Eelke de Jong

Eelke de Jong schreef eens een verhaal over Jan Arends dat door een misverstand in een verhalenbundel van Arends terechtkwam. Als een verhaal van Jan Arends.
Niemand had het gemerkt.

Typerend voor het talent van Eelke Jong. Hij liet geen groot oeuvre na, maar wat kon die man schrijven. Ik beschouw hem als een van de betere naoorlogse Nederlandse schrijvers. Hij maakte een onnavolgbaar interview met Fritzi ten Harmsen van der Beek, voor Hollands Diep.

Hij begon als journalist bij de Telegraaf, verhuisde naar de Haagse Post en werd daar een meester op de korte baan. Hans Sleutelaar heeft eens gezegd dat Eelke de Jong iemand in een regel kon neerzetten. Een beetje grootspraak vond ik, toen ik dat las. Tot ik een stuk van hem las over zijn vriend Jan Cremer. Waarin hij in een zin beschreef hoe Cremer een sloot stroop over een pannekoek goot en daarna een zoetje om te vermageren in zijn koffie deed.

Dit schiet me te binnen als ik voor een van de kasten van Evert sta, de antiquaar naast de Amsterdamse Haarlemmerpoort. Hij heeft drie boeken van Eelke de Jong uit een kringloopwinkel meegenomen. Ik koop ze. En ook een dichtbundel van Jan Arends, met daarin het onderstaande gedicht:

Ik
ben niet bang
voor wat er
zal gebeuren.

Er zullen
witte dieren
door het veld
gaan lopen

en dat
zal alles zijn.

In de Oorshop

Oranje

Ik ben een voetbalfan. De komende weken ga ik zoveel mogelijk wedstrijden bekijken. Dat de straten in mijn stad oranje kleurden, voor mij hoeft het niet, maar ik klaag ook niet. Ik vrees alleen het moment dat Nederland na de kwartfinale, of wellicht na de halve weer huiswaarts moet. Kees Fens schreef ooit een stukje nadat Nederland was uitgeschakeld. Ik meen dat het ging over een treinreis door Noord-Holland op de maandag erna. Het regende en overal zag hij verregend oranje. Verregend oranje in achtertuinen, aan waslijnen.

Gisteren, het regende, liep ik door mijn Amsterdamse buurt. Oranje in de regen. Nog geen wedstrijd gespeeld. Het zag er vrolijk uit. Maar ik hoorde het fluitsignaal na de verloren wedstrijd in de kwartfinale. En opeens was het maandag, het regende, in Zuid-Afrika scheen de zon, en ik liep door een verregende oranje buurt.

Ooit kwam ik Adriaan Jaeggi, die te vroeg stierf, tegen in de Amsterdamse Haarlemmerstraat. Hij was op weg naar de trein. Om naar Bakkum te gaan, waar hij kampeerde met vrouw en kinderen. Alleen, op deze dag had hij er geen zin in. ‘Het heeft geregend’ zei hij, ‘en dan die wielen van de caravan, bespat met modder – daar kan ik niet tegen’.
Oranje in de regen.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Zand

Aan het einde van mijn leven hoop ik, liggend op mijn bed, naar een film van Andrej Tarkovski te kunnen kijken. Buiten regent het. Als ik een verrekijker pak zie ik hoe grote druppels putten slaan in het zand dat wordt vervoerd door een schip dat langsvaart. Ik wissel het kijken naar het tafereel buiten af met kijken naar Tarkovski. En langzaam versmelten de beelden tot alledaagse poëzie zoals hij die wist te treffen.
Regelmatig herlees ik de brief die een Russische vrouw hem schreef:

‘Ik ben dankbaar voor De Spiegel. Ik heb precies zo’n jeugd gehad. Hoe kon u dat nu weten? Precies dezelfde wind als toen, hetzelfde onweer. “Galja, jaag die kat weg!”, riep mijn grootmoeder. In de kamer was het donker. Ook de petroleumlamp doofde toen precies zo. En mijn ziel was vervuld van het wachten op mijn moeder. Hoe mooi toont uw film het ontluiken van het kinderlijke bewustzijn! Mijn God, hoe werkelijk, hoe waar is dit alles. Wij kennen het gezicht van onze moeders inderdaad niet. Weet u, toen ik in die donkere zaal naar het doek keek, dat door uw talent werd verlicht, voelde ik voor het eerst in mijn leven dat ik niet alleen was’

De vijand

niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
u overschat mij
ik ben radeloos ik was een ander

geef mij touwen bind mij vast
dood mij niet
ik ben onschuldig ik ben de vijand

Nog niet zo lang geleden sprak ik met Armando.
Over de vijand.
Hij vertelde hoe hij kort na de oorlog getuige was van de arrestatie van een paar SS ers.
Ze stonden in een laadbak van een vrachtwagen, ze werden uitgescholden. Toen zei een van de SS ers: Niettegenstaande het feit dat…

Warempel, dacht Armando, de vijand kan praten.

