‘Een goede morgen met’ 11 (slot)

01:34:36

Tristan Murail, L’esprit des dunes (1993/1994); Ensemble Intercontemporain olv David Robertson.

01:50:31

We zaten in oude programmaboekjes te kijken wat we in de loop der jaren allemaal samen hadden gehoord en wat we ons nog goed, een beetje of helemaal niet meer herinnerden. Uit een programma van bijna twintig jaar geleden gleed een papieren zakje waarop stond: ‘Linzen verpakt in een loonzakje bij dit concert te gebruiken als ritme-instrument, de sambazak.’ Op de vraag of we ooit een loonzakje in handen hadden gehad, zouden wij tot dan toe overtuigd ontkennend hebben geantwoord, net als op de vraag of wij ermee geschud hadden. Het lamoenkoper dat ook in het programmaboekje zat, een vliesdun plaatje dat we zouden hebben gebruikt als handbekken, herinnerden wij ons evenmin. Hij rammelde er alsnog mee en stelde met spijt vast hoe beperkt zijn geheugen was. Wij zouden het staccatissimo hebben laten klinken tussen twee tango’s van Astor Piazzolla en een duo voor fluit en klarinet van André Jolivet, de linzen legato tussen twee op de cello gespeelde walsen van Prokofjev en het Allegro Rustico van Sofia Goebaidoelina en beide instrumenten tegelijk tussen Goebaidoelina en twee walsen van Sjostakovitsj. Werken in kleine bezetting, verbonden door wat in het programma geluidssculpturen werden genoemd. Klankbeeldhouwer, de gedachte zo iemand te hebben geassisteerd, beviel hem wel, zeker toen hij zag dat het een concert was geweest van het Nieuw Ensemble waarin linzen en koper waren gebruikt. Hadden wij toch ooit gespeeld in zijn favoriete ensemble, een ensemble zonder eerste viool, waarvan de muzikale ideologie haaks staat op het begrip Meester: mandoline, gitaar, klarinet, slagwerk, cello, accordeon, elk instrument is er evenveel waard. Van geen ander muziekgezelschap had hij meer programmaboekjes bewaard dan van dit ensemble. Het moet voor hem dan ook ondenkbaar zijn geweest een speellijst samen te stellen waarin het zou ontbreken.

Net als L’esprit des dunes, dat hij ook voor het eerst in een uitvoering door het Nieuw Ensemble had gehoord, is Kantrimiusik van Mauricio Kagel een klanklandschap. Maar daarmee houdt de overeenkomst op. Overheerst in het ene de indruk van manipulatie, in het andere lijken de op een boerderij voorhanden geluiden voldoende. Banjo, ukulele, mandoline, verschillende soorten gitaren en de geluiden van storm en regen, waaronder de muziek blijft doorspelen, moeten bij hem herinneringen hebben opgeroepen, ver terug in de tijd, aan avonden dat hij meeluisterde met zijn oudere broers naar het country- en folkprogramma Smoky Mountains Jamboree op de moeizaam ontvangen BBC.

Alles wat er aan muzikaal gejank en gehoempa denkbaar is, komt in deze muziek voor, als ernst en onernst tegelijk. Het is scherpzinnig muzikaal, het is authentiek melancholisch en het is tegelijk een stuk bordkarton met huizen, boerderijen, vee, weiden en velden erop vastgelijmd, een wereld waarvan je net zo makkelijk deel kunt uitmaken als een kind van de pastorale van een Gouden Boekje. Hij is even zelf dat kind, denk ik, een kind dat opgaat in die wereld van klanken. Eind jaren veertig: er loeit een koe, er kraait een haan, een ezel balkt, een hond blaft, de dorpsklok luidt, de motor van een tractor slaat aan. Hij tuft erop weg, een bordkartonnen boer die ervan overtuigd is dat de wereld van klanken waaruit hij voortkomt, de enige echte is. Wie weet gaat hij straks wel blokfluit spelen.

01:52:48

Mauricio Kagel, Kantrimusik, Pastorale für Stimmen und Instrumenten 15 – VIII (1973/1975); Nieuw Ensemble olv Ed Spanjard.*

02:00:00

* Niet op YouTube, wel op cd: Winter & Winter No. 910 150-2.

