Wiegeliedje voor wie alles moet

Een paar dagen geleden las ik een leuk stuk (getiteld ‘Ben ik een elitaristisch rund?’) van mijn goede vriendin Reowin  in het periodiekje van de studentenvereniging waartoe ik mij reken. Ze schreef over haar angst voor het leven en over hoe die soms interfereert met haar verlangen naar liefde (seks): wanneer je eenzaam en bang in bed ligt is het laatste wat je wil dat er iemand naast je ligt die je zo kan zien. Omdat je jezelf hiermee erg in de weg kunt zitten, noemde ze vervolgens een aantal manieren om deze levensangst te overwinnen (o.a. oxazepam, lorazepam, diazepam en yoga). Mijn eigen persoonlijke manier om angsten (alsook verdriet, woede en onrust) te bezweren is echter het lezen van poëzie. Ik ben soms bang dat mijn liefde voor poëzie niet voortkomt uit een liefde voor de literatuur zelf, maar simpelweg uit een egocentrische drang om me in alles te herkennen – mooie gedichten vind ik vaak die gedichten die mijn dan huidige gevoelens omschrijven.

Reowin: “Het tegenovergestelde is ook denkbaar, namelijk niet zozeer dat je teveel angsten hebt, maar juist dat je van mening bent dat je teveel seks hebt. In dat geval is het misschien een idee om de volgende vragen eens in je hoofd te laten omgaan. Waartoe zijn we op aarde? Wat kan ik wél? Meende de koffiejuffrouw het toen ze me een goede dag wenste? Ben ik een elitaristisch rund? Ben ik een stiekeme racist? Zijn mijn ouders wel mijn ouders, en zo nee, is dat erg? Hou ik überhaupt van iemand? Moet ik stoppen met studeren? Ben ik een gewoon gênante danser of een héél gênante danser? Heb ik een rare stem? Zou GroenLinks ooit nog boven de 5 zetels uitkomen? Weet ik genoeg van Afrika en Zuid-Amerika? Ben ik een slaaf van de belastingdienst? Ben ik mijn moeder? Bestaat het woord elitaristisch wel?”

Bovenstaande gedachtegang is mij maar al te bekend. Maar ik laat mij niet kisten. Het voordeel aan een grote aanleg tot zelfreflectie is immers dat je jezelf ook kunt corrigeren! Bijvoorbeeld: je bent nog maar net gestopt met roken, hetgeen op zich goed van je is, maar je had nooit moeten beginnen, en nu bestaat er de kans dat je vijf kilo aan zult komen, waardoor je van plan bent drie dagen waterige minestronesoep te eten, wat echt onzin is, waarna je pizza gaat eten met je vrienden. Je wil daar iets over zeggen wat grappig en charmant is, maar alles wat je zegt zwel je aan tot het mogelijk poëtische waarde heeft, wat je jezelf kwalijk neemt, waardoor je jezelf relativeert, net zoals je het jezelf kwalijk neemt dat je de mensen tegenkomt die je angstvallig probeert te vermijden, wat toch gek van je is, waardoor je jezelf ook maar meteen vergeeft, misschien is het trouwens een goed idee om het contract voor je tweede bundel te tekenen, dan zit er in elk geval een beetje schot in de week, als je nog een paar gedichten schrijft zul je er bovendien een beetje geld voor krijgen, waardoor je die ene trui kunt kopen, waardoor je je goed zult voelen over jezelf, maar verdien je dat eigenlijk wel, ja, echt wel…

Ik had dringend behoefte aan bezwerende poëzie. Ik wist even niet goed waar ik die kon vinden. Toen heb ik zelf maar iets geschreven.

