Kostalgie: het gevoel bij oude kookboeken

Ik heb me voorgenomen dit jaar 52 mij onbekende gerechten te koken. Dan plak ik de gerechten in een  boek en heb ik mijn kookboek 2016. Ik hoef er nog maar 47. Een rijsttafel van twee weken terug hielp me een eind op weg, uit een mooi kookboek: An East Java Peranakan Memoir. De kracht van dit kookboek schuilt in de oma’s van de makers.

Elizabeth David haar Drie Klassieken. De Mediterrane keuken, De Franse landelijke keuken en Zomerse gerechten, gaan zeker deel uitmaken van het jaarplan. Een wonderschoon kookboek waarbij je je wat moet verzetten tegen hoe eenvoudig het gerecht soms lijkt te gaan worden: houd je aan de regels en het wordt een prachtgerecht. Haar ‘Glace de viande’ staat op mijn lijst dit jaar.

Toen ik deze week in de enige vrieskoude dag een snert stond te bereiden werd ik bezocht door een klassieke weemoed aangaande de Nederlandse keuken. Ik trok oma’s Kookboek van de Amsterdamsche huishoudschool, Samengesteld door C.J. Wannée voorheen leerares aan die inrichting weer eens te voorschijn. En werd behoorlijk overvallen door een gevoel dat ik maar even kostalgie noem. Het is als Downton Abby kijken en de kokkin aan het werk zien en steeds denken: wat mooi!

IMG_1042Gestoomde gort, Deensche rijst, diplomaatpudding, moscovisch gebak, getruffeerde duif, gefarceerde snoek, niersoep.

De pagina Hors d’ oeuvres (zie hiernaast) is prachtig. Wie durft nog te beweren dat Nederland een matige eetcultuur had, ik denk niet dat dat waar was. Lees er ook de kookboeken van Werumeus Buning maar eens op na. Tussen de wereldoorlogen konden wie het goed hadden ook goed eten.  ‘BRILLAT SAVARIN zegt in een van zijn brillantste Aphorismes du Professeur, te weten het vijftiende ‘On devient cuisinier, mais om naît rôtisseur’, ofwel, ietwat vrij vertaald: ‘Koken kan men een mensch leeren, wild braden is een gave’. Meldt de professeur ergens. Of:

‘ De spekking van het wild staat ons een hoogere temperatuur in de pan toe en beschermt het daartegen, zoodat ge het dichtschroeien kunt, zonder dat het beschadigt of verbrandt. Verder geeft het spek vleesch en jus een ik-en-weet-niet-wat, een welkome pittigheid.

IMG_1043Twee van de ordinairste producten in de keuken, de uien en het spek, zijn twee onmiskenbare elementaire krachten waar men veel aan dankt, als men ze met mate weet te regeeren.’ Bomvol waarheden, wat bombastisch verwoord.

Kostalgie  is bij Wannée ook plaatjes kijken, vakkennis en specialisatie, dat is wat anders dan een kilo plofkip bij de supermarkt of een zak voorgesneden meuk. Ik wist de ‘harst’ bij het rund voor vandaag nog niet te plaatsten.

En droom nu verder van Charlotte aux pommes,  koude kabinetpudding en zwezerikkoteletten met asperges.

 

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

De rechtvaardigen

De vrouw op de foto is mijn schoonzus, die de gave heeft waar dan ook – en ongeacht de hoeveelheid tijd die haar rest voordat ze weer iets moet – kan slapen. Toch verschijnt ze op tijd op afspraken en droomt ze nooit wanneer haar aandacht nodig is.

Ze slaapt als een kat, maar een kat heeft tijdsbesef noch verplichtingen; hoeft niets totdat hij honger krijgt of moet piesen, in welk geval hij door behoefde wordt gewekt. Als ik cijfers uit mag delen voor slaapvaardigheid scoort mijn schoonzus in het cum laudespectrum, en nu ik erover nadenk mag dat ook wel magna cum laude worden. Wat geef je anders als beter onmogelijk lijkt?

