In oppositie met de geschiedenis – André Kertész

John Berger schrijft in Understanding a Photograph over bijgaande foto van André Kertész: ’the double meaning of the word missile (signifying both letter and rocket) is revealing. It is no coincedence that among the sixty photographs in the book, no less than twelve show readers on balconies and the roofs of buildings, wich are like launch pads.’

De lezer is volgens Berger in beweging, elk lezen houdt een verplaatsing in. In de schitterende overzichtstentoonstelling van het werk van André Kertész in het FOAM, te zien tot 10 januari 2018) volgen we zijn fotografie biografisch, van toen hij nog in Hongarije woonde, via zijn eerste exile-bestemming waar hij heel gelukkig was: Parijs, naar zijn langste ‘buitenland’, waar hij maar met moeite wende: New York.

Berger heeft veel over André Kertész geschreven. In een essay ‘a popular use of photograpy’ gaat hij in op de foto ‘A Red Hussar Leaving, june 1919, Budapest’.

Hij schrijft: ‘The opposition exists in the parting look between the man and the woman. This look is not directed towards the viewer. We witness0140_1_lg it as the older soldier with the moustache and the woman with the shawl do. The exclusivety of this look is further emphasized by the boy in mothers arms; he is watching his father, and yet he is excluded from their look.

De fotografie van Kertész leent zich goed voor nadenken over waarom de foto werkt. In beide bijgaande foto’s is dat dus een opening naar een verte die op de foto zelf niet zichtbaar is. Het boek en de vervoering die het boek teweegbrengt in de ‘On reading’ foto, en de gedachten die met het afscheid gepaard gaan en de onzekerheid over de toekomst aan de ene kant, en het denkelijk minder bezwaarde verleden aan de andere zijde van dit moment op de foto uit juni 1919.

Berger zegt dat we naar een oppositie kijken, niet die van deze mensen onderling, maar naar hun wederzijdse oppositie tegen de geschiedenis, ze zijn tegen wat hen uiteen zal drijven, en deze blik bevestigt dat ze het daar over eens zijn. Veel van Kertész’ werk is te zien als een oppositie tegen de geschiedenis. Misschien is veel grote fotografie wel al zodanig te benaderen. Voor een omslag voor onze vertaling van Uwe Johnson’s Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl zocht ik gisteren naar foto’s uit de Praagse Lente, 1968. Deze reeks van de Magnum fotograaf Joseph Koudelka toont precies hetzelfde: oppositie tegen de geschiedenis. En deze foto’s gemaakt tijdens het neerslaan van het referendum in Catalonië tonen ook weer hetzelfde. Ongeloof en onwil te moeten accepteren wat de geschiedenis met je doet, vastgelegd in een blik.

Het hangen aan het moment, in oppositie met de geschiedenis die een ongewenste kant opgaat.

 

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Zie hier heel veel lezende mensen van Kertész uit On Reading.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Merel

Ik bracht mijn zoon naar school. We sloegen af ter hoogte van het Van Oldenbarneveltplein en ik zag een merel zitten aan de voet van een boom.

Het beestje zat daar zo stil vlakbij de drukke weg. Iets in zijn houding deed me stoppen. Nadim bokte op de stang, wilde vooruit, naar school, rondrennen.

‘Waarom stop je?’

‘Die merel,’ zei ik. ‘Ik denk dat hij is aangereden.’

De vogel liet zich oppakken – dan weet je al dat ze het niet lang gaan maken – en nu zag ik dat zijn rechteroog verdikt was, zijn koppie vreemd afgekant.

Een klein overspannen hart roffelde in mijn hand en een rilling trok over zijn veren. Ik houd van merels, hoor geen vogel liever fluiten. Hun lied is melancholisch, droef en warm tegelijk zoals de loopjes in de nocturnes van Chopin.

‘Lief,’ zei ik tegen Nadim, en besefte hoe paradoxaal dit was. ‘Kijk maar even niet.’

Ik klemde het koppie in mijn ene hand en het dunne nekje in mijn andere, voelde het hartje versnellen. ‘Hij is gewond. Ik moet hem dood maken.’

Voor ik het niet meer zou kunnen gaf ik een ruk aan de iele wervels tot er iets knakte. Het trillen in de veren werd heviger en verstilde heel geleidelijk. Toen ik de vogel neerlegde bewoog hij licht.

‘Hij leeft nog!’ riep Nadim, en ik dacht: Lieve jongen. Nee.

Het laatste stukje fietsen was hij stil en zwaar als zand. Ik parkeerde, tilde Nadim van de stang en vroeg of hij over de merel wilde praten. Hij wilde niet. In de klas, wachtend op de bel, zat hij landerig bij me op schoot. Ik mompelde nog in zijn oor dat het soms beter is een diertje uit zijn lijden te verlossen, en vroeg me af of dat wel waar was.

