Tirade 447: introducing Nikki Dekker

In het komende nummer van Tirade lees je het literaire debuut van de jonge Nikki Dekker. Op haar website kun je al teksten en vertalingen van haar lezen én filmpjes bekijken.

Tirade – een traditie van vernieuwing.

‘Je gebruikt iedere keer een andere slogan, Eppo. ‘

‘Dat is de traditie van vernieuwing.’

In de Oorshop

‘Eigenlijk zijn er maar twee soorten vogeltjes’

The Great Dutch Novel

Voordat we, later deze week, aan de voorlopige afsluiting van ‘De komst van de filosofische roman’ toekomen – dat is dan ook het moment om te verklappen uit welke sublieme tekst die zinsnede is gelicht – moeten we ons nog afvragen of een eventuele (Nederlandse) Filosofische Roman een kind zou kunnen zijn van wat schrijver en vertaler Daniël Rovers een paar jaar geleden The Great Dutch Novel heeft gemunt in een essay dat hij in 2003 publiceerde in Yang en in 2005 opnam in zijn bundel Bunzing en dat als volgt eindigt:

‘In een essay over de crisis van de roman constateerde Walter Benjamin in 1930 dat romanciers zich altijd heel bewust hebben afgezonderd van de gemeenschap en het volk. Het genre van de literaire roman zou voortkomen uit het eenzame individu dat zich geen raad meer weet en ook geen raad meer geven kan.

Benjamin schreef: `Die Geburtskammer des Romans ist das Individuum in seiner Einsamkeit, das sich über seine wichtigsten Anliegen nicht mehr exemplarisch aussprechen kann, selbst unberaten ist und keinem Rat geben kann

Een artistiek antwoord op deze crisis van de roman zag Benjamin belichaamd in Berlin Alexanderplatz van de geëngageerde arts Alfred Döblin, die bij het schrijven van zijn grote roman vooral beïnvloed werd door Dos Passos´ Manhattan Transfer.

Döblin zou de traditionele roman hebben laten exploderen, stelde Benjamin, door op voorbeeldige wijze de nieuwste montagetechnieken in zijn boek op te nemen. Slechts door deze explosie, door de toestroom van verschillende niet-literaire genres zoals de reclame, volksliedjes en de riooljournalistiek, zou Döblin over onverhoopte epische mogelijkheden hebben beschikt, zou hij in staat zijn geweest een verhaal te vertellen over en aan de Berlijnse gemeenschap op het moment dat die dreigde te versplinteren onder het nationaal-socialisme.

Misschien is het wachten in de Nederlandse letteren op een dergelijke explosie. Een explosie die de manier waarop we de werkelijkheid plegen waar te nemen en vast te leggen aan gruzelementen blaast. Pas als de muur van hardgebakken taal die ons scheidt van de buitenwereld op kunstige wijze ondermijnd wordt, bestaat er een kans op een grote Nederlandse sociale roman.’

Einde citaat.

Wat denk je? Kan de NFR alleen opgroeien aan de hand van TGDN? Of is het de Filosofische Roman die TGDN zou moeten baren? Of zijn de NFR en TGDN heteroniem? Dat zou in ieder geval lekker overzichtelijk zijn! ‘Eigenlijk zijn er maar twee soorten vogeltjes,’ zoals Freek de Jonge al van zijn zoontje leerde (levende en dode).

Tirade – voor het lekkere denkwerk.

Verantwoording: het lange citaat dat is opgenomen in de tekst hierboven komt uit Daniël Rovers The Great Dutch Novel (een essay dat je dus terugvindt in Bunzing (Vantilt, 2005; betreffende citaat op p.57/58)) – de boekversie waaruit ik quote wijkt iets af van de versie waarnaar hierboven wordt gelinkt.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

De menigte is uitzinnig

‘Ik kijk naar de sterren en leg mijn hand op mijn hart. Mi pobre viejo. Samen renden we door het zand. ‘Ik doe het voor jou,’ zeg ik en sluit mijn ogen. Voor mij op de grond ligt Veloso. Kapot, uitgeteld. Ik sta in het felle licht, mijn armen geheven in de lucht. De menigte is uitzinnig. Ze gooien met popcorn, stoelen vliegen alle kanten op. Ik kijk naar de deinende massa om mij heen. Ik sta, machtig en alleen. Ik voel de stilte van de natuur, voordat ik bestond. Voordat er woorden werden gesproken. Ik ben de koning van de woestijn.’