Misschien klinkt er jalousie door in de zinnetjes hierboven. Klopt: mijn nachtelijke wakkerliggen komt bij vlagen, waarvan de laatste nu al vijf jaar aanhoudt. Het hielp niet dat Nadim ons de eerste vier jaar van zijn leven elke nacht het bed uit riep.

Ik heb mijn best gedaan, adviezen opgevolgd en me uiteindelijk een ultralichte dosis van een medicijn laten voorschrijven, maar iets in me komt nooit echt tot rust. Wanneer dat begonnen is? Ik kan me niet herinneren wanneer het niet zo was, en de laatste tijd begin ik er een zeker Randy Newmangevoel van te krijgen:

Maybe I’m doing it wrong
Maybe I’m doing it wrong
It just don’t move me
The way that it should
Maybe I’m doing it wrong

There ain’t no book you can read
There ain’t nobody to tell you
But I don’t think I’m getting
What everybody’s getting
Maybe I’m doing it wrong

Sometimes I throw off a good one
At least I think it is
No, I know it is
But I shouldn’t be thinking at all
I shouldn’t be thinking at all

Genoeg over mij. Mijn invloed op de wereld buiten mijn gezin is miniem.

Een ongetwijfeld knullig en onwetenschappelijk opgezet onderzoek signaleerde laatst dat tweederde van de Nederlanders last heeft van slapeloosheid. Toch een ernstig signaal als zo’n fundamentele functie van organismen op zo’n grote schaal hapert. Hoewel de politiek misschien geen representatieve steekproef van de bevolking is*, betekent dit waarschijnlijk dat op het hoogste niveau vaak beslissingen…

Ai ai.

 

*Al heeft de PVV wat dat aangaat een hoop rechtgezet

______________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceert hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Pleurisvrij

Omdat je tegenwoordig alles kunt worden, en alles kunt leren of in ieder geval bijna alles kunt proberen, althans als je het geluk hebt bevoorrecht geboren te worden, heb ik vaak momenten waarop ik stilsta bij alles wat ik niet kan. Het zal een generationele ziekte zijn, zie ook alle romans over verloren jongvolwassenen in grote stad, etc.
Ik kan een tijd naar een hoek in mijn huis kijken en denken: als ik toch handiger was, kon ik daar een heel aardige constructie met planken en buizen maken en daar zouden we dan alles in kunnen bewaren en het zou nog koffiezetten ook.
Of ik kijk naar de lamp die het om onduidelijke redenen niet doet – een nieuw peertje, zo ver kom ik nog wel, is het probleem niet – en ik weet dat ik misschien iets moet leren over blauwe en rode draadjes en hoe je daar iets mee doet zonder na afloop, bij het aanzetten van de stoppen, een heel huishouden te elektrocuteren.
Als ik een scheur heb in mijn kleren kan ik die niet zelf repareren en toen ik eens een tafeltje op een zeer specifieke hoogte zocht ging het heus wel even door me heen dat ik het misschien zélf kon maken, maar, hoe dan?
Kortom, als de pleuris uitbreekt ben ik hulpeloos. Het enige wat ik zou kunnen doen is de vijand, de orkaan of de gestegen zeespiegel kapotbeschouwen. Waarom die pleuris altijd zo aanstaande lijkt is overigens ook een interessante kwestie, volgens mij ben ik van de tweede generatie tot dusver die geheel pleurisvrij is grootgebracht.