Wanneer het moeilijk wordt leggen we onze kinderen de dingen uit zoals ze ooit aan óns zijn uitgelegd. We pakken terug op oude woorden als we geen eigen woorden te bieden hebben.

____________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

De fenomenen – Jean Dubuffet

Je hoeft niet eens knetterbezopen te zijn om te denken dat het oppervlak van een muur je van alles te vertellen heeft. Het helpt natuurlijk wel. Op een zonovergoten dag staar je naar tien vierkante centimeter zand naast je badlaken, peinzend volg je de nerf van het hout van je tafel naast je laptop, je verdiept je in twintig centimeter van zijn of haar huid, na een val kom je bij op bosgrond waar je eerst aandachtig minutenlang de humuslaag monstert.

 

vrijwel) niets -. Weinig

doet er toe. Het voorwerp
dat ik fixeer, is op zoek
naar zijn woorden en hun

cercle. Ik schenk een glas

bier in; open de portable:
2, 3 absences zullen bekend

raken; een voorwerp raken;

er vrijwel nooit geweest zijn.

              (Hans Faverey, Gedichten, 1968)

 

Ik werd opeens gegrepen door ‘de fenomenen’ van Jean Dubuffet. In het Stedelijk Museum is een vleugel ingeruimd met zijn werk. Daaronder 18 lithografieën zoals opgenomen in zijn serie Le Preneur d’empreintes. Dat is een publicatie uit een groter geheel, 324 litho’s die hij maakte tussen 1958 en 1962, op zoek naar ‘de fenomenen’.

dubuffet_pagina_interna_0De serie in het Stedelijk is een heel mooi tussenvorm van abstract en heel concreet. Het zijn litho’s die tot stand kwamen door gedeeltelijk natuurlijke processen. ‘In deze werken, verzamelt Dubuffet afdrukken van verschillende oppervlakken die halverwege een proces zijn gefixeerd,  Dubuffet past procedures toe als verpulveren, samenvloeiing en gedeeltelijke vermenging van vloeistoffen op steen, met als doel visuele analogieën te bereiken met fenomenen die verband houden met natuur en in het bijzonder de aarde. Het resultaat, nog steeds een unicum in lithografie, is een spectaculaire ‘atlas’ van kleur- en zwart-witbeelden, ogenschijnlijk abstract en toch realistisch; een precieze en poëtische indeling van grote en onmerkbare, zichtbare en onzichtbare gebeurtenissen waarin de kunstenaar de wereld door de ogen van de geoloog, de botanicus, de landmeter en de kunstenaar lijkt te observeren en opnieuw te creëren,’ vertaal ik (herschrijvend waar ik het niet begreep)  een enthousiaste Engelstalige website uit Padua maar even, waar de volledige collectie ooit vertoond is.

IMG_6150Dan begrijp ik het ook beter. Dubuffet bestudeert de natuur, en dat is wat ik blijkbaar mooi vind. Ik fotografeer al jaren korstmossen op stenen zonder dat ik weet waarom. In welke film wordt van dit geniale idee nou ook weer gebruik gemaakt: de hoofdpersoon droomt of ziet voortdurend een patroon dat hij niet begrijpt maar dat iets voor hem betekent, hem iets lijkt te willen zeggen.  Aan het einde van de film, als de hoofdpersoon sterft zien we vanuit zijn stervend oog een patroon in het vloerkleed waarop hij ligt: het patroon.

Huiveringwekkend. De litho’s van Dubuffet raken aan een heel elementair zien, aan het willen ontwaren van betekenis in een grillig oppervlak, maar tegelijkertijd de geruststellende aanwezigheid van zo maar een oppervlak, een natuurlijk oppervlak waar we in de uiterlijk wereld altijd door omgeven zijn. Het betekent

vrijwel) niets. Weinig

 

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

 

Hier nog een fraaie van Dubuffet in het MoMa.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Over angst

IMG_5260

Angst heeft altijd een grote rol gespeeld in mijn leven. Hoewel het moeilijk is jezelf te vergelijken met anderen en er natuurlijk ook mensen zijn die de straat helemaal niet op durven, ervaar ik (op een niveau dat mijn normale functioneren niet extreem belemmert) elke dag wel een vorm van angst.

Waar ik als kind doodsbang was voor geesten is mijn angst zich met de tijd – een jaar therapie ten spijt – steeds meer gaan uiten als een soort algehele zorgelijkheid. Als mijn hoofd even niks te doen heeft maak ik me druk over allerhande shit.