 

adzuiderent Ad Zuiderent (1944) is dichter, schrijver en criticus. Hij publiceerde onder meer de biografie van Gerrit Krol, Van Korreweg naar Korreweg. Zijn laatste dichtbundel is We konden alle kanten op (2011). Tot voor kort schreef hij over muziek voor de website Muziekvan.nu en vervangt Marko van der Wal op de vrijdag.

In de Oorshop

Zeven minuten

youtube‘Dit moet je zien.’

Ik zit met B. in de huiskamer, ze heeft haar iPhone gepakt. Het duurt even, B. kan het filmpje niet meteen vinden – in haar haast maakt ze een tikfout.

‘Ik heb hem! Kijk.’

B. draait het schermpje mijn kant uit. De verwachtingen zijn hooggespannen: vind ik dit Youtube-filmpje van een kat op een robotstofzuiger ook zo grappig, lach ik net zo smakelijk om deze obscure Australische comedian als B.?

Ik kijk vluchtig naar de lengte van de video. ‘Zeven minuten?’

‘Het is het waard, ik beloof het.’

Even zie ik B.’s verwachtingsvolle blik, ze glimlacht. Dan richt ik mijn blik op het scherm.

Verwachting werkt twee kanten uit: allereerst is er de verwachting van degene die het filmpje laat zien. Hier wordt in potentie een moment gecreëerd om later op terug te komen, een weet-je-nogje. Als de ander het filmpje leuk vond, kan degene die het liet zien nog eens met een link aankomen.

Maar de toeschouwer heeft ook verwachtingen. Afhankelijk van het aantal op aanraden van de ander bekeken filmpjes, maakt hij of zij een inschatting – hoe leuk gaat dit worden? Tegelijkertijd is de toeschouwer zich bewust van waar de zender op hoopt.

Er ontstaan een druk die doet denken aan wat deelnemers aan Extreme Home Make-over moeten voelen. Nadat hun huis is gerenoveerd, kunnen deze mensen niet anders dan enthousiast zijn: de make-over is gratis, iedereen die meehielp staat naast hen, het komt allemaal op tv. Ze moeten het leuk vinden.

Tientallen Youtube-filmpjes keek ik op aanraden van B., mijn kaken doen al zeer bij het idee dat ik weer door een video over komische apen heen moet. Wat mij betreft mag het verboden worden om elkaar filmpjes te laten zien die langer duren dan anderhalve minuut. Wie denkt B. wel niet dat ze is?

 

‘En dit dan?’ vraag ik. Op sommige dagen ben ik zelf de zender. Ik herinner me een kat die een medicijnpotje van een kastje gooit, of een film over een ufo die boven Zuid-Afrika strandt. Dolgraag wil ik dat B. de film ziet. Ik blijf erbij om haar reactie te controleren als een pyromaan die naar haar eigen brandje kijkt.

‘Hoe kun je nu denken dat ik dit goed vind?’ B. staat op en loopt de kamer uit. Ze zet thee, ze gaat iets anders doen, ik blijf achter op de bank. Het gevaar bestaat dat ik het nu ook ga zien, dat District 9 niet zo fantastisch is als ik dacht. De eerste keer dat ik deze satirische alien-film zag, vond ik hem geweldig.

Het is weer gebeurd: mijn verwachtingen namen een loopje met me. In mijn enthousiasme vergat ik na te denken over wat ik precies wilde laten zien. En aan wie. Had ik kunnen weten dat B. District 9 niet zou waarderen? Waarschijnlijk wel.

Eigenlijk is het maar ijdel om een ander iets te laten zien (of horen) dat jij briljant vindt. Het is ijdel en dwingend, dwingender dan wanneer je iemand een boek aanraadt. Hier zit je immers naast, met een blik die zegt: ik ga je nu het allergrappigste/-mooiste/coolste filmpje van de hele wereld laten zien, je moet lachen.