Wiegeliedje voor wie alles moet

Je kunt het beste alles wat je moet
van jezelf in je armen houden
en fijn knijpen
zodat je enerzijds iets hebt om vast te houden
en er tegelijkertijd ruimte komt
voor kleinere activiteiten:
de sapcentrifuge aanzetten
een vergiet pakken
de gasslang laten repareren
kijken of er post is, waarschijnlijk
heb je een brief gekregen
met goed nieuws er in, iemand
wil je geld geven en jij hebt al ja gezegd
en je blijft ja zeggen
tegen kersen in een bakje leggen voor de gasten
tegen zin hebben in het eurovisie songfestival
tegen iedere week een cryptogram oplossen
met je moeder

oh, je kunt wel bang worden van een
verkeerd geplaatste letter of een
film met onheilspellende afloop
maar oh, word maar niet bang van een
zich opnieuw aankondigende ochtend
die je mogelijk onbeantwoord lief laat hebben
want dat is geen duidelijk aanwijsbare reden
die ik overigens voor je weg wil nemen

oh, je kunt wel bang worden van een
te laat betaalde rekening
maar oh, word maar niet bang van een
te vroeg uitgesproken verliefdheid
kom, dan gaan we gezellig
in een klein karretje door een graslandschap rijden
en onderaan de heuvel druivensap drinken

het moeilijke aan ouder worden is niet
dat je steeds verdrietiger wordt
maar dat je steeds meer woorden krijgt
om je verdriet te beschrijven
en als je het kunt, moet je het doen
dat is waar
maar ik heb hier een fleecedekentje neergelegd
en ik leid je er hand in hand naar toe
en het is hier warm
en je bent hier veilig
oh

In de Oorshop

Here And Not

UnknownVoor mijn veertigste verjaardag kreeg ik een gebundelde briefwisseling tussen Paul Auster en John Coetzee. Een toepasselijk cadeau*, gezien mijn leeftijd en grote liefde voor het werk van beide schrijvers. 

Eigenaardig aan de briefwisseling is dat hij moedwillig lijkt te zijn opgestart. In de eerste brieven spreken de mannen af eens lekker te gaan pennen om te zien of hun wisseling niet wat ‘vonken’ op kan leveren. Misschien vonden ze dat nodig.

Auster en Coetzee schrijven in hun fictie heel dicht op de persoon. De toon in hun brieven is – al wordt hij geleidelijk warmer – wat droog, alsof ze weten dat ze elk moment door een groot publiek gelezen kunnen worden. Coetzee lijkt überhaupt geen humor te hebben. Pogingen van Auster hem tot grappen te verleiden lopen op niets uit.

Hoewel de wisseling tussen 2008 en 2011 loopt, beginnen de mannen per brief en eindigen ze per brief (Auster) en fax (Coetzee), omdat ze inzien dat de post** er wat te lang over doet. 

Auster wil het hebben over sport, wat Coetzee een beetje afhoudt. Coetzee zet nogal naïeve bomen op over het verhelpen van de kredietcrisis door geld bij te drukken, die Auster respectvol laat staan. 

Here And Now toont twee oude mannen aan wie de wereld voorbijgeraasd is: aan het eind ontstaat er zelfs een discussie over het toelaten van ‘nieuwigheden’ als email en de mobiele telefoon in hun proza.

Dit is geen recensie.

Deze week las ik elke avond voor het slapengaan in Here And Now. Bij het dichtslaan van de bundel gleed ik een heerlijk diepe slaap in. Het was rustig, veilig en warm in de werelden van John en Paul. 

 

 

* Dank, Jochem Pinxteren en Phil Compernolle!

 

** Tussen de V.S. (Auster) en Australië (Coetzee).

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Waar gebeurd is geen bezwaar

Het niet bestaande houten kerkje

In haar column in NRC- handelsblad schrijft Margriet Oostveen dat Neerdonk een goede titel voor een roman zou zijn, in stijl iets tussen het werk van A.F.Th. van der Heijden en Gerard Walschap (?) in. Oostveen refereert aan het verse wetenschapsschandaal rond professor (em.) antropologie Mart Bax.

Neerdonk is een gefingeerde naam voor een Brabants dorp waar Bax in onderzoek uit de jaren ’80 heiligenverering, een vernederingsritueel, een houten kerkje en een conflict met het diocees situeert. Alle zaken die nu niet meer te reproduceren zijn en waarvan de commissie Baud, na onderzoek in opdracht van de VU concludeert dat ze waarschijnlijk verzonnen zijn.

