‘Zo wil ik eindigen: als een oude man die notitieboek na notitieboek vult…’

Vorige week publiceerden we hier deel V van de correspondentie Gerrist-Brands, Brands-Gerrist. En vandaag deel VI:

 

Annemieke Gerrist TwitterprofielfotoDag Wim,

Iemand zei me ooit dat je mensen kan indelen naar landschappen: zee, bergen, bos. De zee spreekt me het meeste aan, omdat ik er zo gelukkig van word. Ik weet niet hoe het werkt, maar het is zo.

Toen ik werkte aan het huis aan zee had ik vanuit drie ramen zicht op de zee. Ik wilde erover schrijven en tekenen. Dan ging ik naar buiten, dijk op, dijk af, en nam foto’s van het water. Weer terug, en dan zat ik achter mijn beeldscherm te kijken naar foto’s van de zee. Ik kreeg er maar geen grip op.

Ik denk altijd aan het verband dat de zee maakt: hoe het water alle landen op de wereld aanraakt. Dat duizelt me. Het lukte me daar niet om iets te maken. Ik heb bij de zee alleen maar beelden verzameld. Ik kan trouwens bijna nooit ter plekke, tijdens een ervaring werk maken. Altijd achteraf.

Als ik poëzie schrijf, raak ik in een vreemde staat van zijn. Een soort afwezigheid. Alsof mijn hersenen in mijn vingers zitten. Als ik teken, heb ik het idee dat ik met mijn hand denk.

Waar begint het schrijven bij jou?

Hartelijke groet,

Annemieke

——————————

Wim Brands TwitterprofielfotoDag Annemieke,

Over tekenen gesproken: dat zou ik graag willen kunnen, misschien dat ik les ga nemen. Maar eerst wil ik me me bekwamen in de veldbiologie. Geen idee waar ik de tijd vandaan ga halen maar ik vind het idee dat ik af en toe denk ‘eigenlijk had ik bioloog moeten worden’ niet te verdragen en Tijs Goldschmidt die ik onlangs op straat sprak verzekerde me dat hij me wel in contact kan brengen met biologen die werken met mensen  die voor hen veldstudies verrichten.

Zo wil ik eindigen: als een oude man die notitieboek na notitieboek vult met aantekeningen over buizerds.

Soms verbeeld ik me trouwens dat mijn schrijven een vorm van biologie is.

Dat ervaar ik bij voorbeeld sterk als ik een gedicht voor een Eenzame Uitvaart moet schrijven.

Er sterft iemand die je niet kent, binnen een paar dagen moet je een gedicht over hem of haar schrijven. Maar wat? Er daalt altijd een enorme rust in me neer als ik aan zo’n klus begin.

Eerst vlooi ik rustig door de kaartenbak die mijn geheugen is. Ik bekijk beelden, herinner me regels die er bijhoren, alsof ik verslagen van oude tochten herlees.

En dan ga ik schrijven.

Ik spreek de gestorvene toe, gebruik gegevens uit de kaartenbak.

Hoe minder ik nodig heb hoe beter.

Soms dient zich een vondst aan.

Die verwijder ik altijd.

Als tekenaar zou ik dat wat ik zag in een paar lijnen willen vangen. Waarbij ik ook vrede heb met wat er misgaat. Ken je het werk van Saul Steinberg? Briljant is het, echt tekenen kon hij intussen niet. Zo bedacht hij voor de The New Yorker ooit een scene waarin je twee mensen in een bed ziet liggen terwijl er een man achter het bed staat.

Alleen die man achter het bed leek meer op een zeehond. En met die fout deed Steinberg dan weer zo zijn voordeel dat het een onnavolgbare cartoon werd,

vrgr

Wim

————————–

Annemieke Gerrist (1980) is dichter en beeldend kunstenaar. Wim Brands (1959) is dichter en radio- en televisiemaker bij de VPRO. De jongste Tirade-publicatie van Gerrist vind in je Tirade 454, die van Brands in Tirade 455.

In voorbereiding: Gerrist-Brands, Brands-Gerrist, deel VII.

Auteursportretten: Twitterprofielfoto’s.

In de Oorshop

Jaargang 59

De 59e jaargang van Tirade is… geopend!

Vanaf volgende week te koop in iedere serieuze boekhandel en te bestellen via de Oorshop:  de Tirade Writers Unlimited Special 2015.*

Wordt snel vervolgd…

Tirade – Unlimited.

 

 

 

 

 

*Ontwerp voorplat: Emiel Efdée. Illustratie: Michaël Olbrechts.

 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Het geluk (4)

Met mijn blote voeten op de rand van de terrastafel onderga ik voor de 364e keer dit jaar dat de aarde zich wegdraait van de zon. Een massaal achterovervallen, dat hier in de tropen veel makkelijker voelbaar is.

