Tuintje

3d479c7b-f732-4ed3-af0c-556114f0bd0cOmdat we bij het vorige huis geen buitenruimte hadden heeft B zich op onze nieuwe plek gestort op het realiseren van een waar daktuintje.

Ze heeft de hulp ingeroepen van ex-buurman Maarten, bij wie we mogen spreken van overcapaciteit omdat hij normaliter grote projecten in de openbare ruimte realiseert.

Stadstuintjes kan hij ook heel goed, wat te zien is aan de rue fleurie die onze oude straat onder zijn bezielde leiding is geworden.

Op de dag van mijn verjaardag (Maarten kon op geen ander moment) peerde B hem met onze mini-auto, om die bij een tuincentrum op achterlijke afstand van de stad vol te laten gooien met groen.

Hoewel ze lang wegbleven en mij dus – op mijn verjaardag – alleen hadden gelaten met twee katten, een hond en allebei de kinderen, maakte B’s opgetogen smoeltje bij terugkomst veel goed. Het kleine bos dat nu nog even naar vier hoog getild moest worden viel eigenlijk erg mee.

De rest van mijn verjaardag (had ik al gezegd dat ik 45 werd?) ging op aan het schikken en herschikken, plaatsen en ompotten van alle plantjes. Ik heb nooit getuinierd, hoewel we vroeger thuis altijd een tuin hadden. Mijn probleem is dat ik niet begrijp waarom het ene plantje – desnoods met een gasbrander – verwijderd moet, en het andere gewéldig is om naar te kijken. Daarnaast zie ik niet in wat er zo geweldig is aan groen dat je niet kunt eten.

Die instelling maakt acht uur op handen en knieën wieden moeilijk vol te houden, maar je begrijpt me al.

De daktuin is af, en gisterenavond heb ik er een uur gezeten; wat tijd doorgebracht met mijn nieuwe gewortelde huisgenoten.

Vrienden wil ik ze nog niet noemen, maar wie weet?

_____________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was jarenlang redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Plekheid

Vorige week stond ik in Noordoost-Zuid-Limburg in het fraaie plaatsje Rimburg. Het was het uiteinde van Nederland; de trein die langs het dorp reed bevond zich op Duits grondgebied, de meeste nummerborden die langskwamen waren niet geel maar wit.

Ik had mijn bezoek aan Rimburg voorzichtig gepland, als deel van een onderneming om heel Zuid-Limburg per trein, bus en fiets uit te kammen. Eigenlijk heel Nederland, trouwens, en tegenwoordig ook min of meer België, maar het onderdeel Zuid-Limburg was nu afgerond. Op het dorpspleintje, naast een generieke witte hoeve, was ik trots het plan eens onverwachts geslaagd had uitgepakt – er zou geen andere reden zijn geweest om hier ooit te komen.

Het koppelen van de kaart aan de realiteit. Met je eigen ogen het hele land meemaken – ik weet niet waarom ik het zo graag wil, maar er gaat al jarenlang vrij veel moeite in zitten. Kan jezelf verplaatsen, weggaan van een plek die je kent naar een die je niet kent, een hobby zijn? Ik denk van wel. Ik vind het in ieder geval min of meer de beste vrijetijdsbesteding.

In het oude computerspel Age of Empires word je aan het begin van het tijdsverloop met een los figuurtje gedropt in een zwarte vlakte. Die vlakte loste pas op in de ‘echte’ wereld als je er in begon te lopen. Voordat je er was geweest, bestond het niet.

Toen ik in 2012 voor het eerst mijn ov-studentenkaart kreeg én uit huis ging, overviel de vrijheid me. ’s Nachts in bed, op mijn studentenkamer in Utrecht, kreeg ik opeens zin om naar Rotterdam te gaan. Gewoon, met de nachttrein. Was van plek veranderen op dit moment niet spannender dan hier zijn? Was dat niet altíjd zo, omdat het actie betekende, ervoor zorgde dat je niet wist waar je moest kijken? Wat hield me nu tegen? Binnen een maand had ik alle Nederlandse spoorlijnen gereden, een hobbelige wissel in Landgraaf in de avondschemering vormde het sluitstuk.

