Nederland vertaalt

Edna St. Vincent Millay

Wat het wijze besluit van de jury van de prijs Nederland vertaalt ook moge zijn, voor mij was het een goede aanzet tot wat nu ineens een lichte verslaving is: poëzie vertalen. De wedstrijd sloot begin januari. Vijf gedichten kon je vertalen, alles in de slip stream van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, die in 2016 wordt uitgereikt aan Babet Mossel.

Omdat Babet Mossel voor uitgeverij Van Oorschot nu Arthur Miller’s Focus vertaalt, spreek ik haar weleens, en dat is altijd leerzaam en een genoegen. Zo vindt zij dat vertalers zich niet op de voorgrond stellen moeten. En ze vindt dat de kans heel klein is dat onder de inzendingen voor de publiekswedstrijd een groot vertaler te ontdekken valt. Ik moet eerlijk bekennen dat dat me over de streep hielp: Dat Zullen We Nog Wel Eens Zien is een heel belangrijk katalysator voor handelen bij bij.

Maar, ze had weer gelijk. Wat is vertalen moeilijk! Tot nader orde denk ik dus geen vertaler te zijn: wel heeft het me dit opgeleverd: ik ben een beter poëzielezer geworden, want je kunt bijna nooit zo goed een gedicht lezen als wanneer je het vertalen moet.

Het Duitse gedicht vond ik het moeilijkst, dat durf ik dus niet eens te tonen. Frans en Spaans waren uitdagend maar niet goed genoeg.  Deze gaat nog (en wat een goed gedicht!) Over de vertaling meld ik dus maar geheel terecht bescheiden dat ik niet hoger kom dan dit.

Overigens is mijn ambitie niet geluwd: Met Marko van der Wal waag ik mij nu aan een reeks Philip Larkin gedichten. Allebei een ander gedicht vertalen en dan elkaars vertaling becommentariëren. Omdat ik ze in elk geval heel goed lees op deze manier.

Nu met de billen bloot: (leve tweetalige edities!)

 

Love is Not All (Sonnet XXX)

Edna St. Vincent Millay, 1892 – 1950

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

Liefde is niet alles

Liefde is niet alles, het is geen vlees of drinken
Noch slaap, noch een dak tegen slecht weer
Noch ook een drijfhout voor mannen die verdrinken,
Ten ondergaan en boven komen, keer op keer.
Liefde vult de ontstoken long toch niet met lucht
Zuivert het bloed niet, zet geen gebroken bot
Dat toch menig mens onder een doodswens zucht
Nu ik dit zeg zelfs, is door liefdestekort.
Het kan zo zijn dat, bij een hard gelag
Kreunend om verlossing, terneer gedrukt door pijn
Of getergd door nood, voorbij wat kracht vermag,
Dat ik -voor vrede- jouw liefde gedwongen te koop aanbied,
of voor eten moet ruilen de herinnering aan deze nacht.
Het zou kunnen. Maar ik denk toch van niet.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Bibberend hondje

Iemand vertelde dat hij zich, nadat zijn vrouw was overleden, voelde als zo’n klein bibberend hondje. Zo’n keffertje dat in de winter een deken om moet, maar dan zonder de deken. We hadden niet eens een goed huwelijk, zei hij daarna.

Sindsdien is mijn eerste reactie bij het zien van weer zo’n klein keffertje, niet meer de ergernis die ik eerder voelde, maar de vraag hoe ontzettend groot, en hoe koud, de wereld voor hem moet zijn.

De mensen op de foto komen niet voor in de blogtekst.

 

 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Nog niet helemaal echt

Woensdag aanstaande komt de ventilatieman (m/v) langs, hier in huis – met de wind is Het Dingetje wedergekeerd, ’s nachts tikt en bonkt het
zo hard dat I. met muziek in zijn oren slaapt en ik met siliconen oordopjes in. ’s Ochtends vind ik die dopjes in mijn kruin, ze zijn knalroze en er nog moeilijker uit te krijgen dan kauwgom. We weten niet of Het Dingetje zich daadwerkelijk in het manke ventilatiesysteem bevindt, maar omdat we dat systeem niet begrijpen (en de bovenbuurman onschuldig is gebleken, zijn olifant moet zelfs pantoffeltjes aan) gaan we er vanuit dat daar de oorzaak ligt – een akelig analogietje met diverse actualiteiten slik ik even in, Het Dingetje drukt me andermaal met mijn neus in mijn menselijkheid, wat precies zo vies is als het klinkt.
Later die dag, ’s avonds, presenteer ik voor het eerst een roman. Een gebeurtenis die haast in het niet valt bij de mogelijke verlossing die ventilatieman kan brengen, desalniettemin heb ik ook daar zin in. Tegelijkertijd vrees ik ongemakkelijkheid, een beetje zoals het moment dat iedereen op je verjaardag voor je gaat zingen en je opeens niet weet waar je je handen en je waardigheid moet laten. Onlangs bevond ik me op een literaire avond over debuteren en werd ik steeds voorgesteld als ‘debutant’, wat klopt, maar wat tegelijkertijd gek is. Ik ben de halfschrijver – nog niet helemaal echt, maar wel helemaal een boek. Alsof ik weer zestien ben (half volwassen, nog niet helemaal echt, wel al een bh aan) en iemand me introduceert met ‘dit is Roos, ze is een puber’. En ik maar hopen dat niemand die jeugdpuist tussen mijn ogen opmerkt. Onbeholpen een slotjesbeugel bloot lachen.
Maar daar moet ik allemaal niet aan denken, woensdag. Ik moet gewoon blij zijn en proosten. Op een boek en hopelijk, allemachtig wat hoop ik dat, op een zalige stilte.

AAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ng

 

Roos van Rijswijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. In februari verschijnt haar roman Onheilig(Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Lente – in de lente zit je in een vierkant ei

Het is bijvoorbeeld van belang je af te vragen of het een psychose was. Dat geeft weer houvast. Je wil, net als zijn (en jouw) vader, dat het niet zo was en hij dus zelf de keuze maakte om daar te lopen, om daar te dichtbij die razendsnelle trein te zijn. Maar dat spreekt het treinkaartje dan weer tegen. Want een week ervoor had hij een enkeltje gekocht naar Amsterdam en het toen toch niet gedaan, hij kwam huilend terug en vertelde aan zijn (en jouw) moeder niets en pas na een paar uur snapte ze met haar verstand wat ze natuurlijk meteen al wist maar niet wilde geloven, of voelen zelfs: dat hij het had willen doen. En hij stond huilend voor haar en schaamde zich, voelde zich schuldig. Kortom, je verwacht het niet, dat ‘ie het dan toch doet, een week later- volledig ongepland, met een retourkaartje Zwolle (een retourkaartje hè), hij wou vast gewoon even naar huis, alleen dat en ineens durfde ‘ie.

Er is een kubus die wit is en daar zit je dan in. Je kent dat raadsel wel. Je denkt daar aan terug en vindt dat warempel leuk om te doen, je vindt dat entertainment. Verrek – denk je, het klopt, dat raadsel over de dood, het is verdomme nog waar ook.

Stel je voor: je zit in een kubus, een hele grote witte vierkante kamer en die is leeg. Je zit er op de grond. Je weet niet hoe je er gekomen bent en hoe je er vandaan kan. Er zijn geen deuren en er is geen raam. Er is alleen jij en een wit plafond boven je hoofd, een witte vloer onder je billen en vier witte muren om je heen. Hoe reageer je? Wat doe je? Wat zou je dan gaan doen?

Je weet niet hoe lang het gaat duren hè. Just saying.

Het antwoord is natuurlijk, bedenk je nu trots, in de kubus zittend, dat je moet proberen de puzzel op te lossen. Want: het is een raadsel. En dus: zodra je weet waarom je er bent, weet je de weg naar buiten toe.

De kubus is dik en de witte verf die erop zit is mat. Er is niet langer iemand te zien. Zo werkt dat dan: je vergeet dat er een eventuele geliefde ergens is, laat staan je vrienden. Je vergeet zelfs dat je ouders hebt. Het is bijna een kermisattractie, het is raar joh, die kubus. Maar zo werkt het, zo werkt dat ding. Je zult vergeten dat er buiten nog een wereld is.
Natuurlijk – je kunt best dingen missen.
Wat ik bijvoorbeeld het meest mis is de natuur. Ik kan door het bos lopen en tussen de bomen staan, ze met mijn handen aanraken en voelen aan de schors, maar ik ben er niet. Ik ben, net als hij nu, overal afwezig.

Hoe je reageert op de kubus is hoe je reageert als je geconfronteerd wordt met de dood. Dat is de oplossing, dat is wat dat raadsel was.

En? Had je het goed?

Wat je bijvoorbeeld in de lente kunt doen: blijf dichtbij de dood, trek zijn kleren aan – het is er koud. En niet vergeten – nu goed nadenken, dan kom je er wel uit. Het begint gewoon met rustig nadenken en alles op een rijtje zetten – dat is wat er eerst moet gebeuren, dat is het eerste wat je moet doen.

 

picture062Sonja Schulte is kunsthistoricus. Ze presenteert Glasnost, een radioprogramma over kunst en wetenschap, recenseert beeldende kunst voor cultureel magazine 8WEEKLY en redigeert het Handboek voor een Optimistisch leven – de boekbundeling van literair magazine De Optimist, die deze zomer zal verschijnen. Ze schrijft essays voor De Gids en De Optimist en stukjes op sonjaschulte.com.

