by Dora Carrington, oil on canvas, 1920

E.M. Forster

Ik schrijf iedere maand een nieuwsbrief voor de leden van het studentenkamermuziekgezelschap waar ik abactis ben. Een van de vaste rubrieken is een stukje over literatuur en muziek, waarin ik iedere keer enkele boeken of gedichtenbundels belicht die muziek als thema hebben. Uiteraard komen er biografieën van componisten voorbij, maar ook bijvoorbeeld Contrapunt van Anna Enquist, het verhaal Proefspel van F. B. Hotz en De binocle van Couperus. Laatst had ik een passage uit Howards End van E. M. Forster aangehaald, waarin een opvoering van Beethovens vijfde symfonie wordt beschreven. De passage is te lang om in z’n geheel te citeren, maar hier is een klein stukje om een indruk te geven: ‘It will be generally admitted that Beethoven’s Fifth Symphony is the most sublime noise that has ever penetrated into the ear of man. All sorts and conditions are satisfied by it. Whether you are like (…) Helen, who can see heroes and shipwrecks in the music’s flood; (…) or like their cousin, Fräulein Mosebach, who remembers all the time that Beethoven is ‘echt Deutsch’; or like Fräulein Mosebach’s young man, who can remember nothing but Fräulein Mosebach[.]’ 

Een paar dagen nadat ik de nieuwsbrief had opgestuurd, sprak een lid mij aan en zei dat ze het geweldig vond dat ik Forster in mijn stukje had genoemd. Ik keek haar stomverbaasd aan.

‘Ken jij Forster?!’ vroeg ik.

‘Ja, natuurlijk ken ik Forster!’ antwoordde ze quasi-verontwaardigd. ‘Een van de grootste Engelse schrijvers van voor de Tweede Wereldoorlog.’

Ik weet nooit goed of Forster de tand des tijds heeft doorstaan. Hij wordt niet zo vaak genoemd als het over literaire grootheden uit het verleden gaat. Tijdgenoten als D. H. Lawrence, Virginia Woolf en T. S. Eliot wel. Daarom verbaasde haar opmerking me nogal.

Ik moet nog een roman van hem lezen, The Longest Journey, en dan heb ik al zijn fictiewerk uit. Zijn non-fictie (recensies, essays en reisverslagen) moet ik nog. Wat meteen opvalt aan Forsters proza – zoals in het geciteerde stuk hierboven – is het gemak waarmee zijn zinnen lopen. Stilistisch is het perfect, een genot om te lezen. Het schijnt dat Virginia Woolf zeer onder indruk was van de technische kwaliteiten van Forsters romans, hoewel ze ze op andere vlakken niet altijd vond overtuigen. En dan is er nog zijn humor, zoals ook hierboven te zien is. Om nog een tweetal voorbeelden te geven: 

Uit zijn eerste boek, Where Angels Fear to Tread: ‘During pudding news arrived that the cook, by sheer dexterity, had broken a very vital knob off the kitchen-range. “It is too bad,” said Mrs Herriton. Irma said it was three bad, and was told not to be rude.’ (Irma is een jong kind.)

Uit zijn beroemdste boek, A Passage to India: ‘To marry or not to marry, that was the question, and they had decided it in the affirmative.’

Het geeft dat kleine zetje dat van een goed verhaal een heel goed verhaal maakt, voor mij in ieder geval. Ik heb mij eens laten vertellen – door mensen die anders dan ik wél van chocola houden – dat er chocola is waar stukjes zeezout in zitten. Als je dan zo’n stukje chocola op je tong laat smelten, komt er soms – en het verschilt per stukje chocola hoe vaak – een zoutkorrel vrij en die doorbreekt de chocoladesmaak waardoor gek genoeg het stukje chocola lekkerder wordt. Ik denk dat de hierboven geciteerde stukjes zorgen voor eenzelfde effect. In een verder zeer serieus verhaal worden dit soort kleine grappigheden zijdelings voor de neus weg neergezet. Ze doorbreken de toon even waardoor het verhaal nog meer gaat leven.