 

Voortdurend bestoken B. en ik elkaar met filmpjes van katten, schildpadden en Arjen Lubach die de vlooienmars speelt op Ivo Opstelten. We doen het om een connectie aan te gaan, een ervaring te delen, we doen het voor de potentiële weet-je-nogjes. Soms schieten we raak en vinden we elkaars vondsten te gek, vaak zitten we de tijd uit: zeven minuten of langer.

Laat ik in het vervolg, als ik een volledige speelfilm wil laten zien in plaats van een Youtube-fragmentje, mezelf afvragen of de toeschouwer in kwestie van science fiction houdt.

Verwachtingsmanagement, heet dat.

img_0970Marijn Sikken studeerde aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. In 2011 won zij zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now! Marijn is columnist voor CLEEFT.nl en publiceerde o.a. korte verhalen in De Titaan, De Optimist en Passionate Platform. In juli elke zondag op Tirade.nu.

 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Heldendom

tumblr_n031ratL781qaouh8o1_1280

True heroism is minutes, hours, weeks, year upon year of the quiet, precise, judicious exercise of probity and care – with no one there to see or cheer.

This is the world.

David Foster Wallace, The pale king

‘Een goede morgen met’ 10

01:20:19

Dimitri Sjostakovitsj, Prelude en Fuga, nr, 24 in d (1951); Tatiana Nikolajeva, piano.

01:32:12

Hij heeft er in de loop der jaren ook wel wat filosofen op nagelezen, meestal met een schuin oog. Zo gauw hij vermoedde dat de muziek waarover zij het hadden, zo zuiver moest zijn dat zij door geen mens kon worden gehoord, klapte hij het boek dicht. Hij kon nog wel warm lopen voor de opvatting van Schopenhauer dat, als muziek iets betekent, dat dat dan iets is wat aan ons diepste wezen raakt. En in zijn exemplaar van De wereld als wil en voorstelling stond zelfs een dikke streep onder de zin ‘Muziek is een onbewuste oefening in metafysica, waarbij de geest niet weet dat hij aan het filosoferen is.’ Toen ik hem vroeg of hij die woorden ook begreep, zei hij dat dat niet uitmaakte; het ging erom of een uitspraak voldoende uitdagend was. Als puntje bij paaltje kwam was onbegrijpelijkheid, niet weten wat er precies met je gebeurt, maar er wel een sterk vermoeden van hebben, voor hem een groot goed, zeker als het muziek betrof. En ja, dat was dan misschien wel iets metafysisch.

Maar toen hij iets verderop las dat composities als Die Jahreszeiten en Die Schöpfung van Haydn niet zouden deugen, omdat die niet ‘het ware wezen der dingen’ uitdrukten, maar louter verschijnselen uit de aanschouwelijke wereld nabootsten, brak zijn klomp. Was hij componist geweest, zei hij verontwaardigd, dan zou hij een anti-Schopenhauerklompendans componeren waarin dat breken duidelijk te horen was. Het is maar goed, zei hij, dat Schopenhauer nooit iets van Mahler heeft kunnen horen of van Ives of Messiaen, dat Kagel en Breuker hem bespaard zijn gebleven. Voor hem geen Central Park in the Dark, geen Des canyons aux étoiles, geen Lied von der Erde – wat een armoede.

En ook geen muziek die L’esprit des dunes heet, die voortkomt uit filmbeelden en landschappen. Dat in deze muziek van Tristan Murail bijvoorbeeld landschap en abstractie tot één geheel vervloeien en exotische folklore een fusie aangaat met verfijnde berekeningen, de strenge filosoof schijnt het niet te willen weten. Toch is het niet uit recalcitrantie dat hij L’esprit des dunes op zijn lijst heeft staan, lijkt mij. Het moet zijn vanwege de hele wereld aan klankherinneringen die daarin over je heen tuimelt, van het bewegen met de radioknop langs zenders op de korte golf tot het roepen van achterop de fiets in een tunneltje, van het gehum vanuit de onderbuik van Tibetaanse monniken tot de desolate geluiden van een woestijnlandschap; klanken en beelden die tegelijk een zo zuivere mix vormen dat je al luisterend niet meer denkt aan elk van de elementen afzonderlijk, maar samenvalt met de muziek.
Was dat de staat van wereldvreemdheid waarin je volgens Peter Sloterdijk terechtkwam als je naar muziek luisterde? Al viel er over die staat, waaraan hij graag refereerde, niet veel meer te melden dan dat je die ervoer, zo begreep hij het tenminste. Het had met oneindigheid van doen, met dromen die men zich niet eens meer herinnert en die ineens oplichten. Noem het mystiek. Noem het epifanie. Vind er maar eens andere woorden voor dan de mystici gebruikten. Is het daarom dat veel van de mooiste muziekstukken bij hem transformeren in landschapsbeelden? In heldere zon op pannendaken, regenvlagen boven het Kinselmeer, weids uitzicht na een bocht in de weg, het wonder van de tot eeuwigheid gestolde golven bij Zabriskie Point in Death Valley, het houdt niet op. Het zijn zijn beelden van wereldvreemdheid, denk ik.