Ark van Noach

In zijn pas verschenen roman ‘Beatrice en Vergilius’ beschrijft Yann Martel een man die dieren opzet: ‘Rechts van de toonbank werd de hele ruimte in beslag genomen door het grotere, opvallender gereedschap van de taxidermist. Diepe schappen, drie rijen boven elkaar, liepen langs de wanden van het vertrek, en het was een groot vertrek met een hoog plafond. In het midden stond een vrijstaande kast, ook over de hele lengte. De planken daarvan waren stuk voor stuk volgestouwd met allerlei dieren van verschillende grootte, met vacht en veren, met vlekken en met schubben, zowel rover als prooi. Ze stonden allemaal stokstijf, alsof ze verrast waren door Henry’s verschijning en elk moment konden reageren – bliksemsnel, zoals dieren dat doen – en er een pandemonium van gegrom en gekrijs en gekef en gejank kon losbarsten, zoals op de dag dat de ark van Noach leegstroomde’.

Ik zag Jezus weer lopen op zijn erf, toen ik dit las. Jezus, zoals we hem noemden, woonde aan de rand van het dorp Eerbeek. Hij had een geloof van eigen makelij en zette dieren op. Toen hij stierf bleek hij een paar honderd volgelingen te hebben die net als hij van mening waren dat op een dag de wereld zou vergaan en dat zij dan gespaard zouden worden. Zij – en de honderden opgezette dieren die in het huis van Jezus waren opgeslagen, en die ook weer tot leven zouden komen. Zo was hun geloof.

Ze hebben het niet mogen meemaken, de volgelingen, want op een dag deed de politie een inval en nam alle opgezette dieren van Jezus in beslag. ’s Avonds zagen we het in het journaal. We waren trots, want hoewel Jezus weinig met ons had gesproken, hij was onze Jezus. En wat bleek? Hij had niet alleen inheemse dieren opgezet, maar ook leeuwen, panters, een kleine olifant – en ga zo maar door, gestorven dieren die hij op verschillende manieren van verschillende mensen had gekregen.

Stak er kwaad in wat hij deed? Ik heb nooit begrepen waarom ze deze Ark van Noach niet met rust lieten.

David Remnick

Ik ben op weg naar een interview met David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker, die een boek schreef over Obama.

(Waar haalde die man de tijd vandaan? Nou, hij stond ’s ochtends om vijf uur op, werkte aan de biografie, ging naar dan naar de redactie van The New Yorker, en werkte ’s avonds thuis weer verder aan het boek. Gelukkig is schrijven voor Remnick zoiets als ademhalen. Anders was hij nog vermoeider uit de strijd gekomen.)

Op weg dus, en ik vraag me af op wie ik moet stemmen op deze verkiezingsdag. Ik zie die vrolijke Frans van de SP, die man met dat trek-eens-aan-mijn-vinger-gezicht. Ik vraag me af hoe dat eruitziet, Rutte naast Merkel. Hoor Geert Wilders over het gevaar dat immigratie heet en vraag me af hoe je dat uitlegt aan een Amerikaan. En wat zei Femke Halsema ook al weer in dat spotje gisteravond op de televisie? Geen idee, dat ze d’r klaar voor is – zoiets.

Ik weet dat je makkelijk belachelijk te maken bent als je verlangt naar een verhaal. Maar ik geloof dat de vermoeidheid die me bekruipt als ik aan de Nederlandse politieke taferelen van de laatste dagen denk te maken heeft met het ontbreken van politici die politieke verhalen vertellen. Remnick vertelt me later die ochtend dat Obama vroeger een slechte spreker was. Maar oefening baart kunst, dus vond hij – om te beginnen – zichzelf literair uit en sleutelde vervolgens aan dat verhaal, waarin je opvattingen een plaats krijgen, en waarin jijzelf ook woont.

p.s.

Het boek van Remnick verscheen in vertaling bij de Bezige Bij. Die uitgeverij gaf eerder al reportages van hem uit.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Zoeken

    Zoeken

    ’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Roeien – een liefdesverklaring

    Roeien – een liefdesverklaring

    De encyclopedie van het geluk 30 Ik heb veel nagedacht over de activiteit van het roeien. Gewoon omdat ik veel geroeid heb. En als de mederoeiers de bovenmenselijke goedheid hebben even te zwijgen is er ruimte voor denken. Laatst vertelde ik er iemand over.  Ik roeide op een sloep uit het begin van de eeuw....
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Alexander Baneman"
    Alexander Baneman

    Alexander Baneman (Amsterdam, 1986) publiceerde in o.m. Tirade, De Revisor en De Parelduiker. In november verschijnt zijn debuutroman De schim van Raamswolde bij Van Oorschot.

  • "Foto van Julia Buijs"
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.

  • "Foto van Jente Jong"
    Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.