Imaginaire plekken

‘Al mijn verhalen spelen zich op imaginaire plekken af. Ook al staat er Palermo boven een tekst: het is niet meer dan een sfeerindicatie, een woord dat het decor helpt bouwen.

Een tijdje terug vroeg iemand me (ik geloof Kenneth van Zijl) waarom dat was; of de werkelijkheid voor mij misschien tekortschoot. Ik antwoordde – zoals meestal – zonder eerst na te denken, en kwam er gedurende mijn antwoord achter dat de werkelijkheid me te beklemmend was. Te beperkend.

Over mijn eigen stad zou ik nooit een verhaal kunnen schrijven omdat ik Amsterdam te goed kende. Ik zou geen magisch theater of kruidenierszaak kunnen beschrijven tussen de patatwinkels op het Rokin, omdat ik weet dat die er niet zijn. Als ik schrijf heb ik absolute vrijheid nodig, en die krijg ik niet van plekken die te helder op mijn netvlies staan.’

Aldus schrijver, psycholoog en Tirade-redacteur Gilles van der Loo afgelopen zomer op deze plek.

In het komende nummer van Tirade, Tirade 447, vind je een gloednieuw kortverhaal van Van der Loo.

Tirade 447 verschijnt: over 18 dagen.

In de Oorshop

The wider traditional problems of human culture’ – De komst van de filosofische roman (II)

Stanley Cavell

Philosophy is in one of its periodic crises of method, heightened by a worry I am sure is not mine alone, that method dictates to content; that, for example, an intellectual commitment to analytical philosophy trains concern away from the wider traditional problems of human culture which may have brought one to philosophy in the first place.

Aldus Stanley Cavell in zijn essay Aesthetic Problems of Modern Philosophy (1965) dat later werd opgenomen in Must We Mean What We Say? (Cambridge University Press 1969). Dit citaat komt uit de herziene herdruk van het laatstgenoemde boek (C.U.P, 2002; p. 74).

Vergeef me het dikke hout waarvan ik hier planken ga zagen, maar dit is nu eenmaal televisie internet… we moeten de vaart er een beetje in houden…

Goed… wat in ’t citaat hierboven interessant is: die ‘wider traditional problems of human culture’ waarmee filosofen als Cavell zich wilden bezighouden(*1), veroorzaakten, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, ook bij sommige schrijvers – en bij sommigen van die sommige schrijvers, zoals David Foster Wallace, gebeurde dat deels in het kielzog van Cavell(*2) en consorten – een vergelijkbare onvrede over de betekenis van hun ambacht… over het gebrek aan ‘inhoud’ en ‘relevantie’ van hun discipline…

Het hoogpostmoderne schrijven was, therapeutisch gezegd, ‘nogal met zichzelf bezig’ (als je d’r voor gestudeerd hebt mag je hier ook ‘zelfreferentieel’ of ‘autoreflexief’ lezen (‘even justifications require justification’, nietwaar?))…

Mocht literatuur echt alleen nog maar over literatuur gaan?… maar wie, behalve de solipsist, is gebaat bij solipsisme?… De kunst leek om weer echt contact te maken… contact met lezers van vlees en bloed… en ook om, op een wat hoger abstractieniveau, de roman weer aansluiting te laten vinden op the wider traditional problems of human culture which may have brought one to de literatuur, de poëzie en de roman in the first place…

Het werd tijd voor het post-postmodernisme… en het werd tijd dat eventuele post postmodernisme, in één moeite door, van iedere vorm van etikettering los te schrijven… de literatuur moest de bibliotheek, de studeerkamer, het laboratorium uit… weg van ’t gesticht met autisten, neuroten, solisten, egoïsten, solipsisten en dubbelgesteriliseerde smetvrezenden(*3) waarin het zich had laten insluiten… de dwangbuis uit… het vrije veld in… de steden door… achterbuurten en penthouses in… de wereld over…

Zou de literatuur net zo vrij en relevant kunnen worden als sommige takken van de wijsbegeerte en de ethiek?… werd het misschien zelfs tijd voor… de Filosofische Roman?

Klifhanger!

