Tegen Het Beest

Het beest, zo noemen zij die hem kennen hem.

Suicide headache zeggen de mensen die de cijfers bijhouden, omdat degenen die eraan lijden meer dan gemiddeld zelfmoord schijnen te plegen.

Cluster headache is de naam die de artsen eraan geven.

Oh, migraine, zeggen mensen die er nooit van gehoord hebben.

De eerste aanval kreeg ik op 17 augustus 2012, vogels zongen, mensen sloegen heipalen de grond in en ik zat met een zak ijs tegen mijn hoofd op het balkon en luisterde naar het telefoon-gesprek dat de benedenbuurvrouw met haar man voerde, ze noemt hem meestal Kanker-, tering-, tyfuslijder.

Dat ik de datum van de eerste aanval weet, komt door het schema waarin ik elke dag bijhoud wat ik aan schrijven gedaan heb. Duizend woorden geschreven. Tweeduizend woorden herschreven. Dit ben ik ooit gaan doen omdat ik dacht dat een schrijver, net als een sporter, zicht moest hebben op zijn tijden.

Mijn record is in een dag iets van 5.600 woorden. Het minst schreef ik op de dag dat -80.000 woorden staat. Toen ging een heel manuscript de vuilnisbak in.

Als ik een dag niet geschreven heb, noteer ik de reden.

Louis jarig.

Tirade presentatie.

Kater.

Op 17 augustus 2012 staat: hoofdpijn. Twee dagen later weer. En daarna heel vaak, tot de dag dat de huisarts zei dat ik clusterhoofdpijn had.

Ik noem hem de Kolonel. Je kunt moeilijk tegen mensen zeggen dat je afbelt omdat Het Beest er is en afbellen wegens hoofdpijn wordt ongeloofwaardig na een keer of drie.

‘Ik kan niet komen… de Kolonel is er.’

‘Hoe bedoel je de Kolonel?’

‘Kan… niet… praten…’

‘Ben je weer in Uruguay?’

De Kolonel is een ventje van bijna twintig centimeter lengte met een zwak voor haken en steekwapens. Hij klimt langs mijn rug omhoog tot aan mijn schouder. Net ook.

Waar mijn schedel op mijn wervelkolom aansluit, snijdt hij een gat. Daarlangs steekt hij de haak met de langste steel naar binnen en duwt door tot hij achter mijn oogbal is. Het bloed dat door het gat naar buiten sijpelt, bevuilt zijn laarzen maar dat doet hem niks. Hij is een militair. Ook stukjes hersenen die nog levend in de stroom meekomen storen hem niet. Hij zoekt de eerste aftakking van de nervus trigeminus. Als hij die vastgehaakt heeft, geeft hij er een ruk aan.

Hij hijst zich naar binnen en kruipt in de ruimte die in mijn schedel vrijkomt. Hij slaat zijn korte haak aan de achterkant van mijn oogbal. Mijn hoornvlies scheurt. Er gaan kegeltjes om.

‘Kanker, tering tyfuslijder!’

De buurvrouw is stil.

‘Kom een keer van voren. Dat ik je kan zien. Kijk me in de ogen!’

Als hij het doet: van voren komen, spring ik van het balkon, oog omlaag, en verpletter hem.

 

————-

Over Carolina Trujillo

De zangbreker Carolina TrujilloCarolina Trujillo (1970) publiceerde tot nog toe vier romans. Drie in het Nederlands – De bastaard van Mal Abrigo (2002),  De terugkeer van Lupe Garcia (2009) en De zangbreker (2014) – en één in het Spaans: De exilios, maremotos y lechuzas (1991). Haar werk werd bekroond met en genomineerd voor verschillende literaire prijzen.

Achtergrondinterviews met de auteur lees je bij Vrij Nederland en beluister je via de website van de VPRO. Bekijk meer tekeningen op: Trujillo.nl

Meer informatie over Trujillo’s jongste roman, De zangbreker, vind je hier.

Carolina Trujillo is de hele maand augustus Tirade’s Zondagse Gastblogster.

N.B. De nieuwste papieren Tirade, Tirade 455, sluit af met een bijdrage van Carolina Trujillo: Tegen de mensheid.