Tot slot zijn er Forsters dialogen. Ze zijn levensecht. Tijdens de cursus korteverhalenschrijven aan de Schrijversvakschool die ik gevolgd heb, zei Nico Dros, de docent, dat bij goede dialogen twee personages tegen elkaar spreken en niet ook nog de lezer van alles willen duidelijk maken. Bij Forster spreken de personages altijd alleen maar tegen elkaar. De dialogen zijn zelfs zo goed dat ik in de verfilming van Maurice vrijwel alleen dialogen heb gehoord die letterlijk in het boek voorkomen.

Een voorbeeld:

‘“Hullo,” he began, “hullo, you will have heard my news, Maurice.”

“Yes, but you didn’t write, so I didn’t.”

“Quite so.”

“Where are you now?”

“Off to a restaurant. We want you to come round there. Will you?”

“I’m afraid I can’t. I’ve just refused one invitation for lunch.”

“Are you too busy to talk a little?”

“Oh no.”’

De hamvraag is: wat vind ik zelf dan van het werk van Forster? Ik heb nu allerlei technische aspecten aan het werk genoemd die mij bekoren, maar dat zijn natuurlijk slechts losse elementen die op zichzelf niet direct voor goede literatuur zorgen. Van Forster verschenen zes romans, waarvan Maurice postuum. Verder heeft hij drie verhalenbundels geproduceerd, waarvan er een postuum verscheen (de eerste twee verhalenbundel worden tegenwoordig vaak uitgegeven als Collected Stories. Waarom de postume bundel daar niet bij zit is mij een raadsel). Van de vijf romans die ik heb gelezen vind ik Maurice en A Passage to India de beste, door de manier waarop hij in die boeken omgaat met de thematiek en hoe hij het verhaal opbouwt. In beide boeken zit een enorme spanning, waardoor je ze als lezer niet kunt neerleggen. Zijn Collected Stories vind ik het leukst om te lezen. Het schrijfplezier spat ervan af. Alle dingen die ik leuk vind en bewonder aan zijn manier van schrijven komen erin voor en hij slaagt er ook in om een goed verhaal te vertellen. Bovendien zijn veel van die korte verhalen sprookjesachtig en laat hij zijn fantasie de vrije loop, zoals in het verhaal ‘The Celestial Omnibus’ waarin een belangrijke rol is weggelegd voor een vliegend rijtuig.

Het meisje dat ik over Forster sprak had Where Angels Fear to Tread, A Room with a View en Howards End gelezen. Alle drie vond ze fantastisch. Ik heb haar gezegd dat zijn beste werken haar nog in het verschiet liggen.

(Afbeelding: portret van E.M. Forster door Dora Carrington, https://commons.wikimedia.org/wiki/File:E._M._Forster_von_Dora_Carrington,_1924-25.jpg)

"Foto van Sybren Sybesma"
Sybren Sybesma

Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna studeerde hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. Ander werk verscheen op De optimistOp ruwe planken, De Parelduiker en in het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Momenteel studeert hij in Utrecht. Hij speelt nog veel piano.

In de Oorshop

De reizende keerkringen

(De wereld in stukken 18)

Zonnewende, zenit, keerkring, seizoen. Woorden van grote schoonheid. Op deze kaart is een ‘keerkring’ te zien. Een duizelingwekkend veelbetekenend fenomeen. Elementair is dat er iets omdraait. Goed daar gaan we: de aarde staat scheef. Zo’n 23,5° uit het lood. Dat betekent een aantal dingen. Heel veel dingen eigenlijk. Het belangrijkste is dat de lichtinval delen van het jaar op het noordelijk halfrond onder een kleinere hoek staan en dat het dan dus warmer is: in onze zomer is het noordelijk halfrond meer naar de zon toegewend. De seizoenen danken we aan dit verschijnsel. Op kaarten en globes zijn vijf belangrijke breedtegraadcirkels te zien: keerkringen zijn twee van de vijf grote breedtegraadcirkels die kaarten van de aarde markeren, de andere zijn de arctische en antarctische cirkels, de poolcirkels dus, en de evenaar. De keerkringen bevinden zich thans op ongeveer 23°26′10.5″. Bij benadering de graden die de aarde scheef staat. Thans? Ja, want ze verplaatsen zich een beetje, door de inwerking van zwaartekracht van zon en maan op de aarde tijdens de rondgang om de zon in een jaar. Een keerkring is dit: de uiterste afstand tot de evenaar waar de zon zich loodrecht boven je hoofd, dus ‘in het zenit’ kan bevinden. Daar waar het mogelijk is geen schaduw te hebben.

