Stemmen, moraal voor gevorderden

Ostracisme, het is een prachtwoord. In het klassieke Athene was het gebruikelijk een ongewenste inwoner van de stad weg te stemmen door zijn naam op een stuk aardewerk te krassen. Als er 6.000 van die stemmen waren moest zo’n burger ook echt voor 10 jaar de republiek verlaten. Een heel aanvankelijk en principieel en aansprekend soort democratie, de basis ook. Wilders heeft het van geen vreemden.

In de verkiezingsprogramma’s die je kon lezen als voorbereiding op de gemeenteraadsverkiezingen gaan veel zaken mij boven de pet. Politiek voeren is een dagtaak en veel meer dan dat, landelijke politieke partijen zijn grote organisaties met veel geld en expertise. Sinds jaar en dag stemmen mensen dan ook op wie men vertrouwt of waar men bij wenst te horen. En niet zozeer op waarmee je het eens bent. Als je inhoudelijk gaat vragen naar standpunten dan kan je bij vrijwel welke burger standpunten in het programma van zijn partij vinden waarover hij zich ernstig verbaast.  Relhistoricus Thierry Baudet schreef twee weken terug in de krant dat gemeenteraadsverkiezingen decentraal getimed moet worden: op die manier kan de landelijke politiek niet meer meedoen en zijn gemeenteraadsverkiezingen meer dan een populariteitspoll van de landelijke politiek. Lokale partijen zullen dan ook groter worden. Met als nadeel dan wel voordeel dat de kiezer zich moet verdiepen in de programma’s. Of op zijn buurman stemmen omdat dat een aardige kerel is. Misschien geen gek idee. Alleen weten we van kleine jonge partijen die groter worden dat ze veel moeite hebben fatsoenlijk volk te rekruteren.  Media gaat zich dan toeleggen op het onderuithalen van kandidaten, ook altijd leuk.

Verkiezingen zijn schijnvertoningen geworden die veel te complexe zaken veel te eenvoudig maken. Dat geeft niet, want stemmen moet je toch. Als je niet stemt heb je geen historisch besef en ben je mondiaal onnozel.

Zoals het idee van democratie als een jaar of 3.000 oud is, zo is moraal ouder dan de religie, beweerde Nietzsche in Genealogie der moraal al, en recenter Frans de Waal in De bonobo en de tien geboden. Het is een inspirerende gedachte dat goedheid lang op religie vooruitloopt.  Moraal dus op religieuze systemen vooruitliep en dat apen een rechtvaardigheidsgevoel hebben.

Grieken wilden dus net als Wilders mensen het land uit hebben. Maar anders dan bij Wilders moest je het met 6.000 mensen eens zijn over 1 naam. Hoe overwin je nu het makkelijke effect van Wilders framing: onmogelijke plannen maken die mensen met weinig neiging tot logisch doordenken kunnen aanspreken? Ik denk niet door vergelijkingen met Nazi-Duitsland. Maar door hem vaker te vragen naar hoe het moet. Als journalisten er de komende jaren een hobby van maken Wilders te vragen hoe-het-moet is Wilders de enige die onaangename vergelijkingen gaat maken.  En daar houden veel mensen niet van, want moraal is oud.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Tirade Pop-up – programma bekend

We gaan naar Gouda toe: programma

Aanstaande zaterdag organiseert Tirade een feestelijk literair programma in de pop-up store van uitgeverij Van Oorschot (zie hieronder). Vanaf 14.00 uur zullen daar voordragen uit eigen werk: dichteres Milou Voskuilen en debutante Anne-Marieke Samson. Ook de kanshebbers van de Pop-up Schrijfwedstrijd mogen hun verhaal ten beste geven. We zullen dan de winnaar bekendmaken. De voltallige redactie van Tirade is aanwezig: Martijn Knol, Gilles van der Loo, Lieke Marsman en Marko van der Wal, en oud-redacteur Menno Hartman.Naderhand is er gelegenheid om te borrelen, boeken te kopen en literair advies in te winnen. Iedereen is van harte uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn!

De kanshebbers

Toen Tirade een krappe maand geleden de Pop-up Schrijfwedstrijd uitschreef, had de redactie niet durven dromen van de enorme stapel inzendingen. Vanaf deze plaats willen we alle inzenders nogmaals bedanken voor hun bijdragen! Vandaag presenteren we de shortlist met de drie beste inzendingen.

Gert-Jan van den Bemd – ‘Het raadsel’

Kyra de Kruif – ‘Verzet’

Wiebe Brouwer – ‘De hond’

Van Oorschot pop-up store nog t/m 29 maart in Gouda

Op 22 februari werd op initiatief van Boekhandel Verkaaik aan de Lange Tiendeweg 23 in hartje Gouda de Van Oorschot pop-up store geopend. Vijf weken lang is het complete boekenaanbod van Uitgeverij Van Oorschot aldaar te zien en te koop. Iedere zaterdagmiddag komen er schrijvers langs voor interviews, voorleesbeurten en signeersessies. Op 22 maart is het de beurt aan Tirade om het programma te verzorgen.

