Geuren

Probeer maar de magie van geur over te dragen. Mijn boekenkast vult zich in gestaag tempo met prachtige beeldspraken en ontroerende gedachtegangen. Geur dringt zich daartussen niet op. De oudere boeken ruiken distinctief, maar dat lees je niet terug.

Natuurlijk, Prousts madeleine is een bekend literair voorbeeld van geur. Maar de man die zich boekenlang in herinneringen wentelt naar aanleiding van één cakeje, gaat voorbij aan het onmiddellijke, lichamelijke effect van geur. Geuren dringen de hersenen bijna direct binnen, terwijl de beelden die je ogen vormen, eerst langs de thalamus gaan.

Voor mij bepalen geuren grotendeels seksuele aantrekkingskracht. Oksels verspreiden ieders eigenste geur, en zijn daarom waarschijnlijk zo prettig om je hoofd in te verbergen. Meer dan de parfums die vrouwen opspuiten, blijft de geur uit hun oksels me bij. Nadat zij vertrokken is begraaf ik uren later nog mijn neus in het shirt waarin zij sliep. Mijn stuk textiel is het hare geworden door haar geur. Ik houd mij nog even vast aan haar vliedende aanwezigheid.

Niet alleen de geur die iemand uitslaat, ook het reukorgaan kan mij horendol maken. De neus is het mooiste lichaamsdeel, hoe arbitrair mijn opvatting van ‘goede neuzen’ ook is. Neuzen bepalen de vorm van het gezicht en zijn de toegangspoort waardoor de geuren je lichaam binnenmarcheren. Ze zijn onderdeel van de primordiale aantrekkingskracht van geur.

Die aantrekkingskracht gaat verloren in woorden en beelden. Vermoedelijk zijn geuren één van de grote mankementen van porno. Het kan de typische seksodeurs immers niet overdragen. Porno weet hoogstens de visuele en auditieve aspecten van seks te ontvouwen, het spel van lichamen van alle kanten toe te lichten.

Bij goede porno is geluid even belangrijk als het beeld, zo niet veel noodzakelijker. Een oprechte kreun prikkelt meer dan alle money shots bij elkaar. Jammer dat het zo moeilijk zoeken is naar een echte kreun tussen die schreeuwende vrouwen en vloekende mannen.

De Pornopera (2015) van Huba de Graaff lichtte deze auditieve kern van erotiek in een zinderend uur uit: na het spel van zuchten en kreunen maakt de vrouwelijke stem zich vrij in een minutenlange climax. Seksuele vervoering behoeft geen bloot als stemgeluid zoveel kan bereiken. Een fluistering in het oor doet meer dan uitdagende kleding.

Juist in een beeldcultuur als de onze blijkt de urgentie van lichamelijke waarnemingen. De geluiden, geuren en tast van een ander kunnen meer intimiteit bewerkstelligen dan welke foto of film ook.

Er bestaan legio verklaringen voor de kracht van geuren. Die gaan over feromonen en informatieoverdracht, maar ze onttrekken de poëzie eraan. Geuren vervliegen in een moment en roepen toch bijzonder sterke lichamelijke reacties op. Een boek of gedicht waarin die magie gevangen wordt, zonder in een karikatuur à la Süskinds Das Parfum te vervallen, heb ik nog niet in handen gehad. Ik blijf snuffelen tussen de regels door, maar misschien blijft geur voorbehouden aan de alledaagse ervaring, en niet aan de kunsten.

 

ProfielfotoAlex Philippa (1994) studeert klassieke talen en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en is hoofdredacteur bij defusie.net.

In de Oorshop

Hoezee, we leven nog

De kerk van Hvalsey in de oostelijke nederzetting op Groenland, de locatie van de laatste geschreven bron op Viking’ Groenland: een huwelijk in 1408.

Klimaat en oorlog vormden maar een betrekkelijk gering aandachtsgebied in deze verkiezingen. Hoewel juist nu wetenschappers meldden dat de Noordpool meer regen dan sneeuw te verwachten heeft in de nabije toekomst, en de Turken in oorlogsretoriek dicht bij het beleg van Wenen, 1683, kwamen.

Niet alleen zijn deze twee factoren nog in deze week relevant voor ons geweest, het zijn twee van de vijf beschavingsbedreigende aspecten volgens Jared Diamond. De Amerikaanse geograaf schreef een fascinerend boek over het teloorgaan van beschavingen, Collapse, How Societies Choose to Fail or Succeed.

Globaal gezien zijn er deze grote beschavingskillers: over ons zelf afgeroepen klimaatverandering, klimaatverandering buiten eigen schuld, vijandig wordende  buren, het afbrokkelen van een juist heel bevriende handelsbuur, en een algehele onmogelijkheid je aan te passen.

