In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig Joegslavië, en van Johan Kuiper, over het late werk van Harry Mulisch. Caspar Wijers vertaalde ‘Een doodgewone vrijdag’, een verhaal van Langston Hughes, een voorname exponent van de Harlem Renaissance, een literaire stroming onder zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren twintig vorige eeuw (en op het moment des te actueler). Samira Elomari schreef het prachtige verhaal ‘Waar de lucht eindigt’. Als eerste vrucht van de samenwerking tussen De Nieuwe Garde en Tirade verdient het essay ‘Tsarinakapsels en metershoge grafstenen’ van Julia Khusainova, een Russin die in het Nederlands schrijft, bijzondere aandacht. De illustraties, geïnspireerd op Guernica van Picasso, en het omslag, geïnspireerd op het werk van fotograaf Berthil Leonard Reymound, zijn van de hand van Ylja Band.
Lees de Tirade Blog

Mij is de wrake – over vechtfilms
Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
Lees verder
Onder de moede blaren - over het bos
De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
Lees verder
Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder
Blog archief



