Volgende week: Trujillo schrijft, Trujillo tekent – deel 5 (5/5).

In de Oorshop

Mijn nieuwe Rihtje

Ik kocht een racefietsje vorige week. Dat staat nu in mijn woonkamer. Ik vind hem zo mooi dat ik er bijna van ga vloeken. Dat rode glanzende, aluminium frame met gekleurde streepjes erop. Van Rih. We noemen het chauvinisme dat Duitsers Duitse auto’s rijden, en Fransen Franse. Maar dat is natuurlijk afgunst. Want ik rijd beretrots op mijn Hollandsche fietsje, gemaakt in de Jordaan een kleine halve eeuw terug, door de gebroeders Bustraan. Als er Amsterdamse auto’s waren, wilde ik die ook.

Ik haalde mijn fietsje op in Den Bosch bij Aty, een vrouw met droevige ogen. Pas gescheiden van haar man, met wie ze jarenlang tochten maakte door Frankrijk, door Kroatië, ver Oost-Europa in, tot aan de Oekraïne. Nu wilde ze niet meer fietsen. Vanwege pijn in de knieën, zei ze, maar ik vermoedde ook door hartenzeer. Het rode fietsje stond te verstoffen in de garage en haar zoon verkocht het voor haar op marktplaats.

Of ik er goed voor zou zorgen, haar Rihtje.

Nou dat zal ik zeker.

Ik schudde haar dankbaar de hand en zoefde door Den Bosch naar het station, haren in de wind, mijn handen om het verweerde tape van het racestuurtje. Ranja met een rietje zong door mijn hoofd. Omdat het te laat was om meteen naar Amsterdam te fietsen, tilde ik mijn Rihtje in de trein, en leunde achterover terwijl mijn hersenen draaiden op volle toeren: tochten, met wie, waarheen? Airbnb, helm kopen, fietstassen, hoe te navigeren?

De broers Bustraan
De broers Bustraan

Ik ben zowat geboren op een racefiets. Mijn ouders fietsten hun vakanties op hun bijpassende Rihtjes door Italië, tent achterop, en met mij in een blauwe zak op de rug. Ik moet heel jong zijn geweest, maar ik meen me te herinneren dat ik daar zat, met mijn gezicht in de wind, en dat ik luisterde naar de liedjes die mijn pa over zijn schouder mijn kant op zong. Later racete ik achter ze aan, maar dan geen vakanties lang, maar tochtjes langs trekvaarten naar Haarlem of Weesp. Dan fietste ik zo hard als ik kon, al denk ik nu dat het voor hen rustige tochtjes moeten zijn geweest.

Afgelopen weekend zoefde ik met vriendin Arie door Zeeland. Met houten reet en verzuurde benen vlogen we over de deltawerken, waarvan sommige sluizen gesloten waren. Links van ons hoge, schuimende golven, en rechts mistige binnenwateren, in de rug windkracht 8. Er gaat iets magisch uit van het geluid van de wind in je oren, voorovergebogen op je fiets. En dan vooral dat moment dat er soms plotseling een stilte valt. Die heerlijke stilte, die betekent dat je de wind in je rug hebt, waardoor je plotseling hoort dat er honden blaffen op het strand, dat er meeuwen boven je roepen, of vliegers zoeven langs de waterkant.

Soms vraag ik me af waarom ik zo fanatiek ben. Ik kan niet gewoon een tochtje maken, ik ben in mijn hoofd al toeren door Europa aan het plannen. Trekkend van b&b naar b&b, zo min mogelijk bagage, bandjes verwisselend in de stromende regen, rennend met mijn fiets over de schouder door de modder of over te rotsachtige stukken in de bergen.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Speeltuin Tirade

Schrijfster Anne-Marieke Samson heeft het de afgelopen maanden zo bont gemaakt hier op de Tirade-blog dat we haar hebben gevraagd onze vaste zaterdagblogster te worden. Één dezer zaterdagen gaat ze van start.

Verder zijn we verheugd als onze Zondagse Gastblogger voor de maand september te mogen (voor)aankondigen: Thomas Heerma van Voss. Wie kent hem niet? Maar evengoed: nadere introductie volgt binnenkort.