Dat was het begin van tijd verliezen aan de ‘plekheid’ van het leven als hobby. Aan de locaties van alles – van het nieuws, vrienden, boeken. Hoe het dáár is, hoe ik het me herinner, of hoe ik er zelf eens heen moet. Een mix van een verandering van omgeving tot hoogste goed verheffen en de hele bestaande omgeving minutieus leren kennen alsof het je eigen buurt is. (De verslaggevende journalistiek leek me het beste beroep voor wie houdt van zich verplaatsen.)

Na een vorig stukje ergens hieronder zei een vriend tegen me dat ik niet Joris van Casteren de schuld moest geven van een sterk geografisch gevoel in zijn boeken. “Je bent daar zelf mee geobsedeerd”, zei hij. “Jij leest dat erin. Je bent altijd alleen maar bezig met plekken.”

Je hoeft mij niet te vertellen dat het typisch jong en naïef is om de wereld in z’n volledigheid te willen africhten, onrustig op zoek te willen naar iets ánders, niets aan je aandacht te willen laten ontsnappen, niet te willen weten dat iets bestaat maar het te willen zien. Oek de Jong laat Edo Mesch in Opwaaiende Zomerjurken op iets latere leeftijd ook wat bekomen van zijn drang om de wereld in een ‘systeem’ te ordenen.

Dat zien we dan wel weer; misschien ebt het weg. Voor Nederland is het hoe dan ook te laat – het is al onderworpen, van Rimburg tot Roodeschool.

 

Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994) is freelance journalist. Momenteel is hij correspondent Noord-Nederland bij NRC Media en volgt o.a. de ontwikkelingen rond de gasproductie in de provincie Groningen.

 

 

"Foto van Milo van Bokkum"
Milo van Bokkum

Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994)  is economieverslaggever bij NRC.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Ik ken hem niet…

In Den Haag ontstond deze droge zomer ophef over uitspraken van minister Blok. Hij had met ‘ongelukkig en onzorgvuldig’ gekozen woorden op tenen gestaan en zelfs hele landen beledigd – kortom dingen gezegd die hij achteraf niet zo bedoelde. Wat hij dan wel bedoelde is naar goed politiek gebruik vervolgens minder relevant. Belangrijker is de politieke schade zoveel mogelijk te beperken door nederig gedrag te vertonen en op eieren te lopen.

Ik ben zelf doorgaans niet zo heel erg geïnteresseerd in beledegingen en pijnlijke tenen maar een redenering van de minister vond ik wel interessant, niet zozeer door de formulering of de inhoud maar vanwege de algemene vorm. Blok zei letterlijk het volgende (bron de Volkskrant):

Noem mij één voorbeeld van een multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont – dus dan vallen Australië en de Verenigde Staten af, want daar is de oorspronkelijke bevolking uitgeroeid – een multi-etnische of multiculturele samenleving waar de oorspronkelijke bevolking nog loopt en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.

Laten we de ongelukkig en onzorgvuldig gekozen woorden even buiten beschouwing laten en naar de algemene retorische vorm kijken. Deze bestaat uit het vragen naar een voorbeeld uit de geschiedenis. Dit voorbeeld moet voor de meeste mensen niet meteen voorop de tong liggen, je moet er behoorlijk je best voor doen om er mee voor de dag te komen. Wie deze vorm wil toepassen moet dus een vraag bedenken waarvan het antwoord moeilijk is. Om zulke vragen te bedenken moet je door je wimpers naar de grote lijnen van de geschiedenis kijken en er een of andere continue lijn in zien te ontwaren. Bijvoorbeeld: mannen hebben het altijd en overal grotendeels voor het zeggen. Op dat moment kun je je vraag naar een voorbeeld formuleren, bijvoorbeeld: noem mij een voorbeeld van een samenleving waar vrouwen het voor het zeggen hebben, ik ken hem niet.