Wanneer je ‘Trumpwatching’ wel eens overweegt of je aan het einde van een beschaving bent aanbeland is dit boek boeiende kost. Diamond neemt de lezer bij de hand en argumenteert zorgvuldig en vanuit vele disciplines over verschillende verleden beschavingen wereldwijd.

Mijn eerste interesse gold de ‘Greenland Norse’, omdat ik ‘in libris’ al even ronddwaalde over dat eiland.  Diamond ging er kijken en vertelt heel duidelijk en met creatieve gebruikmaking van verschillende methodes wat er gebeurde. Deze Vikingnederzetting (van 985 tot 1450–1500), een boeren- en jagersmaatschappij zonder geld, ging om zeep door een combinatie van ruzie met Inuit, eigen klimaatproblemen, klimaatproblemen van buiten af (een paar veel koudere periodes) en het wegvallen van ondersteuning vanuit Europa.

Het type onderzoek is mooi: per boerderij wordt de mestvaal afgeschraapt en geteld hoeveel botjes van zeehonden zijn, en hoeveel van geiten en koeien etc. Schitterend inzicht verkregen via de afvalput. Zo zie je dus ook wat de rijke boerderijen waren en wat de arme, en dat op de noordelijker vestiging rendieren tot het menu behoorde, die werden geruild tegen ‘ leenkoeien’ als die de winter niet overleefd hadden, met de gunstiger gelegen, rijke boerderijen.

Een van de opmerkelijkste zaken is dat de uit Noorwegen en IJsland afkomstige immigranten eenvoudigweg geen afstand konden doen van rundvlees en melk, hoewel ze zich de zomer van drie maanden een  slag in de rondte moesten werken voor hooi om de beesten 9 maanden (!) te voederen in een stal. Waanzin! En nog waanzinniger: de Greenland Norse aten geen vis. Nergens is een bevredigend antwoord te vinden op de vraag waarom niet, het is ongelofelijk omdat alle soorten vis proteïnerijk in je netten springen op Groenland. Een suggestie is: Erik de Rode, de stamvader hield toevallig niet van vis, of had zich eens in een graatje verslikt.

Aanpassen, niet te kieskeurig zijn, en op tijd weten wanneer het goed is te vertrekken, goed kijken naar die mensen die het lijkt te lukken. Dat lijken de wetten.

In Nederland kunnen we na gisteren nog even blijven.

——————————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade. Vandaag verschijnt het Groenlandboek van Niko Tinbergen: Eskimoland. Hier schreef ik over dat boek.

 

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Al het licht

 

DSC_0617Mijn zoon is vijf jaar oud en eet een broodkorst op de binnenplaats van het huis bij Essaouira. Het is de vroege lente van 2017.

Zijn grote blauwe ogen volgen een schildpad die traag maar zeker op weg is naar de poort. Achter de poort ligt de tuin, waar ze in het hoge gras zal verdwijnen.

‘Nadim?’ zeg ik.

Zonder zijn blik van de schildpad te halen: ‘Ja?’

‘Zullen we zo naar de haven rijden om vis te kopen?’

Hij trekt een schouder op. ‘Ik wil naar de schildpad kijken. Dadelijk is ze weg, en we zijn vrienden, weet je.’

Nadim heeft grote handen voor zijn leeftijd. Grote voeten ook. Wanneer iets zijn aandacht heeft is hij moeilijk af te leiden. Ik kijk naar mijn zoon die naar de schildpad kijkt en merk dat ik niet met hem naar de haven hoef. Het vooruitzicht is genoeg.

Geen verrassingen vandaag: de schildpad steekt het plaatsje over. Ze loopt tot aan de poort, waar ze stilhoudt, haar kop wat verder uitsteekt om te zien of de kust veilig is en ons achterlaat. Boven onze hoofden draait de zon. Waar net nog schaduw viel is licht. Het moet tegen drieën lopen.

Het is een zonnige dag in de vroege lente van 2017 en ik besef dat ik over de helft van mijn leven ben. Er schiet minder over dan er voorbij is, en tot nog toe is het al zo snel gegaan. Voor Nadim verstrijkt de tijd te langzaam. Soms drijft het hem tot wanhoop: hoe lang het wachten op de dingen duren kan.

Ik word boos, op die momenten. Ik word boos omdat ik alles zou geven om een kleine jongen te zijn die in het zonnetje een schildpad volgt. Om eindeloosheid te ervaren.

____________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Vergeten

Op een conferentie in het Trippenhuis over diversiteit in de wetenschappen hield Adelheid Roosen een artistieke interventie. Ze toonde een video over haar dementerende moeder en raasde daarna langs de groep verbouwereerde (en licht timide) wetenschappers met grootse verhalen over de Ander, over vervreemding en toenadering. In de video van de moeder kwam een bijzonder lief beeld naar voren. Deze persoon bleef ondanks haar zwakker wordende geheugen een mens, met emotionele, lichamelijke en geestelijke besognes.

