Catwalk

I) Grand Hotel Karel V

‘Hoe was ’t eigenlijk bij Liesbet en Aaron?’

‘Kraamvisites zullen nooit m’n favoriete tijdpassering worden, maar ze waren zó lief samen, Saar… Je had Aaron moeten zien… Hij was zó trots, zó gelukkig… ’t leek wel of ie licht gaf… Wilde per se dat ik z’n dochtertje vasthield… hij stond helemaal te stuiteren: is ’t niet net alsof de zon vanuit de hemel zó in je armen is gevallen? Hier… ik krijg wéér kippenvel.’

‘Jij hebt altijd al een zwak gehad voor Aaron.’

‘Wie niet?’

‘Ja, da’s waar. Eind goed, al goed?’

‘Het lijkt er wel op.’

Rosanne’s wangen zijn nog helemaal rood. Als Sarah haar probeert te zoenen, steekt Rosanne haar neus in Sarah’s haar en zegt: ruik jij nou zo lekker of zijn het die bloemetjes aan de muur? Ze lachen.

Nadat Rosanne in de badkamer is verdwenen, trekt Sarah werktuiglijk de lade van het nachtkastje open. In plaats van Het Nieuwe Testament ligt er een roman. Aphinar. Liefde. Theater. Grand Hotels. Haar schoonheid overstraalde de zon. Boring. Ze sluit de lade, strekt zich uit op het bed en gaat met haar handen onder haar hoofd naar de hemel liggen kijken.

Gierzwaluwen die door de lucht scheren. Het carillon van de Dom. Geroezemoes op het terras om de hoek. De zoete geur van gras en bloemen. Een spoortje gegrilde vis. Het malse geritsel van boombladeren bij windkracht 4.

In de badkamer begint Rosanne te zingen. Met kopstem. Gerard Joling. Maak me gek.

 

II) ‘Je was twee keer per jaar gelukkig’ – Yves Saint Laurent

Film: Yves Saint Laurent (2014);  Regie:  Pierre Niney;  Genre: biopic.

In Anni Felici – daarover straks meer – zit een mooie bijrol van een kunstcriticus die een kunstenaar uitlegt dat je bij goede doeken/boeken/beelden de sensatie hebt dat niet jij het werk, maar het werk jou beoordeelt. Nou, dat gevoel bekruipt je bij YSL geen moment. Van de film leren we dat modeontwerper YSL (1936-2008) maar twee keer per jaar gelukkig was: in de lente en in de herfst, steeds als hij een nieuwe collectie af had dus.

De film – verteld vanuit het perspectief van YSL’s weduwnaar Pierre Berge – gaat meer over YSL’s psychische en relationele akkefietjes dan over z’n oeuvre. De vertelstijl van de film evolueert met de veranderende tijdgeest en met het oeuvre van YSL, dat is geinig gedaan, maar de film over de toegepaste kunst die YSL bedreef, blijft zelf ook te dienstbaar, sympathiek, eenvoudig en ongevaarlijk om van cinema Cinema te kunnen worden. Tenenkrommende troop in dit soort biopics: genie krijgt Idee (schilderijen van Mondriaan op jurken!) en begint dat Idee dan onmiddellijk als een bezetene uit te werken. Hahaha, schitterend! O, is het niet grappig bedoeld? Wel sympathiek: YSL was bijna te bescheiden om aan het einde van z’n shows zelf de catwalk op te komen.

Eindoordeel: twee met een zijwaartse slag van een mes onthoofde, gekookte kippeneieren (2/5).

