Contemporain (2)

 rh

Zowel bij Agamben als bij Badiou is het wervelgedicht uit 1923. Alleen heet het bij de een ‘Eeuw’ en bij de ander ‘Mijn eeuw’. De notoire openingsregels zijn niet alleen verschillend, maar zelfs in aantal ongelijk.

Agamben, in de vertaling van Willem Visser: ‘Eeuw van me, beest van me,/ Wie zal jou in de pupillen kunnen loeren/ En met zijn bloed/ De wervels van twee eeuwen/ Aan elkaar kunnen lijmen?’ Badiou, in de vertaling van Charles B. Timmer: ‘Mijn eeuw, mijn beest, wie is in staat/ zich met jouw blikken te vervlechten/ en met zijn bloed als preparaat/ twee eeuwen wervels saam te hechten?’ Het tussenliggende millennium is voelbaar tot in de lettergrepen!

En, wat een overvloed, er zijn nog twee Nederlandstalige gebundelde versies. Nina Targan Mouravi doet het, net als haar boek zonder datering, onder de titel ‘De eeuw’, Peter Zeeman onder de titel ‘Tijdperk’, en hij mikt op een ontstaan in 1922.

Mouravi vervolgens: ‘Eeuw, mijn beest, wie is die durfal/ Die jouw zware blik niet mijdt/ En twee eeuwen-ruggenwervels/ Met zijn eigen bloed verlijmt?’ En Zeeman: ‘Mijn tijdperk, o mijn beest, wie kan/ jou zomaar in de ogen kijken/ en met zijn bloed de wervels van / twee eeuwen aan elkander lijmen?’ Zou er ook nog verschil zijn tussen vertalingen van mannen en vrouwen?

Wie wil zeggen welke vertaling de beste is, kope een ruggengraat.

In de Oorshop

Contemporain (1)

Als Nederland inderdaad vooral aan het terugdeinzen is voor de begroting van Prinsjesdag en als het eindelijk bereikte akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde in België tegenstemmen in en rond de partijen doet opgaan, als het ene deel van de wereld een nieuwe kredietcrisis vreest en als het andere, iets grotere deel wederom een hongersnood, dan moet de conclusie haast wel zijn dat het vroeger beter was. Maar waar hebben we het in dat geval over?

Aan het begin van het elegante boekje Naaktheden stelt Giorgio Agamben: ‘Wie “mijn tijd’’ kan zeggen, deelt de tijd, schrijft er een cesuur in en een discontinuïteit; en juist door deze cesuur, deze interpolatie van het heden in de inerte homogeniteit van lineaire tijd, zet de contemporain een bijzondere relatie in werking tussen de tijden.’ Om vervolgens het bewijs te leveren met gave analyses van onze actualiteit langs historische fenomenen. Meer bijzonder dan voorspelbaar vind ik dat hij daarvoor ook dat gedicht van Osip Mandelstam inzet, met het onvergetelijke beeld van de wervels van twee eeuwen die aan elkaar moeten worden geplakt. Alsof eraan herinnerd dient dat contemporainiteit ontspringt uit een heden, gebruikte Alain Badiou in De twintigste eeuw hetzelfde gedicht voor een doorlichting van de tijd. Maar dat was op basis van een seminar dat in 1998 van acquit ging, terwijl Agambens bundel stamt uit 2009 – er zit een millenniumwisseling tussen.

En nog iets.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Achterkant van het gelijk

‘The words I speak I cannot revise’, schreef Timothy Liu.

Zou Edgar Davids inmiddels, nu hij raad van commissaris is, snappen waarom, als kameleon tussen de blanke en de zwarte spelers van het Nederlands Elftal, toenmalig bondscoach Hiddink zijn head in player’s asses stak? Vervolgens had Hiddink ingecalculeerd dat, ter verbroedering, de betreffende ani zouden zingen (Augustinus, De Civitate Dei, XIV, 24).

Wa?

 babytaal

Is babyspeak universeel? In het gedicht ‘Bevindingen’ uit de bundel Nu je het vraagt (2010) somt Micha Hamel per regel één in spreektaal gestelde positieve kwalificatie op, die hij laat voorafgaan door een jaar. Dit loopt van 1970 tot en met 2009, zodat de in het openingsjaar geboren dichter geschiedenis & ontwikkeling van zijn idiolect geeft. Uiteraard is dat door de omgeving beïnvloed. Het voorlopige eindoordeel ‘mooi’ klinkt droogjes tegenover vele efemere kwalificaties uit de jaren ervoor. En het maakt de cirkel rond, omdat Hamel 1970 koppelt aan ‘mo’.

