Tirade zwaait Sonja uit en verwelkomt Branko Van

afbeelding6De redactie dankt Sonja Schulte hartelijk voor haar prachtige vierluik over de rouw dat op de zondagen van de afgelopen maand op deze plek verscheen. In maart zal Branko Van voor ons bloggen, en ook hij maakt een vierluik. Prozagedichten, worden het, over wat te doen als je iemand wilt leren kennen. 

Branko’s werk verscheen eerder in Tirade, Meander, Krakatau en Hollands Maandblad. Mocht je je voor zondag in zijn werk willen verdiepen, kijk dan op zijn site.

 

 

In de Oorshop

Yangtze

Het nieuwe kijkcijferkanon van de publieke omroepen heet Langs de oevers van de Yangtze. Elke zondag kijk ik in verrassende vervoering naar de avonturen van een tot nog toe onbekende Nederlandse reiziger, die China’s moederrivier volgt van haar monding bij Shanghai tot aan de bron.

Het zal ongetwijfeld niet zo zijn, maar in elke aflevering lijkt een aantal ijzersterke personages met levensgrote conflicten heel toevallig op zijn pad te komen. De reiziger schiet mensen aan, raakt in gesprek en valt van de ene tragedie in de andere. Door wat de in beeld gebrachte Chinees allemaal niet zegt over zijn loodzware leven wordt de pijn sterk voelbaar. Regelmatig schiet de presentator vol, wat de kijker op moet maken uit zijn lichaamshouding, omdat ook dát verdriet niet direct in beeld gebracht wordt, of in ieder geval niet wordt uitgemolken.

Het programma heeft een hart. Geen dik vet 3-D Technicolor All you need is love-hart, maar een echte, werkende en feilbare spier: het soort orgaan dat alles waarmee het verbonden is van warmte en zuurstof voorziet. Van leven, eigenlijk.

Afgelopen zondag werd aflevering 4 uitgezonden, waarin een grote dam in de rivier centraal stond, die tal van levens heeft ontwricht. Weinig zo tragisch als een arme vrouw die in een betonnen flat woont, vlak boven de plek waar ooit haar geboortedorp was. Waar het nog steeds is, moet ik zeggen, omdat het al weer jaren onder water ligt.

Na de uitzending keken B. en ik elkaar aan.

‘Jezus,’ zei ik. ‘Wat doet die jongen dat goed.’ Ik doelde op de reiziger.

‘Ja,’ zei B. ‘En zo knap dat hij Chinees spreekt.’

In stilte knikten we een tijdje.

‘Weet je wat heel gek is?’ zei ik.

‘Dat we niet weten hoe hij heet,’ zei B.

En dat was precies wat ik wilde zeggen. De naam van de reiziger is geen geheim en verschijnt gewoon bij de aftiteling, maar kennelijk hebben we hier te maken met iemand die een verhaal vertelt – en daar zelfs voortdurend bij in beeld komt – zonder met zijn persoon de aandacht van de kijker af te vangen.

Uniek, in deze tijd.

______________________________________________________________________________
Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Vertrouwen

Misschien ben ik te goed van vertrouwen, of verlies ik het te snel, of ben ik er te veel mee bezig, hoe dan ook, hoe langer ik leef hoe meer er te wantrouwen valt. Pino, waar gewoon een mens in bleek te zitten. Vaderlandse tradities. Een vriend die zijn handen niet thuis kon houden. Banken. Mijn eigen hand die zich ineens opent als ik een kop koffie vast heb. Goede doelen. Sinds ongeveer een week kan ik mijn blaas aan deze vertrouwenscrises toevoegen, vlak naast mijn longen die me al eens afvielen, blijkbaar kunnen die ingewanden zonder directe aanleiding ineens gaan ontsteken. Ik zat in de spreekkamer van een avonddokter en ze twijfelde tussen een standaard antibioticakuurtje of iets wat ze ‘grof geschut’ noemde. Daar moest ik ontzettend van lachen (au), maar dat kwam ook omdat ik koorts had en me met de seconde getikter voelde worden. Het grove geschut bleef me bespaard. In plaats daarvan mocht ik vijf dagen geen zware machines bedienen omdat ik van antibiotica een beetje stoned, langzaam en treurig word.