01:34:36

Tristan Murail, L’esprit des dunes (1993/1994); Ensemble Intercontemporain olv David Robertson.

01:50:31

 

adzuiderent Ad Zuiderent (1944) is dichter, schrijver en criticus. Hij publiceerde onder meer de biografie van Gerrit Krol, Van Korreweg naar Korreweg. Zijn laatste dichtbundel is We konden alle kanten op (2011). Tot voor kort schreef hij over muziek voor de website Muziekvan.nu en vervangt Marko van der Wal op de vrijdag.

Voor altijd vast in de wasstraat

In de vroege middagzon in mijn achtertuin beleef ik zo’n moment waarop alles op zijn plek valt. Ik heb koffie bij de hand en geen telefoon, de poezen zitten in de buurt: we hebben een straatkatje van een half jaar oud geadopteerd uit Italië, tussen de drie dieren wordt weinig gevochten.

Naar mijn idee is geluk iets uit het verleden, iets dat je je altijd pas achteraf realiseert – toen was ik blij, toen was ik tevreden. Het is een onbeduidend moment, daar op dat bankje, onbeduidend genoeg om op een dag terug te keren in mijn geheugen als Iets Groots.

Als het over Deliverance gaat, gaat het ook over Calvaire. Van beide films gaat eenzelfde menselijke horror uit, een gelijk wereldbeeld. Calvaire is een Waalse thriller uit 2004. Zanger Marc strandt met autopech in een geïsoleerd dorpje. Daar wordt hij opgevangen door de treurige Bartel, die ervan overtuigd raakt dat Marc zijn weggelopen vrouw Gloria is. Opgevangen worden verandert in gevangen zijn. Het is een film zonder hoop, bij gebrek aan vrouwen moeten de varkens eraan geloven, fictie gruwelijker dan vele werkelijkheden. Fictie is vaak leerzamer dan feiten.

Opvallend genoeg is de belangrijkste scène uit de film er één waarin zowel Marc als Bartel niet voorkomt. Plottechnisch gezien kan de scène gerust weg, hij stuurt het verhaal niet vooruit: Bartel is zojuist de dorpskroeg uitgehoond. Marc zit, onder het bloed en in een oude jurk van Gloria, gevangen bij hem thuis. De camera blijft hangen in het kroegje.

De ruimte is klein en wordt verlicht door een groen schijnsel. Bier komt uit etiketloze bruine flesjes, er is geen tap. Het zit stampvol. De dikke reus, die we nog kennen van een ijzingwekkend fragment in de varkensstal, zit aan een klein tafeltje. Ritmisch buigt hij zijn kin naar beneden en weer terug, zijn vingers trommelen op tafel. Is het een glimlach, daar om zijn mond?

Zijn maat staat op, loopt naar de piano, blaast een wolk rook uit en ragt een laag akkoord aan, gevolgd door een hoger. Hij begint een melodie te spelen die alleen een duivel kan hebben verzonnen. Bovenop de piano staat een opgezette eekhoorn.

De dikke begint te dansen. Echt dansen is het niet, hij verplaatst vooral zijn gewicht van zijn ene voet naar de andere: links, recht, links, rechts, een hypnotiserend wiegen. Er staat nog een man op – dissociërende blik, aangekoekt hoofdhaar, zelfde vreemde motoriek. Al vlug staat bijna iedereen te bewegen. De dikke glimlacht zonder vreugde.

