Thin mint

foto via https://www.flickr.com/photos/library_mistress/525385533

Hier in huis liggen, zoals in de huizen van alle fanatieke lezers die ik ken, stapels ongelezen boeken. Op alle vloeren, in de gang, op de eettafel, op de verwarming, naast de stereo, naast de bedden en onder de bedden, in de klerenkast, nou ja, overal waar het enigszins droog is.  Ik houd een mentaal archiefje bij van de volgorde waarin ik die boeken wil lezen, waar ik ze kan vinden (Zweig – onder de bank) en wanneer het tijd wordt mijn voornemen tot lezen te verlaten en het boek in een boekenkast te zetten of weg te geven aan iemand die er wel met hart en ziel voor gaat. Het is geen waterdicht systeem maar werkt.

Behalve nu. Die stapels zijn de afgelopen tijd zo hard gegroeid en de boeken die ik om een of andere reden naast wil, ook moet lezen zijn zo groot in aantal dat ik er een beetje paniekerig van word. Dit resulteert in dan maar niet lezen, zoals ik op festivals wegens een overschot aan culturele keuzemogelijkheden dan in godsnaam maar de hele dag met mijn vingers in mijn oren naast een vreettent ga zitten, en bij een veel te uitgebreid lopend buffet maar gewoon het eerste dat voorhanden is op mijn bord hark, om vervolgens ergens grienend m’n maaltijd te doen met een bak yoghurt vol kappertjes en oude kaas.

Deze leespaniek is een jaarlijks ongemak, besef ik. Het komt door het boekenweekgeschenk, dat het literaire equivalent is van de thin mint die meneer Creosote in Monty Pythons the Meaning of Life aangeboden krijgt. Creosote, een monsterlijk dikke restaurantganger, is zo verzadigd dat hij na het eten van die thin mint explodeert, wat voorzien wordt door het personeel dat hem het snoepje aanbood. In afwachting van de knal schuilt het achter restauranttafels.

Daar ligt ‘ie: Broer. Weifelend reik ik ernaar. Van achter diverse meubelstukken klinkt nerveus gegiechel. En zag ik daar Van Nispen met een snoekduik onder mijn bed verdwijnen?

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

In de Oorshop

Klok met kruisje

Wat te doen als je iemand wilt leren kennen?

Niet te veel. Liefst niet te veel. Het beste is jezelf een magere veertiger, een lange man bij de inlichtingendienst te wanen. Zo één met bril, maar zonder montuur om de glazen, die werkweken lang door een stroom aan beeld- en geluidsfragmenten van een enkele verdachte waadt. Je kan maar zoveel van iemand zien zonder gesteld op hem te raken. De man hoort wat zijn vrienden horen, de lange man hoort hoe de verdachte consequent ‘wagen’ en geen ‘auto’ zegt. De vrienden praten. De man hoeft niet zoals de vrienden steeds zo op zichzelf te letten. De man weet dat de verdachte zijn broekspijpen optrekt voor hij een verhaal vertelt.

Misschien zou je zo te werk kunnen gaan, misschien kom je verder. Zoals op tv de mimiek en die raar expressieve handbewegingen altijd duidelijk worden als je het geluid uitzet. Megafoon met kruisje. Zo zou je interactie juist uit kunnen zetten als je iemand wilt leren kennen. Een pictogram van twee pratende profielen van gezichten. Kruisje. Voel de tegenreactie van de knop, een goede knop praat terug. En dat iemand dan ook de aanvoer van nieuwe materialen uitzet. Geen nieuw beeld. Geen nieuw geluid. Vang hem eerst maar eens in de tijd voordat je verder gaat. Klok met kruisje. Bekijk de filmpjes die je hebt, luister een keer alleen naar het geluid van de filmpjes, terugspoelen en afspelen. Herhalen. Tot je op een borrel plots aan hem refereert, tenminste, een zin van hem gebruikt. Een zin die niet direct vanzelfsprekend is, die niet zondermeer aansluit. Een citaat van een man zonder roem, een zin die daar kaal hangt zo zonder context.