III) Sunny

O, wat een heerlijke, lauwe lenteavond! Sunny draaft door de straten, verder en verder van haar eigen wijk… Haar litteken trekt niet meer, haar vacht is weer intact, haar levenslust op volle sterkte… Zo ver van huis heeft ze zich nog nooit gewaagd… Met een beetje geluk kan ze straks misschien wel ergens een jong vogeltje doodbijten! Ze rent onder de platanen op de Mariaplaats door, de Springweg in… Ter hoogte van Café Springhaver begint ze haar pas te vertragen… Ze plaatst haar pootjes nu heel secuur – alsof de klinkers pianotoetsen zijn waarop ze een melodie probeert te spelen. Bij Grand Hotel Karel V slaat ze de hoek om, schrikt van het volle terras en schiet tussen tafelpoten en mensenbenen door een grindpad op, de grote keuken langs, een gazon over en dan via de wingerd langs de gevel omhoog, de dakgoot in. Voetje voor voetje, en toch dansant, loopt ze over de grijze catwalk langs de hotelkamerramen – totdat ze in één van de kamers twee vrouwen op bed ziet liggen. Naakt! Bloot! Zonder kleren! Bijna vachtloos! Het is potverdorie maar goed dat Sunny niet op mensen valt – anders was ze nu van pure verontwaardiging opwinding uit de dakgoot gesodemieterd. De vrouwen liggen op hun zij. Ze kussen en strelen elkaar. Tjonge, jonge, jonge wat een tijdverspilling! En dat op zo’n mooie avond! Bij zulke luiwammesen zou Sunny nooit in huis willen wonen! Ze trippelt  snel weer verder. In het gazon, beneden, trekt een merel een roze sliert uit de grond, een regenworm. Sunny taxeert de afstand van goot tot vogel.

IV) ‘Ben je met haar naar bed geweest?’ – Anni Felici

Film: Anni Felici; Regie: Daniele Luchetti; Genre: DRAMAAAAAAAAAAA.

Een beeldhouwer maakt middelmatig werk. Na een suffe, mislukte performance in Milaan waarbij hij zich door modellen/mannequins in creaties van verf laat hullen, ziet hij zijn artistieke onbeduidendheid in. Zijn vrouw wil zich (ook) ontplooien en neemt de kinderen mee naar een lesbisch-feministisch zomerkamp. Hahaha, schitterend! Of is het niet grappig bedoeld?

Nadat Hij Jan Cremer zijn neukpartijtjes heeft opgebiecht, valt het gezin uit elkaar en vindt de Kunstenaar, Guido heet ie, de kracht en de vrijheid om beelden te scheppen die er wel toe doen. Anni Felici is: banale personages, banaal verhaal, conventionele compositie – maar dankzij camerawerk en seventies art direction is het prettig kijken. Bovendien speelt het verhaal in Italië. De film telt opvallend veel mooie close ups en ook de achtergrondgeluiden op de score (gierzwaluwen boven Rome, nachtelijk geblaf) zijn goed gekozen/versterkt.

Anni Felici is, net als Yves Saint Laurent, een typisch voorbeeld van wegwerpcinema – aardig vertier voor wie even niets beters te doen heeft.

Eindoordeel: twee wuivende oleanders (2/5).

V) Bloed

‘Ik moet gaan liefste, echt.’ Rosanne heeft haar lange, donkere haar opgestoken. Zonnebril op ’t voorhoofd, autosleutels in de hand. Buiten donkert het. Vleermuizen, maanlicht.

‘Ik ga je missen,’ zegt Sarah.

‘Ik jou ook. Wanneer kom je naar Den Haag?’

‘Vrijdag.’

‘Had je de recensie van Anni Felici nog bekeken?’

‘Hè? Ton denkt dat we bij Yves Saint Laurent zitten.’

‘Die draait niet meer, muts. Heb je je telefoon bij je?’

‘Natuurlijk, ik bekijk de trailer nog wel even.’

‘Oké, au revoir, liefste.’

‘Ciao, amore.’

Sarah loopt naar het open raam. Even later ziet ze hoe Rosanne, prachtig rechtop, via de binnentuin richting Springweggarage loopt. Ze kijkt niet omhoog. Achterin de hoteltuin, buiten het schijnsel van de buitenlampen en nagenoeg onzichtbaar voor Sarah, sluipt een witte poes. Het is Sunny. Onder haar nagels kleeft bloed.

Tirade – opmerkzaam.

Soundtrack (via autoradio Rosanne): Vivaldi – Primavera.

Volgende week: discussiëren & repeteren – Liesbet & Aaron in de Snijzaal.

Schilderij boven: John van ’t Slot.

In de Oorshop

Orgastisch Ja

Europa = de grenzeloze, voorverpakte onbenulligheid van het Eurovisiesong-festival, terwijl aan de zuidgrenzen van het Schengengebied dagelijks boten met Syrische vluchtelingen aankomen, als ze het geluk hebben gehad niet te zijn verdronken.

