Elas não sabem

oskarschlemmerdochterspoppen


Waarom wekken uitgerekend modellen een zekere afkeer in mij op, op instinctief niveau zeg maar? Het zijn van top tot teen toch vaak zeer mooie gestaltes. Ach, een zekere doodsheid natuurlijk, het ontbreken van expressie die de couture van dienst extra goed doet uitkomen. Wel moeten modellen ‘uitstraling’ hebben, iets karakteristieks dat de laatste tijd samen lijkt te ballen in een gat tussen de voortanden (diasteem). Mijn spleetjesarchief bevat terzake althans Alek Wek, Lara Stone, Georgia May Jagger en Vanessa Paradis, in die trend voorafgegaan door Lauren Hutton en over all gecoacht door Vivianne Westwood.

Wat dan nog?

Laatst kwam mij een foto van László Moholy-Nagy uit 1926 onder ogen. Er zijn twee poppen op vastgelegd, die van de dochters van Oskar Schlemmer geweest zouden zijn. Ook om dat speelgerief kunnen kleren heen, die realiseren wat onze stoutste fantasie wenst. Maar wat indien die fantasie louter werkelijkheid wil? In een gedicht dat de Braziliaan Jorge Lucio de Campos bij de foto schreef is het projectiescherm onschuld, die hij aan de poppen toeschrijft en die wordt bedorven door verleiding en verlangen. Waar de dichter de poppen terecht ziet zonnen, vallen mij de schaduwen van het traliewerk om hen heen op.

In de Oorshop

Verhoudingen

 Group_Dynamics

Van een beetje radicale mannelijke dichter wordt beweerd dat hij een ‘paradigm shifter’ is. Bij vrouwen krijgen zulke epitheta minder kans. Toch wist de barones Elsa von Freytag-Loringhoven in het interbellum een eigen stempel te drukken op de Dadabeweging. Haar teksten ademden een seksuele vrijgevochtenheid die niet alleen de bourgeoisie maar ook collega-kunstenaars een toontje lager deden zingen – indien ze er notie van namen. Haar kritiek op een moralistische consumentencultuur uitte Von Freytag tevens in performances en, als model, op foto’s: ‘rather than representing Dada concepts the baroness lived them’.

Ik weet niet goed of het vanuit een westers of vanuit een postideologisch standpunt is dat zo’n onderneming bij velen inmiddels verwend schijnt aan te doen. Er gloren vergelijkingen, waaruit onduidelijk blijft of er geen appels en peren naast elkaar liggen. Maar reeds op basis van haar voornaam mag de poëzie van Epiphanie Mukasano in ogenschouw worden genomen. Of kunnen haar hartskreten die genrebenaming niet verdienen?


This wicked win will try in vain
To blow you out
Spreading
HIV and swine flue
Distorting economies
Turning brother on brother
Heating the skin of our mother earth


Mukasano is van oorsprong lerares, uit Rwanda. Ze ontkwam aan de – paradigmatisch wel erg revolutionaire – genocide en woont nu in Cape Town, Zuid-Afrika. Ook haar teksten weerspiegelen niet zozeer werkelijkheid, ze zijn het. Het concept lezer (en man?) lijkt er een readymade bij, wat een oordeel ridiculiseert. Toch is waargebeurd geen excuus, vinden we vanuit onze luxepositie. Von Freytag heeft overigens evengoed een bewogen leven geleid, waaraan een drama ten grondslag lag.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Relax

 nc

Schitterend eigenlijk, die handbeschreven papieren begin jaren zeventig op benzinepompen: ‘Heden alleen lucht en water.’ Uiteraard genoten ook kinderen, rolschaatsend over de wegen, van autoloze zondagen. Pech dat de oliecrisis opgelost werd.

Nu is bewezen dat door verdamping het opwarmen van de aarde wel degelijk tegengegaan kan worden, zoals stedelijk meer groen van in het park tot en met op het dak reeds bleek te helpen, zou een kantoorslaapje met de ramen open al wonderen kunnen doen: in rust zweet de mens als een beest (en wordt de economie ontlast). Helaas lijkt de verwant ogende trend van air napping wat minder soelaas te bieden, doordat de afscheiding in zijden hangmatten trekt.

Zelfs de neerslag op de huid van schijnbaar onderdrukte angst omwille van de behoeftebevrediging pur sang bewijst nut.

Een klein detail is wel dat er ten gevolge van klimaatveranderingen, buiten de folkloristische wijsheid, ook iets aanzienlijker aantallen liters regen de aarde bezoeken – wetenschappers hoeven alleen nog even iets uit te vinden waardoor dit vocht automatisch verdampt.

Contemporain (2)

 rh

Zowel bij Agamben als bij Badiou is het wervelgedicht uit 1923. Alleen heet het bij de een ‘Eeuw’ en bij de ander ‘Mijn eeuw’. De notoire openingsregels zijn niet alleen verschillend, maar zelfs in aantal ongelijk.