Zelfde angst, ander jasje. Met mijn zoon door de stad fietsen en een vrachtwagen passeren bezorgt me standaard opdringerige beelden van uitglijden, mijn evenwicht verliezen, zijn hoofdje onder een van die dikke harde banden zien verdwijnen. Hier kun je veel over zeggen, maar dat hoeft niet*.

In het boek dat ik nu schrijf speelt angst een grote rol. Het is een gothic novel aan het worden, met een kleine dorpsgemeenschap als decor. Omdat ik niet zeker wist of de dreiging wel over zou komen heb ik ter lering het scariest novel of the year 2016 gedownload. Stranded, van Bracken MacLeod**.

Wanneer de Hollywoodfilmversie van een verhaal zich onder het lezen al aan je opdringt weet je dat een boek geen literatuur is, maar laat ik het daar niet over hebben. De effectiviteit van een boek als Stranded is onmiskenbaar, ook voor mij, die dit genre altijd links liet liggen: ik lees in elk vrij ogenblik en denk gedurende de dag meerdere keren aan het verhaal. Wat Stranded óók doet is me een goed gevoel geven over mijn eigen werk.

Kleine groep mensen: check

Geïsoleerd van de buitenwereld: check

Een hoofdpersoon die zich buiten die groep voelt staan: check

Dreiging die zich indirect meldt, maar steeds zichtbaarder wordt: check

Het geleidelijk veranderen van de niet-hoofdpersonen van de groep, een subtiele verschuiving waardoor ook zij deel gaan uitmaken van de dreiging en de hoofdpersoon hen begint te vrezen: check

Op het internet – zoals bekend de enige bron van betrouwbare informatie – vond ik onderstaand lijstje van de verschillende mogelijke vormen van angst:

  1. Extinction—the fear of annihilation, of ceasing to exist.
  2. Mutilation—the fear of losing any part of our precious bodily structure; the thought of having our body’s boundaries invaded, or of losing the integrity of any organ, body part, or natural function.
  3. Loss of Autonomy—the fear of being immobilized, paralyzed, restricted, enveloped, overwhelmed, entrapped, imprisoned, smothered, or otherwise controlled by circumstances beyond our control.
  4. Separation—the fear of abandonment, rejection, and loss of connectedness; of becoming a non-person—not wanted, respected, or valued by anyone else.
  5. Ego-death—the fear of humiliation, shame, or any other mechanism of profound self-disapproval that threatens the loss of integrity of the Self; the fear of the shattering or disintegration of one’s constructed sense of lovability, capability, and worthiness.

In Stranded zitten ze alle vijf. In mijn boek, geloof ik, ook. Eén ding minder om me zorgen over te maken.

* Vrij naar P.A. van den Heuvel 

** Kan natuurlijk niet de echte naam van de auteur zijn

____________________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

We want plates!

Een maal per week speel ik ‘On-cannery-rowtje‘ bij het distributiecentrum van de Voedselbank in Amsterdam West. Aan een lange dubbele roltafel waar tweeënveertig kratten op passen, vullen we kratten voor enkele van de 18 uitgiftepunten in Amsterdam. Een goede plek om mensen te leren kennen overigens, ik sprak er al bankiers, secretaresses, studenten uit Japan, China, Zwitserland, Denemarken en Duitsland, herintreders, opgebrandenen, in-between-jobbers etc. De vaste krachten zijn een mooi soort no nonsense Amsterdammers.

Je komt in aanmerking voor een voedselpakket als je onder een bepaald bedrag besteedbaar hebt per week voor boodschappen. Blikken pastasaus, pasta, rijst, frisdrank, candybars, bonen, chips, crackers gaan er in. Wat er maar beschikbaar is. Twintig artikelen voor een gezin, ongeveer de helft voor alleenstaanden. De kwaliteit van het materiaal wisselt nogal. Het distributiecentrum is afhankelijk van wat het toegeschoven krijgt door supermarkten, producenten en particulieren, soms is er een pallet met potten bonen teveel dat naar ons toekomt, soms zit er een drukfout op een doos Kelloggs en ontvangen we die. Soms heeft een boer meer yoghurt gemaakt dan hij verkopen kan.

Er is een grondige administratie van wat er is, wat er ten laatste wanneer uit moet omdat de houdbaarheidsdatum dringt. De samenstelling is dus steeds verrassend. De inhoud soms goed soms heel matig. Er zijn met name momenten dat ik teveel vet en teveel suiker zo’n krat zie ingaan. Drie potten mayonaise voor een alleenstaande? Het heeft iets pijnlijks dat dat wat de supermarkten het best kunnen missen ook vaak de ongezondste dingen zijn. En automatisch zie je dan inkomensongelijkheid leiden tot welvaartsziekten.

