Het geluk #7: Na deze dag

Mijn angst is ongegrond gebleken. Na een half jaar school heeft Nadim nog steeds niet geleerd om ‘vandaag’ te zeggen in plaats van ‘op deze dag’.

Voor ‘morgen’ gebruikt hij hardnekkig ‘na deze dag’ of ook wel ‘die dag’, en overmorgen – waarvan hij sinds een tijdje besef heeft – is ‘na die dag’ geworden.

Het gemak waarmee hij zich doorgaans aanpast aan hoe de dingen nu eenmaal worden gezegd onderschrijft mijn theorie dat hij vandaag en morgen de lading niet vindt dekken. Misschien voelt hij aan hoe vurig zijn vader hoopt dat hij zijn dagen mag blijven markeren, één voor één. Dat er nooit een dag zal gaan of komen die niet zijn volle aandacht verdient.

Voor Tirade.nu maakt Sonja Schulte een vierluik over rouw na zelfdoding. Lees die stukjes, ze verschijnen elke zondag van deze maand. Jarenlang dacht ik dat het overwegen van zelfmoord de kans op een feitelijke zelfmoord moest verkleinen. Een paar passen van de dood zou alles waarover je je druk maakt van je afvallen – want wie maakt zich nou druk over problemen bij het licht van de koplampen van een naderende trein – en ruimte ontstaan voor de inherente geweldigheid van je bewustzijn, je bestaan, je ademhaling.

Ik was jong, toen ik dat dacht. Inmiddels weet ik dat het bij echte depressie zo niet werkt. Toch is er een dwars klein deel van me dat heel graag wil dat het precies zo zit. Dat tegenover elke rekening die de min in duikt het feit van één dag te zetten is.

Deze dag hier, met dit alles, met jou en jullie. En dan na deze dag misschien nog eentje, om naar uit te kijken.

Laatst zag ik in een documentaire over het geluk dat de ontvankelijkheid van je serotoninereceptoren vanaf je pubertijd gestaag afneemt; dat het biologisch gezien steeds moeilijker wordt om groot geluk te ervaren. In tijden niet zoiets vreselijks meegekregen.

Maar synaptische verbindingen die vaak vuren blijven aan, gloeien op, versterken.

Ik stel me de lichtjes van een bevolkte rivierdelta voor, van heel hoog bezien, vanuit een vliegtuig misschien. Kleine dappere lampjes in een lange nacht.

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Vleugels als roeispanen

Ik lees The City Builder van George Konrád. Een Engelse vertaling dus, omdat ik die van een ramsjplank plukte. Het kille zwart-witte omslag sprak me aan en ik lees graag over de stad. Ver ben ik nog niet, Konráds wonderschone proza moet ik verwerken met veel adempauzes en met een woordenboek ernaast, wat ervoor zorgt dat dit geen boek is dat ik in halfslaap en op halve hersencapaciteit kan lezen.

Toen ik een paar jaar geleden in belezen gezelschap vertelde van het woordenboek dat ik soms gebruik bij bloemrijk proza, werd ik meewarig aangekeken – Engels, dat is toch net zoiets als Nederlands? Ik had net zo goed kunnen verkondigen dat ik analfabeet was. Later liet ik me, van geen kwaad bewust, ontvallen dat ik net zo lief Nederlandse vertalingen lees en dat was nog erger. Je moet zo dicht mogelijk bij de bron zitten en kennelijk is Engels – zelfs als het een werk betreft dat vertaald is uit zeg, het Hongaars – altijd dichter bij de bron. Bovendien leek er omtrent Nederlandse vertalingen de mening gevormd te zijn dat deze altijd minder goed zijn dan Engelse, Franse of Duitse. Is dat waar? Ik kan het me niet voorstellen. Controleren kan ik het ook niet. Jan van Mersbergen schreef er eens mooi over.

Wat me vooral verbaasde was het prestigeverlies dat ik kennelijk leed bij het onthullen van mijn kennelijk al te magere talenkennis. Het deed me denken aan de tijd dat ik Duitse naamvallen moest stampen en volwassenen met artistieke sjaaltjes om hun nek (ik werkte op een markt bij de Amsterdamse grachten, even ter illustratie) om me heen te pas en te onpas verkondigden dat in hun tijd iedereen op z’n vijftiende al zes talen, waarvan twee dood, sprak.

