Eenzame uitvaarten

Voor twee eenzame uitvaarten schreef ik gedichten. De ene dode zonder kind of kraai kwam uit Polen, de andere uit de Oekraïne. De Pool liet een horloge na, de Oekraïner niets. Soms sta ik in gedachten weer even bij hun kisten. Gisteren nog, toen ik in de telefoonwinkel getuige was van een wonderlijk tafereel: een Afrikaanse man die een abonnement probeerde af te sluiten, zichtbaar geïntimideerd door een landgenoot van hem. Ergens in deze stad leidt hij een verborgen bestaan, hopend op een beter leven.

Zoals de Chinese vrouw van wier kamer de kunstenaar Jan Rothuizen een tekening maakte. Ze woont illegaal in het centrum, werkt bijna dag en nacht en probeert elke dag tenminste even via skype met haar dochter te praten die in China achterbleef. Zoals de Rus die ik elke dag zie zitten op de kade waaraan ik woon. Dromend kwam hij hier, inmiddels imiteert hij pistoolschoten als ik hem groet. Wel met een glimlach op zijn gezicht, dat nog wel.

Vorige week vergaderden mijn medebewoners over de vraag of een restaurant een terras mag neerzetten op die kade. Ze hadden het liever niet. Voor je het weet, zei een vrouw pinnig, trek je tuig aan. Wie zal dit soort mensen duidelijk maken dat zij zich, met al hun beschaving, soms als tuig gedragen.

Ik heb het gedicht voor de Oekraïner voor u opgediept:

In Memoriam

Oleksandr Polishchuk

Diep in de nacht schiet ik wakker; een van mijn kinderen komt niet lang daarna thuis.

Ik ben op mijn hond gaan lijken

die ruim voor onze komst aanslaat. Ik denk aan jouw laatste nacht, in het ziekenhuis, werd er op je gewacht? – en die nacht dat je jezelf

het leven probeerde te benemen,

werd er toen aan je gedacht, door je grootvader bijvoorbeeld met wie je – zo verbeeld ik me – in het voorjaar naar de veulens ging kijken?

Misschien vroegen jullie je wel af hoe het zou zijn om tussen de paarden te slapen in een warme zomernacht.

Ik denk aan een landgenoot van je die ik ken. Hij slaapt in auto’s die hij openbreekt, soms rijdt hij op en neer naar een naburige stad

om het idee te hebben dat hij iemand anders is, iemand van wie iets wordt verwacht, een man op wie wordt gewacht.

Diep in de nacht schiet ik wakker, hoe je jezelf door het achterhoofd schoot, het leek alsof niet jijzelf, maar een ander je had gedood.


In de Oorshop

Spijkers & Zwaluwen

Waarom is het zigeuners toegestaan te stelen?

Het antwoord vond ik in een portret van een Amerikaanse zigeunerkoning, gemaakt door New Yorker-verslaggever Joseph Mitchell. Vlak voordat Jezus werd gekruisigd waren het zigeuners die probeerden de spijkers te stelen.

In ‘Het ondankbare verleden van Santiago Herrero’, het literaire debuut van de filmer Ramon Gieling kom ik een minstens zo mooi verhaal tegen: zigeuners moeten het leven van de zwaluwen eerbiedigen, omdat deze vogels geprobeerd hebben Jezus van zijn doornen te verlossen.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Sebald

Vanochtend vond ik een gedicht van W.G. Sebald dat zich direct liet vertalen; een gedicht als een oude stuiver die je ’s avonds vindt in een zomerjack dat na een jaar weer uit de kast moest worden gehaald:


Het was alsof ik
onder een lage

hemel lag en ademde
door

het oog van
een naald

Vrije Geluiden

In Z, tweewekelijks Amsterdams straatmagazine, lees ik een stukje over het beste radioprogramma dat ik ken: Vrije Geluiden. Het werd tientallen jaren gemaakt door grafisch vormgever Piet Schreuders, en gepresenteerd door Albert Ballintijn. Vrije Geluiden duurde vijf minuten. In die korte tijd deed Schreuders nauwgezet onderzoek naar onder meer de achtergrondmuziek bij stomme films, de stemmen van tekenfilmfiguren en de muziek die in Amerikaanse liften werd gedraaid.

