorbij mijn ideaal wervelt

Een kleine rode mol (voortgravend) op de baard van het sociaalrealisme

We zijn opgedoken uit de regenjas van de gevierde Blauwbaard

Baard die over mijn schouder snikt

Dit is gebeurd, dit is in Maria gebeurd, dit is in Baard gebeurd

De mare van baardspook dat dendert, toch wetenschappelijk bewezen

De jeugdige baard, de krachtige bries

Als jij nou op je baard let, houdt taal zichzelf wel in de gaten

Waarom niet een baard laten staan in plaats van dichten

Hey… baarden aller landen, laten we de lanugo achter ons laten

Tegen het decor van de proefbaard heten vele mythen te worden verhandeld

Doorgedrongen tot het woord werd het litteken van de baard aangetroffen

‘Houd de vlag hoog, Vecht door tot je baard overblijft’, weten de Bansai-hemden

Blokkeer persbericht ‘De Baard heeft zich slechts U genoemd.’

De zegsbaard is tijdelijk geschoren

Het verhaal gaat dat ook zijn baard het zwijgen was opgelegd

Postbaardisme en het relaas van relazen verbreidden

De roof van de drie elementaire wortels van de baard

‘Een handboek voor geesteshoudinganalyse’ door Zen Baard

De ochtend van de gekooide baard vinken

De deugdzame baarden die geen heiligen zijn

Sisyphus die de niet te trimmen baard der goden oprolt

Dit is mijn lievelingsbaard, dit is mijn merk, zei ze

De geschiedenis zal mijn baard vergeven

Elektrische stroom in het hele land aanleggen

Baardenmacht in de hele natie vestigen

Verdwijn… stom rund… je kickt alleen maar op je baard

Een baard is een baard is een baard, een roos is een roos is een roos

Jullie behoren allen tot een generatie gladde kinnen

God dobbelt met de baard.

In de Oorshop

Eh

 business conversations

Geïntrigeerd door een eenmansstroming met de naam new infantilism, aanschouwde ik die dichter. Maar ik kon geen chocola van zijn teksten maken omdat mijn aandacht werd weggetrokken door iets wat achter zijn heftig bewegende lippen gloorde. Toen ik daarom eerst maar eventjes studie maakte van een collega, was het hek der diastemiek helemaal van de dam (bij haar was het zeker, bij hem weet ik het nog niet).

Meestal is de vraag ‘Waar denk je aan?’ veel en veel ingewikkelder. Om te ontdekken hoe een brein werkt zou het subject en object moeten zijn. Wel er zijn behalve ogen meer zintuigen, zoals het gehoor.

Laatst heb ik mijn brein beluisterd, in een Compositie voor Synthesizer door Milton Babbitt. Saai, nijver, kortom: niet om aan te horen. Of dacht je dat jij het was? Wat? Ja, gisteren vond ik mijn brein terug in ‘Black’ van John Zorn. Enige lieflijkheid voegde zich met hondengeblaf.

Was ik in een milde bui? Het stuk komt van Elegy, op basis waarvan een derde dichter wist: ‘The imagination, bare, has nothing to confirm it/ There’s just the singing of the birds/ The sounds of the natural scream’.

Dit alles is slechts aannemelijk voor degene die mij op mijn woord gelooft. Anderen verwijs ik door naar de Koran: ‘Zal Ik jullie meedelen tot wie de satans neerdalen? Zij dalen neer tot elke zondige lasteraar. Dezen luisteren scherp en de meesten van hen zijn leugenaars. En de dichters, de misleiden volgen hen.’

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Waar?

 app3

Ik weet niet meer of hij een stamgast was, noch of hij tot de Galliërs of Romeinen behoorde, maar in Asterix liep een man rond met een schild op zijn haardos, omdat hij bang was dat de hemel viel. Hij had het ook kunnen gebruiken tegen eens in de zoveel tijd op aarde landende brokken van afgedankte satellieten (of zoals K. Silem Mohammad zei: ‘nothing but downbeat groovery in NASA spacegear / that’s what’s been holding me together’).

Laatst was mijn kind, een kleuter, op een feestje. De foto’s ervan schijnen, begreep ik toen ik de koptelefoon even wegschoof, dezelfde avond op Facebook te zijn gepubliceerd. Is dat nou de bestemming voor iemand zonder wie de eigen biografie onmogelijk is (Bindervoet & Henkes)? Mijn kind zelf zou het ‘valsbaar’ noemen.

In de prachtserie Die Manns gaat een paar keer de telefoon over, waarna Thomas vergramd de deur van zijn werkkamer opent en roept of niemand kan opnemen. Later valt dochter Erika zeer hoorbaar van de trap en duwt hij uit alle macht zijn handen tegen de oren. Ongelooflijk verschil met auteurs die nu door sociale netwerken bewegen! Of niet, met eigen wereldjes en zo?


[…] I give myself to whatever it is

that strains my muscles and forces me

to flower like the scatter a shotgun fires,

sing at last from a single place

called Rome, Medina, Jerusalem

which is home to me

as only one place can be

(Aleš Debeljak)

Zonder kloppen

RJ

Er zijn tijden geweest dat er binnen en buiten de poëzie wat gebeurde.

De Nieuw-Zeelandse dichter Wystan Curnow laat in ‘Knocking on Khlebnikovs Door’ een piepjonge Roman Jakobson in 1913 bij de oerfuturist een zelfgemaakte bloemlezing Zaoum-poëzie aanbieden. Zonder de hand te hebben kunnen leggen op een exemplaar van My Futurist Years, Jakobsons memoires, lijkt mij zo’n geloofsbrievenscenario geloofwaardig. Niet eens omdat de stamvader van de literatuurwetenschap Velimir Chlebnikov de belangrijkste dichter ter wereld vond.