Maar is het niet juist die onbenulligheid, of beter gezegd de mogelijkheid zich aan onbenulligheid over te geven, die de bestemming heeft bepaald?

Neem een kijkje in een willekeurig stadje of dorp in Nederland, en je weet al de uitslag van de komende Europese verkiezingen: de SP heeft op alle straathoeken guerrillareclameborden neergezet met een even duidelijk als cartoonesk NEE. D66 heeft op de officiële aanplakborden keurig haar orgastisch JA geafficheerd; En dan staat er nog in een enkel weiland de lusteloze boodschap: Stem CDA.

Naar verluidt zijn de grote landelijke partijen pas laat de verkiezingscampagne gestart, omdat ze vooral geen mensen op het idee wilden brengen te gaan stemmen; dat zou vast een tegenstem opleveren.

De Speld heeft een eigen Stemwijzer uitgebracht, maar de werkelijke Stemwijzer is geestiger.

Stel je een vent voor met een kotshekel aan Chinees eten, en die toch een complete vragenlijst krijgt voorgelegd waarbij hij moet kiezen welke van de Chinese gerechten op de kaart hij het lekkerste vindt en hoe ze volgens hem het beste kunnen worden klaargemaakt. Dat is zo’n beetje wat de PVV moet doormaken met deze Stemwijzer. Het getergde antwoord op de vraag of de EU zich sterk moet maken voor de invoering van een minimumloon: ‘Het enige waar de EU zich sterk voor moet maken is haar eigen opheffing.’

De PVV is een toonbeeld van eloquentie vergeleken met de bondige, zo niet botte antwoorden die de VVD op de vragen geeft, soms beperkt tot ‘Eens’ en ‘Oneens’. De afweging is ook simpel: als  het om maatregelen gaat die de macht van multinationals beperken (gelijke vennootschapsbelasting in Europa, een heffing op financiële transacties om ongewilde speculatie tegen te gaan), dan wil de VVD niet dat ‘Brussel’ daarover beslist. Als het echter gaat om de mogelijkheid dat lidstaten los van Brussel bepalen of mensen zonder papieren een generaal pardon krijgen, dan is juist een eenvormig verbod gewenst. ‘Brussel’ wordt in dat geval niet genoemd.

Brussel is fout, Nederland is goed. Een land waarvan de macht structureel overschat wordt.

Dan D66. Op de vraag ‘Moet er een minimumloon in Europa worden doorgevoerd, waarvan de hoogte per land wordt vastgesteld?’, antwoordt D66 uitgebreid. De partij is tegen, ‘vanwege de verschillende economische omstandigheden per land’. Maar met dat verschil wordt toch rekening gehouden in de vraag, de hoogte zou immers per land verschillend zijn. Vervolgens het minimumtarief voor vennootschapsbelasting. D66 is opnieuw tegen en zegt liever belastingparadijzen aan te pakken. Maar dat was dus de vraag niet, V66.

De analyse dat Europa – met talloze miljarden redde het de bankensector van de zelfgeschapen implosie en organiseerde ondertussen een steeds scherpere concurrentie aan de onderkant van de arbeidsmarkt – steeds meer gezien wordt als een anonieme macht die niet langer voor welvaart zorgt, maar juist de welvaartstaat ondermijnt, lijkt me in alle opzichten redelijk.

Je gaat stemmen in de hoop dat daar verandering in komt.

Frank Keizer dichtte in de laatste nY:

 

Schrijven, heel simpel

gezegd, is het overbrengen

van informatie, schriftelijk

doorgaans, en dan bedoel ik niet het voorverpakte

product, maar het gestommel

van lichamen die zich de taal in denken

zodat ze het leven

anders gaan leven;

 

Frank Keizer, wat is jouw stemadvies?

 

 —————

Rovers-De-zon-is-het-probleem-nietDaniël Rovers (1975) is schrijver van de essaybundels Bunzing en De figuur in het tapijt en de romans Elf en Walter. Met Iannis Goerlant vertaalde hij David Foster Wallace’ De bleke koning. Deze maand verscheen zijn bundel (anti)reisverhalen getiteld De zon is het probleem niet. In Tirade 450 publiceerde Rovers een tirade tegen zichzelf. En in het voorlaatste nummer van Tirade, Tirade 453, publiceerde hij het verhaal The Killing Fields.

