Vrije Geluiden

In Z, tweewekelijks Amsterdams straatmagazine, lees ik een stukje over het beste radioprogramma dat ik ken: Vrije Geluiden. Het werd tientallen jaren gemaakt door grafisch vormgever Piet Schreuders, en gepresenteerd door Albert Ballintijn. Vrije Geluiden duurde vijf minuten. In die korte tijd deed Schreuders nauwgezet onderzoek naar onder meer de achtergrondmuziek bij stomme films, de stemmen van tekenfilmfiguren en de muziek die in Amerikaanse liften werd gedraaid.

In Z lees ik over aflevering 3 van de 2e jaargang die ik nooit heb gehoord. Schreuders liet zijn presentator door de Kalverstraat lopen. ‘Onderweg beschreef hij een aantal winkels. Wat waarschijnlijk maar weinig luisteraars opviel, is dat die winkels destijds al lang niet meer bestonden: Gersons modepaleis, de Hoofdstad Boekhandel, de Corso Cinema…’

In de Oorshop

Diepe wens

Op het terras zat een man die na enige tijd zijn hoofd op tafel legde. Toen dat hoofd daar bleef liggen werd ik ongerust. Was hij onwel geworden, een beroerte? Ik liep naar hem toe en zag wat er aan de hand was: de zon scheen zo fel dat hij zijn mobiel onder de tafel moest houden om een sms-je te kunnen versturen. Ik was opgelucht. Maar, het zag er ook wel dom uit: een man op leeftijd met zijn hoofd op tafel om een bericht de wereld in te sturen waardoor hij tegelijkertijd totaal van die wereld werd afgesloten.

’s Avonds zat ik in een restaurant. Een paar tafels verder moest opeens een vrouw overeind worden geholpen. Ze kon nauwelijks nog lopen. Haar bril ging af, ondersteund door twee mannen schuifelde ze – het was nauwelijks nog schuifelen – naar de uitgang. Dronken, zei een tafelgenoot. Nee. De vrouw stond stijf van de morfine, ze had niet lang meer te leven. Waarschijnlijk wilde ze nog één keer naar een restaurant. Maar het ging niet meer.

Toen ze naar buiten werd geholpen vloekte ze. Ik hoorde die vloek ’s nachts een paar keer, het was een vloek waarin een diepe wens lag besloten om op een terras te kunnen zitten, op een mooie dag, en om je heen te kunnen kijken.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Meer der herinnering

Nu ik mag meedoen aan een project van Douwe Draaisma over vergeten & herinneren schoot me een ontmoeting met Rudy Kousbroek te binnen, die er als geen ander over heeft geschreven. Niets droeviger, dan precies de weg weten in een huis dat niet meer bestaat, merkte hij bij voorbeeld ooit op.

Nu die ontmoeting. Kousbroek zou voorlezen in een radioprogramma dat ik presenteerde. Maar hij gedroeg zich na binnenkomst hoogst merkwaardig. Bijna of ik hem niet zou gaan aankondigen maar van plan was om zijn papieren te stelen. Maar toen na enige tijd mijn naam viel keek hij me verbaasd aan en zei: ‘O, ben jij het!’ Misschien herinnerde hij zich dat ik wel eens bij hem op bezoek was geweest. Veel later hoorde ik van zijn uitgeefster dat dit hem wel vaker overkwam: Kousbroek vergat makkelijk gezichten. Makkelijker dan huizen.

Op internet beschrijft Rutger Cornets de Groot een ontmoeting met Kousbroek als volgt: “Wat ik me vooral van die avond herinner is dat hij zich bij het weggaan – we gingen in de buurt naar een    Indisch restaurant – bij de deur omdraaide en de kamer nog eens inkeek, alsof hij die in zijn herinnering wilde bewaren. Kennelijk zag hij na een uur al kans om ook een eenvoudige kamer toe te voegen aan dat ‘meer der herinnering’ waar hij zo graag in verwijlde.”

Gertrude Stein

Er bestaat een verhaal van Gertrude Stein waarin een zoon zijn vader aan diens haren door het stof sleept. Tenminste, dat herinnerde ik me. Maar waar stond het? Gertrude Stein bleek onvindbaar, in de kast vond ik wel – verscholen achter andere boeken – een werk van de Amerikaanse journaliste Janet Malcolm over haar. Lang geleden heb ik bijna alle boeken van Gertrude Stein gelezen, omdat ik zo onder de indruk was van haar stijl. En toen kwam ‘The making of Americans’ toch tevoorschijn. Ik las het begin en voelde me als mijn neef die na lange tijd de beer van zijn jeugd terugvond en uitriep: ‘Jongen, waar heb jij al die tijd gezeten!’

‘It happens very often that a man has it in him, that a man does something, that he does it very often that he does many things, when he is a young man when he is an old man, when he is an older man. One of such of these kind of them had a little boy and this one, the little son wanted to make a collection of butterflies and beetles and it was all exciting to him and it was all arranged then and then the father said to the son you are certain this is not a cruel thing that you are wanting to be doing, killing things to make collections of them, and the son was very disturbed then and they talked about it together the two of them and more and more they talked about it then and then at last the boy was convinced it was a cruel thing and he said he would not do it and his father said the little boy was a noble boy to give up pleasure when it was a cruel one.

The boy went to bed then and then the father when he got up in the early morning saw a wonderfully beautiful moth in the room and he caught him and he killed him and he pinned him and he woke up his son then and showed it to him and he said to him see what a good father I am to have caught and killed this one, the boy was all mixed up inside him and then he said he would go on with his collecting and that was all there was then of discussing and this is a little description of something that happened once and it is very interesting.’

They fuck you up

Voor de radio interviewde ik Julia Blackburn, over haar familiekroniek The three of us. Een paar keer dacht ik daarbij aan dit gedicht van Philip Larkin:

They fuck you up, your mum and dad.
They may not mean to, but they do.

They fill you with the faults they had
And add some extra, just for you.

But they were fucked up in their turn
By fools in old style hats and coats,

Who half the time were soppy stern
And half at one another’s throats.

Man hands on misery to man.
It deepens like a coastal shelf.

Get out as early as you can,
And don’t have any kids yourself.

Julia Blackburn schrijft over een vader die Victoriaans werd opgevoed, zwaar aan de drank raakte en daarnaast ook nog eens pillen slikte in een hoeveelheid die zijn levensvreugde nog meer deed slinken. En over een moeder die voortdurend jaloers was op haar dochter en dat niet onder stoelen of banken stak. Toch slaagt ze er in deze gekken liefdevol te portretteren. Ze besefte dat ze eerst hen moest vergeven voor ze met zichzelf in het reine kon komen. Dat is Larkin nooit gelukt.

Kussenlava

Kleine merel, onder het kussenlava,
boven de ijsgroene gletscher,

wat denk je? moet ik terug naar
de universiteit of niet?

(vrij naar Lewis Hyde)

Meer blogs

  • Afbeelding bij Lezers

    Lezers

    ‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
    Lees verder
  • tirade blog Menno Hartman

    Blauwbehoefte

    Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Humor

    Humor

    Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Plonia Westendorp
    Plonia Westendorp

    Plonia Westendorp (1998) is verpleegkundige en student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

  • Foto van Roos van Rijswijk
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • Foto van Sybren Sybesma
    Sybren Sybesma

    Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna studeerde hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. Ander werk verscheen op De optimistOp ruwe planken, De Parelduiker en in het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Momenteel studeert hij in Utrecht. Hij speelt nog veel piano.