Omdat ik toch niks beters te doen heb (geen vee hoeden, niet aan motoren sleutelen, zelfs geen planken op maat zagen) klik ik op YouTube naar een filmpje over Doeschka Meijsing. Dat is een nieuwe gewoonte van me, als ik iets lees van een auteur, vooral van een gestorven auteur, kijk ik na afloop even hoe iemand eruit ziet of luister ik hoe iemand klinkt. Meijsing vertelt in een café over haar beroep, schrijven, rookt daarbij hartstochtelijk. Ik heb haar net leren kennen van meer dan naam, en mis haar direct. Dan zegt ze: “Ik zou liever meubelmaker zijn, maar ja, ik kan helemaal niks met mijn handen.” Daar lacht ze blij bij, alsof het haar eigenlijk helemaal niets uitmaakt.

Ik vind het een zeer troostend fragment. Met het filmpje op stil denk ik er even over na. Dan piept mijn telefoon; een mailtje. De bevestiging van de cursus fietsenmaken waar ik me voor heb aangemeld. Trek warme kleren aan. Alles wordt vies. Ik vraag me af of ik mijn versnellingen ook in het gelid zal kunnen oreren.

—-

AAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ng

 

 

Roos van Rijswijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. In februari verschijnt haar roman Onheilig (Querido).

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Goede voornemens

In januari neemt half Nederland zich voor om meer te gaan sporten. Omdat ik zelf al jaren met veel plezier hardloop heb ik weinig last van het collectieve schuldgevoel dat zich na de feestdagen opdringt. Maar dit jaar heb ik wel een ander goed voornemen. In 2016 zal ik mij eindelijk uitschrijven bij de Katholieke kerk.

Op Romereis in de vijfde klas – ik was zestien – nam ik al afstand van het geloof van bladgoud, wijn en vergeving. Na het bijwonen van een hoogmis kon ik de hypocrisie niet langer ontkennen. Mijn familie was sowieso altijd losjes met het geloof omgegaan, naar kerk gingen we allang niet meer, dus eigenlijk was het geen grote stap. Een paar jaar later meldden ook mijn ouders dat ze zich wilden uitschrijven, en daar begon het gedonder. Ze belandden in een kafkaëske situatie; een vagevuur waarin formulieren, handtekeningen van reeds overleden bisschoppen en onvindbare doopakten eindeloos brandden. Telkens wanneer ze dachten dat ze er waren, kregen mijn ouders een volgende opdracht. Het proces was zo afschrikwekkend dat ik besloot dat persoonlijk afstand doen voor mij voorlopig voldoende was. Dat uitschrijven zou later wel komen. En dus ontving ik een paar maanden geleden in mijn nieuwe huis een welkomstbrief van de parochie van mijn nieuwe buurt. De Katholieke kerk laat haar leden niet zomaar gaan.

Een branche die ook berucht is om haar verlatingsangst is die van de sportscholen. Ik moet denken aan de aflevering (http://www.dailymotion.com/video/x3l8kuc) van Friends waarin Chandler zich wil uitschrijven. “I want to quit the gym!” antwoordt hij wanhopig op elke manipulatieve vraag die hem gesteld wordt. “Sure, but can you honestly say you are completely satisfied with your body?” “I want to quit the gym! I want to quit the gym!” Kerken en sportscholen lijken meer op elkaar dan je op basis van de architectuur zou vermoeden. Schuld speelt een grote rol in beide instituten. Je wil eigenlijk niet, maar vindt dat je wel moet gaan. Als je het instituut bezoekt ben je achteraf trots op jezelf, maar hoe langer je een bezoek blijft uitstellen, hoe moeilijker het wordt.

Januari is voor sportscholen de maand om nieuwe zieltjes te winnen, handig spelen ze in op de goede voornemens. Als ik ’s morgens ga hardlopen word ik achtervolgd door een mollige man met een rossige baard, een buikje en rode wangen. Hoewel hij een blauw trainingspak draagt en een witte zweetband om heeft, lijkt hij me niet het sportieve type, eerder een hippe bierbrouwer. Hij hangt in elk bushokje, schreeuwend dat we nu echt naar ‘zijn’ sportschool moeten. “Sport tot maart gratis!”