 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Pegasus

Vrijdag poëziedag. Hieronder zes regels uit Peter Verstegens nieuwe Venus & Adonis vertaling. Het paard van Adonis is verliefd, of hoe noem je dat bij dieren, op een merrie. Hij breekt los voor haar, waarna Shakespeare dicht/Verstegen vertaalt:

Soms draaft hij weg en blijft van ver staan staren,

Soms schrikt hij van een warrelend veertje, maar

Hij tart de wind zijn vaart te evenaren,

Hij galoppeert, hij vliegt, je weet niet waar;

De wind zingt door zijn manen en zijn staart.

Die donzen vleugels geven aan dit paard.

 

Even later verdwijnen merrie en hengst, zo snel als een vlucht kraaien, naar een bosrand.

William Shakespeare, Venus en Adonis (1593), Van Oorschot (2014).

Voor heel veel hedendaagse liefdespoëzie: zie Tirade 454.

 

The La Superba Chronicles

Ik had nog nooit iets van Ilja Pfeijffer gelezen voordat we in het laatste nummer van Tirade een gedicht van hem opnamen.

Hoewel Tirade 454 barstensvol juweeltjes zit, zal Pfeijffers Zestiende idylle me het meest bijblijven. Het zette me ertoe aan La Superba te kopen, en dat terwijl ik de kinderachtige neiging heb nooit iets te willen lezen wat de rest van Nederland ook mee op vakantie neemt. 

Het lijkt me niet nodig het boek hier te bespreken. Laat ik zeggen dat ik ervan genoten heb, en zowel sterke identificatie met, als afkeer van de hoofdpersoon heb gevoeld. La Superba doet wat een boek  – of eigenlijk alle tekst – volgens mij moet doen: de lezer meeslepen. Het maakt niet uit of de wereld waar ik heengesleurd word een mooie of lelijke is, of ik me erin thuisvoel of hem afstotelijk vind, als ik er maar volledig in verdwijnen kan. 

Ik stel een nieuwe schaal voor waarop fictie gemeten kan worden. Laten we het de vijfde smaak in de literatuur noemen, vergelijkbaar met wat in culinair Japan Umami heet. Ervan uitgaande dat boeken op een aantal schalen (stijl, verhaal, personage, originaliteit, beelden, etc.) beoordeeld kunnen worden, wil ik dat de ‘dwingendheid’ – Lumami? Ik sta open voor suggesties – van fictie de plek in dat rijtje krijgt die hij verdient.

images-2

Maar is die dwingendheid niet gewoon het gevolg van een goede score op een aantal van de al bestaande schalen?  

Dat denk ik niet. De boeken van Anne Rice scoren namelijk heel hoog op mijn Lumami-schaal, terwijl niemand zal roepen dat ze zo vreselijk literair zijn. Haar werk is op elk vliegveld te koop en een heel probaat middel tegen vliegangst, kan ik uit ervaring melden. Als je met woorden voor elkaar krijgt dat ik bij het opstijgen onder zware turbulentie nauwelijks aan een gruwelijke dood denk, is je tekst behoorlijk dwingend. 

Ik hoop dat juist de kloof tussen de oeuvres van Pfeijffer en Rice duidelijk maakt hoe groot het bestaansrecht van de Lumamischaal is. 

Wat u?

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Het Brazilië van Darius Milhaud

Darius Milhaud

Louis van Gaal heeft laten weten wie waarschijnlijk meevoetballen in Brazilië. Ik behoor tot de minderheid van mensen die in deze zin alleen blijft hangen aan het woord ‘Brazilië’. Daar ben ik niet trots op, maar ik heb het gewoon niet geleerd. Voetballen wel, dat deed ik als kind graag, maar als andere vaders naar Studio Sport keken, las mijn vader de krant. Ik heb het niet geleerd te houden van kijken naar voetbal. Maar Brazilië! Recentelijk leerde ik twee componisten kennen die zich tot dat land verhouden. De bekendere Heitor Villa-Lobos die en fascinerende link maakt tussen echt Europese en echt Latijns-Amerikaanse muziek in zijn  Bachianas Brasileiras, op Bach geïnspireerde composities die een gevoel van Bach geven, maar gelatiniseerd, geëmotioneerd zou je kunnen zeggen. Dit is de bekendste. (Met Kiri Te Kanawa)

