Rode kruiwagen

Ik kende een man die vlak voor hij stierf steeds slechter ging zien.
Zijn ogen braken.
‘Geef me m’n leesbril’, zei hij kort voor zijn dood. ‘Nu zie ik echt niets meer’.

William Carlos Williams heeft een soortgelijk verhaal verteld over zijn grootmoeder. Ze wordt in een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd, en zegt:

Wat zijn dat daar
Voor wazig uitziende dingen?
Bomen?
Nou, die ben ik zat
En draaide haar hoofd weg

Ik had Williams graag een keer gesproken, maar gelukkig praat hij veel tegen mij:

Er hangt zoveel af
van
een rode krui-
wagen
glanzend van regen-
water
naast de witte
kippen

In de Oorshop

gedicht

Op verzoek van Karel Eykman heb ik een reeks gedichten voor kinderen geschreven.
Ik heb zeven manieren om een gedicht te maken bedacht.
De vijfde gaat als volgt:

Voer een telefoongesprek met een vriend
of vriendin, luid vertel je hoe het was

op school, wie wat zei tegen wie, wie verliefd
is op wie, wie boos op wie, totdat je vader,

moeder, broer of zus, vraagt of je bijna klaar bent.
Bijna, zeg je. Het is een mooi gesprek,

maar er is niemand aan de andere kant
van de lijn.



Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Ik herinner me

Ik herinner me hoe ik, vijf jaar oud, aan de hand van mijn grootvader het dorp uit wandel, op weg naar de kippenboer. Het is al donker. We komen een man tegen die ik niet ken, en ik vraag aan mijn grootvader of dat Jezus is.
Ik herinner me….

Het is verslavend, prevel de woordenen en duik in het geheugen. De Franse schrijver Perec maakte zo een boek: Je me souviens. Maar het idee had hij van de Amerikaanse schrijver en kunstenaar Joe Brainard: I remember.

‘I remember the first time I met Frank O’Hara. He was walking down Second Avenue. It was a cool early Spring evening but he was wearing only a white shirt with the sleeves rolled up to his elbows. And blue jeans. And moccasins. I remember that he seemed very sissy to me. Very theatrical. Decadent. I remember that I liked him instantly.’

Ik kwam Brainard weer op het spoor toen ik in The Paris Review collages zag van de dichter John Ashberry. In veel ervan gebruikte hij iets uit cadeautjes die hij had gekregen van Brainard.

De schoorsteen

Ik lees over het wonderbaarlijke leven van Thaddeus Lowe, de man op wie het meest werd geschoten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. De man ook, die tijdens die burgeroorlog in een ballon surveilleerde. Shane Jones schreef een boekje waarin hij als personage voorkomt. In die roman van Jones is het ook nog eens altijd februari.
Wat een combinatie!

Dit boek, zijn debuut, werd aanvankelijk uitgegeven door een kleine uitgeverij in Baltimore. En is inmiddels een bestseller. Penguin nam Jones onder zijn hoede. Ik zag het in mijn boekhandel liggen. Las een paar regels, aarzelde, vertelde dat aan een bekende die toevallig opdook en kreeg te horen: ‘als je aarzelt altijd kopen, anders krijg je later spijt’. Ik heb inderdaad geen spijt. ‘Light Boxes’ heet het. Hieronder een gedicht van de schrijver.

Er woont een man in ons dorp die vandaag begon
met het bouwen van een schoorsteen om zich heen.
Toen de schemering viel hoorde je het schrapen
van de troffel – de schoorsteen komt tot zijn middel.

(vrij naar Shane Jones)

Ziel

Als het heeft gesneeuwd schudt de stad haar ziel uit,
zoals een hond zichzelf verlost

van water na een duik in de late lente;
wie het schudden wil zien hoeft niet eens op te letten.

Je loopt op straat en zie: op een hoek speelt een man
op een piano die aan het begin van de avond

bij het grofvuil is gezet.

Joseph Cornell, een voorstel

Mijn vriend Wim Noordhoek bericht: “Teruggevonden: ‘Rose Hobart’ van Joseph Cornell (1903-1972). In de Anthology Film Archives. Speelduur 19 minuten. Toen een uniek experiment dat vertoond werd in de Julien Levy Gallery in New York in december 1936. Het publiek vond hem onbegrijpelijk. Behalve Salvador Dalí, die in wilde drift ontstak van pure jaloezie. Dit had híj zelf namelijk al bedacht, alleen nooit uitgevoerd.
Wat?
Cornell is als kunstenaar bekend om zijn dozen met raadselachtige gevonden voorwerpen. De film Rose Hobart is ook zoiets, een hermontage van een gevonden film, een onbenullig jungle melodrama uit 1931 getiteld ‘East of Borneo’.
Rose Hobart, de actrice, is de spil waar alles om draait.