 

Tirade Pop-up – vertrokken voor je het weet.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

I’m gonna blow off your candy-ass right now’ – The Grand Budapest Hotel

Proloog

‘Tyn!’

‘Lezeres!… wat toevallig!… ik zat me net af te vragen: heb jij misschien zin om met mij naar The Grand Budapest Hotel te gaan?’

‘WAT!?!?’  klats, klats, klatser-de-klats. ‘Ordinaire viespeuk! O, wat valt me dat ontzettend van jou tegen! Jij bent wel de aller, allerlaatste van wie ik een dergelijk oneerbaar – ’

‘De film! Ik bedoel de film van Wes Anderson: The Grand Budapest Hotel.’

‘O, haha! De film! Nee, haha, dan is ’t goed!’

‘Hahahaha! Pjoei! Misverstandje!’

‘Ik kon het al helemaal niet rijmen met die onschuldige oogopslag van je!’

 

The Grand Budapest Hotel

Film: The Grand Budapest Hotel (TGBH)

Genre: ha! Regie: Wes Anderson.

Alle superlatieven nog eens aan toe… wat een godengeschenk van een film is The Grand Budapest Hotel! Wat een zeldzaam begaafde cineast is Wes Anderson! Het is vast een beetje een temperamentskwestie maar TGBH is zo’n intens-esthetische filmervaring dat ik tijdens de vertoning een paar keer bang was dat ik een hartaanval zou krijgen. Van geluk.

TGBH is een raamvertelling. De buitenste twee lijsten laat ik hier buiten beschouwing, want die tonen bovenal wat Wes Anderson in een vraaggesprek met Raymond van den Boogaard (NRC Handelsblad, 12/03/14) zo formuleert: ‘Elke film is tenslotte toch nep natuurlijk, zelfs als het een documentaire is. Ik ga ervan uit dat het publiek weet dat film altijd kunstmatig is.’

Kranige zwier – Gustave H.

De protagonist van TGBH, Gustave H., is ooit zelf in het Grand Hotel Budapest begonnen als piccolo. Hij is liefhebber van romantische poëzie, hij houdt graag stichtende toespraken (lees: preken) voor zijn personeel en beijvert zich voor een mooiere wereld door, zoals dat in consultancytaal heet, de ‘standaard’ van zijn somptueuze hotel te ‘bewaken’ door zich met ieder detail te bemoeien. Van zijn achtergrond weten we niks, maar vermoeden we veel: hij is een klimmer, zijn leven is zijn eigen creatie.

Gustave’s aard/optreden laat zich het best karakteriseren door de naam van het parfum dat hij gebruikt: L’air de panache… zo beweegt hij zich door hotel en buitenwereld… met kranige zwier…

Wat voor liefde Gustave nu precies opvat voor zijn jonge hulpje, piccolo Zero, is niet helemaal duidelijk – voor de zekerheid laat Anderson de bromance simultaan plaatsvinden met een romance tussen Zero en Agatha, een mooi meisje met een litteken op haar wang dat bij patisserie Mendl’s werkt.

Voor verhaal & verwikkelingen van en in TGBH kun je terecht in iedere serieuze bios. Wat ik erg interessant vind – en nu wordt dit toch nog een beetje een raamvertelling – is dat de oudere Zero in de jaren tachtig aan de auteur van The Grand Budapest Hotel vertelt hoe Gustave het in de trein voor hem opnam tegen soldaten die zijn (Zero’s) identiteits/reispapieren wilden zien. Ze namen de trotse Gustave mee naar buiten. ‘And what happened then?,’ vraagt de auteur. Zero: ‘And then they shot him.’

Gustave sterft voor zijn principes/illusies. Misschien maakt dat hem tot het toonbeeld van beschaving.

Goudkijker

Alles aan TGBH is – de melancholische onderstroom (ook Agathe en het kind dat zij met Zero krijgt sterven) ten spijt – plezierig… de art direction, set design, camerawerk, verhaal & verwikkelingen, de personages, het tempo van de dialogen. En dan zijn er nog de woordspelingen, pastiches en naamgrappen… mijn favoriete* grapje is toch wel de naam van de schilder, een renaissancemeester. Hij ‘heet’ Johannes van Hoytl. Het doet denken aan de fantasienaam van de schilder uit Maria Goos’ Cloaca (2003): Van Goppel. Pierre Bokma, zuchtend: ‘Een echte Van Goppel…’

Wes Anderson is het tegendeel van een cynicus, een somberaar, een zeikerd, een jankerd of een zwartkijker. Hij is een goudkijker. En daar hebben we er, wat mij betreft, veel te weinig van in de kunsten .