Dit soort aanbiedingen zijn vaak echt te mooi om waar te zijn. Als bijna-ex-katholiek voel ik dat aan mijn water. Toch zijn er tot mijn verbazing elk jaar wel een paar mensen in mijn omgeving die in de val trappen. Vorig jaar nog werd mijn vriend lid van de keten Fit For Free. “Je gelooft toch niet in een gratis sportschool?” probeerde ik nog. Het was al te laat.

Wat de meeste mensen niet weten is dat sportscholen inspelen op het feit dat goede voornemens vaak voornemens blijven. Daarom kunnen budget-ketens zo ongelooflijk goedkoop zijn. De podcast Planet Money legt het principe in deze aflevering (http://www.npr.org/sections/money/2014/12/17/371463435/episode-590-the-planet-money-workout) kraakhelder uit. De “gratis” fitnesshallen gaan ervan uit dat je het na drie maanden voor gezien houdt. Ze kunnen daardoor veel meer leden accepteren dan hun faciliteiten aankunnen. Het lidmaatschap is zó goedkoop dat je bijna niet merkt dat je elke maand betaalt aan een sportschool die je niet bezoekt. Bovendien, zodra je opzegt laat je je goede voornemen pas echt varen. Hun verdienmodel gaat ervan uit dat de meesten leden uiteindelijk wegblijven maar niet opzeggen omdat ze hopen dat ze ooit hun leven zullen beteren. Daar is dat schuldgevoel weer. Kerken en sportscholen lijken op elkaar. Het zijn instituten van valse beloftes. Ze willen eigenlijk niet dat het mentaal of fysiek beter met je gaat. Je moet vooral je zonden blijven afkopen.

___________________________

maartje-90-facebookMaartje studeerde aan de Rietveldacademie en behaalde haar Master in Design aan het Sandberginstituut. Ze werkt als freelance schrijver en redacteur van het online tijdschrift hard//hoofd en geeft les aan de Gerrit Rietveld Academie en op ArtEZ (Arnhem). Haar dichtbundel Als je een meisje bent is recent verschenen bij uitgeverij De Harmonie.

Muziek van Bowie tot Sjostakovitsj via Julian Barnes

In een uitverkochte Vondelkerk vertelde Julian Barnes gisteravond dat hij naarmate hij ouder werd meer naar rustiger muziek gaat luisteren. Niet echt een verrassing natuurlijk, maar een reactie op een vraag naar de gevoelens van Barnes over het feit dat hij op de lijst voorkomt van de 100 beste boeken van wijlen David Bowie. Barnes werd geïnterviewd door Arjen Visser over zijn nieuwe boek dat deze week in vertaling is uitgekomen, Het tumult van de tijd. In dit boek speelt Dmitri  Sjostakovitsj een belangrijke rol. Na het tweegesprek speelde het Dudok kwartet het vijfde strijkkwartet. Wat een geweldig werk is dat toch! En wat een goed kwartet!

Als het om deze componist gaat ligt mijn hart evenwel meer nog bij zijn symfonieën. En dan speciaal nummer 8.

Hier de opening:

Zonder het boek nog gelezen te hebben denk ik het met Barnes eens te zijn dat je veel van Sjostakovitsj’ leven terugvindt in zijn werk. Meer dan ik bijvoorbeeld denk te kunnen horen over Bach in Bach of over Chopin in Chopin. Zeker in de Achtste kun je veel Russische geschiedenis horen. Alhoewel, kan dat bij andere componisten ook niet?  Nu ik, misschien inderdaad uit behoefte aan rust steeds meer Chopin draai, vind ik de uitvoering van deze pianist wel ongelofelijk goed en – lijkt mij opeens, na al die uitvoeringen die ik kende veel meer te ontsluiten over wie Chopin was: Raoul Koczalski. Vooruit, het is dan ook gespeeld op Chopin’s eigen Pleyel uit 1847.