Het gaat om haar blikken, losgesneden van de oorspronkelijke verhaallijn en ingepast in een nieuwe, surrealistische context. ‘De verhalen van Hollywood zijn niet goed,’ zei Cornell, ‘maar de plaatjes, die zijn goed’.
Als muziek gebruikte hij Braziliaanse tangoplaten die hij bij het vuilnis had gevonden’.”

Het zou mooi zijn als in een Nederlands filmtheater een avond over Cornell wordt georganiseerd, films, en lezingen, en misschien is het dan ook mogelijk om een paar van zijn dozen te tonen. Overigens bevatten die dozen geen raadselachtige voorwerpen zoals Wim schrijft, nee, in die dozen sluiten dingen die Cornell vond, en eerst zorgvuldig archiveerde, en daarna rangschikte, een huwelijk dat de wereld nieuwe glans geeft.

Lang geleden kon ik eens de slaap niet vatten en keek ’s nachts naar een BBC-documentaire over een Amerikaanse kunstenaar voor wie de straten van New York een grote winkel van sinkel waren. Ik herinner me dat Susan Sontag aan het woord kwam, zij bewonderde het werk van Cornell. Hij op zijn beurt was stiekem verliefd op haar, denk ik, zoals hij van een afstand op meer jonge vrouwen verliefd was. Een Hollywood-acteur vertelde ook waarom hij het werk zo mooi vond. Het was een divers gezelschap, en dat beviel me. En toen ik fragmenten van Cornells films zag, hergemonteerd oud materiaal inderdaad, en zijn kijkdozen, viel ik voor altijd.
Sindsdien weet ik dat ik eens naar New York zal verhuizen.
En: ik koop alle boeken met werk van hem, alle boeken over hem.

Cornell heeft me geleerd dat een stad bestaat uit geheime verbanden. Of, om de dichter Charles Simic parafraseren, ook een bewonderaar: als Cornell een kam met drie tanden vindt in een rommelwinkel zoekt hij net zo lang – en misschien is zoeken niet eens het woord – tot hij elders in de stad een ansichtkaart uit de jaren dertig heeft gevonden die bij die kam hoort.
Nu het programma over Cornell dat ik in gedachten heb. Wim Noordhoek introduceert bovenstaande film, en praat vervolgens met de Nederlandse kunstenaar Henri Plaat die een verwante geest is. K. Schippers, die over het werk van Cornell schreef, houdt een lezing die hij heeft gebaseerd op een hoge hoed waarin voorwerpen zaten die hij niet kende. De dichter K. Michel doet mee; hij maakt een wandeling door Rotterdam, de Nederlandse stad die het meest op New York lijkt, en maakt drie gedichten, of meer, met Cornell in zijn achterhoofd. En er zal een film zijn: een goede filmer krijgt opdracht een Cornelliaanse film te maken. Van Cornell zag ik overigens ooit een film van een instortend huis, die hij had gemaakt met Stan Brakhage.
Wat haal ik me op m’n hals?

Ik hoop dat een directeur van een theater – of museum – zich meldt met een zak geld, om deze eenvoudige reden: de avond wordt bezocht door iemand die net als ik indertijd bijna per ongeluk kennis maakt met het werk van Cornell.
En dan voorgoed is verkocht.

Nieuwe afbeelding

Meer blogs

  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Zoeken

    Zoeken

    ’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Roeien – een liefdesverklaring

    Roeien – een liefdesverklaring

    De encyclopedie van het geluk 30 Ik heb veel nagedacht over de activiteit van het roeien. Gewoon omdat ik veel geroeid heb. En als de mederoeiers de bovenmenselijke goedheid hebben even te zwijgen is er ruimte voor denken. Laatst vertelde ik er iemand over.  Ik roeide op een sloep uit het begin van de eeuw....
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Aska Hayakawa"
    Aska Hayakawa

    Aska Hayakawa groeide op als third-culture kid in Leiden. Haar verhalen gaan over eenzaamheid in het kapitalisme en de hedendaagse zoektocht naar geluk. Deze zomer studeert ze af van de studie Writing for Performance aan de HKU met het avondvullend toneelstuk Pièce de Résistance! en een scriptieonderzoek naar werkbare kwetsbaarheid. Eerder schreef ze theaterteksten voor Cecilia Moisio Company, Club Guy & Roni, Maas Theater en Dans en Bosfest. Haar kortverhalen werden gepubliceerd bij DIG, De Gids, Tirade Blog en De Revisor. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman bij Uitgeverij Pluim.

    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Jos Versteegen"
    Jos Versteegen

    Jos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.

  • "Foto van Plonia Westendorp"
    Plonia Westendorp

    Plonia Westendorp (1998) is verpleegkundige en student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.