De methode Blok is verrassend effectief, en vooral geschikt voor hen die een conservatief en nogal pessimistisch wereldbeeld aanhangen. De retorische truc bestaat eruit dat je je beroept op de geschiedenis als een bewijs van onveranderlijkheid. Het is alsof je zegt, mensen dit is in de hele geschiedenis nog nooit gelukt, denkt u nu echt dat het nu wel gaat lukken? Goed beschouwd is het een drogredenering. Uit het gegeven dat iets tot nu toe niet gelukt is volgt niet dat het straks ook niet gaat lukken.

Niet alleen de geschiedenis wordt vaak gebruikt als bewijs van de onveranderlijkheid van mensen of maatschappij. Ook door een beroep te doen op genen of tradities wordt vaak beargumenteerd dat de dingen nu eenmaal zijn zoals ze zijn, en we ons gewoon bij de aloude situatie neer moeten leggen. Blok beriep zich in dezelfde reeks van ongelukkig en onzorgvuldig gekozen woorden ook op onze genen.

Zelf heb ik mij ook eens aan de methode Blok gewaagd. Niet om mijn opvattingen kracht bij te zetten maar op te spelen met de vorm. Hieronder het resultaat. (Ik behoud mij het recht voor om eventuele onzorgvuldig en ongelukkig gekozen woorden te betreuren.)

Noem mij een voorbeeld van een samenleving zonder kindermishandeling. Ik ken hem niet.

Noem mij een voorbeeld van een samenleving zonder misdaad en geweld. Ik ken hem niet.

Noem mij een voorbeeld van een samenleving waarin mannen en vrouwen volstrekt gelijk zijn. Ik ken hem niet.

Noem mij een voorbeeld van een samenleving waarin iedereen homoseksualiteit volledig accepteert.

Noem mij een voorbeeld van een open en vrije samenleving zonder aanzienlijke inkomens- of vermogensverschillen. Ik ken hem niet.

Noem mij een voorbeeld van een vreedzame atheïstische samenleving. Ik ken hem niet.

Noem mij een (Westerse) samenleving vrij van antisemitisme en racisme. Ik ken hem niet.

Noem mij een voorbeeld van een industriële samenleving zonder milieuvervuiling en aanzienlijke CO2 uitstoot. Ik ken hem niet.

Noem mij een voorbeeld van een samenleving die tevreden is met zijn politici. Ik ken hem niet.

Noem mij een voorbeeld van een samenleving waarin iedereen gelukkig of zelfs maar tevreden is. Ik ken hem niet.

Na een half uurtje doemt uit de methode Blok een wereld op die conservatief, donker en naargeestig is. Liever zou ik toch luisteren naar een politicus die beweert dat we de loop van de geschiedenis wel veranderen kunnen, en die dat vervolgens ook doet, zonder teleur te stellen. Ik ken hem niet.

"Foto van Machiel Jansen"
Machiel Jansen

Machiel Jansen blogt voor Tirade incidenteel over zaken die ‘Big Data’ raken. Hij leidt het Scalable Data Analytics-team bij SURFsara Amsterdam. Machiel is gepromoveerd op Knowledge Engineering en heeft in 2007 bij verschillende bedrijven en universiteiten aan SURFsara gewerkt.

A tale of two foxes

Het was Martin Michael Driessen die mij op de twee vossen wees. Het was een zeer krachtig beeld. Zou het iets zijn voor zijn nieuwe verhalenbundel die dit najaar uitkwam, Mijn eerste moord? We bespraken het op de uitgeverij en waren het met hem eens: wat een geweldig beeld!