De komende twee zondagen wordt Speeltuin Tirade overigens nog gewoon onveilig gemaakt door Carolina – ‘hands up!’ – Trujillo.

Alle blogs van Anne-Marieke Samson: hier.

Alle blogs van Carolina Trujillo: daar.

Tirade – have fun.

Foto AMS: Jonge Schrijversavond (Twitter).

Ja

Arie en Marijn gingen trouwen. Natuurlijk deden ze dat in de Wim T. Schipperszaal.

In hun nieuwe kostuum leken de heren recht uit de verpakking te komen, en ondanks de overduidelijke zenuwen werd het een van de meest ontspannen plechtigheden waar ik ooit bij was. Een vijftienjarige relatie voorafgaand aan het trouwen biedt daar absoluut geen garantie voor, weet ik.

Hoewel ik voor de dag van de bruiloft geen van beide families kende, voelde ik me a priori zo op mijn gemak dat ik me voornam op mijn teenslippers te gaan, en het al na een kwartier klungelig strijkijzeren voor gezien hield met dat overhemd. Daarnaast wist ik mij in een uitzonderingspositie omdat ik een van de beste vrienden van het stel ben, maar ook de gastheer en kok was van het huwelijksdiner.

Op de ochtend voor de ceremonie had ik samen met Nadim inkopen gedaan en een flinke mis en place gedraaid. Voor een jongetje van bijna drie is onze zoon bijzonder nauwgezet in het plukken van peterselie en voorproeven van witte boontjes. Toen Birre naar de keuken kwam om te vertellen dat het tijd was om te gaan, lieten we alles vallen om op tijd bij de Stopera te kunnen zijn. Voor de zekerheid kreeg onze jongen nog een snoepzak mee, maar ook toen de chemische perziken op waren gedroeg hij zich voorbeeldig. 

Ik zou dit stukje kunnen afsluiten zonder de vinger op mijn zere plek te leggen, maar zoals Arie zelf ooit in een brief aan mij schreef: “Vrienden moeten elkaar alles, […] echt alles kunnen zeggen.”  

Tijdens de ceremonie en het uiteindelijke jawoord keek ik bijna even vaak naar onze zoon als naar mijn trouwende vrienden. Ik durf van mezelf te zeggen dat ik opmerkzaam ben; dat me op dagelijkse basis weinig ontgaat. Mijn zere plek is de trots die ik voelde omdat Nadim zo duidelijk geen andere gedachte had dan dat hier twee mensen stonden die van elkaar hielden en met elkaar trouwden. Wat ook zo was. 

Wat ook zo was, omdat we hem het huwelijk nooit anders hebben uitgelegd. 

Mijn hoop is dat ik deel uitmaak van de laatste generatie in mijn familie die op dit soort momenten heel hard niet probeert te denken dat hij bij een huwelijk tussen twee mannen staat; dat Nadims kinderen bij zo’n plechtigheid niets anders zullen horen dan het jawoord van twee mensen die van elkaar houden. 

Dat ze zo’n ceremonie zullen zien voor alles wat hij is, omdat wat hij niet is zal zijn opgehouden te bestaan.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Er bestaat nog geen artikel met de naam “Slanke lijn”

zegt Wikipedia. Noch een goed boek. Mij verbaast dat, want onder de bestsellers van de laatste decennia wereldwijd hebben vele afslankboeken gestaan. Even uit mijn hoofd dan dus maar het volgende. De slanke lijn dunkt mij een verschijnsel dat het sterkst in opkomst was vanaf de tweede  grote feministische golf van na de tweede wereldoorlog (Friedan vanuit Amerika, De Beauvoir vanuit Frankrijk.)  Is dat onlogisch? Nee, want het gaat dan om de periode meer dan om de inhoud van deze emancipatiebewegingen. Of niet? Wie willen ons nu eigenlijk slank hebben, en waarom?