Afijn (enfin). Ik lees Konrád, langzaam, gestaag, en probeer met mijn woordenboek nuanceverlies te voorkomen. Even deed ik het zonder, maar dat was zonde. Dan had ik nooit geweten dat duiven bij Konrád vleugels als roeispanen hebben en hoe een geliefde omschreven kan worden als ‘wraakzuchtig als een dwarsliggende waarzegster’*. Lekker.

*eigen amateurvertaling, alles onder voorbehoud

—

Roos van RijswAAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ngijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

 

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Herfst – in de herfst kruip je onder de humuslaag. Eindelijk, maar daar koel je af

Je valt, eindelijk. Je bent gevallen en niet weer opgestaan. Je ligt daar goed. Alles ruikt lekker omdat het aan het verrotten is. Om dezelfde reden krijgt alles een mooie kleur. Het is een eerlijk proces. De natuur doet alles behoorlijk goed, vind je, terwijl je daar ligt, rottende bladeren ruikend. Tip: graaf met je vingers door het zwarte zand.

En dan zal de regen komen, die ervoor zorgt dat je zelfs door de modder kunt kruipen, als je dat wilt. Borstcrawl door de modder, zwem er gewoon doorheen, op dagen dat je niemand ziet en de modder lekker nat is en glibberig. Je kunt dat een hele tijd doen, het duurt nog wel even tot je waarneemt hoe koud die modder eigenlijk is.

Dat is het wel zo’n beetje.

De zomer is voorbij, je vel is niet langer verbrand, je hebt geen aloë vera meer nodig. Zet continu koppen thee, maak warme chocomelk, drink er slagroom op en verdun hem met rum, maar niet teveel.
Je zult straks voor het eerst weer dingen te verliezen hebben. Je leven kruipt langzaam terug onder je huid. Verbrand je tong aan de chocomelk onder de slagroom en lach erom.

Ga naar mensen toe – zij zullen klagen over in de regen op hun fiets, moeten stilstaan voor het verkeerslicht, zij zullen toe zijn aan een bakkie omdat ze stress hebben op hun werk, omdat hun baby de hele nacht huilde, omdat hun vriend alweer niet terug heeft gebeld. Luister naar ze, al heb je zelf niets te vertellen. Iedereen heeft een tijd alles gemist.

Zie: zij zijn er nog.

Klaar ben je nog niet. Je graaft je nog niet in, je bent nog niet behaaglijk. Je ligt op je rug en je rot. Je bent tot stilstand gekomen. Hoog, Sammy, kijk omhoog, Sammy, zie de kleuren dan, blijf de kleuren zien. Het bleke zonlicht uit de lente dat in de zomer op volle kracht kwam te staan is nu eigenlijk best wel gewoon mooi, zie je? Is eindelijk gewoon mooi – is een prachtig goud geworden.

In dat licht kijk je bijvoorbeeld voor het eerst weer naar zijn foto’s en zoek je de rouwkaart op. Er staat gewoon dat hij zelfmoord heeft gepleegd, al staat het er in mooie bewoordingen die de begrafenisondernemer destijds paraat had in een zwarte multomap. Er staat: “Naast verdriet is plaats voor respect.” Je hebt nog steeds geen verdriet gevoeld.

De ouders zijn er ook nog, al verdwijnen ze ras. De vader wordt dunner en dunner, en de moeder vliegt – let maar op – aanstonds in de fik. Je weet dat je er niets aan hoeft te proberen te veranderen. Ook word je moe van hun juk. Dat is belachelijk, want het zijne wil je maar al te graag alsnog dragen, op die hypocriete manier die bij rouw na zelfmoord hoort – pas achteraf.

Niet aan denken. Raak niet in paniek. Kijk omhoog.

Er zijn foto’s van ons samen die ik steeds bekijk, waarbij ik toch echt bevestigd zie hoe we elkaars perfect tegenovergestelde zijn en ik denk na over de balans van alleen yin te zijn of yang – wat betekent het ook alweer, en welke ben ik dan en welke was jij?

Je wordt kwaad. Je vindt de dode laf omdat die is weggegaan. Dat duurt ongeveer een dag. En je hebt het nog niet door, maar je vraagt je steeds minder af.

Je smeult na. Je staat nog steeds een beetje in de fik maar kan daar ook om lachen, niet altijd alleen bitter en kakelend, je kan het voelen kietelen en je kunt zien dat je er wat aan hebt. Je begon het al te vermoeden bij het maken van de soep en nu weet je toe te passen hoe het werkt: je ruikt alles sterker, je hoort alles beter, je kunt alles echt enorm goed zien. Ga dus naar de kunsten toe en blijf nu rustig stoofschotels maken, gewoon, met bruin bier erin.