Agamben, in de vertaling van Willem Visser: ‘Eeuw van me, beest van me,/ Wie zal jou in de pupillen kunnen loeren/ En met zijn bloed/ De wervels van twee eeuwen/ Aan elkaar kunnen lijmen?’ Badiou, in de vertaling van Charles B. Timmer: ‘Mijn eeuw, mijn beest, wie is in staat/ zich met jouw blikken te vervlechten/ en met zijn bloed als preparaat/ twee eeuwen wervels saam te hechten?’ Het tussenliggende millennium is voelbaar tot in de lettergrepen!

En, wat een overvloed, er zijn nog twee Nederlandstalige gebundelde versies. Nina Targan Mouravi doet het, net als haar boek zonder datering, onder de titel ‘De eeuw’, Peter Zeeman onder de titel ‘Tijdperk’, en hij mikt op een ontstaan in 1922.

Mouravi vervolgens: ‘Eeuw, mijn beest, wie is die durfal/ Die jouw zware blik niet mijdt/ En twee eeuwen-ruggenwervels/ Met zijn eigen bloed verlijmt?’ En Zeeman: ‘Mijn tijdperk, o mijn beest, wie kan/ jou zomaar in de ogen kijken/ en met zijn bloed de wervels van / twee eeuwen aan elkander lijmen?’ Zou er ook nog verschil zijn tussen vertalingen van mannen en vrouwen?

Wie wil zeggen welke vertaling de beste is, kope een ruggengraat.

Contemporain (1)

Als Nederland inderdaad vooral aan het terugdeinzen is voor de begroting van Prinsjesdag en als het eindelijk bereikte akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde in België tegenstemmen in en rond de partijen doet opgaan, als het ene deel van de wereld een nieuwe kredietcrisis vreest en als het andere, iets grotere deel wederom een hongersnood, dan moet de conclusie haast wel zijn dat het vroeger beter was. Maar waar hebben we het in dat geval over?

Aan het begin van het elegante boekje Naaktheden stelt Giorgio Agamben: ‘Wie “mijn tijd’’ kan zeggen, deelt de tijd, schrijft er een cesuur in en een discontinuïteit; en juist door deze cesuur, deze interpolatie van het heden in de inerte homogeniteit van lineaire tijd, zet de contemporain een bijzondere relatie in werking tussen de tijden.’ Om vervolgens het bewijs te leveren met gave analyses van onze actualiteit langs historische fenomenen. Meer bijzonder dan voorspelbaar vind ik dat hij daarvoor ook dat gedicht van Osip Mandelstam inzet, met het onvergetelijke beeld van de wervels van twee eeuwen die aan elkaar moeten worden geplakt. Alsof eraan herinnerd dient dat contemporainiteit ontspringt uit een heden, gebruikte Alain Badiou in De twintigste eeuw hetzelfde gedicht voor een doorlichting van de tijd. Maar dat was op basis van een seminar dat in 1998 van acquit ging, terwijl Agambens bundel stamt uit 2009 – er zit een millenniumwisseling tussen.

En nog iets.

Achterkant van het gelijk

‘The words I speak I cannot revise’, schreef Timothy Liu.

Zou Edgar Davids inmiddels, nu hij raad van commissaris is, snappen waarom, als kameleon tussen de blanke en de zwarte spelers van het Nederlands Elftal, toenmalig bondscoach Hiddink zijn head in player’s asses stak? Vervolgens had Hiddink ingecalculeerd dat, ter verbroedering, de betreffende ani zouden zingen (Augustinus, De Civitate Dei, XIV, 24).

Meer blogs

  • Afbeelding bij Lezers

    Lezers

    ‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
    Lees verder
  • tirade blog Menno Hartman

    Blauwbehoefte

    Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Humor

    Humor

    Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • Foto van Kevin Headley
    Kevin Headley

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.

  • Foto van Julia Buijs
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.

  • Foto van Aska Hayakawa
    Aska Hayakawa

    Aska Hayakawa groeide op als third-culture kid in Leiden. Haar verhalen gaan over eenzaamheid in het kapitalisme en de hedendaagse zoektocht naar geluk. Deze zomer studeert ze af van de studie Writing for Performance aan de HKU met het avondvullend toneelstuk Pièce de Résistance! en een scriptieonderzoek naar werkbare kwetsbaarheid. Eerder schreef ze theaterteksten voor Cecilia Moisio Company, Club Guy & Roni, Maas Theater en Dans en Bosfest. Haar kortverhalen werden gepubliceerd bij DIG, De Gids, Tirade Blog en De Revisor. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman bij Uitgeverij Pluim.

    (portret: Lin Woldendorp)