Maarten van der Graaff Gastblogger in November

Aanstaande zondag is het helaas alweer de laatste keer dat onze oktoberse gastblogger Jannah Loontjens iets zal plaatsen. Maar niet getreurd, november kent een waardig vervanger

namelijk Maarten van der Graaff!

Maarten van der Graaff (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten bij uitgeverij Atlas Contact. In 2014 werd deze bundel met de C. Buddingh’-prijs bekroond. Hij publiceerde poëzie en proza in verschillende tijdschriften en is veel op de podia te vinden. Hij is redacteur en medeoprichter van het online literair tijdschrift Samplekanon.

 foto: Jan Glas

 

In de Oorshop

Centraal Afrikaanse Republiek en reportagejournalistiek

0a61845e6528607dac982009ad41f03dWaar het ook heel akelig is: in de Centraal Afrikaanse Republiek. Geen IS, geen Boko Haram. Maar moordende christenen. Het is een eeuwigdurende zorg dat anderen je focus op de wereld bepalen, maar het is niet anders. Je kunt dus bijvoorbeeld denken dat vrijwel overal radicale Islamieten aan het moorden zijn omdat de kranten daarvan volstaan, totdat je in The New Yorker van deze week het groot stuk van Jon Lee Anderson leest. In CAR is na een aanvankelijke aanzet van de Selaka, moslimrebellen die een eigen stuk van het land claimden, een grote tegenbeweging van met name christenen ontstaan, de Anti-Balakamilitie die overal etnisch en vooral religieus zuivert. Christelijke nederzettingen doen hier en daar hun best om de moslim-minderheid te beschermen.

Jon Lee Anderson schrijft al twee decennia voor The New Yorker, hij heeft ook een reeks boeken op zijn naam. Dit gesprek met hem is interessant. Wat zou het nou kosten, zo’n 14 bladzijden vullend artikel. Of: wat moet Condé Nast Anderson betalen om te zorgen dat hij de grote schare lezers van het blad op zijn tijd goed inhoudelijk kan informeren over een niet zo bekend gebied? Anderson spreekt heel veel mensen, ik denk dat er 20 geciteerd worden in het artikel ‘A reporter at large. The Mission, a last defence against genocide’, hij beschrijft  gebeurtenissen waarover hij spreekt die zich over pakweg een maand of vier of vijf uitstrekken. Als we de man nou eens een maandsalaris van 2.000 euro geven, dan zitten we op 10.000. Bruto 15.000

Reizen en onkosten, 4.000. Verzekeringen 600, geld om de communicatie wat te vergemakkelijken: 1.500. Zou het 20.000 euro kosten, zo’n reportage? Dat denk ik wel. En dat kan alleen als je heel veel tijdschriften verkoopt.

Dit soort dieptereportages kunnen helaas niet bestaan in landen met een lezende bevolking in een kleine taal.

Voor een artikel van 6 pagina’s in Vrij Nederland zal de redactie de journalist waarschijnlijk 1.100 euro betalen. Dat is dus een kleine twee weken werken. Dan kun je dus een half boek lezen, en drie mensen spreken. Het is tragisch, maar dat is de realiteit. Maar waarom vertaalt Vrij Nederland of De Groene niet veel vaker dit soort artikelen? 360 Magazine, die doet dat. Dat is toch een heel goede ontwikkeling, want eenvoudig gevolg gevend aan bovenstaande argumentatie: wij kunnen het zelf niet betalen en willen toch echt heel goed geïnformeerd worden.

Ik lees dus 360 Magazine de komende maanden en geef een kwartaal-abonnement cadeau aan de eerste drie schrijvers/vertalers  die mij vertellen welke internationale reportage van het laatste jaar  in welk groot buitenlands blad dan ook vertaald moet worden en bijvoorbeeld in Tirade zou moeten worden geplaatst.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Ramboetan

DSC_0224Het ramboetanseizoen is voorbij. Ik kan het moeilijk accepteren en sla ze in wanneer ik ze maar zie. Javaanse Surinamers verkopen de vruchtjes nog overal langs de weg, maar weten zelf ook dat het einde nadert.

Een verse lychee heeft frisheid bovenop het weeë zoet, iets wat je meestal niet meer terugvindt tegen de tijd dat ze in Nederland aankomen. De ramboetan (en alleen de dagverse) is veel meer dan dat: een sappig, friszoet genot van een zuurtje in zachtstekelig en bijna cyclaamkleurig vel, dat aan Nadim meteen de benaming egelballetje ontlokte.

Op de eerste dag in Paramaribo was het raak, en sindsdien heb ik een standing order bij de mevrouw op de markt. Als ze lekker zijn: 3 bossen voor Gil.