Ik trek mijn voeten terug en zet ze op de grond omdat ik bang ben mijn evenwicht te verliezen; lach om mezelf.

‘Wat is er?’ vraagt Birre, terwijl Nadim op haar knieën wipt en vraagtvraagtvraagt of het dan nu schemering is.

‘Niks,’ zeg ik. En: ‘Bijna, jongen.’

Er zal wel nooit een goed alternatief voor de gloeilamp komen. Warm licht komt uitsluitend uit bronnen die warm zijn.

Wanneer zou dat achterovervallen omslaan in vooroverklappen? Op welk exacte moment krijgt je het gevoel naar de zonsopkomst toe te draaien? De afgelopen dagen had ik daar zeker getuige van kunnen zijn, want ondanks de idyllische plek aan zee waar we logeren heb ik slecht geslapen. Nachtmerries, had ik. Soms wel drie op een nacht, waaronder veel dromen over onze vriend Gijs die inmiddels meer dan drie jaar dood is: elke ochtend tegen vijven schrok ik wakker.

Gisterenochtend trof ik bij mijn mail een foto die vriendin Rosan me gestuurd had. Het was een polaroid van haarzelf, collega Claudia en Gijs toen ze nog samen bij café de Pels werkten. Van dit soort toevalligheden kijk ik niet meer op, daarvoor gebeuren ze te vaak. Rosan vroeg hoe het met me gaat, en ik schreef terug dat ik niet weet of het ooit goed zal komen tussen Gilles van der Loo en het hier en nu.

Plannen en dromen zijn altijd aantrekkelijker voor me geweest dan de werkelijkheid. Vandaar dat lezen, vandaar dat schrijven. Er is een bizarre les te leren op het moment dat je laatste droom in vervulling gaat. Het laatste wat ik kon bedenken te willen was langere tijd met mijn gezin in Suriname wonen. God weet hoe, maar het is ons gelukt. Aan de vooravond van onze terugkeer naar Nederland ben ik een man zonder wensen geworden.

Ik heb niets meer te willen. Ben ik dan nu gelukkig?

Misschien is het geluk iets waartoe je moet besluiten op basis van overvloedig bewijs. Als dat zo is dan sluit ik 2014 ver in de plus af.

Ik wens jullie allemaal hetzelfde.

 

Alle goeds,

Gilles

 

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Op naar 2015

Jaargang 2014

Beste abonnees, bloglezers, volgers, likers, contribuanten en andere Tirade-adepten,

De redactie van Tirade kijkt met gepaste trots terug op het afgelopen jaar. Het is in 2014 gelukt om een aantal nieuwe rubrieken succesvol uit te werken, zoals ‘De ambassadeur’ en ‘De tirade van…’. Samen met Writers Unlimited maakten we in januari voor het eerst een internationaal themanummer, en in het voorjaar stond Tirade geheel in het teken van liefdespoëzie. Het tijdschrift heeft een andere uitstraling gekregen, door elke aflevering samen te werken met een illustrator en zo de oude traditie van het portfolio in ere te herstellen. Op het blog verscheen dit jaar elke dag van de week een nieuw stukje. Dat is onder meer de verdienste van de gastbloggers, die ieder een maand lang de zondag voor hun rekening namen. Al met al hebben al deze ontwikkelingen ervoor gezorgd dat we een aantal belangwekkende schrijvers hebben mogen verwelkomen als (vaste) contribuanten. Niet in laatste plaats is dit mede te danken aan een zeer belangrijke groep: het publiek, de lezers en inzenders, van wie wij ook een groot aantal inzendingen mochten ontvangen. Daarom willen we iedereen die, op welke manier dan ook, heeft bijgedragen bedanken voor hun inspirerende inzet.

Inmiddels staat er alweer een nieuw nummer van Tirade in de startblokken, dat we maakten met Wrtiters Unlimited, en net als afgelopen jaar een internationale invulling heeft gekregen. Tirade 457 verschijnt volgende week en is hier vanaf 6 januari te bestellen. Met dit eerste nummer van 2015 belooft, al zeggen we het zelf, de komende jaargang weer een succes te worden. Wij hopen dan ook dat we het komende jaar mogen rekenen op het enthousiasme van vele lezers en inzenders.

Alvast, namens de voltallige redactie, een zeer voorspoedig 2015 gewenst!