Aai een kat, dat is wat je in de herfst moet doen. Hij zal gaan spinnen. Hij zal slapen in de vensterbank. Draai de verwarming die je zelf niet voelt toch alvast maar hoger, in elk geval voor hem.

_____________________________________________________

picture062Sonja Schulte is kunsthistoricus. Ze presenteert Glasnost, een radioprogramma over kunst en wetenschap, recenseert beeldende kunst voor cultureel magazine 8WEEKLY en redigeert het Handboek voor een Optimistisch leven – de boekbundeling van literair magazine De Optimist, die deze zomer zal verschijnen. Ze schrijft essays voor De Gids en De Optimist en stukjes op sonjaschulte.com.

Big is better – Uitgeverijen en het unilever-misverstand

Wat moet de lezer van Le Clezio, of Joke van Leeuwen, of Patrick Modiano, of Esther Gerritsen nu vinden van de overname van De Geus door Singel uitgevers? Je bent geneigd te denken: bijna niets. Maar is dat zo?

Overnames zijn in eerste instantie bedoeld om kostenbesparend te werken, of dat lukt is een tweede, maar de intentie is er wel. Misschien zijn ze ook bedoeld omdat sommige mensen de woorden kwaliteit en kwantiteit nog altijd moeilijk uit elkaar weten te houden. Wanneer twee hagelslagfabrieken samengaan ontslaan ze een administrateur en een chemicus. Het gevolg is dat de rekeningen voortaan op het zelfde postpapier komen en de suiker van twee aanleveranciers voortaan van 1 leverancier is. Daarmee gaan de verschillende soorten hagelslag een heel klein beetje meer op elkaar lijken: ze zijn gemaakt met dezelfde suiker.

Bij een uitgeverij werkt het ook zo. De boeken die uit Breda kwamen, werden door mensen gemaakt die daar werkten, aan dat fonds. Mensen met hun eigen kennis en inzicht, ideeën en fascinaties. Sommige van deze mensen gaan er nu niet langer meer aan werken, dan wordt een element van het maken van dat boek overgenomen door iemand van Singel Uitgevers. Eén soort suiker. Laten we dit het Unilever misverstand noemen. Veel dingen maken en heel hard roepen dat elk product uniek is.

In wezen is concernuitgeven geen kapitaalvernietiging, maar noodzakelijkerwijs de vernietiging van eigenheid. En literatuur en eigenheid gaan heel goed samen. Een aangekochte uitgeverij verwordt tot een imprint (een naam voor een afdeling boeken, binnen een uitgeverij). En natuurlijk zullen de verkopende en de aankopende partij dit in alle toonaarden ontkennen, maar de lezer laat zich niet in de luren leggen, als in hetzelfde gebouw door met name de zelfde mensen iets gemaakt wordt, verschillen de boeken van twee imprintuitgeverijen alleen van elkaar door de auteur en de vertaler. De administratie, de uitgevers met hun ideeën, de specifieke vormgeving, de papiersoort, de nadruk van de redactie, de precisie van de correctie, de drukker, de originaliteit van het promotieplan: allemaal hetzelfde. Boeken maken is mensenwerk: veel boeken maken met dezelfde mensen: eenheidsworst.

Wat je dus koopt wanneer je een uitgeverij koopt is een berg contracten, en een hoeveelheid auteurs van wie je hoopt dat ze de nieuwe situatie aantrekkelijk vinden.

De Geus en Singel Uitgeverijen, zijn beide mooie bedrijven die door deze overname een heel klein beetje minder mooi worden. Het is echt fascinerend om te zien hoe in de berichtgeving op het woord synergie na – omdat dat echt niet meer kan – alles uit de kast wordt gehaald om dit eenvoudige feit te verbloemen: de uniciteit verwatert hoe dan ook.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Voorlezen

De laatste fase voor ik een manuscript inlever is de voorleesfase. We zitten er nu middenin. Elke avond waarop B. en ik samen vrij zijn, lees ik haar voor uit de dikke stapel A4-tjes op mijn bureau.

Het handige aan B. is dat ze een heldere vorm van aandacht heeft en de drijfveren van personages snel begrijpt; als zij vage gebieden in mijn verhaal signaleert dan weet ik zeker dat er een probleem is met hoe ik een en ander op heb geschreven.