Dit is een oerscène, een die alles over de film zegt zonder het verhaal te vertellen. Dat hoeft geen complete scène te zijn, het kan evengoed een beeld zijn, heel kort, dat losstaat van alle andere elementen.

In Der Siebente Kontinent van Michael Haneke duurt het moment meer dan drie minuten, het is de opening van de film. Een gezin, vader moeder kind, zit in een auto in een wasstraat. Zeep druipt langs de ruiten, de moeder huilt. Als kijker kom je de film binnen met de wetenschap dat dit hun hele leven al aan de gang is. Hun hele leven voelt als die wasstraat. In Calvaire zijn ze niet fysiek aanwezig maar geldt hetzelfde: het leven van de hoofdpersonen is een kleine ruimte vol gestoorde mannen, Marc komt daar nooit meer van los en Bartel is er onderdeel van.

Der Siebente Kontinent moet Haneke’s antwoord zijn op de vraag hoe depressie voelt. Op welke vraag Calvaire het antwoord is, laat zich raden. De hel, dat zijn de anderen? Dat klopt – ze zitten allemaal in dat dorp.

Misschien telt het leven zelf ook oerscènes, of -momenten. Als dat waar is, zo leert fictie, dan zullen het zelden de meest voor de hand liggende gebeurtenissen zijn: geen huwelijken of begrafenissen, eerder iets kleins. Het kan een dans in een bar zijn of een wasstraat, misschien het gevoel dat alles klopt.

Vroeger had ik dat gevoel in het huis van een vriendin, een magisch huis met een hele brede trap en een verdwaaltuin: achter de rododendron bij de vijver vond ik een harmonie tussen mij en al het andere, ik was tien. Later had ik het bij een liefde in een auto, ik was zeventien. Toen wij het besluit namen het katje mee te nemen uit Rome, had ik het heel erg. Ik ben vierentwintig en alles moest zo zijn.

Ik vrees dat ik te gelukkig denk. Misschien is mijn oerscène of oermoment nog niet geweest, misschien is het een moment waar ik helemaal niet bij ben, iets groots of juist iets heel gewoons. Het kan duister zijn. Voorlopig hoef ik het niet te weten. Voorlopig zit ik in de tuin: drie katten, koffie, geen kroeg of wasstraat te bekennen.

 

img_0970Marijn Sikken studeerde aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. In 2011 won zij zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now! Marijn is columnist voor CLEEFT.nl en publiceerde o.a. korte verhalen in De Titaan, De Optimist en Passionate Platform. In juli elke zondag op Tirade.nu.

Poëzie uit Tirades spambox

Je hoofd moet op de vloer zo’n

routine kan weldadig zijn voor wie

moeite heeft in slaap te vallen of

schuld; we willen zeker weten dat

wie ons geld leent dit blijft doen

tegen een erg lage rente zoals

al haar schoolvriendinnen spelend

met de cavia ik kan haren knippen

nummers die ik doe zijn een.

 

Ze ging naar buiten om te kijken

vertelde mevrouw Fiet de krant,

meteen kwam het aan voegde hij

toe. Maar met deze romp wordt het

een langzaam vliegend varken

het delen van een huis zal je niet

raken. Twee dagen later, camelia

voor intense bevochtiging

(Engels is een onderwerp voor

dames en buitenlanders, natuurlijk;

allebei bieden een tijdelijke rente van

vier.)

IMG_0499Wytske Versteeg schreef Dit is geen dakloze, De Wezenlozen en Boy. Haar nieuwe roman, Quarantaine, verschijnt deze herfst.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Anja Sicking"
    Anja Sicking

    Anja Sicking schrijft romans en essays. In haar laatste boek, De visionair, onderzoekt ze via de verbeelding
    hoe de toekomst eruit zou kunnen zien.

  • "Foto van Tim Veeter"
    Tim Veeter

    Tim Veeter

    Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

  • "Foto van Ida Blom"
    Ida Blom

    Ida Blom schrijft proza en essays. Haar werk verscheen op papieren helden.