Stukkie warmte

Afgelopen maandagavond barstte het tweede seizoen van onze gezellig-literaire avond De Vertellers van Helmers los.

Het concept is overzichtelijk: schrijvers, boekenvakkers, acteurs of regisseurs lezen passages voor uit werk van hun eigen literaire helden. Ze doen dat vanaf een piepklein roodvelours bankje, gesandwicht tussen Jan van Mersbergen en mij.

Wij zijn geen kleine mannen, en toch past het altijd. Best apart om zonder opbouw (drankje, small talk) full-contact te zitten met iemand die geen nabije vriend is, maar vrijwel niemand lijkt er een probleem mee te hebben.

De sfeer die hierdoor ontstaat is warm, geborgen. Zo sandwichten we dit keer Joost Baars, Femke van der Laan, Arie Boomsma, Chris Polanen en Anne Eekhout. Natuurlijk was Arie het ruimste beleg, maar ook hij paste dus.

Mijn gebruikelijke zorg of er wel genoeg volk zou komen bleek zoals gebruikelijk ongegrond, en zo stond ook het publiek lijf aan lijf. Het podium is klein, de afstand tot ons verwaarloosbaar. Ik mocht afsluiten en las voor uit Shaun Tans schitterend geïllustreerde boek Verhalen uit de binnenstad (vertaald door Eva Gerlach).

Ik las een ultrakort verhaal over een mysterieuze vlinderwolk die het leven in een drukke stad voor even stillegt, de mensen als één entiteit omhoog laat kijken, verwonderd, weerloos.

Maar nu, dit ene, allerkortste ogenblik, vroegen we niet waarom. We dachten enkel aan vlinders, de vlinders die op ons hoofd gingen zitten, op de hoofden van vrienden en familieleden, op iedereen die we kenden en iedereen die we niet kenden, op de hele stad tegelijk, en we wensten dat het altijd zou duren. Niet bewegen, fluisterden we. Sta stil! Sta stil! Sta stil!

En zoals dat met geweldige literatuur gaat, stond heel Helmers stil, daar in die grote stad, en keek verwonderd omhoog.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Wie volgt nu eigenlijk wie?

omslagbeeld: Daniel Sproerri

Soms lijkt de werkelijkheid eerder de fictie te volgen dan andersom. Bijvoorbeeld: het aanwijzen van een designated survivor voor Prinsjesdag 2019 lijkt een direct gevolg van de populariteit van de gelijknamige serie die sinds 2016 op Netflix te zien is. Het verschijnsel bestaat in de V.S. immers al sinds de Koude Oorlog.

Van een andere orde is de ophef over het nepwapen, de zoon en de burgemeester. Ik ben vast niet de enige die onwillekeurig denkt aan Het Diner (2009) van Herman Koch. Het is een lastige vergelijking, maar toch. Regelmatig vraag ik me af: wie volgt nu eigenlijk wie?

Of neem Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Nostalgie is in deze roman voor zowel hoofdpersoon als continent een onmisbaar product geworden. En ook seks is vooral een product. Met ijzeren regelmaat (gemiddeld om de 20 pagina’s) wordt de hoofdpersoon overvallen door de lust van (en voor) een jonge vrouw met een lekker kontje en lange benen. Het zijn steeds ongeveer dezelfde pornografische clichés. Lag hier niet een kans Europa ook middels verschillende smaken en vormen van liefde te definiëren? Ja, nee. Pfeijffer wilde vermoedelijk helemaal geen clichés vermijden. Hier wordt seks ingezet om aan te tonen hoe pornografisch de westerse beschaving is geworden.

Kan dat ook anders? Hoe schrijf je over seks op een interessante, literaire manier? Misschien is het niet mogelijk om de standaard Hollywood- of pornobeelden te omzeilen. Misschien is seks voor veel mensen wel clichématig en plat. Of zou het toch andersom zijn en doen de meeste mensen in werkelijkheid (en dus ook in literatuur) de voorgeschotelde clichés na?