Martijn Knol
Gilles van der Loo
Lieke Marsman
Marko van der Wal

‘Let’s call it a year‘ – afhameren die handel

Opeens zat ik mijn enige principe te verloochenen. Het formaat van de flatscreen waarnaar ik zat te staren mocht dat van een bioscoopdoek dan wel verre overtreffen, feit bleef dat ik een speelfilm zat te kijken op een andere plek dan in de Heilige Tempel der Cinema. Het was me, eerlijk gezegd, een beetje overkomen. Ik verbleef in een huis met een omvangrijke DVD collectie waartussen ik Florian Henckel von Donnersmarcks The Tourist (2010) ontdekte, een romantische thrillerkomedie met Johnny Depp en Angelina Jolie in de hi, ha, hoofdrollen. In de vrolijke zekerheid dat ik de flutfilm binnen een minuut wenend/ hoofdschuddend/ schaterlachend zou afzetten, legde ik de zilveren Blue Ray in de dvd-speler – en keek m’ uit. The Tourist is een Heel Erg Slechte Film waarvan je je niet kunt losmaken omdat het ambivalente optreden van protagonist Frank – gespeeld door Johnny Depp – zo intrigeert. Tot een moment voor de Grote Ontknoping dacht ik: Depp gebruikt deze film gewoon om een cursus acteren te geven. Het dénouement leert dat Depp een personage speelt dat spéélt dat hij Frank is (facelift, identiteitsfraude). Dat is dus het geheim dat Depps spel onder hoogspanning zet. Met terugwerkende kracht begrijp je de heerlijke dialoog tussen de ‘Amerikaanse’ Frank en de Britse Elise nadat de twee elkaar hebben ontmoet in de TGV van Parijs naar Venetië.
      ‘I’m Frank.’
      ‘That’s a terrible name.’
      ‘It’s the only one I’ve got.’
      ‘Maybe we can find you another.’
Het is opmerkelijk dat zelfs in een uitgesproken nulsterrenfilm als The Tourist mooie thema’s als Echte Liefde, trouw, uiterlijk/innerlijk, identiteit, authenticiteit en

Nice Poes 2‘Tyn! Hé, hahaha! Nee, hier… hierboven, joehoe, haha!’

‘Hé, lieve Poes… wat ben je aan ’t doen?’

‘Ik zit vandalisme te plegen. Zie je die barst onder de vensterbank? Die heb ik erin gesprongen, hahaha!’

‘Je zit toch geen grapjes te maken, Poes? Want dan krijgen we problemen met Daan Droogstoffelsen van het tegenwoordig door de Weekblad Pers Groep uitgegeven tijdschrift halfjaarboek De Televisor en dan – ’

‘Daan Droogstoffel? Nooit van gehoord. Maakt ie problemen? Moet ik in z’n tuin poepen?’

‘Nee, doe dat nou maar niet. Daan is een hartstikke goeie gast – hij hoort zelfs tot het zeer selecte gezelschap van NED-LIT intellectuelen die ooit stage hebben gelopen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek – maar je moet hem niet in de war maken met grapjes, daar is de literatuur trouwens ook veel te belangrijk voor! Begrepen, Poes?’

‘Oké. Nou. Sorry hoor. Dat van dat springen was inderdaad een grapje. Die barst zit er al jaren.’

‘Nou, kijk es aan… Ik ben blij dat je er gewoon eerlijk voor uitkomt. Zie je dat een stukje meteen veel leuker wordt als je gewoon serieus bent? Serieus is het nieuwe grappig, Poes.’

‘…’

‘Wat was je eigenlijk echt aan ’t doen?’

‘Ik zit te genieten van ’t uitzicht. Vanaf hier kan ik helemaal tot halverwege 2015 kijken… Op heldere dagen zie ik zelfs een stukje van 2016!’

‘En wat zie je dan precies?’

‘O. Gewoon. Poezendingen.’

‘Hahaha! Ik denk dat jij Tijd en Ruimte een beetje door elkaar haalt, Poes.’

‘O, ja? Ik denk dat jij Fantasie en Werkelijkheid niet helemaal uit elkaar kan houden, eikel. Met je blote gezicht en je staart op je achterhoofd in plaats van netjes boven je anus. Waarom zou een Poes wel kunnen praten, maar niet in de toekomst kunnen kijken, mmm?’

‘Zo had ik ’t nog niet bekeken.’

‘Nee. Eerst denken, dan je grote bek opentrekken, zeikerd.’

‘…’

‘Als ik jou was zou ik gewoon op vier poten gaan lopen, dan stroomt er tenminste weer een beetje bloed naar je hersenen.’

‘…’

‘En wat ben jíj eigenlijk aan ’t doen? Moet je niet bloggen?’

‘Jazeker. Ik wilde vandaag nog uitgebreid terugkijken op 2014 en een paar lijstjes maken van de beste stukken uit de afgelopen jaargang van Tirade en – ’

‘Goed zo… stukken uit je eigen blaadje opwarmen en opnieuw serveren… Het verleden is zo passé, man. Zit niemand op te wachten. Hou op. De toekomst… dáár zijn we in geïnteresseerd… Als ik jou was zou ik ff op dat bankje gaan zitten en es een flink potje in de toekomst kijken… Zonder snorharen is de ontvangst vast belabberd. Maar je weet maar nooit.’