Suriname en haar klimaat maken het onmogelijk je lang zorgen over dingen te maken. Wat er ook aan de hand is (een afgekeurd manuscript, problemen op kantoor), als ik met een tas vol egelballen naar huis sjok, glijdt het door de barsten in het asfalt de rode aarde in.

Geloof me, ik doe mijn best om mijn zorgen te koesteren en aan te wakkeren met alle neurotiek die ik in me heb, maar het gaat gewoon niet. System override. Als een goedaardig virus dringt dit land je poriën binnen, waarna het je bloedbaan insluipt en fluitend in de weer gaat aan je binnenste. Die knoppen kunnen wel om, zegt het. En dat daar heb je ook niet nodig. Wat hangen die besognes hier rond? Hop, buiten met die bende. 

Vergeten is gemakkelijk, hier. Zo gaven we een vriend een lift door de stad, een Surinamer die ooit zijn land verliet vanwege Bouterse en de zijnen en hier terugkwam met het oog op verzet. Hij vertelde ons dat Bouterse op dit moment waarschijnlijk de beste persoon is om Suriname te leiden.

‘Ik ben de jaren ’80 niet vergeten,’ zei hij. ‘Maar Bouterse is wie de mensen willen en hij doet tegenwoordig een hoop goed.’

‘Maar moreel gezien, dan?’

Onze vriend glimlachte en tikte mijn arm aan. ‘Ga hier rechts. We zijn vlakbij. Wat ik zeg: Bouterse is wie de mensen willen.’

Ik sloeg af, stak mijn vrije hand in de tas met ramboetans die tussen ons in stond en dacht na over mijn volgende vraag. Ik zou respectvol aandringen, me vastbijten, uiteindelijk écht antwoord van hem krijgen.

‘Daar is het,’ zei hij, en wees naar een kleine ijswinkel met een roestig klimrek ernaast. Ik parkeerde, trok mijn sleutel uit het contact en zette de gepelde ramboetan tussen mijn tanden. Terwijl we uitstapten om softijs voor Nadim te kopen overviel het me opeens weer in al zijn hevigheid: dat het seizoen bijna was afgelopen.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Fictie/Non-Fictie

‘Hé, kijk… Maarten Baas… Yo, Maarten, wat ben je aan ’t doen?’

‘O, ik zit een beetje te tikken… tijdens de Dutch Design Week schrijf ik iedere dag een kleine column voor het Eindhovens Dagblad.’

‘Huh? Kun je dat ook?’

‘Wat?’

‘Schrijven. Je bent toch ontwerper?’

‘Vormgeven is toch vormgeven? Eerst krijg je een idee en daarna kijk je in welk medium je ’t uitwerkt.’

‘O, ja. Natuurlijk!’

‘Maar volgens mij is ‘r wel een groot verschil tussen fictie en non-fictie. Ik bedoel: zo’n stukje schrijven over mijn eigen leven lukt me nog wel, maar als ze mij zouden vragen om allerlei dingen te verzinnen: dat zou ik nooit kunnen.’

‘Ach, dat verschil tussen fictie en non-fictie moet je niet overdrijven hoor: op mijn boeken staat ‘roman’, maar alles wat ik schrijf is 100% autobiografisch.’

‘Hahaha!’

‘Hahaha!’

‘Zo, nu ga ik weer verder als je ’t niet erg vindt.’

‘Wacht ff… kun je de lezers van Tirade kort uitleggen wat de Week van het Ontwerp eigenlijk behelst? Wat is er zoal te zien en te doen?’

‘Heb je een computer?’

‘Ja.’

‘Heb je google?’

‘Ja.’

‘Zoek ’t dan lekker zelf op.’

‘Hahaha!’

‘Nee, wacht… misschien is ’t wel sympathiek om een linkje te maken naar de mensen van Kazerne, die zijn deze week net open gegaan.’

‘Doe ik. Maar stuur mij dan je eerste column door. Zet ik die op de Tirade-blog.’

Affiche AbbeHet schoentje van Jet

Door: Maarten Baas

De zon straalt, een strakblauwe hemel. De terrassen zitten vol. Af en toe het geronk van helikopters waarmee politici, filmsterren en popzangers naar Eindhoven worden gevlogen.

Iets te laat loop ik het van Abbe binnen voor de opening van Sense/ Nonsense. De crew staat me zenuwachtig op te wachten; een suppoost sleurt me naar de zaal met mijn stukken.