Ik zag TGBH vier dagen geleden en loop nog steeds door Anderson land. De film verhevigt en intensiveert je waarnemingen. Het is net of de Goden een paar scheppen suiker over de wereld hebben gestrooid. Life imitates art.

TGBH ontroert en betovert, denk ik, omdat de film op een geloofwaardige manier over Liefde gaat – over personages die kunnen liefhebben en hun lijden met liefde overstijgen – én met Liefde gemaakt is*.

Vorm is inhoud.

Als je van plan bent om in 2014 één keer naar de film te gaan, ga dan naar The Grand Budapest Hotel. En blijf tijdens de aftiteling rustig zitten, want dan word je getrakteerd op een vrolijke animatie van Oostblokse volksdans (onder in beeld, rechts).

Epiloog

‘Zo blij word ik normaal gesproken eigenlijk alleen van een goed boek.’

‘Ja, ik ook! Het is net of je een hele avond Nabokov of Salinger hebt zitten lezen hè?’

‘Zoiets ja.’

‘…’

‘Ik zou ook wel weer es een boek van Stephan Enter willen lezen. Spreek jij hem nog weleens?’

‘Afgelopen dinsdag nog, hebben we bij hem een hele cake zitten wegkanen.’

‘Space-cake?’

‘Zeker weten. We hebben ons helemaal gek gelachen.’

‘Werkt ie op het moment aan iets nieuws, Stephan?’

‘Hij werkt aan drie boeken tegelijk, geloof ik. Drie losse projecten. Toen ie even naar de WC ging, heb ik een tijdje achter z’n computer zitten scrollen door ’t boek waar ie momenteel druk mee is en volgens mij wordt ’t nog beter dan Grip.’

‘Mmm… en wanneer verschijnt jouw nieuwe boek eigenlijk?’

‘Nou zeg! Laat zich eerst maar es een uitgever melden om mijn verzamelde blogs uit te geven!’

‘Haha!’

Tirade – welkom.

Soundtrack: Rameau. Op spinet.

Coming soon: Maarten Baas in Milaan.

Volgende week: Hoe de vader van Fatima bijna uit de dakgoot viel – een waargebeurd verhaal. En meer.

Noten

* De titel van dit blogje is een uitroep van bad guy Brody als hij zijn vuurwapen op de als patissier vermomde Gustave richt. In de sequentie is het oorlog – op micro- en macroniveau.

*Tien jaar geleden maakte Dirk Tanghe/De Paardenkathedraal een zeer gestileerde enscenering van Gogols De Revisor. Voor die voorstelling gold hetzelfde als voor de films van Anderson: dankzij de kunstmatigheid ging zij over abstracties en essenties in plaats van over de waterige ‘werkelijkheid’.

*Ook leuk: op een tankstation waar Willem Dafoe zijn motor voltankt staat Fuelitz. Hahaha! Vroeger moest je je voor zulke grappen verlaten op de Donald Duck.

* Geen toeval dat het schilderij dat de plot van TGBH deels voortstuwt Boy with apple is/heet. De appel is een klassiek symbool voor de liefde.

In aantocht: Tirade 453

Volgende week – op dinsdag 25 maart 2014 – verschijnt het nieuwe nummer van Tirade, Tirade 453. Het nummer viert de lente van 2014 met ruim honderd pagina’s literatuur en tekenkunst.

Tirade 453 bevat verhalend proza van: Kerim Göçmen, Michiel Heijungs, Arjen van Lith, Anne-Marieke Samson en Iván Thays.

Bovendien brengt het nummer poëzie van: Friederike Mayröcker, Astrid Staartjes, Milou Voskuilen en Joost Zwagerman.

Ook presenteert Tirade 453 beschouwend proza/essays van: Hassnae Bouazza, Piet Gerbrandy, Martijn Knol, Carel Peeters en Daniël Rovers.

De teksten in dit lentenummer zijn verlucht met tekeningen van kunstenares en illustratrice Lotte Klaver.

Tirade 453 – nu al een collectors item.

Een abonnement op Tirade bekom je hier.

Tirade wordt uitgegeven door het zelfstandige Uitgeverij Van Oorschot.

Het opgroeien van de schrijver (III)

Als je jong en onbezonnen bent, ben je ervan overtuigd dat je alles anders gaat doen. En dat dat anders vernieuwend gaat zijn, dat de interviewers aan je lippen gaan hangen en zullen beamen dat het inderdaad bijzonder is, dat anders van jou. Toen ik zeventien, achttien was, was RUR nog op televisie; Jan Lenferink interviewde elke week drie gasten en ik stelde me voor dat ik een van die gasten zou zijn, maar mijn eerste boek verscheen op mijn 34ste en RUR bestond niet meer, dus Jan Lenferink heeft nooit kunnen beamen hoe bijzonder mijn anders was. Maar mijn anders was ondertussen ook al niet zo anders meer.