Recenter vond ik een ander voorbeeld van creolisering, vermenging van muziekstijlen, bij Darius Milhaud, dat is een bijzondere figuur!  Milhaud reisde veel en bezocht in 1917/18 Brazilië en schreef later de  Saudades do Brasil (1920), Op. 67, een compositie van twaalf dansen voor piano die een tango of sambaritme hebben en geïnspireerd zijn op en genoemd naar evenzoveel buurten van Rio de Janeiro. Deze opname van 1928 in een bewerking voor viool en piano is mooi en krakerig. (Francis Koene op viool.)

Die Darius Milhaud, van Joodse komaf, emigreerde in 1940 naar Amerika en gaf les, ook aan grootheden in een ander genre als Dave Brubeck, die zijn zoon later Darius noemde en Burt Bacharach. Milhaud vertelde Bacharach eens, ‘Don’t be afraid of writing something people can remember and whistle. Don’t ever feel discomfited by a melody.´

Ik luister nu chronologisch naar alles wat ik van Milhaud kan vinden, hij is een componist bij wie ik me zeer goed voel, een mix van begrip en onbegrip die noodzakelijk is voor het echt luisteren naar muziek. Dan over Brazilië. Ik wil er zo graag heen… Om te zien of er iets te herkennen is van wat deze zes  favoriete boeken tonen: Autran Dourado Opera der doden, August Willemsen Braziliaanse brieven (een van de meeslependste brievenboeken ooit), Dalton Trevisan, geweldige korte verhalen)  João Guimarães Rosa, Diepe Wildernis, de wegen – een echt meesterwerk en Joaquim Maria Machado de Assis De postume herinneringen van Brás Cubas, of de gedichten van Carlos Drummond D’Andrade.

Maar niet deze zomer.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

‘Ik had helemaal schijtgenoeg van het toneelstukje’ – tepelstickers

‘Mijn vriend Ilja Leonardo is dichter,’ zei Monia.

‘Wat dicht hij dan zoal?’ vroeg de vrouw des huizes.

‘Gedichten,’ zei Monia.

Het hoofdgerecht was konijn op Ligurische wijze, met aardappels en olijven. Er werd een exclusieve rode wijn bij geserveerd. En ik had helemaal schijtgenoeg van het toneelstukje. Tegen alle regels van de etiquette in pakte ik de fles van tafel om mijzelf bij te schenken. Dat betekende dat ik nooit meer zou worden uitgenodigd, maar des te beter. Het had echter een averechts effect. Ze vonden dat onbeschofte gedrag leuk van mij. Ik was waarschijnlijk de eerste in vijf eeuwen die het had aangedurfd om in hun huis de ijzeren wetten der wellevendheid te schenden. Ik was een dichter, nietwaar? Dat had ik met deze bruuske daad maar mooi bewezen. Lachend zetten ze zes flessen op tafel. Monia leek daarover nog meer verheugd dan ik.

Ilja Leonard Pfeijffer, La superba (2013; p.185/186).

Morgenavond wordt in het Amstel Hotel (Amsterdam) een literatuurprijs van een grote boekhandelsketen uitgereikt. Ilja Leonard Pfeijffer is één van de genomineerden. Hoewel prijzen me onverschillig laten, kan ik niet ontkennen dat ik het jammer vind dat zich onder de genomineerden slechts één auteur van een zelfstandige uitgeverij bevindt, namelijk Tom Lanoye (Gelukkige slaven).

God, literaire prijzen… ze verschaffen uitgeverijen een autoriteitsargument waarmee verstandelijk beperkte lezers wellicht kunnen worden overgehaald een boek alsnog te kopen. Daarmee hebben prijzen een sociaal-culturele en, vooral, een economische functie. Prima. Maar vanuit het soevereine gezichtspunt van de Literatuur, vanuit het gezichtspunt van de Kunstenaar horen prijzen, instituten en vooral jury’s tot het terrein van de kitsch… Poshlost dient te worden bestreden, geprovoceerd, bespot en weggehoond… Vergadersukkels! Representatieve pakdragers! Castraten! Hahaha… boehoe!