Direct na Grand Hotel Europa las ik Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Toeval, maar de vergelijking leverde boeiende gedachten op over papieren seks en de vraag wie nu eigenlijk wie kopieert. Schermer wisselt razendsnel van perspectief. Meerdere personages in uiteenlopende situaties en levensfases interpreteren voortdurend hun eigen verlangens, intimiteit en seksleven. Wat betekent het, wat zijn de mogelijke gevolgen, wat zegt het over mij, over de ander? Doodvermoeiend en vaak hilarisch, maar ook herkenbaar. Schermer toont hoe veelkleurig, pijnlijk en onromantisch de werkelijkheid vaak is. Haar fictie volgt geen clichébeelden, maar representeert de werkelijkheid op een herkenbare, nogal rauwe manier.

Waarschijnlijk hebben we meer boeken nodig zoals dat van Schermer. Meer en diverse representaties van (in dit geval) seks om onszelf aan te scherpen. Want als de fictie de werkelijkheid kan beïnvloeden, heeft de schrijver een verantwoordelijkheid. Of in elk geval macht. Voor onze ‘erotische alertheid’, zoals Schermer het noemt, betekent dit dat juist fictie ons zou kunnen bevrijden van het eeuwige papegaaien van standaard erotische clichés.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

 

 

 

 

 

"Foto van Berthe Spoelstra"
Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Haar debuutroman Schemerland kwam in 2009 uit bij Van Oorschot. In augustus 2021 volgt Zwerm. Voor Tirade schrijft ze over o.m. theater en literatuur.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Het muurvarkentje

Do Ho Suh is een Koreaanse kunstenaar die lang in New York woonde. In een documentaire van Marjoleine Boonstra vertelt hij hoe belangrijk zijn ouders’ huis voor hem is, we zien dat fraaie traditioneel Koreaanse huis ook. In Manhattan woont hij in een appartement dat hem verhuurd wordt door de eigenaar met wie hij een bijzondere relatie onderhoudt. Wanneer hij weer gaat verhuizen kan hij geen afstand nemen en bedekt de muren met een soort papier, dat hij dan met potlood strepend het achterliggend reliëf  doet tonen (‘embossing’). De exacte vorm van zijn omgeving is betekenisvol voor hem, tot en met het stopcontact – ons dagelijks muurvarkentje –  wordt alles exact  gekopieerd, losgehaald, opgevouwen. Hij heeft zijn thuis reisklaar gemaakt en kan vertrekken zonder het achter te laten.

Een andere fascinatie betreft tussenvertreken: daar waar we zijn als we nog niet op de trap, maar ook niet meer in de kamer zijn, efficiënte ruimtes die ruimtes verbinden, de overloop bijvoorbeeld. Voor hem is dat ook de weg naar zijn vriend, de huiseigenaar toe. In het kunstwerk hiernaast zie je een verzameling tussenruimten aaneengesloten en uitgevoerd door naaiateliers in Zuid-Korea, zijn moeder, een soort textielhistorica begeleidt dat proces.

In museum Voorlinden in Wassenaar kun je erdoorheen lopen. Je bent zowel binnen als buiten, de transparantie van het materiaal lijkt de poging zo exact mogelijk te zijn te weerspreken. Je kunt door een stopcontact heen kijken naar buiten. Toen ik thuisgekomen het nodige uitzocht over Voorlinden om erachter te komen waarom ik het er zo geweldig vond, las ik dat het architecten bureau, Kraaijvanger, zijn best heeft gedaan alles weg te werken wat je in gebouwen normaal als gegeven aanneemt: exitbordjes, sproei-installaties, lichtknoppen, thermostaten, stopcontacten. Naast de kwaliteit van de ruimtes op zich, het feit dat er zoveel glas is, de transparantie die zicht op de geweldige aangelegde tuinen op het landgoed verleent, is het wellicht vooral dit: de ruimte is ontwikkeld om de functie van de ruimte te vergeten. En geeft daarbij dus ruim baan aan de kunstenaar. Bijvoorbeeld een die ervoor gekozen heeft de precieze huid van zijn woning, inclusief alle stopcontacten en lichtknopjes te kopiëren, om het niet kwijt te raken: het gevoel dat dat zijn thuis was.