Er maakt zich een eigenaardig hijgerige hype-sfeer eigen van de berichtgeving rond wetenschapsfraude. Met Diederik Stapel nog vers in het achterhoofd is fraude van wetenschappers een mediaspektakel. Het is ook van alle tijden dat men graag wie hoog geklommen is, diep ziet vallen. Daarbij is woede wel gerechtvaardigd: fraude in de wetenschap raakt heel veel mensen en beschadigt erg veel. Begrijpelijk dus dat men er een commissie op zet. Dat deze commissie vervolgens een rapport publiceert dat ik met meer plezier heb gelezen dan menig roman, is bijvangst.

Michiel Baud is de diplomaat onder de wetenschappers geworden, lees het rapport eens: het is echt erg goed. Vijf sterren zou ik zeggen. (co-auteurs Susan Legêne en Peter Pels). Welgeformuleerd, diepgravend, spannend, gedegen, huiveringwekkend, wijs.

Zelfreinigend vermogen kan men aan de wetenschap wel overlaten, toont het rapport, mooi zijn dan ook de verschillende episodes die de interne werking van het wetenschapsbedrijf bekritiseren: politiek rond benoemingen, en ook publicatiedrang. Want interessant is natuurlijk het waarom: wat is de reden alles en iedereen te foppen, als het geen vorm van pathologische leugenachtigheid is.  ‘In deze context doen universitaire bestuurders er goed aan opnieuw te overwegen welke averechtse effecten de toegenomen publicatiedruk, vooral waar afgemeten aan gekwantificeerd auteurschap, op onderzoekers en onderzoeksafdelingen kan hebben. In het geval van Bax werden de voordelen van een hoge wetenschappelijke productie vaak boven kwaliteit, validering en inhoudelijke discussie gesteld. Het is duidelijk dat in deze context iemand als Bax veel manoeuvreerruimte en macht heeft kunnen verwerven. Dit ging ten koste van een kritische blik op zijn verslaglegging. De nadruk op wetenschappelijke productie is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Dit kan leiden tot ongezonde verhoudingen waarin publicatiedruk (opnieuw) kan leiden tot sektarisme, gebrek aan tegenspraak en afhankelijkheid.’

Het is goed ons te realiseren de Stapels en Baxen van deze wereld nu en in de toekomst terdege bestraft worden – ik krijg haast medelijden als ik ze in mijn verbeelding zie zitten, op een bank, in een buitenwijk –  beter is het mijns inziens de nadruk te leggen op het ongelooflijke krachtige zelfonderzoek dat de wetenschap toont.

Het is moeilijk zoiets toe te geven, maar ik verwacht dat in retrospectief deze namen verbonden zullen blijven aan een geweldige sprong voorwaarts in de kwaliteit van de Nederlandse wetenschapsbeoefening. Met andere woorden: toen in de 80-er en 90-er jaren alles nog in orde leek, was het pas echt mis.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Literaire prijsvraag

De afgelopen weken beschreef ik voor hard//hoofd acht keer de zondag van een bekende en soms een wat minder bekende schrijver. Leila Merkofer maakte er telkens een erg mooie illustratie bij. 
           
De acht stukken en illustraties vind je hier. De naam van de beschreven schrijver wordt steeds niet genoemd. Daarom heeft hard//hoofd een literaire prijsvraag uitgeschreven: de eerste drie mensen die de acht juiste namen mailen naar redactie@hardhoofd.com, krijgen mijn boek Nestvlieders.

Fragment uit een van de verhalen:

Ik had me er al bij neergelegd dat ik op mijn eigen verjaardag geen enkel medemens zou zien. Tot er om een uur of vier ineens een collega voor de deur stond. Een dichter die wilde dat ik met hem meeging naar een boekpresentatie.
           “Een boekpresentatie op zondag?” vroeg ik.
           “Vanwege de titel,” zei de dichter. “Doordeweeks aardappelen en op zondag altijd vrijen. In De Telegraaf werd het boek al ‘de Madame Bovary van de twintigste eeuw’ genoemd.”
           “Een werkelijk prachtige, heel sensuele titel,” zei ik peinzend. Ik liet de dichter binnen, we dronken een fles wijn ter viering van mijn verjaardag en daarna gingen we op pad.