Rosan Hollak, Scherptediepte, mozaïekroman, De bezige bij (2012;p.110).

 In Tirade 447 vind je een nieuwe tekst van Hollak, een kort verhaal.

‘Wanneer verschijnt die Tirade 447 eigenlijk?’

‘Over 15 dagen.’

‘Dan pas?! Q%&*#$@!!!’

Ambiguity and conflict and flux – De komst van de filosofische roman (IV/V)

David Foster Wallace

‘It’s amazing to me that no one much talks about this – about the fact that whatever our founders and framers thought of as literate, informed citizenry can no longer exist, at least not without a whole new modern degree of subcontracting and dependence packed into what we mean by ‘informed’.

 (…)

‘Part of our emergency is that it’s so tempting (…) to retreat to narrow arrogance, pre-formed positions, rigid filters, the ‘moral clarity’ of the immature. The alternative is dealing with massive, high-entropy amounts of info and ambiguity and conflict and flux; it’s continually discovering new areas of personal ignorance and delusion. In sum, to really try to be informed and literate today is to feel stupid nearly all the time, and to need help.’

David Foster Wallace, Deciderization 2007 – a Special Report, [een inleiding bij, M.K.], The Best American Essays 2007 (Houghton Miflin 2007;p.XII-XIII).

Klonk het niet zo klef – op zondag nog wel – dan zou je zeggen: we hebben elkaar nodig.

Portret David Foster Wallace: Gary Hannabarger/Corbis.

‘Hé, Schrijver… kan ’t wat korter? Ik heb nog meer te doen vandaag.’ – een zijpad

‘Roman, roman, roman… vanwaar toch altijd die veronderstelde suprematie van de roman?’ Ik zou zeggen: vanwaar die veronderstelling dat de suprematie van de roman wordt verondersteld? Aan Tirade ligt het in ieder geval niet. Evengoed is de vraag of er misschien – ook? – Filosofische Kortverhalen bestaan een interessante. In het komende nummer van Tirade heeft het er wel de schijn van. Zeker één aanstormend auteur (<35) lijkt zich, zeker in de vorm die hij (m/v) voor zijn tekst heeft gekozen, te hebben laten voeden/inspireren door de wijsbegeerte. Dus: of/hoe de filosofie de literatuur voedt kun je vanaf 20 maart aanstaande zelf vaststellen. In Tirade.

 Tirade 447 – post waar je blij van wordt.

 ‘Blij? WTF?!’

‘Laat ‘m nou maar effe. Hij is gewoon de rek een beetje aan ’t testen hier.’

Kunstmatige domheid – De komst van de filosofische roman (III/V)

Tati

Eerst is het woord aan Rudy Kousbroek:

‘Zoals al eerder opgemerkt is ongeletterdheid niet iets waar de mensen mee te koop lopen. In iedere concertzaal bestaat het publiek voor een zeker percentage uit onmuzikale mensen. Van alle schilderijen in privébezit bevindt zich een zeker percentage in de huizen van mensen die in hun hart geen boodschap hebben aan beeldende kunst. Er zijn maar heel weinig mensen die zich erop laten voorstaan dat zij nooit lezen. Maar in zogenaamd beschaafd gezelschap kan iemand rustig zeggen: ‘Voor de exacte vakken had ik op de middelbare school altijd een onvoldoende.’ Dat is niet alleen geen schande, maar zelfs een soort eer. Als gevolg van bepaalde tradities en mythes denken veel mensen dat tekortkomingen op dat gebied niet wijzen op een gebrek aan intelligentie, maar integendeel juist op begaafdheid op een ander terrein: ‘goed in talen’ is een veelgehoord voorbeeld.