Wordt vervolgd…

Wanneer?’

‘Morgen.’

‘Beloofd?’

‘Hand op m’n hart.’

Je hart zit aan de andere kant.’

‘Zo? Of bedoel je aan de achterkant? Sorry, flauw. Morgen. Hand op m’n hart.’

Oké, ik geloof je. Tot morgen, Tirade!’

‘Tot morgen, Lezeres. Wat ruik je trouwens heerlijk.’

‘O, vleier!’ (bloos, bloos)

‘Zelfde tijd?’

‘Zelfde plek?’

 

Meta dialoog

‘Interessante citaten, maar waar slaat dat dialoogje op?’

‘Volgens mij is dat bedoeld om de redenering erboven te illustreren.’

‘…’

‘Op een bepaalde manier.’

‘Op een onbepaalde manier.’

‘…’

‘Uiteindelijk is het toch weer gewoon een soort postmoderne Spielerei waar ie mee komt. In mijn ogen althans.’

‘Oké, maar hoe zou je je aan dat spel kunnen ontworstelen als je niet eerst moeite deed het te doorgronden… en je van dat doorgronden rekenschap te geven?’

‘Ook wel weer waar…’

‘…’

‘En ’t is ook best leuk om te lezen, eigenlijk.’

‘Vind ik ook.’

* Noten

*Noot 1: ‘The philosophy of ordinary language is not about language, anyway not in any sense in which it is not also about the world. Ordinary language philosophy is about whatever language is about.’ (Ibid. p.95).

*Noot 2:  Stanley Cavell was zelfs een aanleiding voor de genoemde Wallace om in 1989, aan Harvard, aan een wijsgerig promotieonderzoek te beginnen. DFW-biograaf D.T. Max: ‘Cavell’s lively, learned, but friendly approach to philosophical investigations in books like Must We Mean What We Say? was the closest Wallace knew to his own; indeed Cavell may have been one of his literary models’ (D.T. Max, Every Love Story is a Ghost Story, A Life of David Foster Wallace,  Granta, London, (2012; p.132)). In de jaren negentig zocht Wallace naar een stem, een manier van schrijven, die hem zou kunnen helpen om zijn eenzaamheid te overwinnen en zijn bewustzijn uit te breken. Zoals Max terecht constateert hielp het werk van Cavell Wallace om contact te maken met zijn lezers: zijn (DFW’s) proza ‘owed something to Cavell’s plainspokenness’  (Ibid. p.142).

*Noot 3: Een potje beledigen is altijd meegenomen, maar hier is het collateral. Stel de afhaalmaaltijd (boodschap) niet gelijk aan het doorgeefluik (boodschapper). In deze passage is sprake van interferentie… de auteur probeert de denktrant van zijn onderwerp (post-postmodern schrijven) weer te geven/uit te drukken, en hoewel hij die content blijkbaar interessant genoeg acht om hier te presenteren, zegt dat nog niet dat hij het gedachtegoed daarmee ook zelf onderschrijft; dat is hier ook helemaal niet relevant, eigenlijk.

Tirade – teksten van auteurs, teksten van mensen.

Foto Stanley Cavell: Alison Redlich.

Over 19 dagen verschijnt: Tirade 447. 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Het atelier

Eind vorige maand, toen bekend werd dat Tirade voortaan subsidieloos verder moet, schreef Christiaan Weijts in NRC Next een pleidooi voor het papieren literaire tijdschrift: ‘Het atelier waar de inkt nog nat is’. In dit stuk, waarin hij ook schrijft over zijn eigen ervaringen als beginnend schrijver met literaire tijdschriften, stelt hij onder meer:

‘Het literaire tijdschrift stelt een norm. Het is niet populair om te zeggen, maar in een wildgroei van online geschrijf, getwitter en doe-het-zelf-gepubliceer zijn er autoriteiten nodig om potentie van pulp te scheiden. Die taak van het tijdschrift is met de digitale ontwikkelingen alleen maar toegenomen. Nu elke gek een blog kan beginnen, is er des te meer behoefte aan kwaliteitseisen, filters, maatstaven.’