Martijn Nice‘Momentje… Ja. Ik zit, Poes.’

‘Nou… turen maar.’

‘…’

‘En? Zie je al wat?’

‘Zeker weten… dank voor de tip, Poes… ik kan heel 2015 overzien!’

‘O, ja? Echt? Wat zie je dan allemaal?’

‘…’

‘Wat zie je dan?’

‘O. Gewoon. Mensendingen.’

Tirade – met één voet in de toekomst.

Soundtrack: Le printemps, Michel Fugain.

——–

 futurVolgende week: Tijd voor een lief boek. L’Arabe du futur. Van Riad Sattouf.

 

Bijna vergeten is de kunst van het verdwalen

Aan te komen in een stad die je nog niet kent, het uitzicht vreemd en alle geuren rauw en vreemd. Alle straten hier en ook de kronkelende steegjes in de loop der eeuwen in elkaar genesteld volgens een logica die nu al lang vergeten is en daarom niet meer leesbaar. Je kijkt en tuurt en draait de kaart in je handen om en om, maar de wereld om je heen correspondeert niet met de papieren weergave ervan. Je bent verloren; hier is niets dat je herkent.

Bijna verdwenen is de kunst van het verdwalen omdat de kaarten waar we ons aan vasthouden niet langer van papier zijn. In plaats van sterren om naar op te kijken hebben we satellieten om ons in de gaten te houden, onze voortgang te volgen als een bewegend stipje op de kaart. Er zijn al bijna geen papieren kaarten meer, laat staan die oude kaarten vol met witte, nog oningevulde plekken. Hic leones sunt. Wanneer we tegenwoordig iets niet weten is het een nog niet weten, een hiaat in onze kennis dat ongetwijfeld snel zal worden ingevuld.

Reddingswerkers weten dat kinderen betere, succesvoller verdwalers zijn dan volwassenen, gemeten in termen van overlevingskans.[1] Wanneer een kind merkt dat hij de weg kwijt is geraakt stopt hij met lopen en wacht op hulp, die hem vervolgens relatief gemakkelijk terug kan vinden. Volwassenen lopen juist verder en verder en wijken daarmee ook steeds verder van hun oorspronkelijke route af, raken verder verloren. Misschien vinden we het, eenmaal volwassen, moeilijker om toe te geven dat onze kennis niet onfeilbaar is; misschien schamen we ons om toe te geven dat we zijn verdwaald.

Bijna verloren is de kunst van het verdwalen. Elke schrijver vertrekt vanuit het midden van een witte plek en tekent vanaf daar de kaart in dikke en dunnere lijntjes. Als lezers volgen we voetje voor voetje de loop van het verhaal dat door het landschap kronkelt en lopen zoals bij elke reis het risico verloren te raken, onderweg iemand anders te worden. De horizon die steeds een stapje voor ons uit beweegt: niet weten waar of wie we zijn, en dat dan te beseffen.

Omdat er niets nog niet gezegd
beoordeeld, vastgelegd is
hebben we lege handen.
Waar is de lucht nog zwart
de kaart nog leeg
het oerwoud niet ontdekt
diep onder de grond misschien
als je goed luistert het geruis
van een rivier in staat
ons te vervoeren

Noot

[1] Dit feit, en andere verhalen over verdwalen vind je terug in A Fieldguide to Getting Lost van Rebecca Solnit.

————————————–

Wytske Versteeg (1983) publiceerde de romans Boy (2013) en De wezenlozen (2012) en het non-fictie boek Dit is geen dakloze (2008). Ze won, onder andere, de Serge Heederik Prijs voor filosofisch schrijftalent en de Kwakoe Literatuurprijs. Dit jaar zette zij bovendien de BNG Nieuwe Literatuurprijs op haar naam. In Tirade 455 vind je een kortverhaal van Wytske, Overgave. Ze werkt aan een proefschrift en aan haar derde roman.

De Tirade-redactie neemt haar hoed af voor Wytske Versteeg: veel dank voor al je  fraaie gastblogs en hopelijk weer tot lees!

Volgende week: de eerste Zondagse Gastblog van Bregje Hofstede.

Portret Wytske Versteeg: Eline Spek.

 

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jente Jong"
    Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.

  • "Foto van Senna Felius"
    Senna Felius

    Senna Felius (1997) is dichter. Ze studeert filosofie en Arabisch en woont in Egypte. Haar poëziedebuut staat in Tirade 487.

  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?