David Remnick

Ik ben op weg naar een interview met David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker, die een boek schreef over Obama.

(Waar haalde die man de tijd vandaan? Nou, hij stond ’s ochtends om vijf uur op, werkte aan de biografie, ging naar dan naar de redactie van The New Yorker, en werkte ’s avonds thuis weer verder aan het boek. Gelukkig is schrijven voor Remnick zoiets als ademhalen. Anders was hij nog vermoeider uit de strijd gekomen.)

Op weg dus, en ik vraag me af op wie ik moet stemmen op deze verkiezingsdag. Ik zie die vrolijke Frans van de SP, die man met dat trek-eens-aan-mijn-vinger-gezicht. Ik vraag me af hoe dat eruitziet, Rutte naast Merkel. Hoor Geert Wilders over het gevaar dat immigratie heet en vraag me af hoe je dat uitlegt aan een Amerikaan. En wat zei Femke Halsema ook al weer in dat spotje gisteravond op de televisie? Geen idee, dat ze d’r klaar voor is – zoiets.

Ik weet dat je makkelijk belachelijk te maken bent als je verlangt naar een verhaal. Maar ik geloof dat de vermoeidheid die me bekruipt als ik aan de Nederlandse politieke taferelen van de laatste dagen denk te maken heeft met het ontbreken van politici die politieke verhalen vertellen. Remnick vertelt me later die ochtend dat Obama vroeger een slechte spreker was. Maar oefening baart kunst, dus vond hij – om te beginnen – zichzelf literair uit en sleutelde vervolgens aan dat verhaal, waarin je opvattingen een plaats krijgen, en waarin jijzelf ook woont.

p.s.

Het boek van Remnick verscheen in vertaling bij de Bezige Bij. Die uitgeverij gaf eerder al reportages van hem uit.

In de Oorshop

Broekzak

‘Martha met Kingsley at the station. She was standing on the platform and worrying about recognizing him as the train slid quietly alongside. She had only met Kingsley once, at a dinner in London a year ago, and now, when she tried to conjure up his face, she found nothing.’

Zo begint een verhaal van Roxana Robinson. Het werd gepubliceerd in One Story dat eens in de paar weken een kort verhaal brengt van een bekende of onbekende schrijver. Voor een klein bedrag kun je je abonneren. Ze zijn handzaam uitgegeven en passen in je binnenzak. Net goed voor tijdens een korte reis.

Niet lang geleden probeerde een aantal liefhebbers in een Amsterdams theater het korte verhaal onder de aandacht te brengen. Schrijvers van heinde en verre en kwamen vertellen waarom het zo’n mooi medium is. Klopt, maar de manier van aandacht vragen was verkeerd. Korte verhalen horen in je broekzak.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Bontjas in de zomer

Architectuurhistoricus Thomas A.P. van Leeuwen maakt bijzondere boeken over de elementen. Zijn waterboek ging onder meer over zwembaden. Zijn luchtboek over wolkenkrabbers. En nu is hij bezig met vuur.

Kort geleden maakte ik een radioprogramma met hem naar aanleiding van een essay dat hij schreef voor het Amerikaanse culturele tijdschrift Cabinet. Over brandtrappen in New York. Cultuurgeschiedenis zoals cultuurgeschiedenis behoort te worden geschreven: je ziet een vliegenvanger en denkt, wie is de uitvinder. Dan volg je het spoor terug. Deze week sprak ik Thomas A.P. omdat er binnenkort weer een verhaal van hem in Cabinet verschijnt. Hij was net terug van vakantie, vertelde hij, en had de ketelploeg over de vloer. Ketelploeg? Hij woont in een pand aan een Amsterdamse gracht en de ketel is daar stokoud. Stel je een paar mannen voor die met beroete hoofden in het binnenste van een oceaanstomer verdwijnen. Een tafereel uit de negentiende eeuw.

De architectuurhistoricus vertelde van de vele mannen die klussen doen aan zijn oude huis en zei dat hij wel eens heeft overwogen om een boek over hen te maken, een portrettengalerij.Goed idee, ik wil het boek hebben maar ik vind het ook goed als het een gedroomd boek blijft. Waarom was de ketelploeg trouwens nu over de vloer? ’t Is zomer, de ketel hoeft niets te doen voorlopig. Oktober, november, dan meldt mijn servicedienst zich. ‘Dan is het te laat’, zei Van Leeuwen, ‘Een bontjas koop je ook in de zomer’.