Opkomst van film en televisie moet hebben bijgedragen aan de behoefte  aan een schoonheidsideaal te voldoen; er was meer aanwezigheid van mooie mensen, de pijnlijke waarheid sinds die tijd was dat bijna iedereen mooier was dan wij. Maar emancipatiebewegingen hebben evengoed bijgedragen aan een verstrekt zelfbeeld, en baas in eigen buik ging niet over taillelijn. En feministen van alle tijden zijn doorgaans slank (steekproef). Is daar meer dan een correlatie? Verbeterde voedingsindustrie, goedkopere voeding heeft vanaf pakweg de jaren ’20 van de vorige eeuw het risico op overgewicht manifest gemaakt. Ik denk dan ook dat de eerste afslankboeken van rond die tijd zijn.  Voor mannen en vrouwen. Een afslankboek is een kortstondig succesvol zelfhulpboek dat een droom verkoopt, iets als een managementboek avant la lettre dus.  

The Weight Watchers werden midden in de jaren 60 opgericht door een dame met overgewicht die erg van vlees hield. ‘Weight Watchers does not simply give you a method of losing weight. What it is, is a new way of life.’ Hoop, te koop. De bestseller van nu is vreemd genoeg nog steeds vaak een afslankboek. Niet vreemd, omdat wij dikker worden, maar wel vreemd omdat de kennis over hoe je daarvan afkomt niet met ons mee groeit, en daar zit precies de ruimte voor herhaalformules als het afslankboek: een oude wijsheid in een nieuw jasje. Sonja Bakker en Dr. Frank zijn al bijna vergeten de nieuwe bestseller staat over drie maanden in de top 60. Maar wat denken we van Montignac, sapkuren, en totaal vergeten zijn de Margrietmethodes in de jaren zestig en zeventig waarin ik voor het eerst het woord ‘slanke lijn’ las. En de magische formule: ‘rank middel’?

Wie helpt mij aan of schrijft voor mij het ‘grote afvalgeschiedenisboek’, de cultuurgeschiedenis van de slanke lijn en de eindeloze wanhopige pogingen die te bereiken. Titels zijn makkelijk: De afvalrace, Het dikke boek over dun zijn, Een magere eeuw, 100 jaar een onsje meer, De twintigste eeuw op de weegschaal, een prachtige geschiedenis van contemporaine vergeefsheid. Een eeuw lang misverstanden, frustratie en opgeklopte hoop om bijna niets.  Waarin het feit dat Heinz in 1978 the Weight Watchers overnam, en zo zelf ging verdienen aan het kwaad dat het aanstichtte nog slechts een voetnoot is.

Het fraaie gedicht Fat Poem door Texaans Slamkampioen Victoria, ‘I’m as big as a house with a two car garage…‘

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Madeleine – of: het Geweldige van Zoetheid

Still she haunts me, phantomwise,/Alice moving under skies/Never seen by waking eyes.*

Stephan Enter, Manon Uphoff, Henk Broekhuis, Alan Smithee, Gemma Springschans, Francesco Lucarotti, de schrijvende zesling Martijn, Martijn, Martijn, Martijn, Martijn en Martijn Knol en vele, vele andere Utrechtse topauteurs gaan voor hun boeken graag naar de Zelfstandige Kwaliteitsboekhandel Erven J. Bijleveld (sedert 1865). Voor de rijke sortering en voor het prettige, persoonlijke contact met de mensen die emplooi hebben in de vermaarde zaak.

Bijkomend voordeel: de ligging. Je hoeft bij het verlaten van Bijleveld de straat maar over te steken met je plastic tas vol boeken en je kunt bij Stadscafé Broers of het ernaast gelegen Zussen een koffie verkeerd en een stapel tosti’s bestellen en de eerste driehonderd pagina’s van de contemporaine WERELD-LIT die je je hebt verschaft zorgeloos wegwerken. Logisch dus dat Manon en ik op de Korte Jansstraat hebben afgesproken om te praten over ons literaire taartenboek, Het Geweldige van Zoetheid. Omdat Broers – o, droomlogica – is gesloten, huppelen (?) we het naastgelegen Zussen binnen.

‘Wacht even… Gemma Springschans? Wat is dat nou weer voor een rare naam?’

‘Ssst… ssst! Laat ’m nou verder vertellen!’

De taart bij Broers/Zussen is alleszins passabel, maar voor de geoefende papillen van Manon acht ik die toch te middelmatig, onderweg heb ik daarom een doosje patisserie meegenomen bij Bond & Smolders. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: alleen het allerbeste is goed genoeg voor Manon. En mij.