Aan het geroezemoes hoor ik dat de delegatie van hoogwaardigheidsbekleders (Neelie Kroes, Thomas Widdershoven) en celebrities (Hans Klok, Paul Haenen) nadert. Minister Jet Bussemaker loopt voorop. Ze ziet er prachtig uit. Een hemelsblauw rokje, blouse met roezelkraag en paarse hakschoenen.

Op het moment dat de minister – stralend – met uitgestrekte hand op me af komt, breekt de hak van haar rechterschoen. Ze verzwikt haar enkel. Ik zie hare excellentie bijna omvallen, spring naar voren en weet haar op tijd op te vangen. Opgeluchte oh’s en ah’s gaan door de zaal. Burgemeester Van Gijzel zet een applausje in. Jet en ik schieten in de lach. Met die verzwikte enkel kan ze niet verder lopen. Ik draag haar naar zaal 5 – ze is zo licht als een schoolmeisje – en til haar in de Slow Car van Jurgen Bey. In het elektrische wagentje vervolgt de minister haar bezichtiging.

Glunderend rijdt ze langs stukken van Tord Boontje, Atelier NL en Wim T. Schippers.

Aan het einde van de middag draag ik de minister de lift in. Haar helikopter staat al te wachten op het dakterras van het van Abbe. ‘”Nou”, zegt Jet met een knipoog, “designers zijn een stuk nuttiger dan ik had gedacht”.’ Zwierig draait haar helikopter de schemering in. Terug in mijn zaal zie ik het muiltje van Jet liggen. Ik steek het in mijn binnenzak. Voor het slapengaan, zet ik de schoen op een lege plank van mijn Billy.

Morgen: De Witte Dame.

Van maandag 20 tot en met zaterdag 25 oktober schrijft Maarten Baas iedere dag een kleine column voor het Eindhovens Dagblad. Dit is de eerste uit de reeks. De volgende afleveringen zullen niet op deze blog verschijnen, wel in de papieren en digitale editie van het E.D. Bovendien kun je de columns lezen via Blendle.

—————

Volgende week: (Eindelijk!) De LINDA Questionnaire. En meer. Kiekjes hierboven: M.K.

Elandenjacht en gevechtsvliegtuigen

Doorgaans als ik in Zweden ben om mijn familie te bezoeken, doe ik niet veel meer dan door het bos wandelen, wat lezen en zittend op een rots voor me uit staren. Maar nu is de tijd van de elandenjacht net begonnen en dat betekent dat we op onze hoede moeten zijn. Deze jacht is geen elitesport of een bezigheid van een kleine groep fanatici, de elandenjacht is er voor iedereen; mensen van alle bevolkingsgroepen, leeftijden en milieus doen er aan mee. Het is een traditie waar kinderen mee opgroeien, het journaal opent ermee. In sommige streken in noord Zweden verdelen ze het jaar in de tijd ‘voor’ en ‘na’ de elandenjacht.

Op het eerste gezicht lijkt alles hetzelfde, het is stil in het bos en de jagers houden zich goed verborgen. We waagden ons op een wandeling, maar bleven toch wat angstvallig op de grindwegen. Het is een griezelig gevoel dat je beloerd wordt en dat er uit het niets kogels langs je hoofd kunnen suizen. Elk jaar worden er wel een paar mensen per ongeluk geraakt. Een keer was een man door een kogel getroffen die eerst door een eland heen was gegaan. Zowel de eland als de man waren dood.

We liepen ongeveer een halfuur door het dichte bos waar mijn vader woont en waar je normaal gesproken geen ziel tegenkomt. Onderweg ontdekte ik een jager die in camouflagepak met geweer over de schouder een jachtpost opklom (zie foto). De vrouw die in het eerstvolgende huis woont, zag ons aankomen en riep me verschrikt toe dat ik in mijn bruinen lederen jasje voor een dier aangezien kon worden. Ze schieten namelijk niet alleen op elanden, maar ook op reetjes, vossen, hazen en wilde zwijnen. Een groot dier kan op driehonderd meter afstand dodelijk geraakt worden. Lokale bewoners die zich in de jachttijd het bos in wagen, dragen over hun jassen felgekleurde vestjes, of binden oranje linten rond een pet of muts.

Behalve de jacht is er nog iets dat de vredige sfeer in het bos verstoort: gedender van overvliegende gevechtsvliegtuigen. Sinds de instabiliteit in de Oekraïne laten de Russen hun militaire vliegtuigen vlak langs de Zweedse landsgrens vliegen, waarop de Zweden met vergelijkbaar machtsvertoon reageren. Nu gaat de vliegroute richting de grens boven de Oostzee net over het bos waar het huis van mijn vader staat.

