De onzichtbaarheid van Columbus

Toen ik zestien was kwam de film What the bleep do we know? uit. Mijn moeder was er helemaal weg van. Ze heeft een zwak voor spirituele interpretaties van het leven, en deze film, met z’n belofte dat de wereld plooibaar was en onze wil tegemoetkwam als je maar hard genoeg ‘wilde’ paste precies in haar wereldbeeld. Ik geef toe, ook ik vond het een hele spannende gedachte dat je met je geest invloed uit kon oefenen op de wereld. Dat als je maar genoeg in iets geloofde, het bewaarheid werd. Ik richtte mijn aandacht op het manifesteren van een heel knap meisje, dat dan mijn vriendinnetje kon worden. Nu, twaalf jaar later, moet ik toegeven dat het heeft gewerkt. Ik heb een vriendin. Ze is ontzettend knap. Wie weet hoe dat was gegaan als ik die film niet had gezien?

Wat mijn moeder betreft… vooral het verhaal over de onzichtbaarheid van Columbus raakte haar. Columbus, zo werd in de film verteld, had met zijn schip de kust van Zuid-Amerika bereikt, maar het schip was onzichtbaar voor de inboorlingen die aan die kust leefden. Ze wisten niet wat een schip was en omdat zoiets in hun wereld niet bestond, konden ze het niet zien. Het schip was er gewoon niet. Columbus was er gewoon niet. Het was een gewone dag aan strand.

Mijn moeder vroeg zich af: zijn er dingen die wij niet zien, omdat we denken dat ze niet bestaan? Zijn de dingen die wij zien er alleen omdat we nou eenmaal in ze geloven? De film riep zo veel vragen op over hoe de wereld in elkaar zat en wat de relatie tussen onze waarneming en die wereld was. Ze kon er niet meer over ophouden en we voerden lange discussies, over hallucinaties, schoonheid in de kunst en dat mijn rood misschien wel haar groen was…

Dit spectrum aan onderwerpen, weet ik nu, komt aan bod in twee takken van de filosofie, de epistemologie en de esthetica. In dat eerste gaat het vooral om de vraag hoe wij kennis van de buitenwereld kunnen verkrijgen, maar soms ook breder, hoe we kennis überhaupt verkrijgen. Als je een som uitrekent en het antwoord hebt, wat is er dan gebeurd? Eerst wist je het antwoord niet en daarna wel… Hoe kan dat? De tweede tak, de esthetica, gaat over kunst. Wat is kunst? Wat is schoonheid en wat is de verhouding tussen mens en kunstwerk?

‘Aisthesis’, uit het Oudgrieks, betekent zoveel als zintuiglijke waarneming. De eerste theorieën in de esthetica gingen dan ook niet zo zeer over kunst, over plezierige waarneming, maar over waarneming an sich. Hoe werkt zintuiglijkheid? De zon schijnt, het licht valt in de zeilen van Columbus, maar de Indianen zien het niet. Zien ze iets anders? Donderwolken? Een school vissen? Wat zien ze?

Inmiddels heb ik mijn twijfels bij het verhaal over Columbus en de indianen. Het is te mooi om waar te zijn. Het is een indianenverhaal. Ik vermoed dat die Indianen wel degelijk iets zagen, maar dat zij eenvoudigweg niet konden plaatsen wat dat was. Een voorbeeld daarvan is de zwart-witfoto bij deze blog. Tijdens mijn studie kreeg ik deze voor ogen en ik heb me er dagenlang over gebogen, tevergeefs. Ik zag de foto wel, en ik zag wel dat er iets op stond, maar ik kon niet zien wat het was, tot iemand het aan me vertelde. Toen verscheen er ineens, in een Gestalt-switch, iets op de foto, wat er eerst niet was geweest. Het gebeurde voor mijn ogen, alsof het magie was.

In de Oorshop

Bij nummer 462

Het is zo ver: Tirade 462 is er!

Na het late kerstnummer van vorig jaar begint Tirade de zestigste jaargang met een heel goedgevulde aflevering. Die er ook deze keer geweldig uitziet, dankzij het werk van de onnavolgbare Lisa Dröes.

In een Duits interview zei Tirade het al: ‘Wir sind wie ein Oktopus mit vielen Armen, der in den unterschiedlichsten Bereichen nach neuen Beiträgen sucht.’ En het is weer gelukt onze tentakels uit te strekken in de meeste uiteenlopende gebieden, met een internationaal georiënteerd nummer als resultaat.