Zelf heb ik een Nederlandstalige nuljarige nooit een andere klinker dan een ‘a’ horen uitslaan en sporadisch een ‘i’. In Arabische talen zou hetzelfde voorvallen. Elke mond moet klanken leren vormen, samen met de tong. Dit verklaart de trefzekerheid van een benaming als dada, maar ook waarom Herman Brood in euforische buien cha cha riep: de uitstoot van als puur gepercipieerde klanken, linea recta uit de keel. Aan een ‘o’ komt al heel wat lippenwerk te pas (Broods andere tussenwerpsel pop markeert een volgende fase en daarna stopt het gebabbel en geoordeel nooit meer).

Bij babytweeklanken lijken versvoettechnisch de spondee en de trochee te domineren. En dus geen jambe, diep ingebakken in de westerse poëzie – die tegen haar intuïtie in ging?

Diana

 diana_actaeon

Hoe is het mogelijk: verdwenen! Zolang ik woon waar ik woon, een jaar of vier, hing er op een uitvalsweg een groot reclamebord met een foto van het bovenlijf ener volslanke dame, ‘afslag Wernhout’. Dat ligt zeker zestig kilometer verderop. Dus ofwel zijn Belgen, nochtans uitvinders van de broek vol goesting, virtuoze stoïcijnen ofwel had het adverterende bedrijf vertrouwen in der dames aura. En in de eigen naam: Club Diana. Wielerliefhebbers verwijlen dan onmiddellijk in de Tour de France, toen de Club zijn eigen volgwagen had bij de ploeg PDM, waar zoonlief Jan Siemons voor reed. Het was een bus eigenlijk, van alle gemakken voorzien. Dit heeft in ieder geval ook indruk gemaakt op een Nederlandse singer-songwriter, die zijn band herdoopte onder die naam. Wel was hij heel begaafd en altijd doende en, alweer tweeënhalf jaar geleden, bleek hij een voorloper van Mohamed Bouazizi.

(Alvorens dit postzegeltje te plakken ging ik het web op om het geheugen te confronteren. Nu beweer ik allerminst dat internet onberispelijk is in zijn waarheidsvinding, maar voor de goede orde:

-Wernhout > Zundert

-Club Diana > Sauna Diana

-PDM > TVM

-Bandnaam geïnspireerd op een uitspanning te Mook

Helaas vindt de staat van de singer-songwriter geen correctie. Hij had een vrouw en drie kinderen, Beth, Maan en Kid.)

Wonder

Het zomernummer van Poetry Review had een dossier met de vraag waar de nieuwe politieke poëzie uithangt. Mijn aandacht ging naar Ian Duhig die een verschil schetst tussen lokale en academische percepties. Dat laatste is altijd obligaat, vind ik, maar de dichter betoogt met veel bravoure en werkelijkheidszin over nieuwe sociale kloven die in Amerika en Engels ontstaan zijn. En over de aandrift serieuze narigheid immer elders waar te nemen. Zijn zoon, vertelt Duhig, zal zwaar moeten betalen voor een opleiding die zwakker is dan vader ooit in de avonduren gratis kreeg. ‘If poetry begins in wonder, such stupefying political changes could not fail to influence mine, as they do many other poets now, writing in many different ways.’ Ian Duhigs eigen ouders komen trouwens uit de veelsproken EU-natie Ierland, waar investeringsbanken vrolijk voortdoen terwijl een groot ziekenhuis wegens bezuinigingsronden zijn patiënten niet meer kan behandelen. Maar dat laatste schijnt geen principieel probleem met al dan niet privé-gesponsorde buren. Moet je dichterlijk of gezond zijn om dat ongerijmd te vinden?

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • "Foto van Hans van Pinxteren"
    Hans van Pinxteren

    Hans van Pinxteren is dichter en vertaler

  • "Foto van Gigi Müjde"
    Gigi Müjde

    Gigi Müjde studeert in augustus 2025 af van de schrijfopleiding met een gemoderniseerde bewerking van het Middelnederlandse toneelstuk Mariken van Nieumeghen, namelijk: Meryem van Mokum. Door de lens van een oud Nederlands stuk, reflecteert die op de hedendaagse Nederlandse samenleving. In diens schrijven, speelt Gigi met taal, gebaar en referenties – om de lezer een eigen(aardige) wereld in te lokken vol verwarring en plezier. Die schrijft ook graag in samenwerking, vooral met Robin Alberts volgens hun eigen versie van de flarf-techniek, waarin er een tekst heen en weer wordt verstuurd en om en om wordt herschreven tot het onherkenbaar vol zit met liefde voor taal. Gigi schrijft alleen vanuit liefde, anders telt het niet.