De kracht van de video school in de vrijheid van de dementerende vrouw. Het is voor omstanders gemakkelijk, en gebeurt bijna instinctief, om vervreemd te raken van een persoon die geestelijk onthecht raakt van de ‘normale’ beleveniswereld. In die beelden zag je echter niet een hulpeloze en onthechte moeder, maar een spelend en genietend lichaam, dat zich probeerde te verhouden tot de rest van haar omgeving.

Uit de woorden die de moeder sprak, bleek eveneens dat de dementie een bevrijdend proces kan zijn. Associatieve dichters mogen groen en geel van jaloezie uitslaan om de taal van een dementerende. Een heel leven aan ervaringen, ontmoetingen en gesprekken dringen zich ongefilterd op in klankrijmen en kleine woordgedichten.

Hoe angstaanjagend vergeten echter ook kan zijn, blijkt uit The Bell Jar (1963) van Sylvia Plath. Hierin beschrijft zij op eerlijke en indringende wijze haar depressie en de omgang ermee vanuit de therapeutische geneeskunde. De scènes waarin de elektroshocktherapie centraal staat schitteren door hun huiveringwekkende vorm. Het narratief wordt op dat punt onderbroken. Er is geen herinnering aan de pijn die hoofdpersoon Esther Greenwood ondergaat in die kamer, of aan de momenten erna. Ze klauwt zich achteraf met moeite uit de dichte mist rond haar geest.

Ondanks de gaten die vallen in het geheugen van Greenwood blijft ze wel in de wereld staan. Daarin voelt ze zich onvrij, in het nauw gedreven door zorgen om werk, studie, vrienden en liefde. De herkenbaarheid en alledaagsheid van die beslommeringen maken de leemtes van de therapie des te schrijnender. De kracht waarmee Greenwood zichzelf er toch toe zet om iets te doen, biedt de troost dat mensen mensen blijven, ook al wordt een deel van hun geheugen op hardhandige wijze ontnomen.

Hetzelfde kan niet gezegd worden van een apparaat als HAL 9000. De supercomputer die in 2001: A Space Odyssey (1968) de crew van een ruimteschip systematisch omlegt, handelt dankzij minutieus uitgewerkte datasets. Zodra de protagonist in opstand komt en de hard drive van HAL verwijdert, verliest de computer niet alleen zijn geheugen, maar ook zijn gehele bestaansvorm. In een poging een liedje te zingen kwijnt het weg.

Mensen zullen en worden voorbijgestreefd door computers. Het menselijk geheugen is misschien even fragiel als een hard drive. Maar het is juist dankzij de fragiliteit en de kracht van het menselijke lichaam om in de wereld te kunnen blijven, dat we de computers nog één stap voor zijn. Roosens moeder ontlokte nog steeds affectie, Plath raakte in haar eerlijkheid een gevoelige snaar. Ik vergeet ze voorlopig allebei niet.

 

Alex Philippa (1994) studeert klassieke talen en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en is hoofdredacteur bij defusie.net.

Fluitende lucht bij het bakken van schapenlongen

Jarenlang heb ik voor mijn geld gekookt. De avond van tevoren bestelde je via de telefoon bij groothandel en bijvoorbeeld vishandel de zaken die je nodig had. Om 15 uur betreed je de keuken, om de afgeleverde bestellingen op te ruimen, de mise en place te doen, de dagschotel te maken, nieuwe sausen, taarten en patés voor te bereiden. Op een dag dat ik tijd heb is dat nog steeds mijn tijdstip: om 15 uur begin je te koken. In het klein speel je na wat je in een professionele keuken deed, en wat ik me goed kan voorstellen van hoe het in een intensief gebruikte grote keuken van een klassiek hotel of herberg gaat: langzame dingen zijn altijd bezig. Ergens rijpt een kaas, ergens pruttelt een bouillon, ergens karameliseren uitjes op lage temperatuur, rust deeg, hangt wild te besterven, klaart boter, marineert vlees, wellen rozijnen, zuigen gedroogde porcini zich vol vocht, ademt wijn, bakt spek uit.

Net als bij sport breng je veel tijd met jezelf door bij koken, je volgt gebaande gedachtepatronen, voelt het spiergeheugen je hoeveelste uitje snipperen? Je kijkt of je paprika mannelijk of vrouwelijk is en hoe je haar dus aan dient te snijden. Je mengt op instinct bloem en boter voor een deegje. Je zet een mes aan, plukt wat kruiden weg, je warmt een pan voor, snijdt het groene stukje uit de tomaat, giet af, op, verwarmt de oven voor en bent afwezig, nergens mee bezig dan met een maaltijd. Alleen mis ik personeel. Niets mooier dan een grote keuken met personeel.