Toen ik mezelf had voorgenomen schrijver te worden, las ik belachelijk weinig boeken. Ik vond dat a good thing, want het was anders. Ik las strips en ik keek films en ik  bedacht hoe dat dat dan ging zijn, Jan Lenferink vertellen waarom ik toch Heel Erg Goeie Boeken kon schrijven. Nou Jan, ik kijk liever naar de verhaalstructuren die Frank Miller toepast in zijn Dark Knight-cyclus. 

Ik lees eigenlijk niet zoveel. Je hoort/leest het mensen die vinden dat ze boeken kunnen schrijven regelmatig zeggen. Ze zouden een flink pak slaag moeten krijgen.

Een timmerman die zijn vak leert, gaat eerst naar school en leert zagen, schaven, houtverbindingen, en als hij dan bij een leermeester gaat werken, kijkt hij goed hoe die meester het doet: hij hoeft zelf niets meer van de basistechnieken uit te vinden; hij wordt klaargestoomd om zijn werk goed te doen en, als de jonge timmerman een groot talent blijkt te zijn, nieuwe technieken uit te vinden. Een simpele vergelijking, maar schrijven werkt ook zo. Je moet lezen om te leren wat de basistechnieken zijn, en je moet goed lezen om te zien hoe de meesters het doen. 

Iedereen die goed schrijft, weet dat of ontdekt dat gaandeweg. Dat ontdekken gebeurt bij jonge eikels die eerst ik lees eigenlijk niet zoveel zeggen en er daarna achterkomen dat dat een uitspraak is waar je je knalhard voor moet schamen. Dat hoort allemaal bij het opgroeien van de schrijver. 

Ik denk wel dat bij de mensen die het lezen aanvankelijk niet zo nodig vonden misschien wat vaker spannende dingen gebeuren (maar dat kan een combinatie van excuus en arrogantie zijn, omdat ik ooit Jan Lenferink wilde vertellen dat al dat lezen maar onzin is), als ze maar verdomd goed door hebben dat ze het fout hadden. 

Uiteindelijk moet er een allesoverweldigende liefde voor boeken boven komen drijven, zo heftig dat je wel moet lezen; gebeurt dat niet, zoek dan een andere hobby. 

Volgende week: Het opgroeien van de schrijver (IV)

———————-

Walter van den Berg (1970) is deze maand Tirade’s zondagse gastblogger. Van den Berg publiceerde tot op heden – behalve vele kortverhalen, columns en reportages – drie romans: De hondenkoning (2004), West (2007) en Van dode mannen win je niet (2013). In Tirade 449 vind je zijn prachtige kortverhaal Voetbalkantine, in Tirade 450 een heftige ‘tirade’.

 

Courtesan au chocolat – een recept, een kortfilm

Taarten, patisserie en cinema… je zou er een fraai essay over kunnen schrijven.

Maar dat doen we een andere keer.

Eerst maar es ’n paar uur de keuken in. Hieronder het recept voor courtesan au chocolat. Tevens de jongste kortfilm van Wes Anderson. Veel plezier ermee. En… succes!

 

 

Drie wat oudere kortfilms van Wes Anderson vind je hier.

 

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Sybren Sybesma"
    Sybren Sybesma

    Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna studeerde hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. Ander werk verscheen op De optimistOp ruwe planken, De Parelduiker en in het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Momenteel studeert hij in Utrecht. Hij speelt nog veel piano.

  • "Foto van Gregor Verwijmeren"
    Gregor Verwijmeren

    Gregor Verwijmeren studeerde Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht en gitaar aan het conservatorium in dezelfde stad. Hij publiceerde fictie in onder meer De Gids en Flash: The International Short-Short Story Magazine. De vorm van geluid, zijn debuutroman, werd uitgegeven door Van Oorschot, en is wereldwijd de eerste roman over tinnitus (en muziek en geluiden) die door een mainstreamuitgeverij is uitgegeven. Gregor werkt momenteel aan zijn tweede roman, waarvoor hij een beurs ontving van het Nederlands Letterenfonds. In april 2021 zal hij Nederland vertegenwoordigen bij het European First Novel Festival in Boedapest (uitgesteld vanwege Covid). Hij is vader van drie kinderen en kookt en tennist graag in zijn vrije tijd.

  • "Foto van Marian van der Pluijm"
    Marian van der Pluijm

    Marian van der Pluijm (1997) is historica. Momenteel woont ze in Boedapest, waar ze Hongaarse Taal en Cultuur studeert. Voor VPRO-radioprogramma OVT maakte zij een documentaire over de Hongaarse dichter Miklós Radnóti. Zondag 7 november werd de documentaire uitgezonden op NPO Radio 1.