 

(Typografie door Sander Kuypers)

___________________________________


afbeelding6
Branko Van (1985) is dichter en aankomend kinder- en jeugdpsychiater. Hij werkt momenteel aan het afronden van zijn proefschrift over inter-individuele verschillen in de neurobiologie van ADHD. Gedichten verschenen eerder in o.a. Krakatau, Meander, Tirade en Hollands Maandblad. Lees meer van Branko op: https://vanbranko.wordpress.com

 

 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Zeeuws licht

Met Nadim en Otis de Hond logeer ik in een klein dijkhuis in Zeeuws Vlaanderen. De zee is zo dichtbij dat je haar in je wasgoed kunt ruiken- als je dat wasgoed tenminste buiten durft te hangen, want maart verloopt hier nogal regenachtig.

Ook als het niet regent lijkt de lucht beladen met koud water. Vanochtend, toen we een wandeling maakten, vroeg ik me af bij welk percentage vochtigheid de lucht eigenlijk meer water is. Boven de vijftig procent, zou je denken, maar zo werkt het blijkbaar niet.

Ik ben vast niet de enige die gelukkig wordt van het plotselinge wijken van de wolken op een grijze dag. Hier in Zeeland wordt de zon ook nog weerspiegeld door de kilometers ondiep water voor de kust, en zo ontstaat Zeeuws licht, een vorm van uitstraling die alle dingen een paar meter boven zichzelf uit lijkt te tillen: het strand, het helmgras en de duinen. Een vader, een zoon, een middelgrote hond.

B is in de stad gebleven en Whatsappt dat ze ons mist. Morgen zal ze na een lange treinrit met het veer uit Vlissingen komen. Zoals altijd zullen we te vroeg op de kade van Breskens staan, met een doosje oesters en een biefstuk achterin de auto.

Hoewel B zal zeggen dat ze mij het meest gemist heeft, zal ik weten dat het haar vooral aan Nadim ontbrak. Als er daadwerkelijk fases zijn in de ontwikkeling van een kind, dan zit onze zoon nu in zijn tofste: meerdere keren per dag spreekt hij zijn geluk uit, soms ook tegen vreemden.

‘Ik vind het zo fijn in Zeeland,’ zegt hij dan. ‘Er zijn heel veel boeken in het huisje, en ik heb Cars-lego gekregen. Het is echt fantastisch.’

Nee. Ik weet wat je denkt, maar dat zegt hij letterlijk: Echt fantastisch.

Zeeuws licht, man. Ik zweer erbij.

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Wild

Voor de film begon, in één van die prachtige zalen van Eye aan het IJ, was er een inleiding. Nogal provisorisch want de bioscoop was vergeten dat die kwam en niemand in het publiek had erop gerekend. Ik mopperde tegen I. want ik wilde gewoon die film kijken en niet eerst naar een uiteenzetting luisteren – mijn warme gevoelens jegens cinema zijn pas recentelijk aangewakkerd en ik vreesde spontane uitdoving als er iets anders bij kwam kijken dan bewegend beeld. Maar toen begonnen Merel Westrik en Martin Melchers te vertellen over hun Amsterdam Wildlife  en dat was zo enthousiast dat ze dat ook twee uur lang hadden mogen doen. Melchers is de stadsbioloog van Amsterdam en wees op zijn valse voortanden, een brug: ‘ik ben een soort konijn nu,’ zei hij in de licht Mokumse tongval waardoor ik me altijd direct op mijn gemak ga voelen, ‘want ik ben met een camera voor mijn neus tegen een boom aangelopen.’ Westrik, die ik herkende uit haar AT5-tijd, vertelde dat ze voor het perspectief van de film een duif die over de stad vliegt hadden gekozen. Ik vond dat uitermate leuk gevonden maar moest ook lachen toen de film eenmaal begon, want dat is onder water, over de vissen en beesten in de gracht en ik zag gelijk voor me hoe die vette Amsterdamse dakballen erin geslaagd waren te evolueren tot iets met kieuwen, om ook de zanderige bodem van de stad leeg te pikken.

Amsterdam Wildlife is echt een fantastische documentaire. Melchers is zo begeesterd over de beesten in en rond de stad z’n toeschouwers niks anders kunnen dan zich voornemen een stel lieslaarzen aan te schaffen en óók het brakke water van de Afrikahaven in te wandelen. Westriks commentaar over een naaktslak die een tijgerbrood aanvalt en de pogingen een ijsvogel te filmen (spoiler: hij landt óp de camera in plaats van ervoor) is liefdevol en grappig. Na beelden van vosjes, vogels, vissen en slangen (Melchers, die de camera op een uitkomend slangenei heeft scherpgesteld: ‘godverdomme, nou komt dat ándere ei uit’) besluit de film met de conclusie dat je misschien niet beseft hoeveel ogen er, naast die van alle mensen in de stad, op je gericht zijn.