We waren nog maar net de deur uit, toen ik zei: “Verdomme, ik ben vergeten te kakken.” Het was bij de ingang van het Wertheimpark.
          “Dan gaan we toch even terug?” stelde de dichter voor.
          “Ach, dat is de moeite niet,” antwoordde ik. Door de wijn was mijn teleurstelling over de veertien afmeldingen volledig verdwenen. Goedgehumeurd liep ik het park in om ergens vlak achter het hek, naast een struik, mijn gevoeg te doen.
          De dichter begon nogal burgerlijk te protesteren maar hij kon me moeilijk tegenhouden. “Als je moet, dan moet je!” riep ik door de spijlen heen.
          “Maar heb je dan wel wc-papier bij je?”
          “Een mens heeft toch handen?” riep ik terug. God, wat een zeikerd, dacht ik. Mijn hele leven had ik al een keer als een hond in het park willen schijten.
          Ik veegde mijn vingers af aan de bladeren van de struik.
          De rest van de wandeling was de dichter op een heel kinderachtige manier aan het giechelen. Dit was geloof ik het raarste wat hij ooit had meegemaakt. Sommige mensen zijn weinig gewend.

Tarte à l’orange et à la ricotta – alles wat ik liefheb

Uit de kaaskoeling van de supermarkt heb ik een kuipje ricotta meegenomen (lasagne met spinazie, tomatensaus en ricotta – vergeet de versgeraspte nootmuskaat niet, die máákt dit gerecht). Thuis, aan het aanrecht, met de middagshow van Q-Music op de radio, bestudeer ik de binnenkant, of achterkant, van het kartonnen wikkel dat ik van het kuipje heb getrokken. Boven een blauwe inkttekening van een korstdeegtaartje de woorden: Tarte à l’orange et à la ricotta. Er slaat een golf van nostalgie over me heen die me – tegenstribbelen, de aanrechtrand vastgrijpen, watertrappen heeft geen zin – krachtig mee terugtrekt naar de kinderjaren die Nabokov en ik aan het begin van de twintigste eeuw doorbrachten in Rusland. Het witte zomerpak van onze vader! Onze gouvernantes! De tekenlessen! De eindeloze zwerftochten rond Wyra! Vlinders! Nachtfietsen! Tamara! Poëzie!

‘Ik beken dat ik niet geloof in de tijd. Ik vouw mijn vliegend tapijt na gebruik graag zodanig op dat het ene deel van het patroon over het andere valt. Laat bezoekers struikelen. En het hoogste genot van tijdloosheid – in een lukraak gekozen landschap – is als ik tussen zeldzame vlinders en hun voedselplanten sta. Dat is vervoering, en achter die vervoering ligt nog iets anders, wat moeilijk uit te leggen is. Het lijkt een vluchtig vacuüm waar alles heen stroomt wat ik liefheb. Een gevoel van dankbaarheid jegens willekeurig wie – jegens de contrapuntische geest van het menselijk lot, of de tedere spoken die een gelukkige sterveling ter wille zijn.’*

Op de bakplaat karameliseert een gemorste druppel tomatensaus.

 

Soundtrack: schrijven/lezen.

 

‘En dat Libelle-interview?’

‘Mag ik nog niet op internet zetten – het nummer verschijnt volgende week pas.’

Volgende week: ‘Na de liefde is goochelen het allerbelangrijkste in mijn leven. En kijk es… hup: nog een konijn, hahahaha!’

Agendapunt

Aanstaande woensdag presenteert Walter van den Berg zijn roman Van Dode Mannen Win Je Niet (VDMWJN) bij De Nieuwe Boekhandel (Amsterdam). Op het platform van Passionate vind je een voorpublicatie uit het boek. Van den Berg zelf wees al op het verband tussen het verhaal Voetbalkantine, uit Tirade 449, en VDMWJN.

Tirade – leest.

vnNoot

* Citaat: Vladimir Nabokov, Speak, Memory (1951/1966, Nederlandse vertaling, Geheugen, spreek, Rien Verhoef, BB, 1992;p. 141/142).