Ik dacht aan een buurman die ik ooit had en die weliswaar niet heel oud was, maar wel zeer veel tijd had vrijgemaakt om overal het vertrouwen in te verliezen; weggebruikers, supermarkten, straatmuzikanten, de lijnen die straaljagers achterlaten in de lucht, familieleden, GSM-masten, de economie en Bush, die toen nog aan het regeren was in de VS. Op een dag stonden we in de keuken te praten, die buurman en ik, en hij vertelde dat de president van Amerika eigenlijk een soort hagedis was. Een reptiel. Ik zei dat hij me meer aan een platgereden pad deed denken.

‘Nee,’ zei de buurman, ‘Letterlijk. Zijn huid is een vermomming. Ze zitten overal. Balkenende zou er ook een kunnen zijn, hij vertoont er tekenen van.’

Het wantrouwen van mijn buurman moest ergens mee opgeheven worden, denk ik, zodat de zaak weer in evenwicht was. Daarom vertrouwde hij in diverse complottheorieën, de geneeskrachtige werking van homeopathische middelen en mateloos in zijn eigen lichaam want het was een handige kerel die nooit ziek was en van alles zelf bouwde en repareerde. ‘Vertrouw niets,’ zei hij eens ten overvloede tegen me.

In de boeken die ik las tijdens het suffe kuurtje weerklonk zijn gebod. Margaret Atwood laat in het post-apocalyptische Als laatste het hart haar hoofdpersonen met open ogen een eng utopisch woonproject betrekken. In tamelijk pamflettistisch proza beschrijft ze hoe niets en niemand daar nog te vertrouwen is. En in Lize Spits Het smelt is slechts op de natuur te rekenen, die bepaalt dat ijs in water verandert als de temperatuur boven de nul komt. Wat goed beschouwd een schrale troost is, concludeerde ik hoofdschuddend, want denk aan de zeespiegel!

Vanochtend nam ik m’n laatste pil in. Alles werkt weer. Ik heb eens ergens gelezen dat genezing van pijn of ziekte de beste drug is die er bestaat. Dat kan waar zijn. Buiten schijnt de zon, die lente komt echt wel weer, volgens mij zag ik een eenhoorn. Ergens in de stad trekt een horde salamanders varkenskoppen over de ogen.

—-

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Winter – in de winter graaf je je goed in. Je wordt weer warm, je slaapt

Het is daarbinnen eigenlijk helemaal niet zo koud. Je hebt dekens die je om je heen wikkelt en die minder schuren, ook al begrijp je niet meteen waarom. In de vroege lente deden ze bijna pijn en de dekens zijn nog steeds van dezelfde wol. Hoe kan dat nou? Denk daar niet over na. Nu komt de tijd dat je eindelijk kunt gaan slapen in het ei.

Buiten vriest het en er komt sneeuw die zich als een deken extra om je heen vouwt. De sneeuw verdooft je neus en mat geluiden af. Je wordt omwonden. Je krijgt het eindelijk warm. Er is geen koud lentezweet en je vel verbrandt niet en de koude modder heb je niet langer nodig – je krijgt het gewoon vanzelf warm, alsof je in een droge houten sauna zit.
Je zintuigen zwakken langzaam af, je hartslag gaat terug omlaag naar wat normaal is. Er is niet langer iets aan de hand. Was er iets? Er was iets. Wat was het nou. Vergeet het maar, slaap gewoon – slaap. Krul je op en slaap.

Af en toe word je wakker, dan komen er mensen langs en je stapt uit je bed en kookt voor hen. Sommigen gaan naast je liggen. Je steekt voor jullie vuren aan. Je vergeet iets, wat was het nou?