IMG_6285

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot. Hier een stukje over een ander heel geslaagd museum.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Ome Arie

Ik zou met Ada naar het huisje in Zeeuws-Vlaanderen, en vroeg haar ome Arie mee. Arie is mijn vriend en op geen enkele manier familie.

Vrienden hebben we altijd aan de kinderen voorgesteld als oom of tante, maar uiteindelijk bleef alleen Arie ome Arie, of in het geval van Ada: ome Aarrrrie.

Zoals zijn gewoonte is stond Arie ruim voor tijd klaar, de deuren van zijn balkon op de eerste verdieping open zodat Ada zijn naam kon roepen.

Al zo’n vijfentwintig jaar roep ik Aries naam bij het inrijden van zijn straat, een gewoonte die is overgenomen door Nadim, en sinds een aantal maanden ook door Ada.

Vanwege een erg zwaar jaar is Arie veel thuis geweest, wat het mogelijk maakte op de vreemdste momenten langs te gaan en zijn naam te laten roepen door welk kind ik dan ook bij me had. Ik heb daar misschien nog meer van genoten dan hij.

Een tijd leek terug waarin we onze dagen zomaar konden samenvoegen, om pas weer rond bedtijd uit elkaar te gaan. Zoiets maakte ik sinds het jaar 2000 niet meer mee.

Onderweg naar Zeeland babbelde mijn vriend eindeloos met Ada; een goede klik tussen je kind en vriend is een groot geluk. Wanneer dat gebeurt mis ik Gijs altijd. Hij overleed voordat Nadim geboren werd, en soms droom ik dat ik mijn jongen als peuter aan hem meegeef voor een dagje Artis samen.

Ik kijk ze na terwijl Gijs de straat uit fietst, Naadje honderduit lullend in het zitje op de stang.

Gijs vond dat hij slecht was met kinderen, maar zijn onvermogen zich aan te passen aan ‘kleine mensen’ zoals hij ze noemde, maakte dat hij met ze sprak zoals hij met volwassenen praatte. Weinig is mooier voor een kleuter dan door een veertiger als gelijke gezien te worden.

In grote lijnen doet Arie ook hetzelfde met Ada als met mij: vragen stellen, half luisteren, plagen tot we huilen van het lachen.

We zijn vaker samen weggeweest, en hoewel dat altijd hilarische vakanties waren, denk ik dat we er ook lang van moesten bijkomen omdat van rust met de oude Arie geen sprake was. De nieuwe Arie kan beter tegen stilte, trekt zich soms terug en valt zomaar in slaap op de bank. De nieuwe Arie is beter dan de oude.

Ada en ik stonden samen op, en nu snurkt hij op de kleine kamer boven ons hoofd. Straks zal hij naar beneden komen, zijn gezicht en haar in de kreukels. We worden de laatste tijd veel sneller oud – alleen Gijs niet, maar die is goddomme aan het vervagen, hoe ik me er ook tegen verzet.

Soms vraag ik me af wat ik me als laatste van hem zal herinneren. Misschien het gevoel van zijn arm over mijn schouders (wat heel zelden gebeurde), de manier waarop hij mijn naam zei (altijd op zijn Frans) of de manier waarop hij fietste (extreem rechtop, als een admiraal op een hem onwaardige pony).

Gelukkig heb ik Arie nog – en Boris natuurlijk, die ook een zwaar jaar heeft, maar niet mee is. Dit huisje is te klein voor drie van die grote lijven.

Omdat we vroeger altijd met zijn vieren waren voelde ik sinds Gijs’ dood een sterke áfwezigheid op dit soort uitjes. Nu lijkt dat juist een soort áánwezigheid geworden, een vertinting in het licht die alles warmer maakt.

________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Daar derwisjt het leven

slender legs under the fluff foto Reddit

Afgelopen weekend scheen de zon. En ik was ervan overtuigd dat er niet alleen boos getoeter maar ook noodzakelijke, vrolijke of wonderlijke geluiden in de wereld klinken. Ik hou daar lijstjes van bij.