De Russen laten hun vliegtuigen soms op slechts enkele meters afstand langs de Zweedse straaljagers scheren. Niemand weet in hoeverre ze hier de opdracht toe krijgen. Het zou goed kunnen dat de piloten jonge militairen zijn die stoer willen doen en showen hoe goed ze kunnen vliegen. Soms kan dat soort waaghalzerij, kleine stommiteiten of persoonlijke inschattingsfouten grote politieke gevolgen hebben. Stel je voor dat een Russisch toestel een Zweedse straaljager raakt.

Sven-Erik belde vandaag naar mijn vader, hij heeft met de jagers contact gehad en vanmiddag zullen ze ten zuiden van ons huis niet meer jagen. We kunnen dus veilig het bos in. Toch voel ik me er niet gerust op. Genieten van het ruisen van de bomen, het meditatieve mijmeren en de onbekommerde gedachte dat ik wel eens eland of hert tegen zou kunnen komen, is er dit keer niet bij. Schichtig loop ik tussen de bomen, angstig voor mannen in camouflagepakken met geweren, voorbereid op het donderende geraas van overvliegende gevechtsvliegtuigen. Aan de wereld ontsnappen kun je niet.

 

__________________________________________________________________

Jannah LoontjensJannah Loontjens is romancière, dichteres, critica, essayiste en filosofe. Onlangs verscheen haar roman Misschien wel niet.

 

 

 

 

Koningsspelen

Koning Ouf, uit de opera L’Étoile van Emmanuel Chabrier (nog tot 26 oktober te zien!), viert elk jaar zijn verjaardag met de publieke executie van een onderdaan. Op de dagen voorafgaand aan zijn verjaardag is het volk op zijn hoede. Men weet immers: de koning zwerft incognito door het land op zoek naar een slachtoffer. Laat je dus niet verleiden tot uitspraken over de regering, weet het volk, want dat kan je duur komen te staan dezer dagen: wie de koning schoffeert staat een dag later op het schavot (of eigenlijk op een soort bizar martelwerktuig, waarover ik niet zal uitweiden). Straatventer Lazuli laat zich op een slecht moment een beetje gaan en verkoopt de vermomde koning een klap voor zijn kop. De koning tilt zijn hoed op, waaronder de kroon vandaan komt (c’est moi, le roi!) en binnen een mum van tijd staat het volk klaar om mee te kunnen genieten van de openbare executie.

Het zal je maar gebeuren, dacht ik gisteren in het roodfluwelen gestoelde van het Muziektheater*. Een gestoorde gek als koning, vind ik nog tot daar aan toe, want wie een monarch wil, zal er een keer een krijgen. Maar Kafkaëske toestanden en niemand die het voor je opneemt; dat vind ik angstaanjagend. Dan denk ik aan Lucia de Berk. Weliswaar is ze niet publiekelijk geëxecuteerd. Wel publiekelijk te schande gemaakt. Ik heb haar boek nog niet gelezen, (want ik lees maar weinig non-fictie, volgens Menno komt dat met de jaren). Toch heb ik al vaak gegruweld van wat haar moet zijn overkomen.

Ik probeerde me het wel eens voor te stellen. Dat op een dag de zaalarts je bij zich roept, na een harde werkdag waarbij een patiënt is overleden: ‘He Luus’, zegt hij, ‘er gaan wel erg veel mensen dood om jou heen.’ En ja, wat zeg je op zoiets terug? Je stamelt iets van: ‘Ja, ehmm, het zijn heftige weken geweest, inderdaad.’ En als je fronsend wegloopt, denk je: ‘Wat heeft die dan?’. Iedereen gaat op zijn eigen manier om met de hoge werkdruk in het ziekenhuis, weet je, en je laat het van je afglijden. Maar als je maandag op je werk komt, word je bij de directeur geroepen. Je wordt ontslagen, en er zal aangifte worden gedaan. Je vertrekt verbijsterd naar huis. Wordt een paar dagen later opgeroepen bij de politie. De media krijgen er lucht van, en plotseling word je in de kranten als een heks beschreven als een meedogenloze moordenares die weerloze slachtoffers vergiftigde.  Je wordt gearresteerd. En dan huur je toch maar een advocaat in. ‘Als ze het gaan onderzoeken zal vanzelf wel blijken dat ik niets heb gedaan’, leg je dan nog optimistisch uit aan die advocaat. Maar als vervolgens een toxicoloog gif aantreft in een van je vermeende slachtoffers, en als een stelletje wiskundigen zich via kansberekening gaat bemoeien met je zaak en concludeert dat de kans dat dit toevallig is een op zoveelmiljoen is, begin je je te realiseren dat dit wel eens heel slecht af zou kunnen lopen. ‘Heb je echt niets gedaan?’, vraagt ook je advocaat steeds vaker. Waarschijnlijk ga je jezelf die vraag zelfs stellen na een tijdje.