Mij persoonlijk is daarvan nooit iets gebleken. Zelfs in de korte periode dat ik het beroep van wiskundeleraar heb uitgeoefend merkte ik algauw dat de uitblinkers in mijn klas ook uitblonken in alle andere vakken; niet alleen in wiskunde maar ook in talen, zowel in natuurkunde als geschiedenis. Ook het omgekeerde was onmiskenbaar: de uitgesproken domkoppen uit mijn klas waren overal dom in, niet alleen in de exacte vakken. Het probleem is de middenmoot, het grote gebied ertussenin, de leerlingen met een gemiddelde, dat wil zeggen behoorlijke maar niet uitzonderlijke intelligentie. Dat zijn degenen die het vatbaarst zijn voor modes en mythes in termen van ‘alpha’ en ‘bêta’, onder hen leeft het sterkst het geloof dat iemand die goed is in alphavakken noodzakelijkerwijze slecht in bêta-vakken moet zijn. En er zijn ook al vroeg aanwijzingen dat hun houding tegenover de exacte vakken niet beperkt blijft tot onverschilligheid; integendeel, Shaws opmerking is er precies zo op van toepassing: ze haten het, met een bittere en boosaardige haat [‘It is a mistake to think that so-called inartistic people are merely indifferent to art: they hate it, with a bitter and malicious hatred.’ M.K.].

Nu is dat naar mijn overtuiging een voorbeeld van aangeleerd gedrag, op de manier waarop bijvoorbeeld racisme dat is: het berust op analoge wijze op het cultiveren van vooroordelen, op een zich selectief afsluiten voor bepaalde evidenties, en de gevolgen zijn vrees ik ook niet minder rampzalig.

Ik bedoel niet alleen dat een grote groep mensen zich daarmee al a priori afsluit voor iets dat zonder die vooroordelen toegankelijk voor hen zou zijn, namelijk de beginselen van wiskunde en de natuurwetenschappen; ik heb in dat verband weleens gesproken van kunstmatige domheid, en dat is het werkelijk: een gecultiveerde beperktheid die van echte domheid soms heel moeilijk is te onderscheiden.

Maar waar het vooral om gaat is dat het voornamelijk mensen uit diezelfde groep zijn, die in de sleutelposities van onze samenleving terechtkomen, en dat zij het zijn die beslissen over het gebruik dat gemaakt wordt van de voortbrengselen van diezelfde kennis die voor hen ontoegankelijk is gebleven.

Zij doen dat, zoals verwacht kan worden, met desastreuze gevolgen, maar bovendien met een schrikbare arrogantie. Dat is wat hen zo gevaarlijk maakt: niet zomaar onbekwaamheid maar onbekwaamheid plus de overtuiging het beter te weten, onbekwaamheid plus arrogantie.’

Rudy Kousbroek, Kunstmatige Domheid, opgenomen in Einsteins Poppenhuis, essays over filosofie (I), Meulenhoff (1990; p.42/43).

 

Lees je door de wat autoritaire, vijandige, gepantserde, badinerende, steile toon heen – de toon waarmee Kousbroek hier de verdenking op zich laadt dat hij primair zijn eigen superieure 360-graden-intelligentie wil etaleren (of suggereren) en dat het stichten, steunen of stimuleren van anderen hem onverschillig laat (wie kaatst kan de bal verwachten; ook postuum; en met topspin) – dan begrijp je dat de komst van de Filosofische Roman niet alleen een grote inspanning van de literair auteur vraagt/vroeg/zou vragen, maar ook schreeuwt om een publiek dat the taste heeft acquired, of minstens intellectueel bij machte is, zo’n roman te appreciëren.

Weinig vaten zijn zo communicerend als de auteur en de lezer van de Filosofische Roman.

Of niet?

Kun je die vraag misschien pas beantwoorden als je hebt uitgevogeld wat een Filosofische Roman is?

Wordt vervolgd.

 

Tirade!’

‘Lezeres! Wat zie je d’r prachtig uit!’

‘Je bent te laat.’

‘Sorry, ik heb. Het was… wat zie je d’r prachtig uit!’

‘Niet!’ (bloos, bloos)

‘Betoverend! Verrukkelijk!’

‘Ik heb de hele dag voor de spiegel gestaan.’