Waarom? Het is een hard beeld met een vreemd verhaal. Kannibalisme onder vossen komt weinig voor, en een rode vos die een poolvos te pakken krijgt is nog minder waarschijnlijk. Maar klimaatverandering drijft poolvossen en rode vossen in elkaars biotoop. Het sterkste is natuurlijk het opmerkelijke ‘rijm’ tussen deze twee vossenkopjes, dat van de winnaar en de verliezer, de doder en de gedode die een  gelijksoortige gelaatsuitdrukking vertonen. Het is ook een soort gedeelde droefheid over wat ze overkomen is, lijkt het. En een verdergaand verhaal is de verbeelding van dat we de polen aan het opeten zijn. Dat het algemene het bijzondere aan het verdrukken is.

‘From a distance, Don could see that the red fox was chasing something across the snow. As he got closer, he realised the prey, now dead, was an Arctic fox. For three hours in temperatures of -30 degrees Centigrade Don stayed at the scene, until the red fox, finally sated, picked up the eviscerated carcass and dragged it away to store for later. In the Canadian tundra, global warming is extending the range of red foxes northwards, where they increasingly cross paths with their smaller relatives, the Arctic fox. For Arctic foxes, red foxes now represent not just their main competitor – both hunt small animals such as lemmings – but also their main predator. Few actual kills by red foxes have been witnessed so far, but it is likely that conflicts between the two mammals will become more common.’

De fotograaf Don Gutoski won er de Wildlife Photographer of the Year 2015 prijs mee. Gutoski is een amateurfotograaf uit Canada. Hij heeft urenlang achter deze vossen aangesjokt bij -30 graden voor hij dit beeld had. Een intensieve zoektocht.

Mijn zoektocht was onder beduidend comfortabeler omstandigheden, maar heb ver moeten gaan om de Don Gutoski aan de lijn te krijgen. Als uitgeverij moet je de rechten op zo’n werk regelen als je er gebruik van wilt maken en Gutoski was bij geen enkel Stockbedrijf aangesloten. Zelfs een mail aan en telefoongesprekken met het Canadese ziekenhuis waar hij eerste-hulparts is leverde niets op. Wat uiteindelijk werkte was het Canadees telefoonboek, dat naast ontstellend veel Gutoski’s, ook een rijtje met 4 mailadressen van familieleden geeft. Een van die familieleden, een nichtje,  kon me vervolgens op Don’s spoor zetten. We mogen de vossen voor Driessens prachtige nieuwe verhalenbundel gebruiken.

In oktober in de winkel, het boekenseizoen is weer begonnen.

 

——-
 IMG_6285Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.
"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Berichten uit Brandenburg (1)

De bruidswinkel

Wanneer je de brug oversteekt, en daarmee de rivier, kom je van de oude stad in de nieuwe. Vroeger, toen dit nog een houten brug was die in tweeën gesplitst kon worden en omhooggehaald, werd halverwege tol geheven. Nu is het een grauw betonnen brug die na een lichte welving in het midden uitmondt in de hoofdstraat waar nog altijd huizen leeg staan (de zogenaamde Herrenlose Häuser), maar waar zich ook een Vietnamees restaurant bevindt en een Vietnamese kleermaker, en een Russische winkel met de naam ‘Berjozka’. Daar weer naast een winkel met, hoe noem je dat, trouwbenodigdheden. Kleine bruiden en bruidegommen van plastic die je pront bovenop een taart kunt plaatsen. Vanuit de etalage staren ze je gelukzalig glimlachend aan. ‘Jaja,’ roep ik weleens als ik een slechte bui heb, ‘jaja’. Ze staan in een wolk van wit satijn tussen ragfijne en doorzichtige sluiers, zilveren kralen en roze confetti. ‘Aanstellers’, dat roep ik ook weleens. Maar de bête glimlach op het gezicht van iedere bruid, van iedere huwelijksman, verandert niet, alsof ze me willen vertellen dat het slechts een kwestie van doorzetten is: doorzetten en sereen blijven lachen.

