A. Marja

Het is een van de sterkste beelden die ik ken. Een filmscene. Oerscene is een beter woord. Het staat in een boek van de Amerikaanse schrijver Peter de Vries, die voor The New Yorker schreef. Hij was van Nederlandse komaf. Niet zo lang geleden verscheen er een vertaling van het boek: ‘Het Lam’. Een boek over geloven,  over worstelen met het geloof – en waarschijnlijk is dat hetzelfde.
Begin deze week ontdekte ik dat een oude vertaling van A. Marja, doorgaans moeilijk vindbaar, te koop was.

Die vertaling wilde ik al lang graag hebben, al was het maar om het voorwoord van Marja, waarin hij zo elegant uitlegt hoe die oerscene moet worden geduid. Het beeld: de hoofdpersoon komt uit het ziekenhuis. Zijn veertienjarige dochter is net overleden. Hij is dronken, hij is woedend. Kolkend van woede betreedt hij een kerk en gooit een roomtaart naar het hoofd van Christus. En zinkt dan op zijn knieën.

Marja schrijft: ‘Iemand die werkelijk in wanhoop Christus een roomtaart naar het hoofd smijt, kan niet ver meer zijn van het Koninkrijk Gods! Je hoeft niet zo ver te gaan als professor Beerling, die Nietzsche om z’n scheldpartijen tegen het Christendom zowat tot Christen bombardeerde (al voel ik daar wel iets voor)… Je kunt aan het woord van Luther denken: ‘Niemand is God meer nabij dan de vertwijfelden’.

In de Oorshop

Paris

Eindelijk, de zon! Eerst een stukje, dan naar buiten. En op het terras citeer ik straks een taoistische spreuk.
I don’t really think, I just walk.
Er zal instemmend worden geknikt.
O, wat snappen wij het leven goed!

In het weekeinde zag ik een foto van Paris Hilton in de zaterdagbijlage van Trouw. Ze is gevallen in een Braziliaanse nachtclub. Ze ligt op de grond. Kont omhoog.
Bierblikje in haar hand.

’s Avonds lees ik een verhaal over haar in het debuut van de jonge Leidse classicus Arjen van Veelen, de essaybundel Over rusteloosheid. De recensie in de krant had ik niet gelezen, alleen die foto bekeken. En ik had nog tegen mijn dochter gezegd: laat die Hilton een afschrikwekkend voorbeeld zijn. Hoe stom kun je zijn. Van Veelen schrijft over haar onder meer:

‘Gek genoeg voelen velen nog steeds minachting voor iemand die virtuoos is in precies de ambachten die onze samenleving als hoogste waardeert: sociale intuitie en mediatalent. Paris’ succes komt niet door haar afkomst. Er zijn talrijke rijkeluisdochters die naar beroemdheid streefden – maar faalden. Er zijn tientallen B-sterren die sekstapes lieten slingeren – maar op tragische wijze geen buzz wisten te creeren.

‘One of my heroes has always been Barbie’, zegt Paris zelf.  ‘She may not do anything, but she always looks amazing doing it’. Deze creatio ex nihilio is niet niks. Het woord ‘socialite’ wordt ten onrechte geassocieerd met leeghoofdigheid. Vele schrijvers, politici en kunstenaars smeken om een vleugje van Paris’ gaven. Wie haar dom noemt is dom’.

Aldus Van Veelen. Ze was overigens niet dronken in die nachtclub. Ik ga dadelijk naar het terras, en ik zal haar citeren:
I don’t really think, I just walk.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Olifanten

Charles Bukowski is de schrijver van een aantal prachtige pagina’s over een verschrikkelijke jeugd en de schrijver van veel verschrikkelijk gootproza. Toch citeer ik hem vaak, dat wil zeggen: een regel van hem. Deze: ‘It’s easy to be a poet, it’s hard to be a man.’
In de boekhandel lag een nieuwe editie van zijn gedichten.Ik had het omslag niet bekeken, zijn naam niet gezien.
Ik sloeg het boek open en las een beeld dat me toch weer voor hem innam:

‘In de namiddag kruipen de olifanten
tegen elkaar en kun je zien hoeveel
ze van de zon houden.’

Ooit zal ik een circusolifant toespreken.  Dat gebeurt trouwens in een dompteurstaal die is samengesteld uit woorden uit verschillende talen.