De nachttrein – And just get funky list’nin’ to the train

Mijn eerste nachttrein nam ik in 1987 met twee vrienden van Amsterdam naar Praag. Het was kerstavond, ’s ochtends om een uur of 6 kwamen we aan in München. We moesten overstappen en er een uur of twee doorbrengen. Het had gesneeuwd op deze prachtige kerstmorgen, het was nog donker in de stad toen we over het maagdelijk wit naar de grote kathedraal sloften, heel langzaam bewoog de stad naar ontwaken toe, de essentie van gezelligheid binnen aanschouwden we vanuit de schoonheid buiten. Bij het station dronken zwervers grote pullen bier.

Als je aan de nachttrein verslingerd bent geraakt word je een verzamelaar van trajecten. Mijn mooiste zijn: 1 Moskou – Peking, de langste, zeven dagen acht nachten Siberië. 2 Nairobi– Mombassa in Kenia, de fraaiste, damast gedekte tafels en zilveren bestek, een heuse gerant die de maaltijd serveert, naast de trein een antilope die meehuppelt. 3 Kunming – Guilin in China, een lange tocht door paddy’s, gebergten, bamboepluimen. De nachttreinen in China hebben een plezierige sfeer, de couchettes zijn open, zes bedden per afdeling, veel thee drinken, veel lachen.

IMG_2564
Java, vanaf het Balkon.

Oslo–Bødø, duizend tunnels, Bandung–Yogjakarta het mooiste landschap van Java, Jodhpur – New Dehli, vechten voor je plek, Christchurch – Greymouth, New-Zealand, de Alpen down under. 

Wat nog spectaculairder is dan het uitzicht op de buitenwereld is het gegeven dat het ritme van de trein je net op een niveau onder diepe slaap houdt. Je droomt je eigen reis dus.  Steeds te slaperig om wakker te zijn en te diep weg om echt te waken voel je de kilometers. Als je slilstaat hoor je spoorwegpersoneel roepen, mensen klimmen op de trein. Wanneer je het gordijn een stukje oplicht, zie je lampen en schimmen. Je hoopt snel weer te vertrekken, want dat ritme, daar verlang je naar, ergens tussen slaap en dans.

Caspar van Gemund, van Club Interbellum deed het ongelofelijke. Als liefhebber van de nachttrein organiseerde hij een festival op een trein: ‘ Donderdagavond 30 juni 2016: de Europe Endless Express vertrekt vanaf Amsterdam Centraal Station. Een ontdekkingsreis op een nachttrein van drie dagen, twee nachten door zes Europese landen. Aan boord bevinden zich kunstenaars, filosofen, theatermakers, wetenschappers, schrijvers en muzikanten. De route blijft geheim. Op zaterdag 2 juli zet de trein haar reizigers weer af in Amsterdam.’ (Klik hier voor meer.) Wat een droom van een project. Nu dromen we door over een nachttreinboek. Een die uitkomt…

Wat een mooi idee! De trein verbindt het Europese continent al anderhalve eeuw, waarom zouden we dat niet vieren zolang het nog kan?

Railroad man, van Bill Whithers:

‘He rode across the plains
He rode on a fruit freight train
The hauled bananas to Savannah
And wore bandannas made in old Japan’

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Tirade dankt en begroet: Maartje Smits en Sonja Schulte

Maartje, dank voor je mooie een veelgelezen bijdragen op de zondagen van januari. We hebben ervan genoten! Goddank laat je ons in goede handen achter: Sonja Schulte zal in februari voor Tirade bloggen.

Sonja is kunsthistoricus. Ze presenteert Glasnost, het Gronings radioprogramma over kunst en wetenschap, recenseert beeldende kunst voor cultureel magazine 8WEEKLY en redigeert het Handboek voor een Optimistisch leven – de boekbundeling van literair magazine De Optimist, die deze zomer zal verschijnen. Ze schrijft essays voor De Gids en De Optimist en stukjes op haar blog (sonjaschulte.com) over leven, dood, liefde en alle kunsten.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Willemijn Kranendonk"
    Willemijn Kranendonk

    Willemijn Kranendonk (1994) is schrijver en dichter, voor zowel kinderen als volwassenen. Haar werk verscheen o.a. in Tirade, DW B, Liegend Konijn en op Lilith Magazine, Revisor, De Internet Gids, Hard//Hoofd en De Optimist. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman die dit jaar nog uit zal komen bij Uitgeverij Van Oorschot en volgt ze de master Jeugdliteratuur aan de Universiteit van Tilburg. Mei 2022 verschijnt haar eerste kinderboek bij Uitgeverij Billy Bones.

  • "Foto van Marian van der Pluijm"
    Marian van der Pluijm

    Marian van der Pluijm (1997) is historica. Momenteel woont ze in Boedapest, waar ze Hongaarse Taal en Cultuur studeert. Voor VPRO-radioprogramma OVT maakte zij een documentaire over de Hongaarse dichter Miklós Radnóti. Zondag 7 november werd de documentaire uitgezonden op NPO Radio 1.

  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.