Erbij horen

Een tijdje terug was ik voor het Parool bezig met een stuk over het einde van een lief restaurant waar ik als twintiger werkte.

Terwijl ik met de eigenaren sprak, maakte mijn fotograaf alvast wat beeld. In de kelder kwam hij een grofgestucte muur tegen met streepjes, namen en data erop die door de volgende uitbater zeker weggeschilderd zouden worden.

Jakob drukte op zijn knopje en maakte zo de laatste foto van een muur waarnaast ik op hete zomeravonden de kassa telde terwijl mijn collega’s indronken aan de bar boven mijn hoofd.

Waar ik met klamme vingers getallen invoerde op een rekenmachientje; mijn dagtotalen op een strookje papier schreef voor het allemaal de kluis in ging.

Ik denk dat we naar de Kring zouden. Er zouden meisjes mee, maar ik wilde meer dan alles dansen. De meisjes waren belangrijk voor de vaart, het doorgaan.

Met zijn allen in de rij, dan langs een lachende uitsmijter, de trap op en binnenvallen alsof het je eigen surprisefeest is.

De zaal optillen met bakken goed humeur. Alle lichten leken feller in die tijd, toch werden we nooit verblind.

The future’s so bright, I gotta wear shades, zong Timbuk3 al in 1983.

Timbuk had zijn Wayfarers af moeten laten toen er het meest te zien was. Hij heeft vast spijt.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Zelfs de dood is geen opluchting (maar demonstreren wel, misschien)

Vorige week maandag fietste ik door de stad. Het was nog vroeg. In het halfduister stuitte ik op een wegblokkade. Het waren klimaatactivisten. Toen ik later terugfietste waren ze er nog, de politie was juist begonnen aan een charge. Op het Museumplein mocht wel gedemonstreerd worden en daar verzamelden zich ook steeds meer mensen. Er werden liederen gezongen, op het reclamebord van de toeristenwinkel stond een aandoenlijk kartonnetje. ‘Ik ben depressief’ stond er. En op de achterkant: ‘en dat zou u ook moeten zijn’.

Ik dacht: depressie is inmiddels een collectieve staat van zijn. Want de wereld is kapot en de zwaarte van het bestaan is alom tegenwoordig.

Toch klonken de liederen eerder strijdbaar dan depressief. Ik dwaalde rond en dacht: waarom zijn hedendaagse personages (in literatuur en theater) zo vaak antihelden? Verrassend veel literaire helden willen niks, doen niks en zijn niks. Ze zijn zwarte gaten waar alles in verdwijnt.

Op het protestbord van een man die er uit zag als midden twintig stond ‘Ik sta hier voor mijn dochter’. Zijn nagels waren zwart en blauw gelakt, op zijn buik hing een baby in een draagzak.

Vanaf de rand van de fontein dacht ik: natuurlijk is een depressie op individuele basis nog steeds heel akelig, dat is niet veranderd. Wel anders is de manier waarop erover wordt gesproken en geschreven. Deze generatie klimaatactivisten duikt vol in de depressie.

Of nee, dat gebeurde altijd al. Ook in de kunst. Maar nu duiken we overal vol in. Vol er in en dan verzuipen. Want de wereld is stuk en er is geen zicht op een betere toekomst. De horizon is verdwenen achter bosbranden en smog.

Of nee, het is volledig verzuipen én volledig relativeren. Zwelgen zonder zelfspot is zo passé. Kijk bijvoorbeeld naar de theatrale concerten van theatermaker Naomi Velissariou. Onder de veelzeggende titel Permanent Destruction maakte ze The SK-concert (naar Sarah Kane) en The HM-concert (naar Heiner Müller). Het is schitterende doodsdrift zonder begin en einde. Zonder horizon en aangrijpend mooi. De Volkskrant schreef: ‘doodsdrift als uiting van ultieme levenslust’.

Dus zelfs doodsdrift en levenslust kunnen hand in hand gaan. Maar wat als zelfs de dood niet langer een opluchting is? Ik hing rond de saamhorig zingende klimaatactivisten en voelde tegelijk hoop en wanhoop voor de toekomst. Misschien is de nieuwe stip aan de horizon tweeledig.