Gek, dacht ik. Het fijne aan al die beestenbeelden is juist dat dat wild helemaal niet met ons bezig is, althans niet op die manier. Dat scharrelt en leeft maar, dat broedt en schijt en vecht, net als de mensen, maar doet dat onzichtbaar en zonder zich iets aan te trekken van stakingen van het GVB, debatten in De Balie en V&D-cadeaubonnen. Althans, dat hoop ik toch.

De duif op de foto komt niet in de film voor.

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Sticht een land

Waar te beginnen als je iemand wilt leren kennen?

Dat zal dan wel, dat zal dan uiteindelijk wel heel goed kijken zijn, heel lang kijken zijn. Je bouwt iets op, een oppervlak onder een grillige curve. Je weet dat hij het pak zo raar hoog vasthoudt als hij sap inschenkt. Je denkt tijden niet aan hem. De curve vormt de grens van het land dat je zo sticht, maar waar nou te beginnen?

Dat moeten de gegevens zijn, je moet op zijn minst zoveel weten als de overheid. Dat is de regel. Geslacht: man; nationaliteit: Nederlandse; geboortedatum; geboorteplaats enzovoorts tot je plots bij iets moois uitkomt, tot je plots pal voor zijn burgerservicenummer staat. Voor de negen cijfers waarmee jij je kan verankeren, welbewust een pen kan slaan in iets dat alleen van hem. Ga zitten als voor huiswerk. Schrijf het getal over met blauwe ballpoint in een lijntjesschrift.

Kijk. Die eerste vier getallen? Dat kan een jaartal zijn. Komen de cijfers in drietallen? In strikte regelmaat? Drie, drie, drie. Of toch: vier, twee, drie. Wat klinkt eigenlijk het beste, hoe heeft hij het nummer voor het eerst bekeken? Zie je de losse getallen, dat de eerste zes oneven zijn? En dat de laatste vijf aflopend, onregelmatig aflopend, maar toch, aflopend zijn. Hoe heeft hij het nummer voor het eerst onthouden? Kijk. Hebben de getallen veel bolle buiken of juist kale strepen? Hoor je al een ritme van getallen of van de klank van de namen van getallen? Kijk. Het heeft zich in je hoofd gezet. Onwillekeurig als het refrein van een lied. Tenslotte dan toch. Onwillekeurig.

 

(Typografie door Sander Kuypers)

___________________________________


afbeelding6
Branko Van (1985) is dichter en aankomend kinder- en jeugdpsychiater. Hij werkt momenteel aan het afronden van zijn proefschrift over inter-individuele verschillen in de neurobiologie van ADHD. Gedichten verschenen eerder in o.a. Krakatau, Meander, Tirade en Hollands Maandblad. Lees meer van Branko op: https://vanbranko.wordpress.com

 

 

De spiegel van de zee – Joseph Conrad

Dit is een ontstellend mooi en interessant boekje. Om minstens 7 redenen.

1. Joseph Conrad bracht een groot deel van zijn leven op zee door. Een memoire-achtig boek van Conrad over de zee is dus bijna iets als  ‘het beste managementboek ooit’. Tegenwoordig zou een TED talk het beste alternatief zijn: Conrad praat je in een half uur bij over wat hij allemaal geleerd heeft op zee over: het Anker, De Aankomst , het Gewicht van de lading, Vermist raken, Westen en Oostenwind, de Rivier, etc.

De spiegel van de zee is een schitterende liefdesverklaring aan de zee en aan de zeevaart. Je kunt het boek lezen als een wijze verzameling inzichten met een sterk aforistische aard. Maar ook werkelijk als een ultiem management boek, wat Conrad over de zee weet, vertelt veel over wat je ook maar doet.

‘Like all true art, the general conduct of a ship and her handling in particular cases had a technique which could be discussed with delight and pleasure by men who found in their work, not bread alone, but an outlet for the peculiarities of their temperament.

Conrad maakt wat hij heeft geleerd heel breed bruikbaar.