Ze kijken je allemaal verheugd in je gezicht, ze rennen naast je met hardlopen, ze trekken niet meer aan je ellebogen, ze zeggen dat je er goed uitziet.

Rouw is liefdesverdriet. Maar gebruik niet het advies dat daarop van toepassing is – dat je hem vergeten moet. Loop nog af en toe rond met de dode in je hoofd, je hoeft niet tegen hem te praten want je bent niet gek, alleen: vergeet hem niet. Dat is het enige wat je nog hoeft te doen, in de winter moet je jezelf eraan gaan herinneren dat hij bestond.

 

_____________________________________________________

picture062Dit was het laatste blog van Sonja. De redactie is haar heel dankbaar. Volg haar verder op sonjaschulte.com.

Zjivago – de film

Ik heb eens een diner lang naast een man gezeten die me de film Dr. Zhivago navertelde. Soms kun je bijna de kriebels krijgen van pure irritatie die geen uitweg kent, de man zanikte maar door, en de film kreeg in mijn beleving het predicaat van de langdradigste film ooit. Het was natuurlijk de man die langdradig was. Het moet verboden worden films na te vertellen.

Afgelopen zondag zag ik de film uiteindelijk en ik was betoverd. Wat een geweldig mooie film! In het Literatuurhuis in Utrecht hield de vertaalster van de roman van Boris Pasternak – Aai Prins – eerst een inleiding, en daarna begon de schitterende sfeervolle verfilming van dit weergaloze boek.

Het is een van de weinige heel lange films die ik onmiddellijk nog eens wil zien, en nog eens. Deels natuurlijk omdat ik net uitgebreid met het boek ben bezig geweest, maar vooral ook door de fotografie: de beelden zijn zo ongelofelijk mooi: opgenomen in Spanje en Portugal, Finland en Canada, is de kleurweergave vreemd genoeg precies wat je verwacht als je het boek gelezen hebt. De feestzalen in Moskou, het ijspaleis in Varykino, het huis van Lara in Jarjoetsin, de trein van Strelnikov, de weides met narcissen. Schitterend, en alle acteurs goed! (Klaus Kinsky verraste me in de film.)doctorzhivago-C16x20-troop-parade-7152-480x382

De film staat bekend als wat drakerig, maar eigenlijk gaat de drakerigheid weinig verder dan de intense behoefte aan schoonheid van Dr. Zjivago zelf, een behoefte die de lelijkheid moet compenseren van de tijd waarin zij  leven moeten. Als de dokter dan in de film wat langer naar de zon, of het waaien van de bomen kijkt juist als het verhaal een dieptepunt kent, gaat er een zucht door de zaal; de kijker herkent wat de regisseur doet en vindt het te voor de hand liggend, of te dik erboven op. Ik deel dat gevoel niet. Is er een andere manier om in een film duidelijk te maken dat Zhivago voor zijn waarnemingen zijn poëzie leeft, dat hij houdt van: kijken?

Dr Zhivago far exteriorDe andere nieuwe grootheid in de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot begrijpt waarschijnlijk beter wat Zjivago zoekt. In een dagboekaantekening uit 1920 schrijft Paustovski: ‘Mooie dingen zijn er niet voor bedoeld om in musea te staan en als rariteiten te worden bekeken, je mond open van verbazing. Ze horen deel uit te maken van je leven. ‘ (vert. Wim Hartog)

Joseph Brodsky schrijft in zijn fraaie essay ‘Tussen iemand en niemand’ (vert. Frans Kellendonk) over dezelfde periode: ‘ Ik vrees dat de visuele kanten van het leven altijd belangrijker voor me zijn geweest dan de inhoud.’

Dat heeft David Lean in zijn verfilming in elk geval goed begrepen. Juist het boek Dokter Zjivago moest verfilmd worden als een orgie van visuele schoonheid. Het boek en de tijd waarin het speelt en de persoon van de schrijver vragen er om. Om de trailer uit 1965 kun je intussen gerust een beetje lachen: ‘Zhivago, a man in love, with life!’