Eens zag ik op een vroeg tijdstip (zo’n uur waar de dag nog even in besloten ligt voordat hij zich definitief ontvouwt) de eigenaresse van de winkel. Ze opende juist haar voordeur. Het was een wat oudere vrouw. Ze droeg een witte broek met een scherpe vouw, een witte blouse en daaroverheen een zachtroze spencer. Dat roze zette zich door op haar licht gepoederde wangen. Verder had de vrouw opmerkelijk dun haar, engelenhaar, en teerblauwe ogen onder zwaar aangezette wimpers. Ze paste wonderwel in haar eigen etalage. Jazeker! Ze zou er zonder pardon in plaats kunnen nemen en iedere voorbijganger betekenisvol toeknikken. Of zou ze dan iets van een prostituee krijgen, vroeg ik me af. Zou ze met deze handeling de etalage in één klap ironiseren?

Ik ben overigens nooit getrouwd met de man die ik al jaren mijn ex noem, ik heb nooit de behoefte gehad en hij naar eigen zeggen ook niet, alhoewel hij tegelijkertijd vond dat ik hem ten huwelijk moest vragen. Dan hief hij zijn handen ten hemel en danste met een onzichtbare bruid door de kamer. En altijd als ik daarnaar keek, dacht ik stomverbaasd: dat ben ik niet. Dat bén ik niet. Dus zijn we – gelukkigerwijs – nooit getrouwd.

Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.

"Foto van Nicole Montagne"
Nicole Montagne

Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.

Incognito

Afgelopen zaterdag stond mijn eerste restaurantrecensie in Het Parool. Dat ik nu wekelijks op de plek van Johannes en Hiske te zien ben heeft een derealiserende werking op me.

Ik werd meteen herkend op straat en kocht een pet die ik tot over mijn ogen kan trekken, maar ontdekte dat dit lastig is bij het fietsen. Mijn marginale bekendheid als schrijver (twee keer per jaar iemand die me aansprak over mijn laatste boek) ging me beter af.

Voor de lezer die niet in Amsterdam woont: Proefwerk is een 2-paginarecensie en is hier in de stad een big deal, helemaal als je – zoals ik – bent grootgekomen in de horeca. Ik las de stukken van Johannes van Dam elke zaterdag sinds de vroege jaren ’90, en aansluitend die van de voortreffelijke Hiske Versprille, die het van de oude baas overnam.

Afstand en nabijheid zijn een ding voor me. “Mijn onuitgesproken wens om alleen te zijn en vooral niet alleen gelaten te worden,” om mezelf even aan te halen. Schrijven vervult die wens, omdat je je kunt uiten bij (in potentie) velen zonder zelf aanwezig te hoeven zijn.

Heel benieuwd wat mijn nieuwe rol me gaat brengen. Zal die zichtbaarheid wennen, of moet ik naast mijn pet ook camouflagekleding kopen?

Maar genoeg, nu, over mij.

_____________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceert hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Gregor Verwijmeren"
    Gregor Verwijmeren

    Gregor Verwijmeren studeerde Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht en gitaar aan het conservatorium in dezelfde stad. Hij publiceerde fictie in onder meer De Gids en Flash: The International Short-Short Story Magazine. De vorm van geluid, zijn debuutroman, werd uitgegeven door Van Oorschot, en is wereldwijd de eerste roman over tinnitus (en muziek en geluiden) die door een mainstreamuitgeverij is uitgegeven. Gregor werkt momenteel aan zijn tweede roman, waarvoor hij een beurs ontving van het Nederlands Letterenfonds. In april 2021 zal hij Nederland vertegenwoordigen bij het European First Novel Festival in Boedapest (uitgesteld vanwege Covid). Hij is vader van drie kinderen en kookt en tennist graag in zijn vrije tijd.

  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • "Foto van Julia Buijs"
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.