2. Conrad’s Engels is zo bijzonder juist omdat de man een Pool was. Hij heeft nooit zonder accent leren spreken, maar de schoonheid van zijn taal is vrijwel dezelfde als wat hij roemt in de wereld van de scheepvaart: precies en aandachtig. Voor elk gebruik een ander woord. Ik vind dat je kunt lezen dat Engels zijn tweede taal is, zoals je dat ook bij Nabokov kunt, er zit plezier en welbewuste constructie in elke zin. Dat komt omdat hij zijn taal bewust heeft moeten verwerven. Daarbij zijn er weinig boeken met een zo ruim vocabulaire die je toch heel goed kunt lezen, ook zonder woordenboek.

3. Het is een mooi ding, dit boek. Gemaakt door J. M. Dent & Sons Ltd. te ‘Aldine House Befordstreet London’, in 1933, in een reeks die The Open Air Library heet, boeken over de natuur. Klein van formaat, gebonden, Stofomslag, met ‘wood-engravings’ door…

4. Eric Fitch Daglish, die een fraai graveur was, maar bovenal een man met een groot ego, een groot probleem in het boekenvak. Daglish gaat redelijk ver – en we komen nu op het vlak waarin we vooral genieten van iets dat te erg is, meer dan dat het om de kwaliteit van het boek gaat:

Zie dit plaatje eens, het is de achterflap van het boek, waarin alle eer uitsluitend naar de redacteur gaat. Vier quotes over hoe goed de redacteur het wel niet doet!

Het brengt mij een lievelingscitaat in gedachten van de dichter Chr. J. van Geel: ‘Redacteurs, als ze niet vooringenomen zijn,  zijn stumperige ontdekkingsreizigers, vooral wanneer zij hovaardig de hulp der inboorlingen afslaan.’

StocklessAnchorEric Fitch Daglish zijn naam komt in binnenwerk en omslag elf maal voor. En er is een voorwoord van hem.

5. Het voorwoord van Joseph Conrad zelf is hilarisch. Ongetwijfeld is hij door Eric Fitch Daglish gedwongen het te schrijven, en hij antwoordt met een voorwoord van 5 pagina’s waarin hij uitlegt dat een voorwoord voor dit boek onzin is.

6. Vooral het hoofdstuk over het anker is schitterend, een combinatie van irritatie over het slecht begrijpen van het instrument door derden, journalisten, prutschrijvers en anderen,  en een diepe liefde voor wat het is en doet en hoe alles heet. ‘Let go!”

7. Dit is een boek in de categorie,  ‘boeken die je steeds kunt blijven herlezen’.

8. Nou vooruit. Het zijn ook wel mooie gravures. Conrad3

 

 

 

 

 

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Sem van de Graaf"
    Sem van de Graaf

    Sem van de Graaf (2002) schrijft absurde verhalen die uit de bocht vliegen en toch een sterke moraal communiceren. Zijn werk is komisch, vervreemdend en oprecht.Hij studeert af van Writing for Performance aan de HKU met het lange filmscenario ‘Een stoel, de dief en Elske’ en zijn onderzoek ‘Handen’. Verder schrijft hij toneel voor verschillende groepen, waaronder zijn eigen collectief ‘bröd’ waarmee hij met de gelijknamige voorstelling in Zaal 3 stond. Zijn VHS-korte films stonden op het Rotterdams Open Doek en het Gouds Filmfestival, waar hij de prijs won voor Beste Film Jong Talent.

  • "Foto van Koen Dobbelaer"
    Koen Dobbelaer

    Koen Dobbelaer (2000) is schrijver, scenarist en voormalig kindacteur. Deze zomer studeert hij af van de studie Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht met het filmscenario Een Film Over Familie, een absurdistisch drama over de drang naar maakbaarheid. Dit najaar verschijnt de door hem geschreven film De Laatste Dag in het Leven van Walterus.

  • "Foto van Willemijn Kranendonk"
    Willemijn Kranendonk

    Willemijn Kranendonk (1994) is schrijver en dichter, voor zowel kinderen als volwassenen. Haar werk verscheen o.a. in Tirade, DW B, Liegend Konijn en op Lilith Magazine, Revisor, De Internet Gids, Hard//Hoofd en De Optimist. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman die dit jaar nog uit zal komen bij Uitgeverij Van Oorschot en volgt ze de master Jeugdliteratuur aan de Universiteit van Tilburg. Mei 2022 verschijnt haar eerste kinderboek bij Uitgeverij Billy Bones.