‘En niet tevergeefs… het lijkt wel of je oorbellen in hetzelfde atelier zijn ontworpen als je jurk en je schoenen en je – ’

‘Dat stuk van Kousbroek doet me denken aan dat mailinterview dat Dave Eggers in 2003 had met David Foster Wallace.’

‘Dat ken ik niet.’

‘Stond destijds in The Believer.’

‘…’

‘Ik moest vooral aan deze passage denken:  ‘We live today in a world where most of the really important developments in everything from math and physics and astronomy to public policy and psychology and classical music are so extremely abstract and technically complex and context-dependent that it’s next to impossible for the ordinary citizen to feel that they (the developments) have much relevance to her actual life. Where even people in two closely related sub-sub-specialties have a hard time communicating with each other because their respective s-s-s’s require so much special training and knowledge. And so on. (…)  It might be that one of the really significant problems of today’s culture involves finding ways for educated people to talk meaningfully with one another across the divides of radical specialization. That sounds a bit gooey, but I think there’s some truth to it. And it’s not just the polymer chemist talking to the semiotician, but people with special expertise acquiring the ability to talk meaningfully to us, meaning ordinary schmoes. Practical examples: Think of the thrill of finding a smart, competent IT technician who can also explain what she’s doing in such a way that you feel like you understand what went wrong with your computer and how you might even fix the problem yourself if it comes up again. Or an oncologist who can communicate clearly and humanly with you and your wife about what the available treatments for her stage-two neoplasm are, and about how the different treatments actually work, and exactly what the plusses and minuses of each one are. If you’re like me, you practically drop and hug the ankles of technical specialists like this, when you find them. As of now, of course, they’re rare. What they have is a particular kind of genius that’s not really part of their specific area of expertise as such areas are usually defined and taught. There’s not really even a good univocal word for this kind of genius—which might be significant. Maybe there should be a word; maybe being able to communicate with people outside one’s area of expertise should be taught, and talked about, and considered as a requirement for genuine expertise.…

‘Jezus… dat je dat uit je hoofd kent.’

‘Ik heb een fotografisch geheugen.’

‘Maar blijkbaar onthoud je dus ook teksten.’

‘Moet je nog meer tikken?’

‘Nee, ik ben klaar voor vandaag. Zullen we gaan?’

‘Waar naartoe?’

‘Naar de echte wereld.’

‘…’

‘We vullen een koffer met papieren boeken… we smeren broodjes, maken thermoskannen met koffie en thee en dan pakken we de nachttrein naar het zuiden.’

‘Florence.’

‘Rome.’

‘Syracuse!’

Verantwoording: bij het overtikken van bovenstaand Kousbroek citaat zijn, om de leesbaarheid vanaf het scherm te vergemakkelijken, alinea’s door witregels van elkaar gescheiden.

 

Tirade – de naam zegt het eigenlijk al.

 

Fotograaf Jacques Tati: onbekend.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Tim Veeter"
    Tim Veeter

    Tim Veeter

    Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

  • "Foto van Ida Hondelink"
    Ida Hondelink

    Ida Hondelink is schrijver en performer. Ze studeert momenteel af aan de studie Writing For Performance aan de HKU. Reeds is ze actief als dichter en essayist op verschillende platforms en podia, waaronder Notulen van het Onzichtbare, Hard//hoofd, Dichters in de Prinsentuin, de U-Slam en de Nacht van de Literatuur. Haar werk is fantasierijk, maatschappijkritisch en heeft doorgaans een poëtische ondertoon.
    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Willemijn Kranendonk"
    Willemijn Kranendonk

    Willemijn Kranendonk (1994) is schrijver en dichter, voor zowel kinderen als volwassenen. Haar werk verscheen o.a. in Tirade, DW B, Liegend Konijn en op Lilith Magazine, Revisor, De Internet Gids, Hard//Hoofd en De Optimist. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman die dit jaar nog uit zal komen bij Uitgeverij Van Oorschot en volgt ze de master Jeugdliteratuur aan de Universiteit van Tilburg. Mei 2022 verschijnt haar eerste kinderboek bij Uitgeverij Billy Bones.