In Tirade 480 sprankelende nieuwe poëzie van Tonnus Oosterhoff en van schrijfster en beeldend kunstenares Maria Barnas, en van Twan Schenkels, Merlijn Huntjens en Hanz Mirck. De kersverse Libris-winnaar Sander Kollaard schreef een essay over Onderdak, de tweede roman van Elisabeth van Nimwegen. Andere essays zijn er van Guido van Hengel, over straathonden in voormalig Joegslavië, en van Johan Kuiper, over het late werk van Harry Mulisch. Caspar Wijers vertaalde ‘Een doodgewone vrijdag’, een verhaal van Langston Hughes, een voorname exponent van de Harlem Renaissance, een literaire stroming onder zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren twintig vorige eeuw (en op het moment des te actueler). Samira Elomari schreef het prachtige verhaal ‘Waar de lucht eindigt’. Als eerste vrucht van de samenwerking tussen De Nieuwe Garde en Tirade verdient het essay ‘Tsarinakapsels en metershoge grafstenen’ van Julia Khusainova, een Russin die in het Nederlands schrijft, bijzondere aandacht. De illustraties, geïnspireerd op Guernica van Picasso, en het omslag, geïnspireerd op het werk van fotograaf Berthil Leonard Reymound, zijn van de hand van Ylja Band.
Lees de Tirade Blog

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief



