In 1913 had Jakobson, naast futuristische gedichten onder de naam Aljagrov, al manifesten opgesteld en kreeg hij daarom op zijn beurt bezoek van een nieuwsgierige Malevitsj. In 1914 zat hij OPOJAZ (de bij echt papier al eschatologisch getinte Vereniging voor het Onderzoek van de Poëtische Taal) voor en hij verkeerde in kringen van Majakovski die samen met VC en nog twee kubo-futuristen in 1912 Een klap in het gezicht van de publieke smaak had uitgedeeld.

Bij Curnow getuigt Jakobson over zijn idool: ‘Some of my/ excerpts he excerpted/ straight into the mouths of/ memaids [sic] in “The Night in/ Galicia” for example.’ Dag originaliteit! Ze sluit mooi aan bij Jakobsons theorieën en genoemd lang gedicht is sowieso een collage uit volksverhalen. Te verstaan is het niet, te horen wel.

Ik zou Curnows gedicht best eens willen vertalen, maar blijf reeds steken bij de titel die zo duidelijk alludeert op de beroemde Dylansong. Wat moet het Nederlands daarmee? ‘Bij Chlebnikov: binnen zonder kloppen’? Nu ja, Huub van der Lubbe is ook een zanger-dichter (die in Solomon Burke een leidsman had).

What candles you light after the show

 rlj-1978

Het recente bericht dat de Zangeres zonder Naam, toen ze nog een Meisje was, een abortus moest ondergaan waarna ze geen kinderen meer kon krijgen, geloof ik onmiddellijk. Net als dat Billy Bragg, zeker volgens Google Translate, een punt heeft als hij stelt: ‘“Feral”” is a word that is virtually interchangeable with “vermin””.’

Dat Rickie Lee Jones niet al haar hele leven alleen op de wereld is, gaat er bij mij echter wat lastiger in. Ze zingt hartverscheurend, als een straatkat. Als een tussenzin van de Marseillaise Florence Pazzottu: ‘sans rames ni étendard, sans/ le soutien de la communauté dont le dégoût/ de soi de bon ton est le signe, sans même le/ secours d’un renoncement tranquille’. Ik was dus domweg verrast door een extraverte foto van Rickie Lee uit de tijd dat ze verkering had met Tom Waits (op de achterkant van Blue Valentine schonden ze al enige openbare zeden tegen een auto, maar dat was voor de vorm).

Wat maakt haar stem zo bijzonder? Het schrijnende liedje ‘Altar boy’ heeft een melodie die piepjonge kindjes onwillekeurig produceren als ze in pogingen piano te spelen meer toetsen tegelijk indrukken die naast elkaar liggen. Het leren kennismaken. Misschien het moment dat Dubravka Ugresic beschreef vanuit het standpunt van een allochtoon: het kunnen identificeren en lezen van afval (‘Mars’, ‘Melk’, ‘Spa’), als inleiding op een ware doop in het nieuwe land, en uiteindelijk op intimiteit.

Syndroom

PC

‘Paul Chambers, Paul Chambers!’ Dat kreeg Ron Carter uit het publiek te horen, toen hij als pas aangenomen bassist bij Miles Davis een solo op touw zette. Ik moest eraan denken toen ik uit een bundel vertalingen van de Spaans-Catalaan Joan Margarit een gedicht las over wat daar ‘noise’ heet bij jazz, omgevingsgeluid uit een club als de opname feitelijk en juridisch live is. Inderdaad een cruciaal bestanddeel van deze kunst, waar de ontvanger evenveel praatjes kan hebben als de zender. Helaas ging de tekst voor mij alsnog de mist in doordat de vergelijking volgde met ‘life after death’.

Misschien boterde het al niet tussen Margarit en mij, nog nagrommend van een voorwoord waarin hij klaarblijkelijk Diderot instemmend citeert: ‘Mediocrity is characterised by a taste for the extraordinary’ (levenswijsheid die pontificaal rijp is!). Ook een bundel gewijd aan het overlijden van zijn dochter Joana, die leed aan het syndroom van Rubinstein-Taybi, gaat, voor zover haar voornaam het al niet verried, vooral over Margarit zelf. Maar dat ze voor een laatste operatie tegen de chirurg van dienst ‘I love you’ gezegd heeft, te quiero dus vermoedelijk, greep aan.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Thom Wijenberg"
    Thom Wijenberg

    Thom Wijenberg (1996) schrijft poëzie en proza. Hij werkt als redacteur en programmamaker en studeert aan de Schrijversvakschool. Zijn werk verscheen onder andere op Notulen van het Onzichtbare, Tijdschrift Ei en in de Seizoenszine.

    Auteursfoto: Gaby Jongenelen

  • "Foto van Nicole Montagne"
    Nicole Montagne

    Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.

  • "Foto van Julien Ignacio"
    Julien Ignacio

    De Nederlands-Arubaanse schrijver Julien Ignacio (1969) studeerde af als literatuurwetenschapper. Hij publiceerde theaterteksten, blogs en korte verhalen. In 2008 ontving hij de El Hizjraliteratuurprijs voor zijn toneelstuk Hotel Atlantis. Hij was redacteur van literair tijdschrift Tirade en is bestuurslid van de Werkgroep Caraïbische Letteren. In 2018 verscheen zijn debuutroman Kus (nominatie Bronzen Uil). Met collega-schrijvers Michiel van Kempen en Raoul de Jong stelde hij Dat wij zongen samen, een bloemlezing Caraïbische literatuur die in 2022 uitkwam bij uitgeverij Das Mag. In september 2023 verscheen zijn tweede roman Goudjakhals, een kralenketting van historische en futuristische migrantenverhalen, die zich afspelen in onder meer Amsterdam en Aruba, Beiroet en Lesbos.