Maar altijd, achter licht en lach,
de schaduw van een onheilsdag
eens breekt die dag het hoogst geluk
en maakt de schoonste dromen stuk
al straalt de zon uit het zenit
wie licht vangt vlucht zijn schaduw niet.

(Louis de Bourbon)

In Adelbert von Chamisso’s De wonderbaarlijke geschiedenis van Peter Schlemihl heb je om je schaduw te ontvluchten nog een pact met de duivel nodig: ‘Hij schudde mijn hand, knielde zonder tijd te verliezen voor mij neer, en ik zag hoe hij mijn schaduw met bewonderenswaardige handigheid van top tot teen behoedzaam van het gras losmaakte en optilde, vervolgens oprolde en vouwde en tenslotte opborg. Hij stond op, maakte nogmaals een buiging, en trok zich terug in de richting van de rozenstruiken.’

Die uiterste plek waar een loodrechte positie van de zon mogelijk is markeert het gebied dat we kennen als ‘de tropen’. Het Engelse woord voor keerkring is dan ook tropic. Dit is de Kreeftskeerkring, de Tropic of Cancer en op gelijke afstand van de evenaar aan de zuidkant ligt de Steenbokskeerkring of de Tropic of Capricorn.

De Kreeftskeerkring kreeg zijn naam omdat de zon ten tijde van de naamgeving in het sterrenbeeld Kreeft stond tijdens de zonnewende van juni. Evenzo kreeg de Steenbokskeerkring haar naam daar de zon tijdens de zonnewende van december in het sterrenbeeld Steenbok stond. De naamgeving vond ongeveer 2000 jaar geleden plaats en de zon staat in die tijd van het jaar niet meer in die sterrenbeelden. Tijdens de zonnewende van juni staat de zon thans in Tweeling en tijdens de zonnewende van december staat de zon in Boogschutter.

De tropen beslaan 36% van het aardoppervlak en herbergen rond de 40% van de mensen op aarde. Rond 2050 zou dat 50% kunnen zijn. Een slechte plek om te trachten nog alleen te zijn. Door de klimaatverschuiving groeit het gebied waar een tropisch klimaat heerst: ze schuiven tussen de 138 en 277 kilometers per 25 jaar op richting de polen.

‘I need to be alone. I need to ponder my shame and my despair in seclusion; I need the sunshine and the paving stones of the streets without companions, without conversation, face to face with myself, with only the music of my heart for company.’
― Henry Miller, Tropic of Cancer

Lees ook Science tropenrapport

Naar kaart 19

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Twee- of drieënvijftig

Verjaardagen van Arie maak ik al heel lang mee, en omdat hij een paar jaar ouder is dan ik, was ik me altijd erg bewust van zijn leeftijd. Steeds was hij eerder bij mijlpalen als dertig, vijfendertig, veertig, vijfenveertig. Afgelopen zaterdag zette hij een lange tafel neer op het pleintje voor zijn huis in Oud-West, waar één voor een zijn gasten neerstreken.

Omdat ik Ada (6) net gedropt had bij een andere verjaardag, was ik vroeg bezoek. Ik zag ze komen, Aries vrienden die deels ook de mijne zijn. Inmiddels is iedereen boven de vijftig en zijn er klappen uitgedeeld aan relaties, in het werk en aan gezondheid, aan ouders voor zover die er nog zijn – een paar van Aries mensen is zelfs al gestopt met werken omdat dat kon of omdat het werken niet meer ging.

Hoe je de gesprekken van die middag ook wilt labelen, een gevoel van opbouw lag er niet onder. Toch genoot ik van de paar uur die ik aan die tafel doorbracht voordat ik Ada weer moest halen.