Uit deze depressieve niksigheid wordt namelijk iets opgebouwd. Een nieuwe poging. Dat hopeloze, zware zwart lijkt gebieden aan elkaar te plakken die ooit elkaars tegenpolen waren. Het is niet langer ‘handelen versus niet-handelen’, of ‘man versus vrouw’ maar ‘en’. Depressie én humor, zwartgalligheid én zelfrelativering. ‘To be or not to be’ is inmiddels ‘to be and not to be’ geworden. Deze activisten schrijven samen, meerstemmig, een nieuwe monoloog voor Hamlet, voor de antihelden van deze tijd.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

"Foto van Berthe Spoelstra"
Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Haar debuutroman Schemerland kwam in 2009 uit bij Van Oorschot. In augustus 2021 volgt Zwerm. Voor Tirade schrijft ze over o.m. theater en literatuur.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Tussen de regen door

Het schrijverschap is eenzaam. Overdag kom ik hoofdzakelijk buiten vanwege Otis de Hond.

Meestal gaan we naar het Stenen Hoofd, een stuk braakland dat het IJ in steekt. Man en hond kunnen er verlatenheid ervaren, en Oot is dol op zijn landje. Als we gaan wandelen blijft hij die kant op trekken.

Zo nu en dan mis ik het om deel uit te maken van een klein hardwerkend team. In de horeca had ik dat vier dagen per week, en aan het einde van zo’n lange dienst togen we ook nog de nacht in, om ons daar met méér volk te omringen. Ik stond in die jaren altijd aan, en had ik mijn leven een cijfer moeten geven, dan zweefde dat zo rond de 8,5.

Wie me van toen kent, vindt de Gil van nu beter. Ik luister meer, lul minder, er is meer van me te zien.

Maar de behoefte aan anderen lijkt een spier die bij gebrek aan beweging afsterft. Na een paar uur in mijn eentje ervaar ik whatsappberichten als verschrikkelijk storend, en mijd ik buren en bekenden alsof ze met bergen achterstallig werk over straat gaan, zoekend naar iemand om het op af te schuiven.

Wat ik zeggen wil: we hebben elkaar nodig, maar moeten regelmatig contact maken om goed te blijven in contact. Het eerste wat ik na een ochtend thuiswerken tegen een ander zeg lijkt altijd verkeerd te vallen.

Er moeten ettelijke caissières zijn die mij een vreemde man vinden. Vanochtend slalomde ik tussen de buien door met Otis naar de winkel, om daar raar over te komen op een vakkenvuller en een dame met een hondje in een tas. Ik rekende contactloos af en moest daar om grinniken; de baliemedewerker zette me bovenaan zijn lijstje In de gaten houden.

Op de terugweg viel de zon prachtig door een van de lelijkste stegen van de stad. Ik bleef te lang staan kijken en maakte een foto zodat ik minder vreemd zou lijken, al was er verder niemand op straat.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

De beelden waarmee we de wereld aankleden (seks op toneel)

Ivo Dimchev FEST Foto Maximilian Pramatarov

Seks op het toneel is misschien nog onmogelijker dan in de literatuur. Want het is ofwel gruwelijk echt, ofwel gruwelijk onecht. Voor nu  laat ik fake sex even buiten beschouwing. Een neppiemel op toneel is vooral lachwekkend, niet erotiserend. Praten over seks in het theater kan spannend zijn, maar is natuurlijk niet het echte werk.

Nee, dan moeten we bij de Oostenrijkse Florentina Holzinger zijn. In Apollon Musagète (2017) gooien zes blote vrouwen al hun virtuositeit in de strijd om de neoliberale lichaamscultus te tackelen.

Holzinger bouwt contrasten. Prachtige, verheven dans staat volkomen gelijkwaardig naast live on stage poepen. Ik vond het bevrijdend om te zien hoe de vrouwen zonder voorbehoud, ongeschoren en al, het podium in bezit namen. Maar het was ook afstotelijk. Holzinger schudt registers als mooi/lelijk, privé/publiek, geaccepteerd/afwijkend grondig door elkaar. En ze toont nogal genadeloos hoe vanzelfsprekend de voorgevormde formats (van bijvoorbeeld Hollywood, porno of reclame) zijn geworden.