En even verderop: ‘Literaire tijdschriften zijn knooppunten van schrijvers, dichters, redacteuren, geldschieters, uitgevers, vertalers, recensenten, filosofen en absolute malloten. Ze vormen het bindweefsel tussen alle vitale organen van de literatuur.’
Lees hier zijn hele stuk.

Christiaan Weijts is medewerker van Tirade (hij leverde onder meer een essay aan het ‘pornonummer’). In het aankomende nummer wordt zijn roman Euforie gerecenseerd door Carel Peeters.

Tirade on stage

Op 22 maart aanstaande – twee dagen na het verschijnen van Tirade 447, het eerste nummer van de nieuwe redactie – gaan vertegenwoordigers van verschillende literaire tijdschriften in Perdu (Amsterdam) met elkaar in discussie over ‘de ateliersfunctie van literaire tijdschriften in tijden van economische valorisatie’. De gespreksleiding is in handen van Xandra Schutte.

Namens Tirade zal dichteres, filosoof en Tirade-redacteur Lieke Marsman aanwezig zijn om – vermoedelijk zonder gebruikmaking van beamer en Powerpoint – missie, visie en strategie van het vernieuwde Tirade uiteen te zetten. En zonodig te verdedigen.

Overigens bevindt Boekhandel Perdu zich onder de vele boekhandels waar losse nummers van Tirade worden verkocht.

Tirade wordt intern gesubsidieerd door het zelfstandige Van Oorschot.

Dan breekt er een paniek los…

‘Je hebt woorden die tussen de andere verborgen zitten, net als kiezelstenen. Ze vallen niet speciaal op en dan plotseling brengen ze je hele leven aan het beven, helemaal, tot in zijn sterke en in zijn zwakke plekken… En dan breekt er een paniek los… ’t Is een lawine… Je bungelt boven je eigen emotie als een gehangene… ’t Is een storm, die over je heen komt, die je voorbij gaat, veel te heftig, zo onstuimig dat je nooit had gedacht dat zo iets kon gebeuren, alleen maar met gevoelens… Dus je staat nooit wantrouwend genoeg tegenover woorden, tot die conclusie ben ik gekomen.’

Bardamu in Louis-Ferdinand Céline’s Reis naar het einde van de nacht (Voyage au bout de la nuit (1932)) , vertaald, uit het Frans, door E.Y. Kummer (Van Oorschot, 1968;p.539).

 In het komende nummer van Tirade, 447:  een essay over de pamfletten van Céline.

 Wij van Tirade… lezen Tirade.

De komst van de filosofische roman (I)

‘Overambitious projects may be objectionable in many fields, but not in literature. Literature remains alive only if we set ourselves immeasurable goals, far beyond all hope of achievement. Only if poets and writers set themselves tasks that no one else dares imagine will literature continue to have a function. Since science has begun to distrust general explanations and solutions that are not sectorial and specialized, the grand challenge for literature is to be capable of weaving together the various branches of knowledge, the various ‘codes,’ into a manifold and multifaceted vision of the world.’

 Italo Calvino, Six Memos for the Next Millennium, vertaald uit het Italiaans, in het Engels, door Patrick Creagh (Harvard University Press (1988;p. 112)).

De teksten uit Six Memos werden geschreven voor een serie lezingen die Italo Calvino in het najaar van 1985 zou uitspreken aan de universiteit van Harvard. De avond voor hij van Italië naar Amerika zou vliegen, stierf hij aan de gevolgen van een hersenbloeding.  Van de zes voordrachten die Calvino zou houden vond zijn vrouw, Esther, er vijf op zijn bureau. Het zesde stuk had hij willen schrijven in de Verenigde Staten.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.

  • "Foto van Menno van der Veen"
    Menno van der Veen

    Menno van der Veen studeerde filosofie en wijsbegeerte. In 2019 publiceerde hij zijn tweede roman Ontweten bij Van Oorschot. Menno werkt ook als onderzoeker, consultant en trainer op het gebied van democratie, participatie en mensenrechten. Momenteel werkt hij aan zijn derde roman (werktitel Het profetenverbod). Die is naar verwachting klaar in 2022.