Toen ik W vroeg hoe het ging vertelde hij zonder omhaal over zijn ellende van de laatste jaren, maar het werd geen deprimerend verhaal. Hij leek oprecht oké, alsof de klappen hem ook steviger in de grond verankerd hadden. Ik keek om me heen naar al die lieve oude koppen, mensen die om dezelfde redenen van mijn vriend hielden, en voelde me met hen verbonden, heel goed op mijn plek.

N vroeg hoe het met mij ging; ik gaf zo volledig mogelijk antwoord en ons gesprek ontrolde zich. Er zat lucht tussen de woorden, een vertrouwde ruimte waarin als vanzelf te delen zaken opkwamen. Ik vroeg om foto’s van haar nieuwe huis en keek mee op haar telefoon, genoot van het fraai verbouwde schoolgebouw.

Zelf word ik in september vijftig en N loopt een paar jaar op me voor, maar hoeveel jaar zij ouder was dan ik vond ik moeilijk te bedenken. Ik herinnerde me dat ze bij Arie in de klas gezeten heeft, en dat ze dus even oud moest zijn als hij. Ik keek naar mijn vriend. Werd hij nou eenenvijftig? Twee-drie-vierenvijftig? Zeker geen vijfenvijftig, toch?

Het leek niet zoveel meer uit te maken.

In september word ík vijftig en die leeftijd zie ik als een laatste mijlpaal. Weliswaar het begin van een – zeker in biologische zin – neergaande lijn, maar toch ook iets om te vieren. Daarna markeren verjaardagen voor mij niets meer, behalve dat ik in leven ben. Ik geloof dat weinig me meer zal irriteren dan een bezoekje van de burgemeester omdat ik het op een of andere manier voor elkaar gekregen heb om honderd jaar te blijven ademen.

Het is bizar hoelang het duurde voor ik écht besefte dat ouderen niet tot een andere soort behoren, dat zij exact dezelfde strijd leverden als ik. Vijftig lijkt daarin een draaipunt – ellendig om te weten dat je over de helft van je leven bent, maar ook een punt dat overzicht biedt, een aards soort helderheid. Daar komt ontroering bij kijken, mededogen ook – het besef dat iedereen op zijn bek gaat en blijft opstaan tot het niet meer gaat.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Moeder

Mijn moeder stapte met ferme tred door het zand. De honden zoefden voor ons uit als vierpotige straaljagers. Het miezeren sloeg snel om in een fikse regenbui, en ik had spijt dat ik bij de auto had gezegd dat een paraplu niet nodig was, en dat mijn moeder goedgelovig mijn advies had opgevolgd, terwijl zij veel vaker buiten is dan ik en de lucht beter kan lezen.

Vroeger liepen we vaak over dit strand, dat grensde aan de camping waarop we tot mijn vijftiende bijna alle zomers doorkwamen. Andere honden zwermden dan om ons heen, alsof ons gezin een deel van de roedel was, maar los van de generaties honden die bleven steken in het verleden was er weinig veranderd.

We waren wat ouder nu, dat wel, en ik ging nog zelden mee om te wandelen. Toen mijn moeder me vroeg ik weer een keer mee wilde gaan, had ik toegezegd, al wist ik niet zo goed waarom. We bespraken andere, grotere dingen dan jaren geleden, terwijl we over de strandjes slenterden en af en toe een stukje door een bosgebied liepen. Ik klaagde niet meer over de duur van de wandeling zoals ik vroeger altijd deed, zelfs niet toen we bij ‘mama’s boom’ aankwamen, het punt waarop mijn broertje en ik vroeger altijd terug mochten naar de camping om te voetballen, terwijl mijn ouders dapper verder stapten. Nu liepen we samen verder: ik voetbalde al lang niet meer.

We haalden wat herinneringen op over onze tijd op de camping, de mensen die we na ons vertrek nooit meer hadden gezien, hoe snel ons leven was veranderd in die paar jaar. Ze praatte wat over haar dag en ik zeurde wat over mijn schrijfbestaan. Hoopvol en met vertrouwen, zoals altijd, stelde ze me gerust dat het wel goed zou komen. Dat is het wonder van mijn moeder: hoe ze altijd moed houdt, altijd hoop heeft, altijd doorgaat.