Gedachten over herhaling, oneindigheid, groei, bevrediging, rotting, gaafheid, smaak, worden onderbroken door draaibewegingen van de gasknop, timers, hakken, snijden, knippen, proeven. En lezen: mijn favoriet Elisabeth David bijvoorbeeld:

‘De elementen die je altijd weer terugvindt in het eten in al deze landen zijn de olie, de saffraan, de knoflook, de krachtige plaatselijke wijnen; de aromatische geur van rozemarijn, wilde marjolein en basilicum die in de keuken te drogen hangt; de prachtige kleuren van de marktkramen met hoge stapels paprika’s, aubergines, tomaten, olijven, meloenen, vijgen en limoenen; de grote bergen glanzende zilveren, oranje en als een tijger gestreepte vissen, en die lange dunne vissen waarvan de graten later vreemd groen blijken te zijn. Er zijn ook allerlei soorten onbekende kazen die van schapen- of geitenmelk worden gemaakt; de kramen van de slagers hangen vol met alle denkbare soorten ingewanden van alle eetbare dieren (iedereen die een tijd in Griekenland heeft gewoond kent het ijzingwekkende geluid van fluitende lucht bij het bakken van schapenlongen in olie). Er zijn oneindig veel soorten krenten en rozijnen, aan lange draden geregen vijgen uit Smyrna, dadels, amandelen, pistachenoten en pijnboompitten, gedroogde meloenpitten en vellen abrikozenpasta die in water worden opgelost voor een verfrissend drankje’

Aan het werk!

——————————–

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade en was van 1995-2000 kok.

 

 

 

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Het recht op tijdloosheid

Na een reis van twaalf uur hobbelde ons huurautootje over de stenige landweg die Ounara met Had Draa verbond.

Nog even en we zouden aankomen bij het naamloze gehuchtje dat door onze routebeschrijving slechts werd aangeduid met à droite après 11,6 KM. 

We moesten een paar keer stoppen voor overstekende geiten en dromedarissen, die door een oververmoeide en inmiddels geïmplodeerde Nadim met matige interesse werden gevolgd. In de dagen voor ons vertrek had hij niet kunnen slapen van het vooruitzicht deze dieren in het wild te zien.

In de spiegel keek ik naar B, en naar het Marokkaanse landschap in de glazen van haar zonnebril. Ik reikte over mijn schouder en ze pakte mijn hand. Ik dacht aan onze reizen voordat de kinderen er waren en kreeg heimwee. Ada snurkte op de achterbank, de zwoele geur van slapende baby verspreidend door de auto.

Tegen het einde van de middag aten we op het terras van het gestapeldstenen huis. De buurvrouw had – op verzoek van de eigenaars – een tajine met geit gebracht. We aten langzaam van het vlees en de doorgare heerlijke groenten.

Voor het eerst in jaren zouden we tien dagen zonder zelfs maar kans op internet zitten. Er leken meren tijd tussen de middag en de avond, de avond en de nacht te liggen. Omdat er geen verwarming was sprokkelden Nadim en ik in de velden van het gehucht, en toen het schemerde stookten we een vuurtje van argantakken en olijfhout.

In de dagen die volgden ontdekten we de omgeving. Mijn laatste keer in een Arabisch land was lang geleden, maar de mensen waren nog even warm en gastvrij. Ik miste mijn horloge niet. We aten wanneer we honger kregen en wandelden over de eindeloze ezelpaadjes die de akkers doorkruisten. Steeds was er het ruisen van de golven aan de kust ter hoogte van Essaouira. Verdwalen was onmogelijk door de zon, de bergen, de zee.

Als een heuvel hoog genoeg was dan kon je hem zien liggen: de machtige Atlantische Oceaan.

We gingen naar bed als het donker werd, en voor het eerste licht stond ik op om vuur en koffie te maken. Na twee nachten wist ik niet meer welke dag van de week het was, welk uur van de dag. Bij het ontbreken van tijd leek mijn besef van plaats te groeien.

Ik pikte snel weer wat Arabisch op; kocht groenten en vlees op de souk van Had Draa en werd verliefd op het land, de mensen. Een verkeersagent hield ons staande en excuseerde zich voor de boete die hij uit moest schrijven. Bij ons afscheid aaide hij me over mijn rug en bood nogmaals – ook namens zijn collega – zijn excuses aan.

Bij terugkomst in Nederland las ik in een Volkskrant van de opgespaarde stapel over het recht op onbereikbaarheid dat in Frankrijk onderwerp van gesprek is.

Onbereikbaarheid is stap één, wat mij betreft. Een recht op tijdloosheid, daar is de echte winst te halen.

______________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Kevin Headley"
    Kevin Headley

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.

  • "Foto van Julia Buijs"
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.

  • "Foto van Jente Jong"
    Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.