Ook de Bulgaarse Ivo Dimchev zoekt bewust de grenzen van het betamelijke op. Net als Holzinger en Ilja Leonard Pfeijffer in Grand Hotel Europa (zie vorig blog) zet ook hij seks in om te laten zien hoe relaties in het algemeen en lichamelijkheid in het bijzonder gecorrumpeerd zijn.

In P project (2102) kreeg het publiek betaald voor het vrijwillig verrichten van (seksuele) handelingen op toneel. Het publiek ging best ver. Google de titel van de voorstelling en er verschijnt onder meer een foto  van copulerende toeschouwers. In 2013 zag ik in Fest (2013) hoe Dimchev op het toneel een Deense programmeur bevredigde teneinde zijn voorstelling op haar festival geprogrammeerd te krijgen. Misschien was zij een actrice, maar de seks kwam op mij behoorlijk echt over.

Wie volgt wie in het tonen, het herhalen van welke beelden? Kunnen kiezen welke beelden er te zien zijn is een vorm van macht. Wie verzint nieuwe beelden of verandert de context van de bestaande? Elke kunstenaar kan in dat veld een positie kiezen. Hoe ver wil zij gaan? En hoe ver gaat de toeschouwer mee?

Net als in de literatuur gaat seks op het toneel in de eerste plaats over macht. En hoe dit de wereld structureert. In de wereld van Holzinger en Dimchev is kunst een vorm van handel net als politiek en porno. En daarom gooien zij kunst, politiek en seks flink door elkaar. Bij hen is het één pot nat. Lichaamseigen nat.

Holzinger en Dimchev roeren flink in dat soepje van clichébeelden en toveren er nieuwe beelden, nieuwe betekenissen uit tevoorschijn. Deze kunstenaars voelen een verantwoordelijkheid voor de beelden waarmee we onze wereld aankleden.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

 

 

 

 

 

"Foto van Berthe Spoelstra"
Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Haar debuutroman Schemerland kwam in 2009 uit bij Van Oorschot. In augustus 2021 volgt Zwerm. Voor Tirade schrijft ze over o.m. theater en literatuur.

Stukkie warmte

Afgelopen maandagavond barstte het tweede seizoen van onze gezellig-literaire avond De Vertellers van Helmers los.

Het concept is overzichtelijk: schrijvers, boekenvakkers, acteurs of regisseurs lezen passages voor uit werk van hun eigen literaire helden. Ze doen dat vanaf een piepklein roodvelours bankje, gesandwicht tussen Jan van Mersbergen en mij.

Wij zijn geen kleine mannen, en toch past het altijd. Best apart om zonder opbouw (drankje, small talk) full-contact te zitten met iemand die geen nabije vriend is, maar vrijwel niemand lijkt er een probleem mee te hebben.

De sfeer die hierdoor ontstaat is warm, geborgen. Zo sandwichten we dit keer Joost Baars, Femke van der Laan, Arie Boomsma, Chris Polanen en Anne Eekhout. Natuurlijk was Arie het ruimste beleg, maar ook hij paste dus.

Mijn gebruikelijke zorg of er wel genoeg volk zou komen bleek zoals gebruikelijk ongegrond, en zo stond ook het publiek lijf aan lijf. Het podium is klein, de afstand tot ons verwaarloosbaar. Ik mocht afsluiten en las voor uit Shaun Tans schitterend geïllustreerde boek Verhalen uit de binnenstad (vertaald door Eva Gerlach).

Ik las een ultrakort verhaal over een mysterieuze vlinderwolk die het leven in een drukke stad voor even stillegt, de mensen als één entiteit omhoog laat kijken, verwonderd, weerloos.

Maar nu, dit ene, allerkortste ogenblik, vroegen we niet waarom. We dachten enkel aan vlinders, de vlinders die op ons hoofd gingen zitten, op de hoofden van vrienden en familieleden, op iedereen die we kenden en iedereen die we niet kenden, op de hele stad tegelijk, en we wensten dat het altijd zou duren. Niet bewegen, fluisterden we. Sta stil! Sta stil! Sta stil!