We doen nieuwe ontdekkingen in alle windstreken, zoals de poëzie van Mohanad Jacob (Irak), het kale proza van Rodolfo Walsh (Argenitinië) en een subtiel verhaal van Laia Jufresa (Mexico). Ook schrijvers van eigen bodem nemen ons mee over de grens. Meike Grol reist met ons af naar Australië en Tobias Wals geeft ons een kijkje in Oekraïne. Sipko Melissen werpt een nieuw licht op Kafka’s verblijf in Venetië en Irwan Droog werpt zich op als ambassadeur voor het werk van John Steinbeck.

Dichter bij huis buigt Carel Peeters zich over de nieuwe roman van H.M. van den Brink en laat Kathinka Stel ons (opnieuw) kennismaken met Max de Jong. Poëzie is er natuurlijk ook, en wel van Joost Baars, Roberta Petzoldt en Jan Sakko. De afsluitende tirade (‘De Verzameling der Frustraties’) komt van theatermaakster Laura Vroom.

Tirade 462 is te bestellen in de webshop van Uitgeverij Van Oorschot en vanaf morgen verkrijgbaar in de betere boekhandel.

'Wir sind ein Oktopus mit vielen Armen, der in den unterschiedlichsten Bereichen nach neuen Beiträgen sucht.'
‘Gruss vom Oktopus.’

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Vanavond: TIRADE LIVE

11703130_10153860995981068_1067599446147799591_n

LOCATIE: het theater van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. (7e verdieping)

TOEGANG: gratis

BORREL: achteraf.

Op 7 april is ook het nieuwe nummer van Tirade te bewonderen (en te koop! Neem contant geld mee). De illustraties van Lisa Dröes worden op groot scherm getoond.

Proza, poëzie, een zondagblogger op donderdagavond en muziek die je maar beter nu vast kunt leren kennen: het literaire tijdschrift Tirade gaat het podium op! Met in levenden lijve een groep jonge, inspirerende auteurs die iets hebben bijgedragen aan recente nummers van Tirade.
Vers werk van Wytske Versteeg, Maurits de Bruijn, Mathijs Gomperts en Wieke van der Linden. Onvergetelijke muziek van de band Roosmarijn. Presentator: Roos van Rijswijk.

Wim is weg

Zo nu en dan kwam Wim Brands op de uitgeverij vertellen hoe het allemaal moet. Anders dan op tv hanteert hij dan het instrument waarmee men de onnozelen slaat: de Retorisch Vraag. Wij weten hoe het werkt. We vragen netjes ‘Nee, hoe dan?’ of iets dergelijks en dan vertelt Wim hoe het moet.

Hoewel er na een paar keer enige vermoeidheid optreedt bij zoveel kennis, merken we aan Wim dat wanneer je hem niet al te serieus neemt, hij het leuker gaat vinden, er ontstaat dan een ingehouden, naar beneden gerichte glimlach tijdens het vertellen. Je moet Wim een beetje tegenspreken, met de juiste intervallen. Wim heeft alles gelezen, en weet beter dan ook de schrijvers zelf waarover zij schrijven. Met andere woorden, ze weten het zelf nog niet, maar hij zal dat besef met een tangverlossing losbreken. En dan weten ze het. Wim weet het antwoord en doet zijn gasten het beseffen, dan hoeven ze het alleen nog maar hardop uit te spreken.

Wim interviewde graag mensen die je kon zien denken, zei hij vaak. Na een interview was hij opvallend benieuwd naar wat je ervan gevonden had, met andere woorden, had je kunnen zien denken?

Ik werd dinsdagochtend wakker met radio 4 en daar vertelde Margriet Vromans dat Brands zo van de Catelaanse componist Frederic Mompou i Dencausse hield. Het was een mooi stuk, dus gisteravond bracht ik Mompouluisterend door. Deze zin over Mompou zou ook best over Brands poëzie kunnen gaan: ‘Mompou is vooral bekend als miniaturist. Hij schreef korte, op improvisaties lijkende muziekstukken die als “delicaat” of “intiem” beschreven kunnen worden.’

Zoals bijna altijd zegt muziek het allemaal beter.

Wim blogde een poos voor Tirade. Dat ging zo. ‘Menno, weet je wat je moet doen?’ ‘Nee, vertel eens Wim? ‘ Je moet mij eens laten bloggen, ik kan dat veel beter dan een heleboel anderen.’

Jarenlang hebben we ook hier ter uitgeverij deze bon mot nagezegd: Wim: ‘Intelligent zijn kan iedereen, maar bruggetjes maken, daar gaat het om.’