Op de terugweg stapten we de dijk op, die glad was van de regen. Ik gaf mijn moeder een arm, terwijl ze zich hardop en moederlijk afvroeg waarom ik in vredesnaam schoenen met gladde zolen had aangetrokken. Toen ze heelhuids de bovenkant van de dijk had bereikt bleef ik even staan, terwijl zij verder liep. Zo gezond, fier en mobiel als ze nu vooruit liep deed me denken aan hoe ziek ze een jaar eerder was geweest, hoe trefzeker de dood al een vinger naar haar had uitgestoken.

Nadat we zelfs al een beetje afscheid van haar hadden genomen sterkte ze aan, joeg ze het veel te vroege einde van haar ziekenhuisbed en krabbelde op, al zou ze nooit meer helemaal dezelfde vrouw worden als voor haar opname. Maar ze was nog steeds mijn moeder, die stille kracht, een onmisbare steun. Ik dacht aan hoe een vriend die zijn moeder was verloren tegen me had gezegd dat hij vooral de kleine momenten miste, de nietszeggende ogenblikken die pas na het verlies zo veel waarde krijgen. En dat ik die moest koesteren, bewaren, onthouden, nu mijn moeder er nog is, omdat hij daar pas mee begon toen het eigenlijk al te laat was.

Een moeder, dacht ik, is een onmisbaar iets, en daarom is het zo ongelofelijk wreed dat er een moment komt waarop een kind zich los moet weken van een moeder, de schoot waarin je opgegroeid bent moet verliezen, de veilige haven die ze is op een dag de grond in moet zien gaan.

Maar nu nog niet, dacht ik, terwijl ze me vroeg om naast haar te komen lopen, in plaats van achter haar. Ik dichtte het gat dat tussen ons gevallen was. Ze sprak weer wat moedgevende woorden over de toekomst en zei dat ik misschien zelfs wat geld zou kunnen sparen, als het financieel beter zou gaan.

Ik knikte, wist dat ze gelijk had, maar was vooral bezig met het sparen van dit ogenschijnlijk kleine moment, onze gesprekken, de stilte die soms tussen ons viel. En hoe ik al die dingen zou koesteren, bewaren, onthouden.

"Foto van Twan Vet"
Twan Vet

Twan Vet (1998) schrijft poëzie, proza en liedteksten. Hij blogt wekelijks voor Tirade.

Zijn gedichten verschenen eerder in literaire tijdschriften zoals De Revisor, DW B en Het Liegend Konijn en in kranten zoals NRC en AD.

De komende jaren werkt hij aan een dichtbundel, een non-fictieboek en een roman bij De Bezige Bij.

Foto: Roderique Arisiaman

De literaire orkaan

De orkaan had al een aantal keren gewoed als storm in het land, maar dit keer kwam het met windkracht 12 en liet weinig heel achter. De harde wind begon zich te ontwikkelen op de thema-avond van de Schrijversgroep ‘77. De bezoekers werden daar omver geblazen met de presentatie over het boek Jaguarman. De wind nam vaart tijdens de verschillende interviews van de lokale media en ontwikkelde zich tot een storm.

Bij een bezoek aan een middelbare school in het ressort Flora van Paramaribo werden de leerlingen geprikkeld met woorden die aankwamen als harde windstoten. Climax kwam op de presentatieavond van het boek Boto Banja in het Nationaal Archief Suriname. De zaal was propvol. Velen kwamen van ver om de storm, die nu een briesende orkaan was geworden, mee te maken. De orkaan fascineerde mensen, hield hun aandacht en zorgde voor erupties van de geest. Het aantal aanwezigen werd vastgegrepen, verschillende kanten op  geblazen en tot rust gebracht in het midden van het natuurverschijnsel. De orkaan, genaamd Raoul de Jong, heeft een indruk achtergelaten in Suriname. De orkaan laat zich namelijk niet beknotten.