Het achtuurjournaal brengt een item over een Chinees bedrijf dat ondanks de handelsoorlog met de V.S. goede zaken doet. Zij produceren namelijk wc-borstels in de vorm van Donald Trump. Zakelijk vertelt de directeur dat hoe meer er online over Trump wordt gepraat, hoe meer borstels haar bedrijf verkoopt. (Het filmpje is nu alleen nog te zien op de site van het Jeugdjournaal.)

Ook die uil met lange poten staat op mijn lijst. Soms op de lijst ‘vrolijk’, soms verhuist hij naar de lijst ‘wonderlijk’. In elk geval ging de foto viral want er is iets mee. Iets in de blik van die uil. ‘Trek ‘m z’n broek weer aan, hij geneert zich,’  reageerde iemand op Reddit trefzeker. Dat wegkijken van die uil raakt me. Het is een kwetsbaarheid die zich ook aan mij opdringt als ik naar de webcams van de vogelbescherming kijk. Afgelopen zomer beleefde ik daar live een historisch moment. Vrouw Kerkuil legde het 7e ei van haar 3e legsel. En dat terwijl ze in de rui is.

Op een wonderlijke manier doen deze fragmenten werkelijkheid me denken aan De Verbeelding (1998) van Herman Franke. Niet dat die roman zo lollig of luchtig is en het gaat ook niet over uilen of wc-borstels. Wel is het verhaal opgebouwd uit samengestelde perspectieven. Scherven werkelijkheid die samen, als een caleidoscoop, een geheel vormen. Zoals mijn lijstjes een uitsnede uit de werkelijkheid representeren. Zelf noemde Franke De Verbeelding een ‘meerstemmige roman’.

“De romans van Franke zetten de werkelijkheid even stil, maar staan daardoor onder een intense voelbare spanning van gestolde beweging,” schreef Willem Otterspeer in De Groene Amsterdammer. Dat is schitterend gezegd. De werkelijkheid even stilzetten, gewoon even goed kijken, ook al is het kort. Dan zie je beweging in stilstand. In het droge commentaar van de Chinese ondernemer tussen haar borstels, in de binnencam Alde Feanen waar Vrouw Kerkuil haar kroost verzorgt, in de obsessieve waarnemingen van Herman Franke. Daar derwisjt het leven onverstoorbaar om z’n as.

Eergisteren doorkruiste ik een nazomers, druk Amsterdam. Een stoplicht, ik sloot aan bij een bulk wachtende fietsers. Naast mij voerde een slordige man luid een telefoongesprek. Het ging over geld, een huurcontract en ontbrekende documenten. Het stoplicht werd groen, de man toeterde loeihard in zijn telefoon: “Ja verdomme, niet iedereen hoeft te weten dat ik dakloos ben.” Stilstand. Oogcontact, een medefietser glimlacht. Gêne. We kijken allebei als een uil opzij en trekken met de andere fietsers op.

Een glimp van de werkelijkheid. Bewaar het moment. En dan weer door.

foto: Bas de Brouwer

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Recent kwam haar debuutroman Schemerland uit (Van Oorschot 2019). Voor Tirade schrijft ze over theater en literatuur.

 

 

 

 

"Foto van Berthe Spoelstra"
Berthe Spoelstra

Berthe Spoelstra (1969) is dramaturg van Frascati Theater. Haar debuutroman Schemerland kwam in 2009 uit bij Van Oorschot. In augustus 2021 volgt Zwerm. Voor Tirade schrijft ze over o.m. theater en literatuur.

Alles is OKÉ – een momentopname

IMG_2330Net als vorige week zaten we in de Hegeraad, maar Ivo smurfte beduidend anders. De presentatie van zijn boek was achter de rug, de Roode Bioscoop had vol gezeten en wij, zijn gasten, waren met goesting om te lezen huiswaarts gegaan.

Sommigen van ons waren op weg naar huis dus nog even langs de Hegeraad gefietst. Er waren weer bar-eieren (een 9 geproefd, maar ook een 7+, niet heel constant, deze keuken), één fluitje werd er drie werden er zes.