Auden

Voordat ik m’n eerste stukje voor dit Tirade-blog schreef heb ik eerst gebladerd in A Certain World, a commonplace book. Het is gemaakt door W.H. Auden en het bestaat uit citaten die de dichter bijeendrijft in hoofdstukken. Zo staat in het hoofdstuk Face, The Human een mooie uitspraak van Malcolm de Chazal over oren.

Overigens, en dat is mijn punt, de beste bloggers bestonden al lang voor het internet. (Ach ja, verzucht mijn andere ik dan, vroeger was alles beter, vooral de toekomst.)

Nu de oren: ‘The ears are the last feature to age’.

Eenzame uitvaarten

Voor twee eenzame uitvaarten schreef ik gedichten. De ene dode zonder kind of kraai kwam uit Polen, de andere uit de Oekraïne. De Pool liet een horloge na, de Oekraïner niets. Soms sta ik in gedachten weer even bij hun kisten. Gisteren nog, toen ik in de telefoonwinkel getuige was van een wonderlijk tafereel: een Afrikaanse man die een abonnement probeerde af te sluiten, zichtbaar geïntimideerd door een landgenoot van hem. Ergens in deze stad leidt hij een verborgen bestaan, hopend op een beter leven.

Zoals de Chinese vrouw van wier kamer de kunstenaar Jan Rothuizen een tekening maakte. Ze woont illegaal in het centrum, werkt bijna dag en nacht en probeert elke dag tenminste even via skype met haar dochter te praten die in China achterbleef. Zoals de Rus die ik elke dag zie zitten op de kade waaraan ik woon. Dromend kwam hij hier, inmiddels imiteert hij pistoolschoten als ik hem groet. Wel met een glimlach op zijn gezicht, dat nog wel.

Vorige week vergaderden mijn medebewoners over de vraag of een restaurant een terras mag neerzetten op die kade. Ze hadden het liever niet. Voor je het weet, zei een vrouw pinnig, trek je tuig aan. Wie zal dit soort mensen duidelijk maken dat zij zich, met al hun beschaving, soms als tuig gedragen.

Ik heb het gedicht voor de Oekraïner voor u opgediept:

In Memoriam

Oleksandr Polishchuk

Diep in de nacht schiet ik wakker; een van mijn kinderen komt niet lang daarna thuis.

Ik ben op mijn hond gaan lijken

die ruim voor onze komst aanslaat. Ik denk aan jouw laatste nacht, in het ziekenhuis, werd er op je gewacht? – en die nacht dat je jezelf

het leven probeerde te benemen,

werd er toen aan je gedacht, door je grootvader bijvoorbeeld met wie je – zo verbeeld ik me – in het voorjaar naar de veulens ging kijken?

Misschien vroegen jullie je wel af hoe het zou zijn om tussen de paarden te slapen in een warme zomernacht.

Ik denk aan een landgenoot van je die ik ken. Hij slaapt in auto’s die hij openbreekt, soms rijdt hij op en neer naar een naburige stad

om het idee te hebben dat hij iemand anders is, iemand van wie iets wordt verwacht, een man op wie wordt gewacht.

Diep in de nacht schiet ik wakker, hoe je jezelf door het achterhoofd schoot, het leek alsof niet jijzelf, maar een ander je had gedood.


Spijkers & Zwaluwen

Waarom is het zigeuners toegestaan te stelen?

Het antwoord vond ik in een portret van een Amerikaanse zigeunerkoning, gemaakt door New Yorker-verslaggever Joseph Mitchell. Vlak voordat Jezus werd gekruisigd waren het zigeuners die probeerden de spijkers te stelen.

In ‘Het ondankbare verleden van Santiago Herrero’, het literaire debuut van de filmer Ramon Gieling kom ik een minstens zo mooi verhaal tegen: zigeuners moeten het leven van de zwaluwen eerbiedigen, omdat deze vogels geprobeerd hebben Jezus van zijn doornen te verlossen.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Milo van Bokkum"
    Milo van Bokkum

    Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994)  is economieverslaggever bij NRC.

  • "Foto van Jos Versteegen"
    Jos Versteegen

    Jos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.

  • "Foto van Senna Felius"
    Senna Felius

    Senna Felius (1997) is dichter. Ze studeert filosofie en Arabisch en woont in Egypte. Haar poëziedebuut staat in Tirade 487.