In Z lees ik over aflevering 3 van de 2e jaargang die ik nooit heb gehoord. Schreuders liet zijn presentator door de Kalverstraat lopen. ‘Onderweg beschreef hij een aantal winkels. Wat waarschijnlijk maar weinig luisteraars opviel, is dat die winkels destijds al lang niet meer bestonden: Gersons modepaleis, de Hoofdstad Boekhandel, de Corso Cinema…’

Diepe wens

Op het terras zat een man die na enige tijd zijn hoofd op tafel legde. Toen dat hoofd daar bleef liggen werd ik ongerust. Was hij onwel geworden, een beroerte? Ik liep naar hem toe en zag wat er aan de hand was: de zon scheen zo fel dat hij zijn mobiel onder de tafel moest houden om een sms-je te kunnen versturen. Ik was opgelucht. Maar, het zag er ook wel dom uit: een man op leeftijd met zijn hoofd op tafel om een bericht de wereld in te sturen waardoor hij tegelijkertijd totaal van die wereld werd afgesloten.

’s Avonds zat ik in een restaurant. Een paar tafels verder moest opeens een vrouw overeind worden geholpen. Ze kon nauwelijks nog lopen. Haar bril ging af, ondersteund door twee mannen schuifelde ze – het was nauwelijks nog schuifelen – naar de uitgang. Dronken, zei een tafelgenoot. Nee. De vrouw stond stijf van de morfine, ze had niet lang meer te leven. Waarschijnlijk wilde ze nog één keer naar een restaurant. Maar het ging niet meer.

Toen ze naar buiten werd geholpen vloekte ze. Ik hoorde die vloek ’s nachts een paar keer, het was een vloek waarin een diepe wens lag besloten om op een terras te kunnen zitten, op een mooie dag, en om je heen te kunnen kijken.

Meer der herinnering

Nu ik mag meedoen aan een project van Douwe Draaisma over vergeten & herinneren schoot me een ontmoeting met Rudy Kousbroek te binnen, die er als geen ander over heeft geschreven. Niets droeviger, dan precies de weg weten in een huis dat niet meer bestaat, merkte hij bij voorbeeld ooit op.

Nu die ontmoeting. Kousbroek zou voorlezen in een radioprogramma dat ik presenteerde. Maar hij gedroeg zich na binnenkomst hoogst merkwaardig. Bijna of ik hem niet zou gaan aankondigen maar van plan was om zijn papieren te stelen. Maar toen na enige tijd mijn naam viel keek hij me verbaasd aan en zei: ‘O, ben jij het!’ Misschien herinnerde hij zich dat ik wel eens bij hem op bezoek was geweest. Veel later hoorde ik van zijn uitgeefster dat dit hem wel vaker overkwam: Kousbroek vergat makkelijk gezichten. Makkelijker dan huizen.

Op internet beschrijft Rutger Cornets de Groot een ontmoeting met Kousbroek als volgt: “Wat ik me vooral van die avond herinner is dat hij zich bij het weggaan – we gingen in de buurt naar een    Indisch restaurant – bij de deur omdraaide en de kamer nog eens inkeek, alsof hij die in zijn herinnering wilde bewaren. Kennelijk zag hij na een uur al kans om ook een eenvoudige kamer toe te voegen aan dat ‘meer der herinnering’ waar hij zo graag in verwijlde.”

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Anna op de Weegh"
    Anna op de Weegh

    Anna op de Weegh schrijft experimenteel theater over honger, onhoudbare transformatie en de (her)ontdekking van een lichaam. Haar teksten zijn vlezig, tactiel en poëtisch. In de afgelopen vier jaar werkte ze o.a. als dramaturg, liep ze stage bij Theater Utrecht als regieassistent voor de voorstelling Panic Room en zette ze samen met Maggie Thedinga het tweekoppige collectief Disgusted & Horny op.

  • "Foto van Julia Buijs"
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.

  • "Foto van Jos Versteegen"
    Jos Versteegen

    Jos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.