En zoals dat met geweldige literatuur gaat, stond heel Helmers stil, daar in die grote stad, en keek verwonderd omhoog.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Wie volgt nu eigenlijk wie?

omslagbeeld: Daniel Sproerri

Soms lijkt de werkelijkheid eerder de fictie te volgen dan andersom. Bijvoorbeeld: het aanwijzen van een designated survivor voor Prinsjesdag 2019 lijkt een direct gevolg van de populariteit van de gelijknamige serie die sinds 2016 op Netflix te zien is. Het verschijnsel bestaat in de V.S. immers al sinds de Koude Oorlog.

Van een andere orde is de ophef over het nepwapen, de zoon en de burgemeester. Ik ben vast niet de enige die onwillekeurig denkt aan Het Diner (2009) van Herman Koch. Het is een lastige vergelijking, maar toch. Regelmatig vraag ik me af: wie volgt nu eigenlijk wie?

Of neem Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Nostalgie is in deze roman voor zowel hoofdpersoon als continent een onmisbaar product geworden. En ook seks is vooral een product. Met ijzeren regelmaat (gemiddeld om de 20 pagina’s) wordt de hoofdpersoon overvallen door de lust van (en voor) een jonge vrouw met een lekker kontje en lange benen. Het zijn steeds ongeveer dezelfde pornografische clichés. Lag hier niet een kans Europa ook middels verschillende smaken en vormen van liefde te definiëren? Ja, nee. Pfeijffer wilde vermoedelijk helemaal geen clichés vermijden. Hier wordt seks ingezet om aan te tonen hoe pornografisch de westerse beschaving is geworden.

Kan dat ook anders? Hoe schrijf je over seks op een interessante, literaire manier? Misschien is het niet mogelijk om de standaard Hollywood- of pornobeelden te omzeilen. Misschien is seks voor veel mensen wel clichématig en plat. Of zou het toch andersom zijn en doen de meeste mensen in werkelijkheid (en dus ook in literatuur) de voorgeschotelde clichés na?

Direct na Grand Hotel Europa las ik Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Toeval, maar de vergelijking leverde boeiende gedachten op over papieren seks en de vraag wie nu eigenlijk wie kopieert. Schermer wisselt razendsnel van perspectief. Meerdere personages in uiteenlopende situaties en levensfases interpreteren voortdurend hun eigen verlangens, intimiteit en seksleven. Wat betekent het, wat zijn de mogelijke gevolgen, wat zegt het over mij, over de ander? Doodvermoeiend en vaak hilarisch, maar ook herkenbaar. Schermer toont hoe veelkleurig, pijnlijk en onromantisch de werkelijkheid vaak is. Haar fictie volgt geen clichébeelden, maar representeert de werkelijkheid op een herkenbare, nogal rauwe manier.

Waarschijnlijk hebben we meer boeken nodig zoals dat van Schermer. Meer en diverse representaties van (in dit geval) seks om onszelf aan te scherpen. Want als de fictie de werkelijkheid kan beïnvloeden, heeft de schrijver een verantwoordelijkheid. Of in elk geval macht. Voor onze ‘erotische alertheid’, zoals Schermer het noemt, betekent dit dat juist fictie ons zou kunnen bevrijden van het eeuwige papegaaien van standaard erotische clichés.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

 

 

 

 

 

"Foto van Berthe Spoelstra"
Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Haar debuutroman Schemerland kwam in 2009 uit bij Van Oorschot. In augustus 2021 volgt Zwerm. Voor Tirade schrijft ze over o.m. theater en literatuur.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Kevin Headley"
    Kevin Headley

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.

  • "Foto van Jente Jong"
    Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.

  • "Foto van Inez van de Ven"
    Inez van de Ven

    Inez van de Ven is een schrijfster van Nederlands-Surinaamse afkomst. Haar focus ligt vooral op geschiedenis en fictie, waarin ze altijd op zoek is naar het sociaal maatschappelijk knelpunt. Naast haar schrijfwerk is ze freelance model en IT consultant.