Uit beleefdheid bestellen we wat taartjes bij onze muntthee (Manon) en koffie, maar de – met alle respect – zompige ouwewijvenmeuk die we even later krijgen geserveerd, proppen we schielijk achter de verwarming. Snel vlei ik de echte patisserie uit het Bond & Smolders doosje op onze schoteltjes neer.

Manon heeft mij vooral bij dit project gevraagd vanwege mijn looks, voor de foto op ’t achterplat. En voor wat praktisch bakwerk. Het denken en schrijven, en het selecteren van de fictiefragmenten, doet zij allemaal zelf.

Ze trekt een stapel kopieën en uitdraaien uit haar tas. Één van de literaire taart-teksten die ze heeft uitgekozen, wil ze me graag voorlezen. We nemen allebei snel nog een hapje en een slok. Terwijl Manon mooi rechtop gaat zitten, pak ik een leesbril van tafel (niet de mijne, ik heb geen bril, droomlogica), zodat ik beter kan verstaan wat ze zegt. Daar gaat ze.

Het verhaal dat ze voorleest gaat over twee mannen, geliefden, die hebben afgesproken in een Art Deco café. Ze eten chipolatataart.

Als één van de mannen zegt dat hij de relatie wil beëindigen, schuift de ander de mouw van zijn jasje omhoog, steekt de taartvork in zijn naakte onderarm en scheurt in één haal zijn slagader open. Bloed, gegil, ambulance! Manon grinnikt en schraapt haar keel: ‘Dacht hij later terug aan die fontein van ketchup, dan vroeg hij zich altijd af of hij uit de open raampjes van de aansnellende ambulance echt Born To Be Alive had gehoord of dat zijn verbeelding de plaat had opgezet.’

alice pieZe kijkt op, ik zet de leesbril af. Manon glimlacht. En ik weet waarom: dit verhaal ken ik! Het is Grand Café, één van de zgv’s (zwaar gesnoeid verhaaltje) die ik in 2013 publiceerde in Passionate Magazine. Ik ben zo trots dat het tekstje in Het Geweldige van Zoetheid komt, dat ik schuimend buiten de oevers mijn gebruikelijke gereserveerdheid treed en eruit flap dat dit Zwaar Gesnoeide Verhaaltje is gebaseerd op een ruzie die ik heb gehad met mijn eigen vriend, Sander.

‘Weet je… ik wilde ontzettend graag een kind met ’m adopteren of laten draagmoederen of zo, maar hij wil geen kinderen en bovendien vindt hij mij helemaal niet geschikt als vader.’

‘Waarom niet?’

‘Hij denkt dat ik – alleen omdat ik toevallig ’t grootste deel van m’n leven heb doorgebracht in heropvoedingcentra, afkickklinieken,  gevangenissen en GESTICHTEN – teveel met mezelf bezig ben om een goede, lieve vader te kunnen zijn.’

‘Belachelijk! Dat getuigt echt van geborneerde pedagogische opvattingen.’ Manon aait over mijn bovenarm.  Ik word meteen rustig. ‘Maar vertel over die ruzie.’

‘O, ja… Nou, we waren naar een concert van Stef Bos geweest – wat ik een ontzettende kutzanger vind, trouwens, maar ik ging mee voor Sander, want je hebt een vaste relatie of niet, het is geven en nemen in de liefde, zegt mijn moeder altijd – en toen gingen we daarna nog wat drinken in een café en toen zong ik om ’m te pesten de hele tijd Papa… ik lijk steeds meer op jou… en toen werd ie zo kwaad dat ie met glazen begon te gooien… die grap werd bijna ’t einde van onze relatie. Nou ja, een beetje fantasie erbij en dan heb je dat Zwaar Gesnoeide Verhaaltje.’

‘Van één ingrediënt heeft nog nooit iemand taart gebakken.’

‘Zo is het, met zandtaart als uitzondering die de regel bevestigt. Maar tegenwoordig heb ik die imaginaire dochter natuurlijk en dat bevalt me ontzettend goed moet ik je zeggen. Ik ben wel blij dat er íets van dat oude conflict bewaard is gebleven in dat zgv-tje.’