De laatste reis

Ik lees in de krant dat een student van de Utrechtse hogeschool voor de kunsten een prijs heeft gewonnen met zijn ontwerp De laatste reis. Hij bedacht een doos waarin overleden kleine dieren kunnen worden begraven. Mooi, eenvoudig idee.

En ik dacht aan onze gezamenlijke  Amsterdamse binnentuin. Mijn dochter Nikki had vroeger twee ratjes. Knabbel en Stuart.  Ze liepen op haar armen, ze droeg ze in haar handpalmen als ze door de tuin liep. Groot was haar verdriet toen de ratjes doodgingen. Ze heeft ze in die binnentuin begraven in diepvriesdoosjes.

Ze heeft samen met haar vriendin Marieke ook een doos begraven waarin ze spullen hadden gestopt die betrekking hadden op hun toenmalige levens. Foto’s van zichzelf. Uitgeknipte muizen. Kralen. Briefjes. Met het idee dat ze later, als ze vijftien waren, die doos weer zouden opgraven.

Mijn dochter heeft haar eerste belangrijke schooldiploma nu op zak en opeens hadden we het er over. Dat nu misschien het moment is aangebroken om de schop in de grond te zetten. Maar is er ook sprake van aarzeling, want wat nu als de laatste reis van Knabbel en Stuart wordt verstoord.

Het recht op kiespijn

Ik geloof in engelen.

Dat heb ik gemeen met een van mijn beste vrienden die een mooi verhaal heeft geschreven over hoe hij in Amsterdam een engel ontmoette. Filmer Wim Wenders gelooft ook in engelen. De vraag is intussen: hebben engelen tanden? Die vraag komt aan de orde in een boek van de kunstenaar Q.S. Serafijn. Hij heeft dat boek gemaakt voor zijn Rotterdamse tandarts, als betaling voor de controle van het gebit en het noodzakelijke trekken. Zo heet het werk dan ook: Trekken.

Vraag: hoe komt het toch dat tandartsen zich vaak op deze manier laten betalen door kunstenaars, vaker dan bankdirecteuren, of autodealers.
Is daar iemand die het antwoord heeft?

Nu een fragment uit het boek van Serafijn: In 1987 draait de Duitse filmregisseur Wim Wenders de speelfilm Der Himmel uber Berlin. Een van de serafijnen laat zich vanuit de hemel op aarde vallen. Hij verlangt naar een vrouw, haar geur. Hij wil gezien worden. Hij wil bloeden als hij zich snijdt. Hij eist het recht op kiespijn op. Na zijn val heeft zich een jong gebit in zijn mondholte gevormd. Tweemaal per jaar bezoekt hij een tandarts. De arts verbaast zich over het melkgebit.

De voormalige engel zegt:
– Zolang er albino-negers bestaan, kunnen engelen met een melkgebit niet worden buitengesloten. Een gevallen engel keert nooit terug naar God.

Pasta

Ko Sliggers, die op een Italiaans eiland woont, ontwerpt letters. Daarnaast is hij een zeer goede kok.
En hij kan helder schrijven over wat hij doet.
Hij liet me weten dat in 827 het recept is ontstaan van hét nationale Siciliaanse pastagerecht.

‘Ook vandaag nog is er geen enkel gerecht dat aan de populariteit kan tippen van de ‘Pasta con le sarde’. De Arabieren kwamen in 827 vanuit Tunesië bij Marzara del Valle op Sicilië aan land en de koks verzamelden alles wat ze vinden konden om de hongerige troepen te voeden. Bij de haven waren er sardienen in overvloed die ze bereidden met de wilde venkel die ze op de heuvels plukten. Ze brachten het geheel verder op smaak met gedroogde druiven uit de wijngaarden en op de markt verzamelde saffraan en pijnboompitten’.

Ko wijdde een aflevering van zijn culinaire rubriek op de radio aan het recept.
En sprak toen deze tekst uit:

‘Als je na de bereiding naar de pasta met sardienen
op je bord kijkt ga je 1200 jaar terug in de tijd.’

Het zou een gedicht kunnen zijn van de Duitse grootmeester Sebald.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Fannah Palmer"
    Fannah Palmer

    Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.

  • "Foto van Greet Kuipers"
    Greet Kuipers

    Greet Kuipers (1962) is psychiater. Onder het pseudoniem Minke Douwesz publiceerde zij bij uitgeverij Van Oorschot twee romans, Strikt en Weg. Voor de laatste ontving zij de Opzij Literatuurprijs 2009 en de Anna Bijns Prijs 2012.