Lees vooral de blogs eens na. Dit schreef hij bijvoorbeeld:

‘In een stukje voor Tirade.nu schreef ik over een tekst van Anne Carson. Het gaat over achteruitlopen, dat mag ze niet van haar moeder, ‘omdat de doden dat doen’. Het staat in haar debuut ‘Short Talks’. Een bevriende boekhandelaar heeft gezorgd dat ik het boekje kon kopen. Ik heb een vrije vertaling gemaakt.

Mijn moeder verbood ons achteruit te lopen. Zo lopen de doden,
zei ze. Hoe kwam ze erop? Misschien door een slechte vertaling.
De doden lopen immers niet achteruit, ze lopen achter ons.
Omdat ze geen longen hebben kunnen ze niet roepen,
ze zouden er een moord voor doen als we ons omdraaiden.
Velen zijn slachtoffer van de liefde.’

of deze:
Vader

Ik weet niet waarom, misschien omdat ik ouder word – ik zie steeds slechter, dat zal het zijn. Hoe dan ook: het overkomt me steeds vaker dat ik in de grote stad waar ik woon – ook in buitenwijken – opeens een man zie lopen die op mijn vader lijkt. Vroeger was dat niet zo:

De jas

Maar eerst is er een oude jas. Nu hangt hij
aan de kapstok, binnenkort wordt hij
verbannen naar het hok.

En eerst is er een avond waarop ik aarzel
naar buiten te gaan. Buiten is het koud.
In gedachten trek ik voor het eerst

die oude jas aan. Ik ben alleen op straat.
Wie had dat durven hopen. Ik kijk
in de ruiten en zie

voor het eerst mijn vader in deze stad lopen.
‘Waar ga je heen?’ ‘Nergens heen.’
‘Dan gaan we dezelfde kant op.’

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

De nieuwe fiets

Hortend kwam de lente op gang. Bij de werkplaats in de Goudsbloemstraat kocht ik een fietsje met rode spatborden voor Nadim. Hoewel mijn jongen onderweg bij hoog en laag had volgehouden genoeg aan zijn oude en veel te kleine loopfiets te hebben, viel hij meteen voor die spatborden. Kale Frans wilde 50 euro, maar zakte zonder veel aanmoediging met zijn prijs.

Binnen vijf minuten reed Nadim voor me uit de Lindengracht op, zijn topzware zelf voor vallen beschermd door zijwieltjes met scheefgesleten banden. Onderweg maakte ik me zorgen over zijn benen; het kostte hem te veel moeite om vooruit te komen. Ik moedigde aan, gaf zetjes en werd – toen hij begon te jammeren – ongeduldig. Pas bij thuiskomst ontdekte ik dat de voorrem vastzat, de zwartrubber blokjes strak tegen de velg geklemd.

Samen vonden we een plek voor de fiets in het trappenhuis. Daarna at mijn zoon een boterham terwijl ik Facebook checkte. Wim Brands bleek dood. Ik heb hem niet gekend, maar hij leek me altijd sympathiek. Volgens Arjan Peters was hij het soort buurtgenoot dat je bij de supermarkt besluipt en je plaagt met je aankopen. Plagen is liefde, waar ik vandaan kom.

‘Wie is die meneer?’ vroeg Nadim.

‘Dat is Wim Brands,’ zei ik. ‘Er staat hier dat hij dood is.’

‘Was hij heel erg oud?’

Ik knikte maar, omdat ik inmiddels weet waar zo’n vraaggesprek met een kleuter kan eindigen. Je wilt liever niet dagelijks hoeven uitleggen dat de wereld rottig in elkaar steekt.

Plotseling zag ik Nadim als vijftiger voor me: een man met dunnend haar wiens voorrem nog steeds aanliep, en die soms opeens zijn zijwieltjes miste. Een heel ander soort topzwaarte.

In mijn dagdroom waren zijn moeder en ik er niet meer om hem op te vangen, of boos te worden als hij het op dreigde te geven.

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Achterblijvers

Hoe snel de mensen
je ontglippen en verdwijnen
als je ook maar een moment
niet oplet maar vertrouwt
dat wat er is ook blijven zal
dat iedereen zichzelf redt
Pas als ze weg zijn als de
vogel jankend opvliegt koud de
vleugel klapt tegen je wang pas
dan kijk je op, te laat; de lucht is
leeg de nacht nauwelijks blauw

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Lodewijk Verduin"
    Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

  • "Foto van Inez van de Ven"
    Inez van de Ven

    Inez van de Ven is een schrijfster van Nederlands-Surinaamse afkomst. Haar focus ligt vooral op geschiedenis en fictie, waarin ze altijd op zoek is naar het sociaal maatschappelijk knelpunt. Naast haar schrijfwerk is ze freelance model en IT consultant.

  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?