Zo heb ik de dagen met Raoul tenminste ervaren. Eenvoudig en enthousiast in de omgang, maar een geniale schrijver en op het podium een waanzinnige verteller. Het doel van zijn bezoek aan het land was om samen een plan met mij te ontwikkelen om het lezen te bevorderen onder de leerlingen van de middelbare scholen. Maar zijn bezoek was ook zijn werk bekender te maken bij de Surinaamse samenleving. Hij onderwees mij in ‘hoe jij je als schrijver kwetsbaar moet opstellen’, ‘hoe je moet durven je woorden te schaven om daarmee mooie werken mee te maken’ en ‘Hoe je een volk kan inspireren door het vertellen van hun verhalen’.

Vaderschap, het slavernijverleden van Suriname en de Afro-Surinaamse cultuur waren centraal in Jaguarman en het geheim genootschap der dansende schrijvers bij Boto Banja. Beide werken zijn omarmd door delen van de Surinaamse samenleving. Binnen een mum van tijd waren de boeken waarmee hij kwam uitverkocht.

De orkaan is gaan liggen, die is terug naar Nederland om ons daar verder trots te maken. Na zo’n belevenis moet je ook even tot rust komen. Een glaasje suikerwater drinken. Jaguarman is het cadeau dat hij heeft achtergelaten, Boto Banjo het toetje. Natuurgeweld wordt vaak eerst niet goed begrepen. Raoul belandde zelf in een orkaan van onbegrip in Nederland over Jaguarman. Onwetendheid zorgde voor kleingeestigheid, maar zijn kracht was sterker en hij zou door heel Nederland woeden met zijn boekenweekessay Boto Banja.

Suriname moet de werken van Raoul zien als bouwstenen waarmee het land zich kan ontwikkelen. We moeten trots zijn wat we hebben meegemaakt, wat wij hebben meegekregen van onze voorouders en wie we zijn.  Mijn vingers jeuken om meer te schrijven. Mijn gedachten te spuien. Tenminste een krachtige wind te worden.

Thanks Raoul, tot het volgende orkaanseizoen! Anton de Kom is trots op je. Velen in Suriname zijn trots op je. We zullen ons voorbereiden op je volgende komst.

"Foto van Kevin Headley"
Kevin Headley

Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.

Een beroerde dichter en veel cijfers

(De wereld in stukken 17)

Wat weten we eigenlijk van Groenland?


Groots en fascinerend zijn de ijzige bergen van Groenland
En op wonderbaarlijke wijze geschapen door goddelijke hand;
We kunnen er eigenlijk niet bij met ons verstand
Want wat is dit voor wonderland?

Kathedralen van ijs zijn er, huizen glinsterend als glas,
En als het om het landschap gaat is er niets dat mooier was,
monumenten zijn er en torenspitsen; vervallen kastelen
die wie er wonen voor veilige toevlucht delen.

En er zijn ijzige rotsen en afgronden, prachtige watervallen,
En terwijl de vreemdeling ernaar staart, laat hij zich ontvallen
Met een mengeling van verwondering, verrukking en angst, vederlicht,
Oh! wat een is dit toch een prachtig gezicht!

Het zijn de eerste drie strofen van ‘Greenland’s Icy Mountains’ William Topaz McGonagall (1825 –1902) ook wel bekend als Brittannië’s slechtste dichter. Ooit. Tijdgenoten dachten dat ‘ie het misschien grappig bedoelde, maar het was dodelijke ernst. Hoe vertaal je een slecht dichter? Vrij, en zorg dat het rijmt. En zorg dat het niet toch acceptabel wordt…

Kennis was duidelijk zijn prioriteit niet, hij sluit na een enorme reeks strofen af met de gedachte dat je er maar beter niet geweest kunt zijn. De sneeuw ligt 10 of 15 voet diep. Maar hoeveel precies?

Groenland in cijfers. Dat kun je aan de Denen en Groenlanders wel overlaten, ze brengen jaarlijks een mooi vormgegeven statistisch boekwerkje uit.