Ook rondom militair Marco Kroon hebben we zo’n toestand meegemaakt. De militair met willemsorde voor uitzonderlijke moed, die in zijn kroeg vol drugs en wapens werd gearresteerd. Vechtersbazen zijn die soldaten toch, dachten we massaal. Potsierlijk. Maar hij werd toch vrijgesproken, geloof ik. Of gedeeltelijk. In elk geval hoefde hij die willemsorde niet in te leveren. Maar de aandacht voor Marco was tegen die weer een beetje verstreken. En vandaag in het nieuws lees ik opeens dat piloot Poch wellicht toch niet zo schuldig is als we eerder allemaal hebben aangenomen. Er zou een complotje gaande zijn, (iets met het koningshuis)**. Nu vermoed ik dat over dergelijke complottheorieën de laatste steen wellicht niet boven zal komen (een complottheorie laat zich namelijk lastig bewijzen of weerleggen). Het bewijs dat Poch dodenvluchten uitvoerde, zou vooral zitten in de verklaringen van collega-piloten van Transavia. En zijn collega’s zijn het er onderling niet over eens of Poch wel echt ooit tijdens een dinertje gezegd heeft dodenvluchten uit te hebben gevoerd. Ondertussen zit hij al vijf jaar vast in een Argentijnse cel.

Of ben ik nu te goedgelovig, en is hier de advocaat van de duivel aan het woord? Ik vind het maar lastig en ben blij dat onze koning zijn verjaardag gewoon wil vieren met vrolijk sportende onderdanen.

 

* Het Muziektheater is ondertussen door tussenkomst van een consultancybedrijf omgedoopt tot “de Nationale Opera en Ballet”, een slecht congruerende titel, die bovendien verwarrend is, want een ballet is toch geen naam voor een gebouw.

**NRC: “Hij zei me dat er in het onderzoek tegen Poch hogere belangen speelden die ik (een ex-transavia-topman) me niet voor kon stellen. Ik vroeg (…) of hij doelde op de relatie van deze man met het Koninklijk Huis, een gerucht dat toen al in bredere kring werd gehoord. Hierop gaf hij geen antwoord, maar uit zijn lichaamstaal maakte ik op dat ik gelijk had”

 

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Julien Ignacio"
    Julien Ignacio

    De Nederlands-Arubaanse schrijver Julien Ignacio (1969) studeerde af als literatuurwetenschapper. Hij publiceerde theaterteksten, blogs en korte verhalen. In 2008 ontving hij de El Hizjraliteratuurprijs voor zijn toneelstuk Hotel Atlantis. Hij was redacteur van literair tijdschrift Tirade en is bestuurslid van de Werkgroep Caraïbische Letteren. In 2018 verscheen zijn debuutroman Kus (nominatie Bronzen Uil). Met collega-schrijvers Michiel van Kempen en Raoul de Jong stelde hij Dat wij zongen samen, een bloemlezing Caraïbische literatuur die in 2022 uitkwam bij uitgeverij Das Mag. In september 2023 verscheen zijn tweede roman Goudjakhals, een kralenketting van historische en futuristische migrantenverhalen, die zich afspelen in onder meer Amsterdam en Aruba, Beiroet en Lesbos.

  • "Foto van Sem van de Graaf"
    Sem van de Graaf

    Sem van de Graaf (2002) schrijft absurde verhalen die uit de bocht vliegen en toch een sterke moraal communiceren. Zijn werk is komisch, vervreemdend en oprecht.Hij studeert af van Writing for Performance aan de HKU met het lange filmscenario ‘Een stoel, de dief en Elske’ en zijn onderzoek ‘Handen’. Verder schrijft hij toneel voor verschillende groepen, waaronder zijn eigen collectief ‘bröd’ waarmee hij met de gelijknamige voorstelling in Zaal 3 stond. Zijn VHS-korte films stonden op het Rotterdams Open Doek en het Gouds Filmfestival, waar hij de prijs won voor Beste Film Jong Talent.

  • "Foto van Inez van de Ven"
    Inez van de Ven

    Inez van de Ven is een schrijfster van Nederlands-Surinaamse afkomst. Haar focus ligt vooral op geschiedenis en fictie, waarin ze altijd op zoek is naar het sociaal maatschappelijk knelpunt. Naast haar schrijfwerk is ze freelance model en IT consultant.