Ook los van haar opmerkingen en de potmeters van haar wenkbrauwen in mijn ooghoek verbaast de effectiviteit van voorlezen me: hoe duidelijk het voelbaar maakt welke passages van een verhaal werken en welke niet. Meestal hoef ik niet eens naar B. te kijken om te weten wanneer ik haar volle aandacht heb.

Kennelijk verandert mijn waarneming van mijn werk als ik weet dat er iemand meeluistert; versterkt de angst het lijntje met de luisteraar kwijt te raken mijn gevoeligheid voor de tekst. Wanneer het een bijzonder goed werkende passage is voel ik het ook: dan zit ik er sterker in dan zonder luisteraar.

Een bijzonder gegeven, dat me in de verleiding brengt er metafysisch op los te fantaseren.

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Laf addertje

Maarten Biesheuvel werd, waar hij ook ging in het Lloyd Hotel, omringd door oprechte bewonderaars. Het was bijzonder om te zien. Iedereen wilde hem de hand schudden omdat hij het was. Zijn vrouw zat meestal naast hem, of ze wandelde mee. Vorig jaar, toen we voor het eerst de prijs uitreikten die naar hem vernoemd is, durfde ik niet zo goed met ze te praten. Wat moesten die mensen met mij. Pas toen ze vertrokken gaf ik ze een ongemakkelijke afscheidshand waarna ik even onder een tafel wat haren uit mijn hoofd trok van gêne die ik niet helemaal kon plaatsen. Iemand die mij aan mezelf uit wilde leggen zei een keer, toen ik ongeveer eenzelfde emotie doormaakte na een lezing van een door mij bewonderde auteur die ik niet aan durfde te spreken: jij voelt je te goed voor een krabbel in je boek. Dat terwijl ik in stilte moed probeerde te verzamelen om, zonder in puberaal gegiechel te vervallen of per ongeluk die vrouw te omhelzen, een hand(tekening) te vragen.

Dit jaar stond ik opeens naast hem, buiten. We rookten, hij een sigaar. Van verheugde bewondering wilde ik als water door het rooster waar we op stonden wegsijpelen, maar dat ging niet, dus zo nu en dan zeiden we maar iets. Ik moest hard praten. Of ik het niet koud had. Of hij het niet koud had. Ik maakte een mislukt grapje, hij een leuke opmerking, waarna ik weer een mislukt grapje maakte. Zelfs niet een heel klein deel van mij slaagde erin door dat rooster te verdwijnen.

Weer binnen liet een vriend het boek zien waar de grote schrijver zijn handtekening in had gezet. Yes, zei ik, wat goed, en ik dacht misschien is dit het moment waarop ik er óók een kan vragen maar voor ik het wist en ondanks mezelf krulde ik ineens om de poot van een statafel heen, als een laf addertje. In de verte vertrok de grootmeester. Proost, mompelde ik, desondanks gelukkig, en hief het glas.

—

AAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ng

 

 

Roos van Rijswijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. Recentelijk verscheen haar debuutroman, Onheilig (Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • "Foto van Menno van der Veen"
    Menno van der Veen

    Menno van der Veen studeerde filosofie en wijsbegeerte. In 2019 publiceerde hij zijn tweede roman Ontweten bij Van Oorschot. Menno werkt ook als onderzoeker, consultant en trainer op het gebied van democratie, participatie en mensenrechten. Momenteel werkt hij aan zijn derde roman (werktitel Het profetenverbod). Die is naar verwachting klaar in 2022.

  • "Foto van Gigi Müjde"
    Gigi Müjde

    Gigi Müjde studeert in augustus 2025 af van de schrijfopleiding met een gemoderniseerde bewerking van het Middelnederlandse toneelstuk Mariken van Nieumeghen, namelijk: Meryem van Mokum. Door de lens van een oud Nederlands stuk, reflecteert die op de hedendaagse Nederlandse samenleving. In diens schrijven, speelt Gigi met taal, gebaar en referenties – om de lezer een eigen(aardige) wereld in te lokken vol verwarring en plezier. Die schrijft ook graag in samenwerking, vooral met Robin Alberts volgens hun eigen versie van de flarf-techniek, waarin er een tekst heen en weer wordt verstuurd en om en om wordt herschreven tot het onherkenbaar vol zit met liefde voor taal. Gigi schrijft alleen vanuit liefde, anders telt het niet.