‘Groenland is een bergachtig land en het grootste eiland ter wereld met een oppervlakte van 2.166.086 km2. Het land ligt geografisch op het Noord-Amerikaanse continent. 81% van Groenland is bedekt met ijs, en de totale bevolking is ongeveer 57.000, op een oppervlakte van 1/6 van Siberië. Groenland bestaat volledig uit uitgestrekte toendra’s en heeft de laagste bevolkingsdichtheid ter wereld. Alleen de ijsvrije gebieden meegerekend, gaat het om slechts 0,3 personen per vierkante kilometer.*

Geopolitiek gezien maakt het echter deel uit van Europa en is het een zelfbesturende regio binnen het Koninkrijk Denemarken. In 1721 werd Groenland een Deense kolonie, in 1953 een Deens graafschap en in 1979 werd eigen heerschappij verleend. Zelfbestuur kwam van de bevroren grond op 21 juni 2009. Samen met Denemarken was Groenland vanaf 1973 lid van de EU.

Het grootste deel van het Groenlandse landschap bestaat uit ongerepte toendra. Alle steden en nederzettingen liggen langs de kustlijn. Er zijn geen wegen tussen steden en reizen is slechts mogelijk per schip en vliegtuig. Het grootste deel van de bevolking woont aan de zuidwestkust. Dit omvat de hoofdstad Nuuk met ongeveer 19.000 inwoners.

Groenland heeft zijn eigen nationale vlag en geeft zijn eigen postzegels uit, maar heeft geen nationale munteenheid. Deense kroon (DKK) is een wettig betaalmiddel.

Grootste afstanden: Noord naar zuid: 2.670 km, Van oost naar west: 1.050 km

Kustlijn: 44.087 km Hoogste punt: Mount Gunnbjörn: 3.700 m.’

Er worden 800 kinderen jaarlijks geboren en 500 mensen sterven, de levensverwachting is door ongelukken en suïcide lager dan elders: mannen worden gemiddeld 69,2, vrouwen 74 jaar. In het westen is de gemiddelde minimumtemperatuur in februari –34,6°, maximum -1,6°, in augustus respectievelijk 20,6° en 0,8°. De gemiddelde temperatuur komt niet boven de 10°.

Gebruik van fossiele brandstoffen is hoog, verreweg de meeste mensen werken in de openbare sector en worden betaald vanuit Denemarken. Visserij is de belangrijkste inkomstenbron, men vist op heilbot, garnalen en schelpdieren. De fauna bestaat uit: Vissen, zeehonden, walrussen, walvissen, ijsberen, poolvossen, poolwolven, rendieren, muskusossen, licht suïcidale groenlandse halsbandlemmingen, sneeuwhazen en een rijk vogelbestand met zo’n 50 broedende soorten. Vee in Zuid-Groenland: schapen, tamme rendieren, koeien, paarden, honden en kippen. In Noord-Groenland worden hondensleeën gebruikt voor jacht- en visdoeleinden.

En laat degenen die dit lezen of horen de Goden maar danken
Dat ze de ijzige velden van Groenland nooit hebben betreden;
Op een koude winternacht voor de open haard heb je een reden:
Denk aan kou en ontbering waar zelfs Groenlandse zeelui van janken…

Lezen: Greenland in Figures 2022 (Statistic Greenland)

Kaart 13 ging ook over Groenland

*dan heb je dit gebied dus in je eentje (bron zie hier)

Luisteren: over Groenlandse muziek, Drumdances en Katajjaq

Naar kaart 18

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Ida Hondelink"
    Ida Hondelink

    Ida Hondelink is schrijver en performer. Ze studeert momenteel af aan de studie Writing For Performance aan de HKU. Reeds is ze actief als dichter en essayist op verschillende platforms en podia, waaronder Notulen van het Onzichtbare, Hard//hoofd, Dichters in de Prinsentuin, de U-Slam en de Nacht van de Literatuur. Haar werk is fantasierijk, maatschappijkritisch en heeft doorgaans een poëtische ondertoon.
    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Thom Wijenberg"
    Thom Wijenberg

    Thom Wijenberg (1996) schrijft poëzie en proza. Hij werkt als redacteur en programmamaker en studeert aan de Schrijversvakschool. Zijn werk verscheen onder andere op Notulen van het Onzichtbare, Tijdschrift Ei en in de Seizoenszine.

    Auteursfoto: Gaby Jongenelen

  • "Foto van Nicole Montagne"
    Nicole Montagne

    Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.