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Het geluk #7: Na deze dag

Mijn angst is ongegrond gebleken. Na een half jaar school heeft Nadim nog steeds niet geleerd om ‘vandaag’ te zeggen in plaats van ‘op deze dag’.

Voor ‘morgen’ gebruikt hij hardnekkig ‘na deze dag’ of ook wel ‘die dag’, en overmorgen – waarvan hij sinds een tijdje besef heeft – is ‘na die dag’ geworden.

Het gemak waarmee hij zich doorgaans aanpast aan hoe de dingen nu eenmaal worden gezegd onderschrijft mijn theorie dat hij vandaag en morgen de lading niet vindt dekken. Misschien voelt hij aan hoe vurig zijn vader hoopt dat hij zijn dagen mag blijven markeren, één voor één. Dat er nooit een dag zal gaan of komen die niet zijn volle aandacht verdient.

Voor Tirade.nu maakt Sonja Schulte een vierluik over rouw na zelfdoding. Lees die stukjes, ze verschijnen elke zondag van deze maand. Jarenlang dacht ik dat het overwegen van zelfmoord de kans op een feitelijke zelfmoord moest verkleinen. Een paar passen van de dood zou alles waarover je je druk maakt van je afvallen – want wie maakt zich nou druk over problemen bij het licht van de koplampen van een naderende trein – en ruimte ontstaan voor de inherente geweldigheid van je bewustzijn, je bestaan, je ademhaling.

Ik was jong, toen ik dat dacht. Inmiddels weet ik dat het bij echte depressie zo niet werkt. Toch is er een dwars klein deel van me dat heel graag wil dat het precies zo zit. Dat tegenover elke rekening die de min in duikt het feit van één dag te zetten is.

Deze dag hier, met dit alles, met jou en jullie. En dan na deze dag misschien nog eentje, om naar uit te kijken.

Laatst zag ik in een documentaire over het geluk dat de ontvankelijkheid van je serotoninereceptoren vanaf je pubertijd gestaag afneemt; dat het biologisch gezien steeds moeilijker wordt om groot geluk te ervaren. In tijden niet zoiets vreselijks meegekregen.

Maar synaptische verbindingen die vaak vuren blijven aan, gloeien op, versterken.

Ik stel me de lichtjes van een bevolkte rivierdelta voor, van heel hoog bezien, vanuit een vliegtuig misschien. Kleine dappere lampjes in een lange nacht.

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Julien Ignacio"
    Julien Ignacio

    De Nederlands-Arubaanse schrijver Julien Ignacio (1969) studeerde af als literatuurwetenschapper. Hij publiceerde theaterteksten, blogs en korte verhalen. In 2008 ontving hij de El Hizjraliteratuurprijs voor zijn toneelstuk Hotel Atlantis. Hij was redacteur van literair tijdschrift Tirade en is bestuurslid van de Werkgroep Caraïbische Letteren. In 2018 verscheen zijn debuutroman Kus (nominatie Bronzen Uil). Met collega-schrijvers Michiel van Kempen en Raoul de Jong stelde hij Dat wij zongen samen, een bloemlezing Caraïbische literatuur die in 2022 uitkwam bij uitgeverij Das Mag. In september 2023 verscheen zijn tweede roman Goudjakhals, een kralenketting van historische en futuristische migrantenverhalen, die zich afspelen in onder meer Amsterdam en Aruba, Beiroet en Lesbos.

  • "Foto van Marian van der Pluijm"
    Marian van der Pluijm

    Marian van der Pluijm (1997) is historica. Momenteel woont ze in Boedapest, waar ze Hongaarse Taal en Cultuur studeert. Voor VPRO-radioprogramma OVT maakte zij een documentaire over de Hongaarse dichter Miklós Radnóti. Zondag 7 november werd de documentaire uitgezonden op NPO Radio 1.

  • "Foto van Fannah Palmer"
    Fannah Palmer

    Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.