Afijn… we zullen zien of er morgen een auteur opstaat – letterlijk – die het lef heeft De Grote Boekhandelsketenprijs 2014 te weigeren… Flikker toch op met je wisselgeld… vijftigduizend euro… dat verdient een hartchirurg per maand… Net als juryvoorzitter, presentator en muziekliefhebber Paul Witteman trouwens… Ik geloof ook dat –

‘Hé, schrijver… vertel es een verhaal!’

Tepelstickers

Met twee of drie anderen rent Sarah over het grauwe perron naar de enige coupé met openstaande deuren… Ze probeert oogcontact te maken met de conducteur, maar die is veel te druk met zijn fluitje. Het is vol op het balkon… gelukkig maken de anderen ruimte voor haar… De prullenbakken lopen over… Komt doordat de schoonmakers nog steeds staken, lekker. Het fluitsignaal.

Als de trein zich in beweging zet, kan Sarah ontspannen. Het zweet staat op haar rug en op haar voorhoofd. Daglicht! Het IJ, kantoren, het Muziekgebouw, huizen.

Overal staan, zitten, hangen andere reizigers. Sarah haalt haar telefoon tevoorschijn. Geen dringende berichten. De band van haar grote werktas drukt op haar schouder, maar ze heeft geen zin om haar tas op de smerige vloer te zetten. Ze zoekt in het grote bergvak van haar tas naar de filmrecensie die ze op kantoor heeft uitgeprint. Ton past vanavond op de kinderen, zodat zij met Rosanne naar een film over het leven van Yves Saint Laurent kan. Rosanne heeft de film uitgezocht. Op vrijdag gaan ze vaak winkelen samen. En lunchen.

Op Amsterdam-Amstel stapt een jonge jongen in met een vrolijk gezicht. Krullen, donkerblauw pak. Hij blijkt een bekende van twee meisjes die achter elkaar op de trap naar de eerste klas zitten. Jongen en meisjes kennen elkaar van hun studie. De jongen werkt nu bij een communicatiebureau waar hij het enorm naar zijn zin heeft. ‘En jullie dan?’ De meisjes vertellen dat ze stage lopen bij een bedrijf dat feestkleding ontwerpt. ‘Oké,’ zegt de jongen.

‘Ja, maar iedereen zit beneden in mooie werkruimtes, alleen wij zitten weggestopt in een soort glazen hok met een dak van golfplaat.’

‘Als twee huisdieren,’ zegt het tweede meisje. Ze heeft een Brabants accent.

De twee vertellen wat het bedrijf allemaal ontwerpt en produceert: clownspakken, laarzen, pruiken, glitterjurken, boerenkiels, verpleegsters-uniforms, piccolojasjes, cowboypakken.

‘Ontwerpen jullie dat ook allemaal?’ vraagt de jongen. Hij lijkt onder de indruk.

‘Mmm… nou… Wij doen meer de kleine dingen,’ zegt de Brabantse.

‘Ja’ zegt haar vriendin. ‘Op het moment ontwerpen we tepelstickers.’

Sarah kijkt op van haar uitdraai en ziet hoe tien, twaalf mannenhoofden zich in de richting van de meisjes hebben gedraaid. Het is niet moeilijk om te raden tegen welke visioenen al die gistende kantoorkoppen nu vechten… Stond ze hier met Rosanne dan hadden ze, net als vroeger, meteen de slappe lach gekregen. De rest van de reis kijkt Sarah tussen de schouders van twee andere forsensen door naar het langsflitsende groen. Het balkon stinkt naar zweet en testosteron.

Op Utrecht Centraal gaan de pneumatische deuren steunend open; het geluid van stoom dat via een ventiel aan een ketel ontsnapt. Sarah stapt als één van de eersten het perron op – een veulen dat vanuit een donkere stal de wei in loopt.

Tirade – licht, lucht, ruimte.

Soundtrack: Kedeng, kedeng – Guus Meeuwis.

Volgende week: Yves Saint Laurent – en meer.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Senna Felius"
    Senna Felius

    Senna Felius (1997) is dichter. Ze studeert filosofie en Arabisch en woont in Egypte. Haar poëziedebuut staat in Tirade 487.

  • "Foto van Menno Hartman"
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.