DKHJwFpX0AEYkt8Speaking of which… Aan de andere kant van het spectrum staat de ziekelijke neiging liflafjes en hippe hapjes op curieuze wijze op te dienen.

Grondig geridiculiseerd door het hilarisch twitter account ‘We want plates!’ ‘The global crusade against serving food on bits of wood and roof slates, chips in mugs and jam-jar drinks’. Nooit meer een amuse op een lepeltje, een frietje in een miniatuur winkelwagentje of een biefstuk op een wijndoos. Borden! Willen!  We!

Ja…, en een beetje gezond eten.

 

——-

img_2482Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot en was redacteur bij Tirade.

Ging voor de Voedselbank werken toen hij deze documentaire zag.

Doneer!

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Voor altijd te jong

Een tijdje terug overleed een jongen uit mijn buurt heel plotseling. Ik mocht hem erg, leerde hem kennen via mijn hond Otis, die óók kan voetballen.

De jongen, W, kwam vaak aan de deur om te vragen of Otis wilde spelen. Ze konden samen uren ballen, en terwijl ik eigenlijk moest werken stond ik achter het raam te kijken naar het stralende gezicht van W. Aan het einde van de middag bracht hij mijn beest afgemat en dolgelukkig terug.

Toen ik doorkreeg dat de jongen in de krant W was, moest ik kort en hevig huilen.

Gisterenavond kwam ik een jongen van zijn leeftijd tegen, die in zijn eentje voetbalde op straat. Hij had een oranje bal, zo’n goedkope van een supermarkt.

‘Otis!’ zei de jongen. En tegen mij: ‘Hij kan voetballen, toch?’

We trapten een tijdje over. De jongen kon veel beter voetballen dan ik. Aan hem hád Otis echt iets. Hij speelde hoog en laag, links en rechtsom aan en mijn hond kopte alles braaf terug, met zijn tong uit zijn bek en een brede grijns op zijn smoel.

Toen ik zei dat we weer verder moesten zei de jongen dat hij Otis kende van W.

‘Was hij een vriend van je, of familie?’

‘Mijn beste vriend,’ zei de jongen. Hij hield de bal stil onder zijn voet, zijn grote bruine ogen leken zich naar binnen te keren. ‘Ik heb veel gehuild.’

Ik zuchtte. Keek om me heen. ‘Shit, man. Ik mocht W heel erg. Verschrikkelijk, is het.’

Omdat hij alleen maar knikte en zweeg vertelde ik hem dat ik ook een beste vriend verloren heb. Onmiddellijk vroeg ik me af of dat wel mag, als veertiger een vreemd kind laten delen in je ellende.

‘Echt?’ Zijn open blik leek op die van W, die me op straat steevast groette en vroeg hoe het met me ging. W was een jaar of elf, maar kon me bejegenen alsof er geen leeftijdsverschil bestond. Voor mij was duidelijk dat hij een bijzondere en warme man zou worden. Het had iets verdrietigs te beseffen dat ik altijd te oud zou zijn om een vriend van hem te maken.

‘Als je met Otis wilt voetballen kan je gewoon aankloppen,’ zei ik tegen de vriend van W.

Terwijl ik verderwandelde dacht ik aan hoe onze buurt in recordtijd geld bijeen had gebracht voor de begrafenis in Marokko.

Ik dacht aan een kleine kist in het kille ruim van een vliegtuig. Aan het voetbaljongenslijf van W, op weg naar het dorp van zijn vaders vader.

____________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. In 2016 verscheen zijn sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.

     

  • "Foto van Greet Kuipers"
    Greet Kuipers

    Greet Kuipers (1962) is psychiater. Onder het pseudoniem Minke Douwesz publiceerde zij bij uitgeverij Van Oorschot twee romans, Strikt en Weg. Voor de laatste ontving zij de Opzij Literatuurprijs 2009 en de Anna Bijns Prijs 2012.

  • "Foto van Gregor Verwijmeren"
    Gregor Verwijmeren

    Gregor Verwijmeren studeerde Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht en gitaar aan het conservatorium in dezelfde stad. Hij publiceerde fictie in onder meer De Gids en Flash: The International Short-Short Story Magazine. De vorm van geluid, zijn debuutroman, werd uitgegeven door Van Oorschot, en is wereldwijd de eerste roman over tinnitus (en muziek en geluiden) die door een mainstreamuitgeverij is uitgegeven. Gregor werkt momenteel aan zijn tweede roman, waarvoor hij een beurs ontving van het Nederlands Letterenfonds. In april 2021 zal hij Nederland vertegenwoordigen bij het European First Novel Festival in Boedapest (uitgesteld vanwege Covid). Hij is vader van drie kinderen en kookt en tennist graag in zijn vrije tijd.