ODOL

s’ Ochtends waak ik met een ODOL (overdreven denken over (het) leven), talloze vragen die eruit moeten. Wanneer ik twee keer snooze verdwijnt de ergste druk, gaat het denken over in een dromen: een staat waarin vraag en antwoord niet gescheiden zijn omdat ik creator ben van allebei. Het is ook het enige moment van de dag dat dit soort pathetiek geoorloofd is. Ik prijs me gelukkig dat er gedurende mijn halfslaap geen stemmen zijn, geen vragen die alleen een praktisch antwoord eisen, kinderbehoeften, overlevingsnoodzakelijkheden als gesmeerde boterhammen en gestrikte veters.

Voor alle ouders of ongelukkigen die het fijn vinden om te weten: ik denk vaak aan jullie, wanneer de wekker gaat en mijn minihaat gericht is op een ding van plastic, niet op een mens (het kussen naast je) of mensje (aan je bed). Haat floreert bewaard voor dingen die geplakt kunnen worden met lijm, echte lijm die in seconden bindt en niet uit jaren therapie bestaat.

Toen ik nog jonger was dacht ik: wanneer je veel vraagt verlies je uiteindelijk het recht op een antwoord. Als je een spelletje Wie is het? speelt, heb je ook maar een aantal beurten om bij de Juiste uit te komen. Wie met elke vraag weinig gezichten naar beneden ziet klappen, verliest de hoop op het verkrijgen van een overzichtelijk speelveld met slechts één opgerichte Naam. Maar het gaat er niet om of het Bill met zijn oranje sik is, of Maria met haar groene baret en pruilmond. Het spel zit ‘m in de vragen en is juist voorbij met de winst.

Dat was de enige waarheid die ik in de kerk vond, het jaar dat ik ging. De wekelijkse anderhalf uur in het steenblokken gebouw tussen de maisvelden in het middleclass, afgelegen Amerika, leerde ik dat de illusie van het antwoord het enige is dat ertoe doet.

Er werd gebeden voor zieke X en zieke Y, moeder of zus zoveel, maar de dood is werkelijk gemener voor hen zonder zorgverzekering. Er werd gebeden voor de jongens (toch vooral jongens) die hun studie niet konden betalen en daarom in de Army Reserve waren gegaan. Een goede deal, dachten ze: een keer per maand melden, af en toe op bootcamp.
Totdat Irak. Studieverlaters werden het, en niet uit vrije wil.

Een jongen met een mooi gezicht dat niet meer lachen kon, kwam terug naar zijn vrouw die plots zes maanden zwanger bleek. Hij was er negen weggeweest. Er werd voor hem gebeden en ik die niet geloofde gaf hem liefde van een ander soort. Dat troostte. 

De dagen dat ik wakker word en een beter leven vraag voor de ouders die hun vuist laten neerkomen op de wekker en denken ‘mis’, die tijdens het smeren gaten schrapen in het slappe brood voor kindertanden en onder de douche geen shampoo kunnen vinden die niet voor tere hoofdhuid en babyhaartjes is bedoeld, voor die ouders vraag ik een beter leven om direct daarna te weten: dat kankeren voor anderen is, net als bidden, vooral een houvast voor jezelf.

Het beste is opstaan, het zachte kussen koud laten en de pc aan. Op vatbare dagen stel ik me voor dat de opstartgong van mijn laptop een zucht van verlichting is, zoals het hinderlijke, maar bevestigende blaffen van een hond – baasje is er weer.

De cursor kwispelt in een vers word.doc. Het mooie van dat streepje is: hoezeer je ‘m ook najaagt met woorden, het blijft terugkeren en weer verdwijnen, vragend.

iwo003 

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.

  • "Foto van Tim Veeter"
    Tim Veeter

    Tim Veeter

    Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

  • "Foto van Senna Felius"
    Senna Felius

    Senna Felius (1997) is dichter. Ze studeert filosofie en Arabisch en woont in Egypte. Haar poëziedebuut staat in Tirade 487.