(Of, echt de mooiste uitvoering ooit, deze.) Meer muziek deze week, kenners meldden mij de top vijf van Bowienummer die ik moest luisteren om beter ingevoerd te raken: Five Years, Right, Stay, Blackstar en  Warzawa (live). (Lijken de openingsmaten van dit nummer nu wat op die van Sjostakovitsj 8?)

Mooie boekenlijst van Bowie overigens. Alleen vind ik denk ik Barnes A History of the World in 10,5 chapter beter dan het door Bowie gekozen Flaubert’s Parrot. Mijn favoriet is het minder bekende Staring at the Sun, en ik heb bewondering voor Arthur & George. 

Ilias  vindt Bowie dan op zijn beurt blijkbaar beter dan Odysseia, de essays van Orwell in plaats van de romans en de Songlines van Chatwin boven In Patagonia verkozen. Bowie ging  naarmate hij ouder werd van steeds wildere, originele boeken houden kun je uit de lijst opmaken.

En Barnes is een schrijver die net als Bowie zichzelf voortdurend opnieuw uitvindt. Forever young.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Echte mensen, echt gebeurd

Salman Rushdie schijnt onlangs tegen Jamal Ouariachi gezegd te hebben dat “de meer fantastische literatuur bestaansrecht heeft en zal blijven voortleven.” Iets later in het gesprek zei hij ook: “Alsof een fantastische verhaallijn minder waarheidsgetrouw is…”

Ik was geraakt door deze woorden van een schrijver wiens werk ik al mijn hele lezende leven bewonder.

Hoezeer ik ook weet dat ik de tijdgeest tegen heb, steeds weer sluipt er een magisch element in mijn verhalen. Soms kan ik een en ander op de rand van het aannemelijke laten balanceren, waardoor ik er bij de meer realistisch ingestelde lezer mee weg kom, vaak ook niet.

In de roman die ik aan het afronden ben (dank voor het geduld, Letterenfonds) en die me veel te autobiografisch geworden is, begon een kleine imaginaire Spanjaard zich al snel met het werk van een van de hoofdpersonen te bemoeien, en veroverde zich een zó grote rol in mijn verhaal dat er uiteindelijk drie hoofdpersonen zijn.

Ik weet niet of de Nederlandse lezer van nu me dit gaat vergeven. Bij dezen wil ik alvast mijn excuus aanbieden aan Uitgeverij Van Oorschot voor de slechte verkoop en matige recensies, maar dit boek kan absoluut niet zonder Luis Martín, uitbater van café Los Marineros Ahogados in het Madrid van de jaren ’60.

Om de lezer tegemoet te komen, heb ik op zaterdag 30 januari een eetafspraak in het Madrid van 2016. Ik wil de dochter van Luis Martín mijn verhaal vertellen en toestemming vragen voor het gebruik van haar vaders naam. Als het fantastische van geen wijken wil weten, moet de realiteit zich maar voegen.

______________________________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceert hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • "Foto van Willemijn Kranendonk"
    Willemijn Kranendonk

    Willemijn Kranendonk (1994) is schrijver en dichter, voor zowel kinderen als volwassenen. Haar werk verscheen o.a. in Tirade, DW B, Liegend Konijn en op Lilith Magazine, Revisor, De Internet Gids, Hard//Hoofd en De Optimist. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman die dit jaar nog uit zal komen bij Uitgeverij Van Oorschot en volgt ze de master Jeugdliteratuur aan de Universiteit van Tilburg. Mei 2022 verschijnt haar eerste kinderboek bij Uitgeverij Billy Bones.

  • "Foto van Machiel Jansen"
    Machiel Jansen

    Machiel Jansen blogt voor Tirade incidenteel over zaken die ‘Big Data’ raken. Hij leidt het Scalable Data Analytics-team bij SURFsara Amsterdam. Machiel is gepromoveerd op Knowledge Engineering en heeft in 2007 bij verschillende bedrijven en universiteiten aan SURFsara gewerkt.