Ik buk onder ons tafeltje en zet twee nieuwe, pistachegroene taartjes op tafel. ‘Wel dooreten, mevrouw Uphoff. Er zitten nog tien stuks in die doos en die gaan niet mee naar huis.’

Manon hoort me niet. Ze zit peinzend, zeg maar gerust: beschouwend, uit het raam te turen. Dan kijkt ze me diep in de ogen en zegt: ‘Ik heb je toch weleens verteld dat ik ooit ben afgestudeerd op Alice in Wonderland?’

‘Ja, natuurlijk… supergaaf vind ik dat… zo’n geweldig boek ook!’

‘Ik droom er nog altijd van om een keer een verhaal over de avonturen van een Alice-achtig meisje te schrijven… Waarom gebruiken we jouw imaginaire dochter niet als hoofdpersoon voor Het geweldige? In ieder hoofdstuk ontmoet ze dan een ander mens of een ander dier van wie ze een nieuw taartrecept leert.’

‘Jezus, goed idee! Dan noemen we haar… Madeleine… is meteen een vette doch culinair én cultureel verantwoorde knipoog naar Proust, Marcel… Wordt de titel dan: Madeleine, of: Het Geweldige van Zoetheid?’

‘Niks meer aan veranderen.’

‘Godsakke, Manon… Nu hoeven we alleen al ’t werk nog maar te doen en dan is het af!!!’

We kijken een tijdje stil voor ons uit. Dan zegt Manon: ‘Het is toch een beetje je kindje, zo’n boek.’

We lachen. Ik veeg mijn mondhoeken schoon met een servet en zeg: ‘Volgens mij is er in de NED-LIT nog nooit – ’

Alice spiegelPLOTSELING GEBEURT ER IETS ONVERWACHTS

Ruiten trillen in hun sponningen, kopjes dansen op het tafelblad, lepeltjes en vorkjes tinkelen tegen het aardewerk. Er stampt een gigantische olifant door ’t café! Een echte! Een levende olifant! De vloer trilt ervan!

Manon en ik kijken elkaar aan met zo’n gezicht van Tjee… Het Zou Mij Niks Verbazen als dat De Olifant Met De Grote Snuit is die hier helemaal naartoe is gekomen om dit verhaaltje uit te blazen!!!  En ja hoor… daar begint ie al te blazen en te trompen dat ’t een aard heeft… OMG!, OMG!, OMG!!!… de storykiller!…

Een gezoem… een scheepstoeter… Ik sla met m’n hand naar de wekkerradio, maar voor ik me weer kan omdraaien, trapt m’n vrouw me ’t bed uit. ‘Opstaan, luie zak… kranten lopen…’ M’n dochter is met wat vriendinnen een weekje zeilen in Friesland. Die vuile kakker. Dus ik heb haar wijkje weer overgenomen. Tijdelijk.

The eind, het end.

Tirade – in your dreams.

 Soundtrack: André Hazes, De glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft.

Soundtrack: Patrick Hernandez, Born to be Alive, remix.

Volgende week: Beetje zitten, beetje kijken. En meer.

*Noot, motto: Lewis Carroll/Martin Gardner, The Annotated Alice (1960;p.345).

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Plonia Westendorp"
    Plonia Westendorp

    Plonia Westendorp (1998) is verpleegkundige en student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.

  • "Foto van Aska Hayakawa"
    Aska Hayakawa

    Aska Hayakawa groeide op als third-culture kid in Leiden. Haar verhalen gaan over eenzaamheid in het kapitalisme en de hedendaagse zoektocht naar geluk. Deze zomer studeert ze af van de studie Writing for Performance aan de HKU met het avondvullend toneelstuk Pièce de Résistance! en een scriptieonderzoek naar werkbare kwetsbaarheid. Eerder schreef ze theaterteksten voor Cecilia Moisio Company, Club Guy & Roni, Maas Theater en Dans en Bosfest. Haar kortverhalen werden gepubliceerd bij DIG, De Gids, Tirade Blog en De Revisor. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman bij Uitgeverij Pluim.

    (portret: Lin Woldendorp)