Jasper had mooi gesproken, vonden we. Thomas ook: hij had Alles is OKÉ gelezen en begrepen en iedereen vond zijn verhaal grappig, warm en slim. Ik vroeg me af hoe lang men Thomas’ leeftijd nog mee zou blijven rekenen in wat die man allemaal goed kan.

Bij dertig houdt dat toch een keer op, leek me; dan is het gewoon knap, niet knap voor een negenentwintigjarige. Nog acht maanden en het zit er goddank op. Mocht Thomas me nodig hebben, dan kom ik op zijn verjaardag om te helpen met de transitie.

Paul en Sarah waren afgehaakt zonder opgaaf van een echte reden, maar we hadden Rob nog, Elke, Renske, Jan en Ivo die dus een ander mens leek, hoewel die mens niet per sé Hans was.

Ivo had passages gelezen, op de vleugel begeleid door Marie Francois. Marie speelde een klassiek stuk dat Ivo’s moeder in haar goede jaren spelen kon. Een mooi maar lastig stuk, zoveel was duidelijk. Ik ga hier niet opschrijven wat het was omdat ik me altijd erger aan het droppen van de namen van klassieke stukken in proza.

Deels is dat omdat die namen me niets zeggen, en deels omdat ik vind dat je me een sfeer moet laten voelen in plaats van hem aan te halen. Vaak vind ik het droppen van klassiek en jazz ook pedant, of getuigen van een heule grote blinde vlek.

Dit geldt allemaal niet voor het boek van Ivo, waar die muziek van autobiografisch belang is. Ik weet dit zeker hoewel ik er nog niet aan ben begonnen vanwege die drie fluitjes die er zes werden, en nu weer vanwege dit blog dat ik eigenlijk gisterenavond had willen schrijven.

Ik was jaloers geweest op hoe goed Ivo zijn eigen werk las. Fijn om naar te kijken en luisteren; eindelijk een schrijver die zijn teksten recht kon doen. Zelf ben ik dat zeker niet.

Wat er anders was aan Ivo was dat hij straalde. Ik kan het zo gauw (nog vijf minuten en dit blog moet online) niet anders zeggen: binnen zeven dagen was hij van defaitisme naar een goede hoop op wereldheerschappij gegaan.

Ik bedacht dat alles een momentopname is en dat lange perioden van geluk alleen maar in herinnering bestaan*. Door momenten vast te leggen zoals ik hier doe, maken we er iets schijnbaar voortdurends van.

Dat leek me zowel de bedoeling als niet de bedoeling.

* dank, Maarten Spanjer

________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en recensent. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Inez van de Ven"
    Inez van de Ven

    Inez van de Ven is een schrijfster van Nederlands-Surinaamse afkomst. Haar focus ligt vooral op geschiedenis en fictie, waarin ze altijd op zoek is naar het sociaal maatschappelijk knelpunt. Naast haar schrijfwerk is ze freelance model en IT consultant.

  • "Foto van Alexander Baneman"
    Alexander Baneman

    Alexander Baneman (Amsterdam, 1986) publiceerde in o.m. Tirade, De Revisor en De Parelduiker. In november verschijnt zijn debuutroman De schim van Raamswolde bij Van Oorschot.

  • "Foto van Gigi Müjde"
    Gigi Müjde

    Gigi Müjde studeert in augustus 2025 af van de schrijfopleiding met een gemoderniseerde bewerking van het Middelnederlandse toneelstuk Mariken van Nieumeghen, namelijk: Meryem van Mokum. Door de lens van een oud Nederlands stuk, reflecteert die op de hedendaagse Nederlandse samenleving. In diens schrijven, speelt Gigi met taal, gebaar en referenties – om de lezer een eigen(aardige) wereld in te lokken vol verwarring en plezier. Die schrijft ook graag in samenwerking, vooral met Robin Alberts volgens hun eigen versie van de flarf-techniek, waarin er een tekst heen en weer wordt verstuurd en om en om wordt herschreven tot het onherkenbaar vol zit met liefde voor taal. Gigi schrijft alleen vanuit liefde, anders telt het niet.